2021

Hoe belangrijk is goede geluidsapparatuur?

stereotoren

Bijna wekelijks doe ik hier op Goeie Nummers een voorstel over wat goeie muziek is. Ik schrijf bijvoorbeeld dat Rainy Night in Georgia (Tony Joe White) het mooiste regenliedje ever is, en The Moon is a Blind Eye (I Am Kloot) het mooiste maanliedje. Boude stellingen waar je als popliefhebber iets mee kunt. Maar waar ik het in al deze blogstukjes nooit over heb gehad, is de manier waarop al die goeie nummers onze oren bereiken. Ik denk daar zelden over na – en daarin sta ik niet alleen.

Er is in de popmuziek een grote en merkwaardige discrepantie tussen de makers aan de ene kant en de consumenten aan de andere kant. Muzikanten en opnametechnici sparen kosten noch moeite om een optimale sound te creëren voor de luisteraar, terwijl die de liedjes op zijn of haar beurt vaak achteloos afspeelt op een smartphone, draadloos speakertje of matige stereo-installatie. Een groot deel van het monnikenwerk van de artiest wordt zo tenietgedaan door vervorming, een geluidsbrij of wegvallende geluidsfrequenties. Zonde.

(meer…)

Geïnspireerd door je collega’s

Je kunt als bevriende muzikanten een tijdlang onbekommerd in een oefenruimte samenspelen, maar op een gegeven moment moet je er toch aan geloven: de band moet een naam hebben. Op internet zijn diverse tips te vinden voor het kiezen van een goede bandnaam, misschien wel omdat het altijd lastiger is om jezelf te definiëren dan een ander – en helemaal als je het ook nog onderling eens moet zien te worden. De Popschool Maastricht biedt daarvoor zelfs een online bandnaamgenerator aan.

Veel bands zoeken hun toevlucht in datgene wat de leden sowieso bindt: de muziek van hun gedeelde pophelden. Hiermee laten ze hun beoogde publiek in een notendop zien waar ze hun inspiratie vandaan halen en waar ze zelf voor staan: verleden en toekomst in één. Zo leidden The Rolling Stones hun naam af van het nummer Rollin’ Stone van bluesicoon Muddy Waters. Dat een rollende steen ook nog eens stond voor de ongebonden vrijbuiter paste toevallig ook prima bij hun gewenste imago.

(meer…)

Iconische drummers

Het theater van de popmuziek heeft wel wat religieuze trekjes. En dus zijn er ook iconen. Artiesten die boven de rest uitsteken, helden die in feite meer zijn dan zichzelf omdat ze een archetype vormen, een model neerzetten waaraan navolgers moeten voldoen of waaraan ze zich moeten meten.

Sommige artiesten – of eigenlijk hun managers of platenlabels – dragen zelf actief aan zo’n iconische status bij door zich te tooien met bijnamen als The King (Elvis Presley), The King of Pop (Michael Jackson) of The Queen of Soul (Aretha Franklin). In andere gevallen ontvangen ze dit soort eretitels door fans of journalisten, zoals God (Clapton) of His Bobness (Bob Dylan).

(meer…)

Zet die Frank Zappa-muziek af!

Toen in 1989 in Tsjecho-Slowakije de Fluwelen Revolutie plaatsvond, werd er opeens een verrassend licht op de popmuziek geworpen. Verschillende westerse artiesten bleken voor de mensen achter het IJzeren Gordijn een iconische status te hebben: hun muziek was voor veel dissidenten een bron van kracht geweest in hun lange moeizame strijd tegen het onderdrukkende communistische regime.

Lou Reed, bijvoorbeeld, was voor de inmiddels als president aangestelde Vaclav Havel een baken van hoop in bange dagen, al vanaf het moment dat de toneelschrijver twintig jaar eerder de hand had weten te leggen op de lp White Light/White Heat van The Velvet Underground. Het leidde in 1990 tot een veelbesproken ontmoeting tussen de twee zo ongelijksoortige beroemdheden.

(meer…)

3 x toptraditie van eigen bodem

Als er op Goeie Nummers aandacht is voor muziek van landgenoten gaat het meestal om artiesten die in het Nederlands zingen, zoals Spinvis, Daniël Lohues of Eefje de Visser. Misschien is dat logisch omdat de in het Engels zingende landgenoten in mijn hoofd moeten concurreren met zowat de hele popwereld, maar toch zou het zonde zijn om deze artiesten over het hoofd te zien.

Zeker als we kijken naar de sterke soloalbums die Douwe Bob, Bertolf en Anne Soldaat de afgelopen maanden uitbrachten. Drie gevestigde namen, van drie verschillende generaties, die bijna gebroederlijk alle drie komen met nieuwe muziek die zoveel traditie ademt dat je het misschien wel als retro kunt betitelen.

(meer…)

Popartiest of filosoof?

Hier op Goeie Nummers verbind ik de popmuziek graag af en toe met andere domeinen van het leven. Bijvoorbeeld door te doen alsof popmuziek een sportwedstrijd is, een medicijn, een wetenschapsdiscipline of zelfs een vorm van psychotherapie (en ik hou me aanbevolen voor tips op dit gebied).

Daarom was ik verrast toen ik gisteren in mijn mailbox een bericht aantrof met de kop ‘this is why philosophy should be more like popmusic’. Hier was iemand aan het woord met dezelfde voorliefde als ik, maar dan omgekeerd: zijn/haar eigen ‘vakgebied’, in dit geval de filosofie, vergelijken met de popmuziek.

(meer…)

Albumverjaardag – Tigermilk van Belle and Sebastian

Een paar weken geleden zou ik iets gaan schrijven over een album dat zojuist een kwart eeuw oud was geworden: Tigermilk, het debuutalbum van Belle and Sebastian uit 1996. Dat stukje kwam er niet van, maar het onderwerp was in mijn ogen belangwekkend genoeg voor een herkansing. Niet omdat Tigermilk is opgenomen in Robert Dimery’s standaardwerk 1001 Albums You Must Hear Before You Die – al is zoiets wel een pré – en ook niet omdat de stijl van de Schotten zo’n groot stempel op de popmuziek heeft gezet. Waarom dan wel?

Ten eerste omdat het album een eenling is, een solitaire boom in een weiland, en de band een uniek rondreizend circus in het weidse poplandschap. De ontstaansgeschiedenis van het album ook al bijzonder. Op basis van een ingestuurde demo kregen singer-songwriter Stuart Murdoch en drummer Richard Colburn van het Glasgowse Stow College de kans om een heel album op te nemen. Ze raapten inderhaast een stel jonge muzikanten bij elkaar, doken de studio in en de rest is geschiedenis, in elk geval popgeschiedenis in de niche die de band sindsdien eigenhandig heeft gecreëerd.

(meer…)

Albumverjaardag – 50 jaar Blue

Deze week verschenen in verschillende media artikelen naar aanleiding van de 50ste verjaardag van Joni Mitchells iconische album Blue. Volgens muziekblogger Bob Lefsetz staat Blue, hoewel het bij verschijning geen groot verkoopsucces was, in het rijtje The White Album van The Beatles en Blonde on Blonde van Bob Dylan, maar is het coherenter dan het eerste en muzikaler dan het tweede. In The New York Times vertellen 25 artiesten over de impact van het album op hun eigen werk, waarbij ze onder meer wijzen op de humoristische kanten van Blue, dat toch bekendstaat als uiterst melancholiek.

Ik maakte eind jaren 70 kennis met Joni Mitchell via haar album Hejira. Pas daarna hoorde ik haar andere werk, van de folk van Clouds tot de jazz van Mingus. Voor mij is Blue Mitchells pièce the résistance. Het langgerekte woord uit de titeltrack – een van mijn favoriete kippenvelnummers – is wat ik het vaakst voor me uit neurie als ik in een nadenkende stemming ben. Blue is de plaat die ik mensen aanraad als ze de Canadese artieste willen leren kennen – of als ik vind dat ze dat zouden moeten doen.

(meer…)

Smeltkroes, Stoofpot en Spons

De lof van New Orleans als muziekstad moet geregeld opnieuw bezongen worden. Bijvoorbeeld hier op Goeie Nummers. Want als er één stad aanspraak kan maken op de titel Bakermat van de Rock-‘n-Roll dan is het The Big Easy, zoals de stad in Louisiana ook wel wordt genoemd. In deze ‘noordelijkste stad van de Cariben’ (weer een ander alias) kwamen invloeden uit Cuba, Sicilië, Frankrijk en Afrika in de eerste helft van de 20e eeuw samen in een culturele en muzikale smeltkroes waaruit de jazz en de oervorm van de rock-‘n-roll ontstonden, waaruit vervolgens zo’n beetje alles in de popmuziek voortkwam.

New Orleans baarde grootheden als Louis Armstrong, Jelly Roll Morton, Fats Domino en Little Richard. Hun opvolgers hadden namen als Allen Toussaint, Dr. John, The Meters en The Neville Brothers. Zij demonstreerden dat NOLA (alias nr 4) ook een spons was voor nieuwe stijlen, met name funk. Ze voegden die ingrediënten aan de bestaande mix toe om er een typisch-Zuidelijke New Orleans-stoofpot mee te brouwen, waarin alle smaken onnavolgbaar door elkaar heen lopen en elkaar versterken.

(meer…)

Meer tamboerijn

Er zijn instrumenten in de popmuziek die nooit de erkenning krijgen die ze verdienen. De triangel. De koebel. En ook de tamboerijn hoort daarbij: een muziekinstrument dat waarschijnlijk vooral wordt geassocieerd met saaie muzieklessen op de basisschool en vage gospelkoortjes op straat. Ten onrechte. De tamboerijn is een onmisbaar radertje in de machinerie van de popmuziek dat tegelijkertijd nauwelijks opvalt. Hoe kan dat?

Eerst dat onopvallende. Misschien zit hem dat deels in het uiterlijk. De kleine platte trommel met losse mini-bekkens, officieel ‘schelringen’ genoemd, heeft niets van het sierlijke van de gitaar of het imposante van een drumstel, piano of orgel. De tamboerijn (in Oudnederlands: ‘beltrom’) heeft wel een lange geschiedenis in de volksmuziek, maar daar heb je qua uitstraling weinig aan in de rock-‘n-roll.

(meer…)