New York

Albumverjaardag ◉ Fun Lovin’ Criminals – Come Find Yourself

De jaren 90 vormden interessante periode in de popmuziek. In elk geval ervoer ik destijds weer een welkom golfje van opwinding, na de duistere jaren 80 – ik schreef daar al eerder over, en later nog eens om dat weer te nuanceren. Maar in de jaren 90 kwam een hele reeks nieuwe artiesten op die oudere stijlen in de reageerbuis gooiden om er buitengewoon vernieuwende muziek van te maken: grunge, funkrock, rootsrock, souljazz en alternatieve country. Denk aan The Black Crowes, Nirvana, Living Color, Lenny Kravitz, G. Love & Special Sauce, plus americana-artiesten als Buddy Miller, Wilco, Steve Earle en nog veel meer.

Niet dat al het werk van deze acts me even sterk aansprak, maar ik voelde een echo van mijn tienerjaren, de periode die zoals bekend een onuitwisbaar stempel op onze muziekziel drukt. Een van de nineties-platen die veel indruk op me maakte, was Come Find Yourself, het debuutalbum van de Fun Lovin’ Criminals uit 1996. Morgen wordt-ie 25 jaar – alle reden dus voor een feestje en wat aandacht.

Fun Lovin’ Criminals heeft een aparte plek in de popmuziek, een soort cultstatus. Het Newyorkse trio bracht tot dusver slechts zes studioalbums uit, de laatste in 2010, maar in totaal wel zeven (7!) compilatiealbums. Wie doet ze dat na. Ook live kunnen ze nog steeds rekenen op een vaste schare fans. Come Find Yourself is van die platen nog steeds de sterkste.

Ik werd meteen gegrepen door de openingstrack: The Fun Lovin’ Criminal. Het begint met een eenzame blueslick, op een akoestische gitaar nog wel, tegen het valse aan. Dan een indianenkreet die de opmaat vormt voor een vette groove, waarbij zich brutaal een repeterende slidegitaar voegt. Kan het lekkerder? De rap die volgt is een soort pitch tijdens een netwerkmeeting, maar anders. En dat alles in welgeteld één akkoord. Een fijne binnenkomer, kun je wel zeggen.

Zeg je Fun Lovin’ Criminals, dan zeg je New York. Net als bij Lou Reed, Garland Jeffreys en Suzanne Vega. The Big Apple is tenslotte groot genoeg voor een heel rijtje stadsdichters. En net als bij  Jeffreys is de muziek op Come Find Yourself ook een mix van zo’n beetje alles van wat je in zo’n stad kunt tegenkomen: soul, funk, jazz, rock, blues, punk en hiphop, en dat alles soepel door elkaar gehusseld.

Ook de teksten ademen de metropool: ze handelen vooral over misdaad en geweld, zitten vol namedropping en slang. en zijn ook vaak satirisch en humoristisch. Ik denk dat een van de bekoringen is van dit album: alles ademt de nonchalance van mannen van de wereld die zichzelf tegelijkertijd op de hak nemen. Dat maakt de mannen van de wereld nog weer ietsje cooler. Ik bedenk opeens hoe ze me doen denken aan De Jeugd van Tegenwoordig.

De mannen van De Jeugd zou je de Hollandse neefjes van de Fun Lovin’ Criminals kunnen noemen. Een jongere Randstadse tegenhanger van de Newyorkers. De overeenkomsten springen in elk geval het oog: een zing-rappend trio, beats en samples uit alle muzikale uithoeken en die gespeelde houding van zichzelf niet serieus nemen. Het zou me niets verbazen als De Jeugd in hun jeugd – in 1996 waren het jonge tieners – deze plaat intensief beluisterd hebben.

Vermoedelijk was het ook die übercoole houding die mij destijds zo aansprak. Een forenzende kantoorklerk, onder in de dertig, vast in de tunnel en tredmolen van het bedrijfsleven. Wat vormde beter escapisme dan de pretlievende criminele muziek van coole mannen die niets anders dan vrijheid en avontuur uitstraalden? Escapisme dat, zo merk ik, ook vijfentwintig jaar later nog verrassend goed werkt. Probeer het ook eens, vandaag of anders morgen op de verjaardag zelf. Bijvoorbeeld met Smoke ‘Em. Of The Grave and The Constant. Goed weekend!