Bonnie Raitt

Sorry – vergeten!

forgotten birthdayVorige week ging Goeie Nummers over verschillende muzikale spijtbetuigingen. Vandaag moet ik zelf door het stof. Een verjaardag vergeten, twee weken geleden al. Mijn gebruikelijke excuus ‘dat ik gewoon geen hoofd heb om dat soort dingen te onthouden’ bleek ditmaal onvoldoende. Bij deze zeg ik dus sorry, sorry en probeer ik het goed te maken met Aandacht.

Dixie Chicken van Little FeatDe verjaardag van Dixie Chicken, daar ging het om. Topplaat van de Amerikaanse southern rock-topband Little Feat, verschenen op 25 januari 1973. Louter topummers, in een originele mix van blues, rock, country, ragtime, New Orleans-funk en jazz. 45 jaar is ze inmiddels, onze Southern Belle. Wat ouder geworden natuurlijk, maar nog altijd beeldschoon.

Little Feat 2De tweede bezetting van Little Feat, van 1972 tot 1979, is zo’n typisch geval van ‘het geheel is meer dan de som der delen’. Een cult-band, zonder hits, maar wel bewonderd door publiek, critici en vooral collega-muzikanten. Een acquired taste ook, vanwege hun uitwaaierende stijl: frontman Lowell George, met uniek melodieus-bluesy stemgeluid en dito slidegitaar; de ervaren sessie-gitarist Paul Barrère; het veelzijdige toetsenbeest Bill Payne; de driekoppige ritmesectie die vette grooves neerlegt ‘zonder die te spelen’. Het bezielde samenspel van het sextet geldt sindsdien als een soort heilige graal voor veel andere popmuzikanten, van Robert Plant en Phish tot Sheryl Crow en de Tedeshi Trucks Band.

Lowell GeorgeIn 1979 sloeg het noodlot toe. De zwaarlijvige en zwaargebruikende George bezweek op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval. Little Feat stortte in elkaar, en pas jaren later durfden de andere leden de band nieuw leven in te blazen, zoals Bill Payne destijds aan popjournalist Geert Henderickx toevertrouwde. Vanaf die tijd zou de band nog verschillende goeie platen en tournees maken zonder hun voormalige frontman echter helemaal te kunnen doen vergeten.

Little FeatDixie Chicken is het derde en wat mij betreft meest consistente studio-album uit Little Feat’s toptijd. Geen zwakke plekken te vinden, vanaf de meezingbare titeltrack tot het afsluitende instrumentaaltje ‘Lafayette Railroad’. Speciale vermelding voor de dwarsfluit in het bluesy Juliette, een geweldig werkende combinatie die gek genoeg weinig school heeft gemaakt in de rock-‘n-roll.

Bonnie Raitt en Emmylou HarrisLittle Feat was ook een ijzersterke podium-act, met zoveel muzikale bagage dat er volop ruimte was voor improvisatie. Luister naar de live-versies van vier topstukken van het verjarende album: Dixie Chicken, met Bonnie Raitt en Emmylou Harris als achtergrondkoortje (!), Fat Man in the Bathtub, de Allen Toussaint-cover On Your Way Down en het heerlijk funkende Two Trains.

Conclusie: 45 is het nieuwe 25.

 

 

 

 

 

 

 

 

Coveren uit weemoed

bachWe zijn zo gewend geraakt aan popartiesten die hun eigen liedjes zingen, dat we bijna vergeten dat dat in de muziek allesbehalve gewoon is. In de klassieke muziek worden veel oude stukken steeds opnieuw uitgevoerd door steeds weer nieuwe musici, steeds net even anders. En in de jazz is het gemeengoed om standards van decennia geleden tot leven te wekken door ze al improviserend binnenstebuiten te keren of ondersteboven te houden.

BeatlesTot de jaren 60 was het ook in de popmuziek eerder regel dan uitzondering om stukken van anderen te zingen. Bing Crosby, Frank Sinatra, Elvis Presley, ze werkten allemaal zo. Maar in het decennium van Beatles, Stones en Beach Boys werd popmuziek langzaam serieus. Het werd kunst. En daar hoorde authenticiteit bij. Serieus te nemen artiesten schreven hun eigen liedjes. Wie alleen uitvoerend bezig was, kwam lager op de ladder te staan. En dat is best gek. Want artiesten die in staat zijn om de (verborgen) schoonheid van een liedje volledig naar boven te halen, zijn bijzonder waardevol – en behoorlijk schaars.

bonnie-raitt-3Joe Cocker is zo iemand. Hij trok onder meer ‘With A Little Help From My Friends’ (The Beatles) en ‘Ruby Lee’ (Bill Withers) overtuigend naar zich toe. Bonnie Raitt kan het ook. Met haar soepele, licht-hese alt maakte ze prachtige liedjes als ‘You Can’t Fail Me Now’ (Loudon Wainwright III) en Dimming of the Day (Richard Thompson) nog mooier dan ze al waren.

sweet-en-hoffsEen nummer coveren kan iets hebben van ‘dat kan ik ook’, of ‘dat kan ik beter’, maar het is tegelijk altijd een eerbetoon. Dat horen we ook bij het onverwachte koppel Matthew Sweet en Susanna Hoffs. De voormalige powerpop-prins en de ex-Bangle hebben het coveren zo’n beetje tot hun handelsmerk gemaakt. Op drie albums, getiteld Under the Covers Vol. 1, Vol. 2 en Vol. 3 (uit 2007, 2009 en 2013) laten ze hun niet geringe talenten los op hun favoriete nummers uit de jaren 60, 70 en 80.

hoes-under-the-covers-vol-2Het cover-duo kiest vooral voor melodieuze nummers met licht-gruizig, fraai gitaarwerk. Nummers van Dylan, Young, Beatles, Velvet Underground, Bowie, Fleetwood Mac, The Faces, R.E.M., Tom Petty en The Smiths. Vol. 3, gericht op het decennium waarin beide artiesten zelf hun carrière begonnen, bevat ook wat minder bekende tracks.

hoes-under-the-covers-vol-3Met hun afwijkende, maar fraai bij elkaar passende stemmen blijven Sweet en Hoffs dicht bij de oorspronkelijke versies. Ze zoomen in op wat die liedjes zo tijdloos en geliefd maakt. Luister maar eens naar hun live-versie van Neil Youngs Cinnamon Girl. Of naar Roxy Musics More Than This, waarbij de toetsen en galm van het origineel gelukkig wel wat zijn ingetoomd. Alles aan deze drie albums ademt oprechte liefde voor de liedjes – en weemoed om een tijdperk dat voorbij is. Ik ben benieuwd wanneer Vol. 4 uitkomt, en of ze deze lijn kunnen doortreken naar de jaren 90. Check ‘em out.

Het mooiste lied over verlies

In de afgelopen veertig jaar maakte hij tientallen albums. Beroemde collega-muzikanten, zoals Bonnie Raitt en R.E.M., namen zijn nummers op. Toch is Richard Thompson Richard Thompson(Londen, 1949) voor veel mensen nog steeds een onbekende. Moeilijk te bevatten. Hoewel, toen ik ooit – het moet in 1980 zijn geweest – met de Britse singer-songwriter kennismaakte, via het nachtelijke Rockpalast op de Duitse tv, had ik moeite om wakker te blijven. Ik zag een sombere, magere man met baardje die vooral lange en vreemde gitaarsolo’s produceerde. Pas in de jaren ’90 werd ik door hem gegrepen. Maar toen ook voorgoed. Hij is een van die bijzondere artiesten die constant is én ook na zoveel jaren nog steeds beter wordt.

Andere artiesten zingen vaak over stoere vrije jongens of ze vertellen een bekend verhaal over liefdesverdriet. Zo niet bij Thompson. De personen die hij in zijn liedjes opvoert zijn zelden opgewekte winnaars, maar wel uitstekende verliezers. En bij Richard Thompson heeft verliezen veel gezichten.

Misschien wel zijn mooiste verliesliedje is Beeswing, van Mirror Blue uit 1994 – een sobere folkballad met prachtig getokkelde gitaar over een man die vol weemoed terugdenkt aan het beeldschone vrijgevochten meisje waarmee hij jaren geleden in de Summer of Love een relatie had. Haar vrijheidsdrang was sterker dan alles. ‘And you wouldn’t want me any other way,’ voegde ze hem toe voor ze hem verliet.

De sobere, traditionele begeleiding leidt al onze aandacht naar het tragische verhaal dat hier wordt verteld. Inmiddels leeft de vroegere geliefde op straat, verslaafd aan heroïne, in gezelschap van een wolfshond. Haar vroegere schoonheid is verdwenen door ‘hard weather and hard booze’, heeft de zanger gehoord. Hij stelt zichzelf eerst nog even gerust met een dooddoener: ‘I guess that’s just the price you pay for the changes you refuse’. Maar zijn eigen verlies, beseft hij dan, is minstens zo groot:

If I could just taste all of her wildness now / If I could hold her in my arms today / Well I wouldn’t want her any other way’

Zo mooi als zijn leven toen was, wordt het nooit meer. Hij ziet welk deel van hemzelf onvervuld is gebleven – en zal blijven. Bij Richard Thompson wordt verliezen levenskunst. En mooi verliezen de hoogste deugd.

Het mooiste lied over verlies

In de afgelopen veertig jaar maakte hij tientallen albums. Beroemde collega-muzikanten, zoals Bonnie Raitt en R.E.M., namen zijn nummers op. Toch is Richard Thompson Richard Thompson(Londen, 1949) voor veel mensen nog steeds een onbekende. Moeilijk te bevatten. Hoewel, toen ik in 1980 met de Britse singer-songwriter kennismaakte, via het nachtelijke Rockpalast op de Duitse tv, had ik moeite om wakker te blijven. Ik zag een sombere, magere man met baardje die vooral lange en vreemde gitaarsolo’s produceerde. Pas in de jaren ’90 werd ik door hem gegrepen. Maar toen ook voorgoed. Hij is een van die bijzondere artiesten die constant is én steeds beter wordt.

Andere artiesten zingen vaak over stoere vrije jongens of ze vertellen een bekend verhaal over liefdesverdriet. Zo niet bij Thompson. De personen die hij in zijn liedjes opvoert zijn zelden opgewekte winnaars. Wel waardige verliezers. Bij Richard Thompson heeft verliezen veel gezichten.

Zijn misschien wel mooiste verliesliedje is Beeswing, van Mirror Blue uit 1994 – een sobere folkballad met prachtig gitaarspel over een man die vol weemoed terugdenkt aan het beeldschone vrijgevochten meisje waarmee hij jaren geleden in de Summer of Love een relatie had. Haar vrijheidsdrang was sterker dan alles. ‘And you wouldn’t want me any other way,’ voegde ze hem toe voor ze hem verliet.

De sobere begeleiding van traditionele instrumenten leidt alle aandacht naar het tragische verhaal. Inmiddels leeft de vroegere geliefde op straat, verslaafd aan heroïne, in gezelschap van een wolfshond. Haar vroegere schoonheid is verdwenen door ‘hard weather and hard booze’, heeft de zanger gehoord. Hij stelt zichzelf eerst nog even gerust met een dooddoener: ‘I guess that’s just the price you pay for the changes you refuse’. Maar zijn eigen verlies, beseft hij dan, is minstens zo groot:

If I could just taste all of her wildness now / If I could hold her in my arms today / Well I wouldn’t want her any other way’

Hij ziet welk deel van hemzelf onvervuld is gebleven – en zal blijven. Bij Richard Thompson wordt verliezen levenskunst. En mooi verliezen de hoogste deugd.