1976

Het mooiste lied over de wind

De meteorologie en de popmuziek zijn vrienden voor het leven. Tenminste, dat valt af te afleiden uit de frequentie waarin verschijnselen als storm, sneeuw, kou, hitte, regen en zonneschijn in liedjes voorkomen. Maar toen ik naar aanleiding van het weer van de afgelopen dagen op zoek ging naar de mooiste popsong over de wind, had ik toch niet verwacht dat de oogst zo groot zou zijn – en zo rijk.

Wind blijkt als popthema nog populairder dan regen: de harde schijf van mijn de pc roept al meer dan honderd titels op. En dan heb ik de liedjes waarin het stormt nog buiten beschouwing gelaten. En wat een sterke liedjes zijn het ook vaak. Alsof de wind de liedjesschrijvers extra inspiratie heeft ingeblazen.

Het is verbazingwekkend hoeveel menselijke eigenschappen de wind in popliedjes krijgt toegeschreven. Hij kan de gedaante aannemen van zwoele verleider en mysterieuze helper, maar ook die van nietsontziende verwoester en spookachtige bedreiger. Die grote variatie heeft vast te maken met het onzichtbare en onvoorspelbare karakter van het weersverschijnsel, denk ik. Kan het toeval zijn dat Bob Dylan, ‘s werelds meest ongrijpbare popartiest, er zo vaak over zingt (Blowin’ in the Wind, Idiot Wind, Trade Winds)?

De wind mag dan onzichtbaar zijn, je hoort hem wel. Hij fluistert, spreekt, jankt, jammert, brult, verspreidt geruchten. In Kimmie Rhodes’ The Wind Was Talking hoort haar moeder er stemmen in, net als in Little Feat’s Voices on the Wind. In Don’t Listen To The Wind (Buddy Miller), The Wind Cries Mary (Jimi Hendrix) en Howlin’ Wind (Graham Parker) huilt de wind dreigend, alsof hij al ons nietige stervelingen belachelijk wil maken, vergelijkbaar met de stille kracht in Couperus’ roman.

Maar het hoeft niet allemaal zo zwaar te zijn. De wind is ook symbool van vrijheid – hij kan tenslotte op elk moment omslaan en een nieuwe richting kiezen. Voor vrijbuiter JJ Cale moet hij een soulmate zijn geweest: Call Me The Breeze is zo’n beetje zijn lijflied, en Anyway the Wind Blows (‘easy come, easy go’) een variatie op dat thema. Bij Texaan Guy Clark (Magnolia Wind) en americana-Brit Nick Lowe (Soulful Wind) fungeert een zoel briesje zelfs als postillon d’amour.

Gezien de ligging van ons land is het niet verwonderlijk dat wind in de Nederpop een grote rol speelt. In de jaren 70 stond Maggie McNeal vol in de westenwind (Terug naar de kust), net als The Cats (One Way Wind) en Haarlemmer Boudewijn de Groot fietste er waarschijnlijk ‘met dat kind’ tegenin (Jimmy). In recenter jaren hetzelfde beeld. Hedendaagse vaderlandse liedjesschrijvers als Daniël Lohues (Zodat Ok Bij Mij De Wind Goed Stiet), Broeder Dieleman (Leve de wind), JW Roy (Nu de wind me draagt), De Kik (Je bent als de wind) en Henny Vrienten (Zelfs de wind) verwerkten het thema stuk voor stuk in gloedvolle liedjes.

Maar wat is nou het mooiste lied over de wind? Voor mij uiteindelijk toch het lied dat deze week het eerste bij me opkwam: David Bowie’s Wild Is the Wind, van zijn album Station To Station uit 1976. Een buitenbeentje in zijn werk: het is een van zijn zeldzame covers. En tegelijk past het naadloos in zijn eigen liedjes. Oorspronkelijk geschreven door Dimitri Tiomkin and Ned Washington voor de gelijknamige film uit 1957, werd het in dat jaar een bescheiden hit voor Johnny Mathis. Daarna volgden talloze covers, waaronder de bekende van Nina Simone uit 1959. Bowie, die haar in 1975 ontmoette, nam zijn versie een jaar later op als een tribuut aan Simone.

Zoals wel vaker maakte ik kennis met deze muziek via mijn oudere broer. Op Bowies Station To Station stonden meer fantastische nummers, zoals Golden Years en TVC 15, maar Wild Is the Wind sprong eruit: die ongebruikelijke romantische akkoorden die eindeloos door leken te kunnen gaan, en vooral de manier waarop Bowie zich overgaf aan het lied en aan de liefde. De zanger is wild en ongetemd als de wind, bezweert hij, en hij wil zijn geliefde meevoeren, optillen, net zo lang totdat ze samen de wind worden, of nee, verder nog, totdat ze één worden, als ritselende bladeren aan een boom. En zo worden ook wij op de muziek meegevoerd, verder en verder. Zet hem nog een keer op en zweef weg op de wervelingen van Wild Is the Wind.

Meer liedjes over de wind horen? Op de Spotify-playlist van Goeie Nummers zijn alle genoemde liedjes handzaam op een rij gezet.

De mooiste beginzin

NescioIn een roman is de eerste zin van groot belang. Sommige zijn zelfs beroemd, zoals Nescio’s ‘Jongens waren we – maar aardige jongens’ of Marcellus Emants’ ‘Mijn vrouw is dood en reeds begraven’. Maar in de popmuziek is de eerste regel misschien nog wel belangrijker. Een valse of zwakke start is nauwelijks goed te maken in de lange sprint die een popsong nu eenmaal is. De eerste zin moet de luisteraar meteen pakken, om hem vervolgens mee te sleuren en niet meer los te laten voordat het lied ten einde is. Ga er maar aan staan.

Bob Dylan eind of midden jaren 60Bob Dylan is een meester van de openingsregel. Krachtig en intiem in Going, Going, Gone: ‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend’ (zie twee weken geleden). Openhartig in ‘I hate myself for loving you, and the weakness that it shows’ (Dirge). Intrigerend in All Along The Watchtower: ‘There must be someway out of here, said the joker to the thief.’ Hoe verschillend ook, His Bobness brengt zijn luisteraars steeds midden in zijn verhaal (een situatie, plaats, gebeurtenis, sfeer) en in het hoofd van een personage. En hij maakt je nieuwsgierig naar wat gaat komen.

Joni Mitchell HejiraZijn collega Joni Mitchell bekende later hoe ze destijds, in de jaren 60, van haar sokken werd geblazen door Dylans ongehoord snerende beginzin ‘You got a lotta nerve to say you are my friend’ (Positively 4th Street). Maar La Mitchell ontwikkelde zelf ook bijzondere openingszetten voor haar autobiografische songs. ‘Just before our love got lost, you said “I am as constant as a northern star” (A Case Of You) bijvoorbeeld. Of ‘Help me, I think I’m falling, in love again’ (Help me). Een van haar mooiste liedjes, Song for Sharon (van Hejira uit 1976), opent met ‘I went to Staten Island, Sharon, to buy myself a mandolin.’

ferry naar Staten IslandEen doodgewoon zinnetje, van iemand die een recente gebeurtenis uit haar eigen leven aan een vriendin vertelt. Maar we zien in die eerste zin al heel veel: dit lied is een monoloog, een virtuele brief van de zangeres aan een vriendin. In Mitchells biografie Reckless Daughter las ik dat deze Sharon daadwerkelijk een jeugdvriendin van Joni was, en deze wetenschap maakt het lied voor mij nog indrukwekkender. Je voelt hoe de artieste een poging doet om de afstand tot haar oude vriendin te overbruggen – en ook om zichzelf en passant beter te begrijpen. En ondertussen reizen we als luisteraars met haar mee.

bruidsjurk 2De concrete, uit het leven gegrepen trip van de zangeres naar Staten Island zet een hele reeks associaties en overdenkingen in gang. Het lied gaat aan de oppervlakte over een reisje met de veerboot naar een gitaarwinkel, maar daaronder over veel belangrijker zaken – over ontheemd zijn, over de droom van de romantische liefde, over de existentiële keuzes die een moderne vrouw moet maken en de prijs die daarvoor betaald moet worden. En dat volgt allemaal uit die eerste zin, heel natuurlijk, alsof het vanzelf gaat. Fantastisch.

Heb je ook zo’n bijzondere beginzin die je wilt delen? Zet hem bij de reacties hieronder!

Muziek als medicijn: verkeerde prioriteiten

sproeiarm-vaatwasserSoms betrap ik me erop. Ik word boos op de verstopte sproeiarmen van de vaatwasser. Een uitspraak van een reaguurder blijft nazeuren in mijn hoofd. Ik vraag me af waarom ik zo weinig likes heb gekregen op mijn nieuwe profielfoto. Op zo’n moment heb je een reset-nummer nodig: een liedje dat je feilloos herinnert aan wat er werkelijk toe doet in het leven.

henny-vrienten-en-tochEen van zulke reset-nummers staat op het album En toch van nederpopicoon Henny Vrienten uit 2014. Het Gaat Niet Over heet het, hier in een live-versie uit het onvolprezen VPRO-programma Vrije Geluiden. De gelauwerde zanger-componist gaat meteen de diepte in:

‘Het gaat niet over cijfers / Het gaat niet over geld / Het gaat niet over bezit / Maar over wie voor jou het allermeeste telt’

henny-en-xander-vrientenEn hetzelfde geldt voor woede, haat, afgunst, aanzien en status, dingen die je af en toe kunnen doen vergeten waar het in wezen om gaat: degene die jou in je waarde laat, die je het liefste kust, die je ’s nachts troost. Vrienten, ondersteund door een fraai koortje van zijn jonge begeleidingsband met zijn zoon Xander, slaat de spijker op zijn kop. Want je weet wel wat echt belangrijk is, maar je vergeet het zo gemakkelijk!

henny-vrienten-met-basIn het refrein verschuift de betekenis van overgaan: ‘het gaat nooit over’. En als om je te verzoenen met het feit dat ook de antwoorden steeds opnieuw moeten worden gezocht, zingt Vrienten ‘waar het echt om gaat, dat zie jij later wel’.

James Taylor 2Ook de Amerikaanse singer-songwriter James Taylor weet hoe hij een luisteraar kan resetten. Zijn Shower The People uit 1976, een bescheiden hit in zijn vaderland, maakt waarschijnlijk zelfs onwrikbaar vastzittende emoties in de meest verstokte mensenhaters los:

‘You can play the game and you can act out the part,/ even though you know it wasn’t written for you / Oh, father and mother, sister and brother, if it feels nice, don’t think twice / just shower the people you love with love.’

wiel-van-postkoetsTaylor begrijpt je, met je vluchtgedrag en je ontkenningen en alles, maar uiteindelijk kun je dat toch beter loslaten, zegt hij. Geef maar toe hoe het op dit moment piept en kraakt bij jou, stop maar met de schijn ophouden voor de wereld. Stel je open voor je geliefden, dan gaat alles beter. Je zult het zien.

Ben je al gereset? Nee? Klik dan nog maar een keer op deze versie.

Kippenvel – ‘Between You And Me’ van Graham Parker

hoes howlin' wind graham parkerHet is 1976. De jonge Britse singer-songwriter Graham Parker (Londen, 1950) heeft een vers platencontract op zak en kan zijn baan als pompbediende eraan geven. Hij duikt de studio in om met begeleidingsband The Rumour zijn debuutalbum Howlin’ Wind op te nemen: pakkende rythm & blues, gezongen met die rauwe, bijtende stem die zijn handelsmerk zou worden. Alles loopt gesmeerd. Maar er is één nummer, een ballad die mooi met de andere nummers contrasteert, dat ze maar niet zo op tape krijgen als ze zouden willen: Between You and Me.

Charlie GillettDat nummer staat al wel op de demo waarmee Parker en zijn band hun platencontract binnensleepten. Het werd een jaar eerder opgenomen tijdens sessies voor het radioprogramma Honkie Tonk van diskjockey Charlie Gillett, de man die ook Dire Straits en Ian Dury ontdekte. Die demo klinkt wat doffer en minder strak dan de andere nummers van Howlin’ Wind, en de achtergrondzang is misschien niet helemaal loepzuiver. Ondanks die bezwaren is dit de versie die uiteindelijk op het album belandt.

graham parker toenEn als je ernaar luistert begrijp je dat. Het nummer heeft een magie die onmiskenbaar is maar die zich moeilijk laat duiden. Ik denk dat het juist dat onvolmaakte is dat het zo sterk maakt. Dat is niet reproduceerbaar; en hoe meer je ernaar streeft om het terug te halen, hoe verder het uit beeld verdwijnt. Dit nummers is het levende bewijs dat je het onvolmaakte nodig hebt om perfectie te bereiken.

haven lichten zeeMisschien draagt ook de vaagheid van de tekst bij aan de betovering. Er is een ik (de zanger), een jij, een flits, lichten in de haven, zee, een storm, stilte, en iets dat voorbij is. Maar wat gaat het precies over? Over een zeeman met een liefje aan wal, of zijn die zee en die haven metaforen voor onverenigbare polen? Of voor iets anders? Je kunt er veel kanten mee op, maar wat wel duidelijk overkomt, is de melancholie om wat voorgoed voorbij is en om het onbegrijpelijk weinige dat ervan overblijft.

Het cruciale deel van het nummer – zoals zo vaak bij het vroege werk van GP & The Rumour – is het tussenstuk, als de muziek even het normale stramien van couplet en refrein verlaat: ‘Say, did you realize when this bit came to be? / Yeah, it’s always in somebody’s eyes / When they really don’t wanna see, yeah’.

ogenBij deze laatste twee zinnen gebeurt het. Het is alsof de zanger hier een waarheid aanraakt die zich normaal achter een hoge façade schuilhoudt. Hij stuit op een plek waar geen woorden meer gesproken worden, waar de ogen alles zeggen. Een plek waar iemand definitief niet kan voldoen aan wat de ander verwacht. Waar iemand alleen maar aan zichzelf kan gehoorzamen. Dat de herinnering aan die blik het enige is wat overblijft. Kippenvel.