Talking Heads

Coveren volgens Angélique

Lean On Me van José JamesWie een nummer van een andere artiest covert, heeft de keuze uit twee tegenovergestelde posities – dicht bij de artiest of dicht bij zichzelf. De coveraar probeert óf de essentie van het origineel te vangen, zoals José James vorig jaar deed met het werk van Bill Withers, óf trekt het oorspronkelijke werk juist helemaal naar zich toe, zoals soulzangeres Bettye LaVette met haar Dylan-coveralbum Things Have Changed, ook vorig jaar.

Angelique KidjoVorige week luisterde ik naar Celia, het nieuwe album van Angélique Kidjo. Hierop covert de Beninese zangeres, die het marxistische regime in haar land in 1983 ontvluchtte, de muziek van de Cubaans-Amerikaanse salsa-koningin Celia Cruz (1925-2003), eveneens een banneling. Het levert een spetterende plaat op, mede door het ritme-tandem met bassiste Meshell Ndegeocello en de legendarische Fela Kuti-drummer Tony Allen. Luister maar eens naar La Vida Es Un Carnaval (of naar het origineel, ook niet mis). Of luister naar de Cruz-klassieker Quimbara, dat bij Kidjo een fascinerende afro-groove meekrijgt. (meer…)

Talking Heads: Ratio x Vrijheid = Emotie

David Byrne met boekAfgelopen weekend was David Byrne, de voormalige voorman van Talking Heads, in Nederland om zijn boek How Music Works te promoten. Byrne’s boek lijkt me zeer interessante kost, maar ik dacht toch vooral terug aan de grote bijdrage van deze New Yorkse artiest aan de popmuziek: de baanbrekende formule R x V = E (Ratio x Vrijheid = Emotie).

250px-Talking_Heads live 1978R: Om als popgroep geloofwaardig te zijn, moest je tot eind jaren ’70 vooral puur en primitief klinken. Talking Heads brak volledig met die traditie. Alles aan deze avantgarde-popgroep was bedacht. De ritmes waren staccato, machine-achtig. De optredens afstandelijk (nummers werden steevast aangekondigd met: ‘the name of de next song is …’). De zanger klonk als een soort robot. En dan die teksten. Die gingen niet over ‘jongen ontmoet meisje’, maar over gebouwen en voedsel. Over huizen en brand. Over de overheid en de hemel: ‘Heaven is a place where nothing ever happens.’

wolkenkrabbers New YorkV: David Byrne (1952) is een kunstenaar verdwaald in de popwereld. Naast zijn muziek houdt hij zich bezig met schrijven, film, ballet en beeldende kunst. Byrne stelt vragen in plaats van gewoon te doen. Pop-regels zijn er om te doorbreken. Met Talking Heads was hij zo vrij om de energie van de punk en de afro-funk te combineren met een koud, gestript wereldbeeld. Zijn nummers leggen een onderliggend patroon van onze samenleving bloot: de moderne westerse mens is een eenzame ziel, dolend tussen oppermachtige betonnen structuren die niets met hemzelf te maken hebben. Met de onmogelijke opdracht om er toch een thuis in te vinden. Love goes to building on fire.

robot met trompet rechtsE: De verstandelijke Talking Heads-muziek weet toch vaak sterke emoties op te roepen. Waar hem dat in zit? Misschien in de hartstocht die onder de verkrampte klanken doorklinkt, de drive van de ritmes. Luister nog maar eens naar Slippery People. Maar uiteindelijk, denk ik, schuilt de kracht toch vooral in de herkenbaarheid. Herkenbaarheid? Ja. Iets van onszelf herkennen we in die verlaten figuur die te midden van een woud van wolkenkrabbers woeste kreten uitstoot. De muziek van Talking Heads roept mededogen op met de eenzame robot in onszelf.