Déjà Vu

Albumverjaardag – Déjà Vu van CSN&Y

Goeie Nummers heeft de pretentie voorbij te gaan aan de waan van de dag. Daarom vandaag niets over virussen, epidemieën of vreemdelingenangst. Wel iets over de waan van de dag van toen. Afgelopen woensdag precies 50 jaar geleden kwam Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young uit. Een album dat, om in moderne termen te blijven, flink gehypet werd. Of was de euforie over Déjà Vu achteraf niet meer dan terecht?

Het enthousiasme rond CSN&Y had in elk geval een basis in de realiteit. De vier twintigers hadden in 1969 al een behoorlijke staat van dienst toen ze bij elkaar kwamen: David Crosby bij The Byrds, Graham Nash bij The Hollies, Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield. En op de beste momenten vulden hun talenten en temperamenten elkaar ook fantastisch aan: de vier stemmen die wonderschoon samenvloeiden; het Britse popgevoel van Nash dat iets extra’s aan de Amerikaanse folk en rock gaf; de rauwe emotionaliteit van Canadees Young die net de nodige bite toevoegde.

Maar die diversiteit was ook de zwakte van CSN&Y. De ego’s waren zeker zo groot als de talenten. De verhalen over de onderlinge botsingen, aangewakkerd door chronisch cocaïnegebruik, zijn legendarisch. De boel klapte al snel. Er volgden nog wel hele en halve reünies, maar nooit haalde het viertal het oude niveau. Zo werd de band door de jaren heen steeds meer een mythe. Een mythe die je kunt samenvatten met de letters SRW: Supergroep, Rocksterren en Woodstock. Allemaal fenomenen die meer tijdgebonden bleken dan destijds werd gedacht.

Het begrip Supergroep kwam eind jaren 60 in zwang als aanduiding voor een band met artiesten die elders al naam hadden gemaakt, zoals Cream en Blind Faith. Het idee was dat zoveel opgestapeld poptalent een band moest opleveren die alle andere zou overtreffen. De term zou in de popjournalistiek nog lang worden gebruikt, maar steeds vaker tussen aanhalingstekens.

Het begrip Rockster werd in CSN&Y het best belichaamd door David Crosby, wiens levensstijl werd gekenmerkt door de aloude combinatie seks, drugs en rock-‘n-roll – op zijn 33e moest hij vanwege een geperforeerd neustussenschot al overstappen op het freebasen van coke. En de Woodstock-idealen van liefde en engagement? Ook die bleken niet bestand tegen de realiteit van mens en maatschappij. De vraag rijst: zijn Déjà Vu en CSN&Y niets meer een schim, is er niets van de magie overgebleven?

Allesbehalve. In de eerste plaats voor mijzelf. In 1976 – CSN&Y was inmiddels al uiteengevallen in solo- en duocarrières – zat ik in de eerste klas van de middelbare school. Niet de makkelijkste levensfase. Zoals veel pubers worstelde ik met mijn plek in de klas en in het grote geheel der dingen. Op dat moment verschenen Crosby, Stills, Nash & Young als reddende engelen, die mij onherroepelijk de fascinerende draaikolk van de popmuziek in trokken. Ik ben ze er nog steeds dankbaar voor.

Maar hun invloed gaat natuurlijk veel verder. CSN&Y hebben de meerstemmigheid, voorheen vooral iets voor ‘oubollige’ genres als barbershop en serieuze meezingkoren, de rock-‘n-roll in gebracht. Groepen als Eagles, Venice en Fleet Foxes doen er nog steeds hun voordeel mee. Ook hun eclectisch omgang met diverse Amerikaanse muziektradities en de combinatie van akoestische en elektrische nummers heeft navolging gekregen in acts als Wilco en Ryan Adams.

Maar het belangrijkste ervaar je als je Déjà Vu gewoon weer eens opzet. Spannende, rijke muziek, dat is het. Nog steeds. Tijdloos. Mijn persoonlijke smaak bleek in de afgelopen 45 jaar een beetje veranderd. Mijn favorieten nu zijn nummers die ik destijds te gekunsteld vond: Country Girl en de jazzy titeltrack. Maar mijn topnummer is in al zijn eenvoud gewoon het topnummer gebleven dat het altijd al was: 4 + 20.