Wie wint: cover of origineel?

Twee weken geleden schreef ik over een fraaie uitvoering van A Woman’s Work van Kate Bush (door soulzanger Maxwell). Op sociale media merkte iemand toen op dat ‘het origineel uiteraard toch het mooist was’. Die reactie maakte me bewust van iets cruciaals dat ik de afgelopen weken in mijn zoektocht naar de aantrekkingskracht van covers over het hoofd had gezien: rivaliteit.

In de nieuwsmedia is het al eeuwenlang een gouden wet: niets trekt zoveel aandacht als rivalen die strijden om de prooi, de overwinning, de prijs, de eer. Denk aan Art en Keessie, Beatles & Stones, Trump en Biden. Rivalry sells. Zo gaat het ook bij covers. Mensen willen weten: welke van de twee is de beste? Wie gaat er met de grootste eer strijken, ‘van wie’ zal het nummer uiteindelijk blijken te zijn?

De coverende popartiesten spelen hierbij zelf een dubbel spel. Hun keuze voor een bepaald liedje is aan de ene kant een eerbetoon aan de oorspronkelijke maker, maar impliciet zeggen ze ook: dat kan ik beter. De kampioen wordt uitgedaagd door de nieuweling. Deze artiesten zijn, hoe beschaafd het er ook aan toe lijkt te gaan, in feite gladiatoren in de arena die strijden om de gunst van de toeschouwer.

En wij als popliefhebbers doen graag aan dit spel mee. Sterker nog, we kunnen haast niet anders. Waar we een gewoon nieuw liedje misschien vergelijken met eerder werk van dezelfde artiest, roept een cover automatisch een vergelijking op – en een beoordeling. En daarbij kunnen we ons even fanatiek en bezitterig gedragen als voetbalfans. Sommige liedjes koesteren we alsof ze van onszelf zijn, niemand mag eraan komen, en andere artiesten dus ook niet.

Zo herinner ik me dat ik behoorlijk ontstemd was toen ik voor het eerst Ike & Tina Turner hoorde met hun versie van Proud Mary. Ik kende het origineel van Creedence Clearwater Revival en was gehecht aan deze verhalende midtempo song die geen country, blues of rock was, maar al die dingen tegelijk. Wat bezielde de heer en mevrouw Turner om deze perfecte versie op te delen in een veel te langzaam en een veel te snel stuk?

Deze ervaring is vast voor veel mensen herkenbaar: de rivaliteit tussen de artiesten slaat over op het publiek. Over de CCR-original en die versie van de Turnertjes heb ik destijds wel een paar pittige discussietjes met andersgelovigen gevoerd. Kun je je zoiets voorstellen bij een nieuw liedje dat net is uitgekomen? Nee, daarbij ben je toch minder betrokken. Kennelijk valt over smaak niet te twisten, maar over nut, noodzaak en rechtmatigheid van een cover des te meer.

Bij liedjes die heel vaak worden gecoverd, krijgt de tweestrijd zelfs het karakter van een kampioenschap. Een beetje vergelijkbaar met een turnwedstrijd waarbij een stoet deelnemers voor het strenge oog van de jury min of meer dezelfde oefening op het allerhoogste niveau proberen uit te voeren. De popmuziek kent geen officiële jury, maar mogen publiek, dj’s en popjournalisten uitmaken welke artiesten die de ultieme versie van een klassieker te hebben gemaakt.

Een van zulke klassiekers is I’ll Take Care of You, in 1959 de Amerikaanse hitlijsten ingezongen door Bobby “Blue” Bland (36 versies, zie www.secondhandsongs.com). Het is zo’n nummer dat aanvankelijk geen grote hit was maar door de jaren heen steeds ‘groter’ werd door de verschillende coverversies van grote artiesten. I’ll Take Care of You is met andere woorden een buitengewoon sterk bezet toernooi.

Voor mij vormde de versie van Irma Thomas uit 1988 de kennismaking, pas later hoorde ik het indrukwekkende origineel van Bland zelf. Ook onder meer Van Morrison, Gill Scott-Heron, Beth Hart & Joe Bonamassa, Mark Lanegan, Drake & Rihanna en Jools Holland & Marc Almond wilden laten horen wat zij met dit erfgoed konden. Op de Spotify-playlist van Goeie Nummers zijn deze versies handzaam voor je op een rij gezet. Ik ben benieuwd: wie gaat er wat jou betreft met de hoogste eer strijken?

3 comments

  1. Is het niet vaak zo dat je het meest houdt van de versie die je het eerst hoort? In dit geval voor mij Van. En bij One was dat Johnny Cash, vind ik vele malen beter dan die van U2…

    1. Ik heb ook het idee dat de eerste versie die je hoort vaak je favoriet blijft. Ik had dat bijvoorbeeld met de live-versie van Roxy Music op Viva!, terwijl andere mensen de oudere studioversie prefereerden. Maar een wetenschappelijke onderbouwing voor dit belangwekkende inzicht heb ik nog nooit kunnen vinden… Het gaat trouwens niet altijd op: ik hoorde eerst The Talking Heads’ versie van Take Me To The River, maar het origineel van Al Green staat nu bij mij toch bovenaan!

Geef een reactie