Auteur: ChrisBernasco

Tekstschrijver van beroep. Op mijn blog Goeie Nummers deel ik mijn liefde voor en verwondering over de popmuziek.

Niet kunnen loslaten

Vorige week leerde ik een nieuw woord, in een NPR-artikel over het nieuwe album van Adele: melisme. Melisme is een muziekterm die staat voor het zingen van één lettergreep op een reeks verschillende noten. Of andersom, verschillende noten gebruiken om één lettergreep te laten klinken. Een notentros wordt het ook wel genoemd – mooi woord, je ziet het zo voor je. Luister ter illustratie naar het genoemde nummer van Adele, My Little Love, en let daarbij steeds op het laatste woord van een tekstregel.

De oorsprong van melismatisch zingen ligt waarschijnlijk in de religieuze muziek van de Oudheid. De christelijke, joodse en Arabische godsdiensten gebruiken de melodische wendingen in om de gelovigen in een hypnotische trance brengen. Maar ook in meer wereldse muziek als flamenco, fado, balkan en Ierse folk komen we de zangtechniek tegen.

(meer…)

Muziek als medicijn – Slapeloosheid

‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen / En niet slapend denk ik aan de dood’ schreef J.C. Bloem in zijn klassieke gedicht Insomnia. Zo angstwekkend als Bloem het in 1951 verwoordde, hoeft het niet voor iedereen te zijn, maar slapeloosheid is wel een heel vervelende aandoening. De tijd sleept zich stervenslangzaam voort, piekergedachten drukken je steeds dieper in je matras en je vraagt je af hoe je de dag van morgen moet doorkomen.

De gevolgen van slaapgebrek liegen er ook niet om. Onderzoek toont aan dat het een negatieve invloed heeft op concentratie, informatieverwerking en coördinatie. Chronische slaapproblemen verhogen bovendien het risico op hartkwalen, hoge bloeddruk, beroerte, diabetes type 2 en depressie. En zelf wist je allang dat chagrijn en irritatie volgen op een slechte nachtrust. Genoeg redenen dus om er iets aan te doen.

(meer…)

Zangstemmen en spinazie

Waarschijnlijk ben jij voor je favoriete popartiesten gevallen vanwege hun stem. Niet omdat hun gitaarsound zo fantastisch was, hun teksten, melodieën of akkoordenschema’s zo wonderbaarlijk. Voor mij werkt het in elk geval wel zo. Ik ben niet bestand tegen de strot van Sandy Denny, James Taylor, Sam Cooke of Gregory Porter. Al zouden ze Poesie Mauw of Op een Grote Paddenstoel zingen, ik ga voor de bijl.

Andersom zijn er artiesten met een stem die tegenstaat, dat kennen de meeste mensen ook wel. Zelf ben ik licht allergisch voor zangers en zangeressen met veel vibrato, zoals Chris DeBurgh en Ane Brun. Maar andere mensen, zo weet ik, krijgen de kriebels bij Bob Dylan, Neil Young, Randy Newman of Richard Thompson – om een paar niet helemaal willekeurige namen te noemen.

(meer…)

Hoe oud mag een popartiest worden?

I hope I die before I get old’ zong Roger Daltrey van The Who anno 1965 (in My Generation). Mick Jagger zei ooit in een interview: ‘Ik ben liever dood dan dat ik op mijn vijfenveertigste nog Satisfaction zing.’ Blijkbaar was de vraag hoe oud een popartiest mocht worden vrij normaal. Jeugd en popmuziek waren nog onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Maar jong sterven heeft als pop-ideaal inmiddels z’n langste tijd gehad. Waar de eerste leden van de Club van 27 (Jimi Hendrix, Jim Morrison, Janis Joplin) in zekere zin nog aan verwachtingen voldeden, riep de vroegtijdige dood van Kurt Cobain, Amy Winehouse en Avicii vooral gevoelens van afschuw en onmacht op. Bovendien kun je niet zeggen dat artiesten als Daltrey (inmiddels 76) en Jagger (78) zich echt aan hun woord hielden.

(meer…)

Het leven als bijzaak

Een paar weken geleden trof ik op de website van de Britse krant The Guardian een bericht aan dat mijn nieuwsgierigheid wekte: Paul McCartney komt in november met een tweedelig, 900 bladzijden tellend ‘zelfportret in 154 liedjes’. Door de uitgave, getiteld The Lyrics, kunnen we de beroemde Beatle beter leren kennen aan de hand van zijn toelichting op de liedjes die hij in zijn lange carrière schreef, zoals Blackbird, Live and Let Die, Hey Jude, Band on the Run and Yesterday. Voor het boek liet hij zich meermalen interviewen door de Noord-Ierse dichter en Pulitzer Prize-winnaar Paul Muldoon.

Het aantrekkelijke van deze vorm van levensbeschrijving is dat het werk van een kunstenaar centraal staat in plaats van zijn of haar leven. In de meeste popbiografieën wordt naar mijn smaak toch te veel gezocht naar de kleine of grote wederwaardigheden uit het leven van zo’n artiest om daarmee diens oeuvre te verklaren. Alsof kunst een soort kopie van de werkelijkheid is.

(meer…)

Het mooiste pop-anthem

Vandaag richt Goeie Nummers de schijnwerper op het pop-anthem, wat mij betreft een van de wonderlijkste verschijningen in de popmuziek, met vertegenwoordigers als You’ll Never Walk Alone (Gerry & The Pacemakers), The Final Countdown (Europe) en We Shall Overcome (Pete Seeger). Wonderlijk onder meer omdat zo’n nummer meestal niet als anthem geboren wordt, maar er gaandeweg eentje wordt.

Een andere bijzonderheid is dat een goede Nederlandse vertaling ontbreekt – afgezien van ‘volkslied’ voor ‘national anthem’. Als je ‘anthem’ opzoekt in het Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands vind je alleen vertalingen als beurtzang, motet, koraal, lofzang en hymne, allemaal termen uit de kerkmuziek. De online Cambridge Dictionary daarentegen omschrijft een anthem een stuk breder: a song that has special importance for a particular group of people, an organization, or a country, often sung on a special occasion.

(meer…)

Het mooiste straatliedje

De popmuziek kent talloze liedjes over straten – en toevallig zijn het ook vaak goeie nummers. Denk aan Penny Lane (The Beatles), Baker Street (Gerry Rafferty) of Dead End Street (The Kinks). Deze week ga ik op zoek naar het fraaiste lied dat ooit over een straat is gemaakt, waarbij ik me beperk tot echt bestaande straten die op stadsplattegronden voorkomen en waar we in principe overheen zouden kunnen lopen, fietsen of rijden.

Dat betekent dat, hoe jammer ook, liedjes met willekeurige naamloze straten, bijvoorbeeld Winter Streets (Michael Talbot & The Wolfkings), Racing in the Street (Bruce Springsteen) of Dancing in the Street (Martha & the Vandellas) afvallen. Hetzelfde geldt voor nummers waarin de straat in feite een metafoor is voor een bepaald gevoel, zoals in Mercy Street (Peter Gabriel), Lonely Avenue (Ray Charles), Dirty Blvd. (Lou Reed) of Boogie Street (Leonard Cohen). We moeten helaas streng zijn.

(meer…)

Luidsprekers… over het laag & het geklaag

Gastblog door Robert Endert

Om goede muziek te waarderen doet het er niet toe of je deze via een transistorradiootje beluistert of via een peperdure ‘high-end’-installatie. Toch weet iedereen dat er verschil is. Waarin zit hem dat dan?

De aanwezigheid van natuurgetrouwe lage tonen blijkt een belangrijke factor te zijn voor de emotionele impact van muziek. Bastonen voel je niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk. Wie is er nooit in trance geraakt op een lekkere lage beat?

(meer…)

Het mooiste breakup-album

De romankunst kent verschillende categorieën om boeken op inhoud of karakter in te delen: psychologische, historische en naturalistische romans, ideeën- en coming of age-romans en feelgoodromans, om er een paar te noemen. Hoe anders is dat in de popmuziek: in welke inhoudelijke categorieën kun je popalbums zoal indelen, afgezien dan van het muziekgenre, zoals rock, funk, country, indie enzovoort?

Ik kan niet meer dan twee albumcategorieën bedenken die met enige regelmaat opduiken in de kolommen van popscribenten: het protestalbum en het breakup-album. Misschien komt dat doordat popalbums in tegenstelling tot romans vrijwel altijd bestaan uit een verzameling korte stukken – vaak een stuk of 10, 12 liedjes – die in sfeer en thematiek een bepaalde afwisseling moeten bieden. Protest- en breakup-albums zijn dan de uitzondering op de regel.

(meer…)

Het geluidje

Gastblog door Robert Magdelijns

transistorradio 2

De kwaliteit van je muziekinstallatie moet natuurlijk niet uitmaken; een Goed Nummer laat zich onder alle omstandigheden gelden. Of is dat toch te kort door de bocht?

Ik moest meteen aan het volgende verhaal denken toen Goeie Nummers-blogger Chris me vroeg om een gastcolumn te schrijven over het belang van goed geluid.
Hij ging ergens spelen met zijn band Divaz, en een Leidse Volkszanger (nee, niet Rubberen Robbie) zou daar ook optreden, gebruikmakend van hun zanginstallatie.
Voor het optreden meldde zich de manager van de zanger met de legendarische tekst:
‘Ik kom effe kijken naar het geluidje.’
Natuurlijk ook van belang voor een zanger die alleen een tape met de begeleidende muziek bij zich heeft.

(meer…)

Hoe belangrijk is goede geluidsapparatuur?

stereotoren

Bijna wekelijks doe ik hier op Goeie Nummers een voorstel over wat goeie muziek is. Ik schrijf bijvoorbeeld dat Rainy Night in Georgia (Tony Joe White) het mooiste regenliedje ever is, en The Moon is a Blind Eye (I Am Kloot) het mooiste maanliedje. Boude stellingen waar je als popliefhebber iets mee kunt. Maar waar ik het in al deze blogstukjes nooit over heb gehad, is de manier waarop al die goeie nummers onze oren bereiken. Ik denk daar zelden over na – en daarin sta ik niet alleen.

Er is in de popmuziek een grote en merkwaardige discrepantie tussen de makers aan de ene kant en de consumenten aan de andere kant. Muzikanten en opnametechnici sparen kosten noch moeite om een optimale sound te creëren voor de luisteraar, terwijl die de liedjes op zijn of haar beurt vaak achteloos afspeelt op een smartphone, draadloos speakertje of matige stereo-installatie. Een groot deel van het monnikenwerk van de artiest wordt zo tenietgedaan door vervorming, een geluidsbrij of wegvallende geluidsfrequenties. Zonde.

(meer…)

Geïnspireerd door je collega’s

Je kunt als bevriende muzikanten een tijdlang onbekommerd in een oefenruimte samenspelen, maar op een gegeven moment moet je er toch aan geloven: de band moet een naam hebben. Op internet zijn diverse tips te vinden voor het kiezen van een goede bandnaam, misschien wel omdat het altijd lastiger is om jezelf te definiëren dan een ander – en helemaal als je het ook nog onderling eens moet zien te worden. De Popschool Maastricht biedt daarvoor zelfs een online bandnaamgenerator aan.

Veel bands zoeken hun toevlucht in datgene wat de leden sowieso bindt: de muziek van hun gedeelde pophelden. Hiermee laten ze hun beoogde publiek in een notendop zien waar ze hun inspiratie vandaan halen en waar ze zelf voor staan: verleden en toekomst in één. Zo leidden The Rolling Stones hun naam af van het nummer Rollin’ Stone van bluesicoon Muddy Waters. Dat een rollende steen ook nog eens stond voor de ongebonden vrijbuiter paste toevallig ook prima bij hun gewenste imago.

(meer…)

Iconische drummers

Het theater van de popmuziek heeft wel wat religieuze trekjes. En dus zijn er ook iconen. Artiesten die boven de rest uitsteken, helden die in feite meer zijn dan zichzelf omdat ze een archetype vormen, een model neerzetten waaraan navolgers moeten voldoen of waaraan ze zich moeten meten.

Sommige artiesten – of eigenlijk hun managers of platenlabels – dragen zelf actief aan zo’n iconische status bij door zich te tooien met bijnamen als The King (Elvis Presley), The King of Pop (Michael Jackson) of The Queen of Soul (Aretha Franklin). In andere gevallen ontvangen ze dit soort eretitels door fans of journalisten, zoals God (Clapton) of His Bobness (Bob Dylan).

(meer…)

Zet die Frank Zappa-muziek af!

Toen in 1989 in Tsjecho-Slowakije de Fluwelen Revolutie plaatsvond, werd er opeens een verrassend licht op de popmuziek geworpen. Verschillende westerse artiesten bleken voor de mensen achter het IJzeren Gordijn een iconische status te hebben: hun muziek was voor veel dissidenten een bron van kracht geweest in hun lange moeizame strijd tegen het onderdrukkende communistische regime.

Lou Reed, bijvoorbeeld, was voor de inmiddels als president aangestelde Vaclav Havel een baken van hoop in bange dagen, al vanaf het moment dat de toneelschrijver twintig jaar eerder de hand had weten te leggen op de lp White Light/White Heat van The Velvet Underground. Het leidde in 1990 tot een veelbesproken ontmoeting tussen de twee zo ongelijksoortige beroemdheden.

(meer…)

Meer mondharmonica

Een buitenbeentje, dat is het. Klein, schel, onooglijk, bijna onzichtbaar op een podium. Niet heel veelvuldig ingezet in de popmuziek, maar er ook niet uit weg te denken. Vanaf het prille begin bezet de mondharmonica zijn eigen niche en blijkt daarin tegelijk behoorlijk veelzijdig – tenminste als je er even bij stilstaat.

Veel van de vroege bluesartiesten begeleidden zichzelf op de mondharmonica, lieten hem antwoord geven op hun gezongen klachten. Anderen, zoals Little Walter, James Cotton en Sonny Terry werden echte specialisten en haalden echt alles eruit wat erin zit. Een van de meest indrukwekkende bespelers is Sonny Boy Williamson (1912-1965), die hier door vernuftige hand- en ademtechniek van zijn bluesharp een swingend ritme-instrument maakt. Maar hij kon hem net zo gemakkelijk heerlijk laten jammeren.

(meer…)

3 Topvrouwen van eigen bodem

Vrouwelijke laborant aan het werk in het lab

Een paar weken geleden richtte ik mijn blik op het Nederlandse poplandschap, meer concreet op de recente releases van Anne Soldaat, Bertolf en Douwe Bob. Drie mannelijke soloartiesten van drie verschillende generaties die op de proppen kwamen met fraaie popplaten doordrenkt van de Amerikaanse muziektradities: country, rhythm-and-blues, folk, gospel en alles wat daartussenin zit.

Vandaag de focus op recente muziek van drie vrouwelijke popartiesten van eigen bodem. Want ook de platen van Sophie Janna, Eefje de Visser en Luwten verdienen meer aandacht dan ze door het lange vrijwel concertloze coronajaar hebben kunnen krijgen. Ik ben ook benieuwd om te zien hoe de vergelijking tussen deze drie mannen en drie vrouwen uitvalt: valt er op basis van deze kleine steekproef iets te zeggen over de verhoudingen in de vaderlandse popmuziek?

(meer…)

Ik ben hier HEEL onzeker over – Help!

artikel Volkskrant 18 dec 2018 kwetsbare vloggers

In de Volkskrant van een tijdje geleden stond een interessant artikel van journalist Haro Kraak over een recent fenomeen onder populaire vloggers of influencers: ze laten op YouTube en andere sociale media hun kwetsbare kant zien. Onzekerheid, worstelingen en depressies komen in de plaats van het perfecte plaatje van een succesvol bestaan dat tot dusver de norm was. ‘De toverwoorden van deze trend zijn kwetsbaarheid, eerlijkheid en openhartigheid,’ schrijft Kraak. ‘Die echtheid is wat de – veelal jonge – volgers het liefst willen zien.’

omslag We zijn nog nooit zo romantisch geweest

Onlangs las ik het inzichtgevende boek We zijn nog nooit zo romantisch geweest (Lemniscaat, 2016) van filosoof en journalist Hans Kennepohl. Daarin gaat het ook over authenticiteit. De auteur laat zien hoe achttiende-eeuwse schrijvers als Rousseau en Goethe de ideeën van de Romantiek in het publieke debat brachten. De kern van die nieuwe ideeën: de mens is van nature goed, elk mens is uniek, emotie staat boven ratio, avontuurlijkheid boven het accepteren van de status quo. Authenticiteit (trouw zijn aan jezelf) geldt als de allerhoogste waarde.

hippiebus

Die romantische opvattingen, betoogt Kennepohl, zijn in de loop van de eeuwen steeds dominanter geworden. Vooral vanaf de sixties, als gevolg van de welvaartsgroei en de ontkerkelijking.

Door dit boek kreeg ik een heel nieuw beeld van mezelf. Ik bleek veel romantischer te zijn dan ik had gedacht. Oei. Dat maakte me in eerste instantie HEEL onzeker – maar ik zag meteen ook verbanden die me eerder ontgingen, in tv-reclames en maatschappelijke discussies – en ook in de popmuziek. Daar greep ik me dankbaar aan vast.

Beatles

The Beatles waren dé trendsetters van de sixties en maakten zelf ondertussen ook een stormachtige ontwikkeling door. Vertegenwoordigden de Fab Four misschien de groeiende invloed van de romantiek in de westerse samenleving? En werden ze tijdens hun bijna tienjarige bestaan ook steeds romantischer? Help – dit zijn grote vragen waarop ik helemaal geen antwoord heb. Toch maak ik hier graag een beginnetje.

hoes Help!

Vanaf 1962 veroverden The Beatles de wereld met hun inventieve en opgewekte liedjes. Een paar jaar later begonnen ze nadrukkelijk met hun muziekstijl te experimenteren. En met hun teksten. Nummer 1-hit Help! uit 1965 is daarvan het meest sprekende voorbeeld.

Waar liedjes als From Me to You en I Want to Hold Your Hand nog de gangbare cliché’s van de liefde opvoeren, kent Help! een radicaal andere toon:

‘When I was younger so much younger than today / I never needed anybody’s help in any way / But now these days are gone, I’m not so self assured / Now I find I’ve changed my mind and opened up the doors’

kurt cobain

Hier is iemand aan het woord die geen moeite doet om de schone schijn op te houden. Het door John Lennon geschreven en gezongen nummer toont existentiële angsten en doet dat onverbloemd. Zwakte wordt omgezet in sterkte. Lennons tenor is zowel krachtig als gekweld, een onweerstaanbare combinatie die later zou terugkomen bij verder zo uiteenlopende zangers als Kurt Cobain, Ray Lamontagne en Amy Winehouse.

logo Rolling Stone

In een interview met popmagazine Rolling Stone noemde Lennon in 1970 Help! een van zijn meest ‘echte’, niet ‘op bestelling’ geschreven Beatles-liedjes, en vanwege het eerlijke karakter ook een van zijn favoriete. Help! is authenticiteit in optima forma. De recente trend van openhartige kwetsbaarheid bij vloggers begon ruim een halve eeuw geleden bij de vier jongemannen uit Liverpool. En hoe origineel die ook waren – ze hadden het weer van Goethe en Rousseau.

Zo, dat lucht op, ik heb alles weer op een rijtje. Ik kan er weer tegenaan!

3 x toptraditie van eigen bodem

Als er op Goeie Nummers aandacht is voor muziek van landgenoten gaat het meestal om artiesten die in het Nederlands zingen, zoals Spinvis, Daniël Lohues of Eefje de Visser. Misschien is dat logisch omdat de in het Engels zingende landgenoten in mijn hoofd moeten concurreren met zowat de hele popwereld, maar toch zou het zonde zijn om deze artiesten over het hoofd te zien.

Zeker als we kijken naar de sterke soloalbums die Douwe Bob, Bertolf en Anne Soldaat de afgelopen maanden uitbrachten. Drie gevestigde namen, van drie verschillende generaties, die bijna gebroederlijk alle drie komen met nieuwe muziek die zoveel traditie ademt dat je het misschien wel als retro kunt betitelen.

(meer…)

Popartiest of filosoof?

Hier op Goeie Nummers verbind ik de popmuziek graag af en toe met andere domeinen van het leven. Bijvoorbeeld door te doen alsof popmuziek een sportwedstrijd is, een medicijn, een wetenschapsdiscipline of zelfs een vorm van psychotherapie (en ik hou me aanbevolen voor tips op dit gebied).

Daarom was ik verrast toen ik gisteren in mijn mailbox een bericht aantrof met de kop ‘this is why philosophy should be more like popmusic’. Hier was iemand aan het woord met dezelfde voorliefde als ik, maar dan omgekeerd: zijn/haar eigen ‘vakgebied’, in dit geval de filosofie, vergelijken met de popmuziek.

(meer…)

Over songwriters en spindoctors

Rinus MichelsMetaforen zijn geinige dingen. Door twee verschillende begrippen aan elkaar gelijk te stellen ken je aan het eerste begrip de eigenschappen van het tweede toe. Als je bijvoorbeeld net als Rinus Michels zegt dat voetbal oorlog is, ken je het populaire balspel automatisch eigenschappen toe als gewelddadig, doelgericht en meedogenloos – en worden andere eigenschappen van de sport, zoals schoonheid, plezier en sportiviteit, buiten beeld geplaatst. Een metafoor is een toverstokje.

Metaphors We Live ByVorige week linkte Goeie Nummers naar een mooi artikel van de Nijmeegse onderzoeker Lucas Seuren over het inventieve spel met metaforen in Bette Midlers klassieker ‘The Rose’ uit 1979. Seuren beschouwt het lied als een fraaie illustratie van de theorie van de Amerikaanse wetenschappers George Lakoff en Mark Johnson. Die lieten in hun boek Metaphors We Live By (1980) zien hoezeer onze dagelijkse taal, meestal zonder dat we het beseffen, voor een groot deel uit metaforen bestaat. En ook hoezeer we veel belangrijke abstracte zaken – zoals een gesprek, een carrière, maar ook de liefde – op een bepaalde manier begrijpen door de (onbewust) gekozen metaforen.

Framing Hans de BruijnMaar met dat linkje van vorige week was ik nog niet van het onderwerp af. Het bleef me achtervolgen, en ik werd getroffen door een opvallende parallel met mijn dagelijks werk in copywriting en communicatie. Want volgens veel communicatie- en retorica-deskundigen worden maatschappelijke discussies tegenwoordig in grote mate gekenmerkt door ‘framing’, in feite niets meer of minder dan een vorm van handig metaforen-gebruik.

parodieposter VVDPolitici en andere opiniemakers laten je door een slim gekozen kader (frame) naar een bepaald onderwerp kijken, met als uiteindelijk doel om hun eigen oplossing geaccepteerd te krijgen. Ze presenteren bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek als ‘lastenverlichting’, die de burger helpt ontsnappen aan staatsdwang (rechts) – of juist als ‘villasubsidie’, die de rijken ten onrechte bevoordeelt (links). De onderliggende – niet uitgesproken – metafoor in het eerste frame is: de staat is een machtshongerige machine, in het tweede is de staat een rechtvaardige ouder.

Amanda McBroomAls je gewapend met deze kennis nog eens naar The Rose luistert, ontwaar je een framing war in optima forma. Niet over de hypotheekrenteaftrek, maar over de liefde. Songwriter Amanda McBroom breekt een lans voor haar eigen frame ten koste van andere frames. Ze zegt: sommige mensen stellen liefde voor als een rivier, anderen als een scheermes of als een honger – maar mijn frame, de roos, is het beste: liefde moet je voorstellen als natuurlijk, groeiend, heerlijk geurend, in staat om de winter onder de grond te overleven en in de lente te ontkiemen.

399px-Jack_de_Vries_2009_(1)Volgens de beste redenaarswetten maakt McBroom gebruik van de ‘drieslag’ van foute oplossingen om met de vierde haar gelijk te halen (wie deze week filmfragmenten met Martin Luther King zag, zal de vorm herkennen). En dat haar eigen oplossing klinkt precies op het moment dat de melodie weer thuiskomt in het beginakkoord, zal ook geen toeval zijn. Dit is geen dichtkunst meer, dit is je reinste retorica. En knap overtuigend. Een goede dichter is een beetje een spindoctor. Of moet elke goede spindoctor een beetje een dichter zijn?

Ken jij andere nummers met een fraaie liefdesmetafoor? Deel ze hier op Goeie Nummers!