Albumverjaardag

Albumverjaardag – ‘What’s Going On’ van Marvin Gaye

hoes What's Going On van Marvin GayeWat is er nog niet gezegd of geschreven over What’s Going On van Marvin Gaye? Het album is  gekarakteriseerd als een politiek statement voor een hele generatie Afro-Amerikanen. Als een artistieke bevrijding voor popartiesten. Als een zwarte versie van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Dat allemaal en nog veel meer. En vandaag wordt de soulklassieker 44 – even oud als zijn schepper uiteindelijk zou worden.

Al voor verschijning wekte What’s Going On sterke Marving Gaye 1reacties op. Allereerst bij Motown-baas Berry Gordy, die weigerde de gelijknamige single uit te brengen. Hij zou hebben gezegd dat het het slechtste nummer was dat hij ooit gehoord had. Marvin zette echter door. Hij was klaar met de vrolijke liefdesliedjes. Hij wilde een muzikaal antwoord formuleren op de toestand waarin Amerika verkeerde. Uiteindelijk gaf Gordy zich gewonnen. En toen de plaat uitkwam, gold dat evenzeer voor recensenten, publiek en collega-muzikanten.

heelal 1De 44e verjaardag is een ideale aanleiding om het album weer eens uit de kast te pakken. En als je dat doet, zijn de reacties van de eerste luisteraars goed te begrijpen. De muzikale rijkdom is ongekend: jazz, klassiek, zelfs opera voegen zich naadloos in blues, gospel, latin. Naast de gebruikelijke bas, drums, piano en gitaren hoor je fluit, xylofoon, percussie, strijkers, blazers, brede meerstemmige zanglijnen. Lang aangehouden akkoorden die vanaf het beginpunt opstijgen en uitwaaieren om ergens achter in het heelal te verdwijnen. En dat alles bijeengehouden door subtiele grooves en Marvins soepele tenor.

vader Marvin GayePièce de résistance is natuurlijk de titeltrack. In de laatste editie van De Zwarte Lijst, de Top 2000 van Radio 6,  staat ‘What’s Going On’ niet voor niets fier bovenaan. De boodschap van het lied is later, na Marvins gewelddadige dood, in verband gebracht met de getroubleerde verhouding tussen de zanger en zijn vader (‘Father, father, we don’t need to escalate’), maar ook zonder die kennis treft dit universele pleidooi voor naastenliefde je recht in het hart.

QuestloveHet nummer onttrekt zich eigenlijk aan elke analyse. Toen Questlove, drummer en bandleider van The Roots, onlangs de oorspronkelijke opnames in de studio spoor voor spoor te horen kreeg, bleek de ritme-track heel anders opgebouwd dan hij altijd had gedacht. Hij kon het haast niet bevatten. Het had in zijn oren al die tijd heel anders geklonken dan het op de studiotape stond, veel ruimtelijker en dieper. Het kenmerk van echt grootse muziek, denk ik: je hoort niet wat je hoort – de klanken en de woorden betoveren je, zodat je het in je hoofd nog mooier maakt dan het al is.

Albumverjaardag – ‘Goodbye Jumbo’ van World Party

cd hoes Goodbye Jumbo van World PartyToeval of niet, Goodbye Jumbo, met zijn alarmerende titel, verscheen 25 jaar geleden op World Earth Day. De Britse singer-songwriter Karl Wallinger (Prestatyn, 1957), voormalig lid van The Waterboys, debuteerde met zijn World Party vier jaar eerder al met Private Revolution, met de tijdloze hit Ship of Fools. Maar in 1990 kwam alles bij elkaar op Goodbye Jumbo.

Karl Wallinger jongOndanks Wallingers serieuze boodschap klinkt Goodbye Jumbo vooral als zijn hobby. In de onweerstaanbare melodieën is de ‘lust for pop’ – vooral die van de jaren ’60 – het belangrijkste ingrediënt. De verwijzingen naar zijn voorbeelden zijn even talloos als speels. Neem het ‘ooh ooh’-koortje uit ‘Sympathy For The Devil’ (Stones) in Way Down Now of het Al Kooper-orgel van Blonde on Blonde (Dylan) in Take It Up. De Beatle-citaten uit ‘Mr. Postman’ in When The Rainbow Comes of de broeierige Sly Stone-funk in Ain’t Gonna Come Till I’m Ready. Je zou zo een popquiz van alle muzikale citaten kunnen maken.

Karl Wallinger middelMaar Goodbye Jumbo is gek genoeg niet retro. Wallinger smeedt het gevarieerde album vakkundig tot een eenheid, en de muziek is van begin tot eind doortrokken van zijn persoonlijke bezieling. Van zijn zin voor muziek, voor spiritualiteit, voor zijn medemensen, voor de wereld. Zelden kreeg ecologisch bewustzijn zoveel soul mee.

Karl Wallinger met gitaarNa Goodbye Jumbo werd World Party een gouden toekomst voorspeld. Het liep iets anders. Opvolgers Bang! (1993) en Dumbing Up (2000), losten de verwachtingen niet helemaal in, al bevatte Egyptology (1997) wel het prachtige ‘She’s the One’, waarmee Robbie Williams een nummer 1-hit had. Ernstiger was dat Wallinger in 2001 werd getroffen door een cerebraal aneurysma waarvan hij vijf jaar lang moest revalideren.

arkeologyIn 2012 verscheen Arkeology, een 5-cd-box met nummers die de cd net niet haalden, live-opnames, B-kantjes, demo’s en ‘doodles’. Ik moet dat album nog uitchecken, voorlopig blijf ik nog even stilstaan bij de meesterlijke afscheidsgroet aan onze planeetgenoot de olifant. Je kunt hier met me mee meedoen op Spotify.

Albumverjaardag – ‘Live at Massey Hall’ van Neil Young

Neil Young 3Als iemand de soundtrack van mijn tienerjaren bepaalde, was het wel Neil Young. Zoals wel meer pubers was ik tamelijk ontvankelijk voor gevoelens van eenzaamheid en neerslachtigheid – én voor manieren om daaraan te ontkomen. De Canadese singer-songwriter bood mij zo’n ontsnappingsroute. Met zijn hoge, klaaglijke stem drukte hij op de een of andere manier precies uit wat ik voelde. En gedeelde smart is tenslotte halve smart.

Neil Young hoes Live at Massey HallOp 19 januari 1971, vandaag op de kop af 44 jaar geleden, gaf Neil Young (1945) een soloconcert voor een enthousiast publiek in zijn geboortestad Toronto. Zijn toenmalige manager David Briggs vond de opnames zo goed dat hij voorstelde ze meteen als live-plaat uit te brengen. Maar de eigenzinnige Young concentreerde zich liever op zijn nieuwe studio-album Harvest. Het zou tot 2007 duren voordat Live at Massey Hall eindelijk officieel uitkwam.

Neil Young - hoes After the GoldrushIn 1971 heeft Young, op zijn 26e, al heel wat op zijn naam staan als hij begint aan een solotournee door Noord-Amerika: Buffalo Springfield, Crosby, Stills, Nash & Young en drie goed onthaalde soloalbums (zijn titelloze debuutalbum, Everybody Knows This Is Nowhere en After the Goldrush). Maar waar zijn studioalbums uit die tijd vaak uitgebreide arrangementen hebben, is Young op Live in Massey Hall volledig op zichzelf aangewezen: een zanger alleen, zichzelf begeleidend op akoestische gitaar of piano. Unplugged uit de tijd dat die term nog niet bestond.

Neil Young 2En Young is in de concertzaal in Toronto geweldig in vorm. Tussen de nummers door vertelt hij anekdotes, stemt z’n gitaar bij, maakt grapjes die bij het thuispubliek in goede aarde vallen. Zijn zang is krachtig en vast, z’n gitaarspel trefzeker. En dan die liedjes. In deze pure vorm valt eens te meer op hoe goed ze zijn. Er zitten nummers tussen die op dat moment voor Youngs publiek gloednieuw zijn, maar die zouden uitgroeien tot klassiekers in zijn oeuvre, zoals ‘Heart of Gold’ en ‘Old Man’.

Neil Young 4Young doet in Massey Hall waarin hij een meester is: spelen op de emotie, in de beste betekenis van de uitdrukking. Elke stembuiging, elk woord komt aan. Al luisterend kom je steeds een stapje dichter bij het verdriet – en bij de troost. Langzaam laat je je zakken in dat weldadige bad vol melancholie. Alles spoelt van je af.

Het is prachtig dat Live at Massey Hall uiteindelijk toch uit Youngs archieven is gehaald om de wereld ervan te laten genieten. Voor mij had dat wel een paar decennia eerder mogen gebeuren.

Albumverjaardag – The Nightfly van Donald Fagen

Donald Fagen hoes The NightflyVandaag is het precies 32 jaar geleden dat Donald Fagens The Nightfly verscheen. Destijds, in 1982, waren de meningen over het eerste soloalbum van de zanger-toetsenist van Steely Dan nogal verdeeld. Die van mijzelf trouwens ook, herinner ik me: ‘mooi, maar veel te glad’ – in dat soort categorieën dacht ik als 19-jarige. Het album bleef in de schaduw hangen van erkende Steely Dan-klassiekers als Aja (1977) en Gaucho (1980). Ten onrechte. Want The Nightfly is zo’n plaat die elk jaar mooier wordt.

The Nightfly is een conceptalbum in de beste betekenis van dat beladen woord: een verzameling liedjes die één thema speels en van verschillende kanten benadert. In een krappe 39 minuten brengt Donald Fagen (Passaic, New Jersey, 1948) een hele verdwenen wereld tot leven: die van een Amerikaanse tiener die eind jaren ’50 gegrepen wordt door de (jazz)muziek, de beat-poets en het verlangen naar het spannende leven dat hem over een paar jaar te wachten staat. Ook de muziek op het album ademt helemaal de sfeer van die tijd, bijvoorbeeld het swingende Ruby Baby (een cover van Leiber en Stoller), het jazzy ‘Walk Between the Raindrops’ en ‘Maxine’, met zijn vijfstemmige zangpartijen. Ondertussen is de digitale productie van begin jaren ’80 strak en modern – anno 2014 klinkt de plaat nog steeds fris en lekker.

IgylogoI.G.Y. is het bekendste nummer. Dit International Geophysical Year is niet verzonnen; dit was een internationaal wetenschappelijk project uit 1957-1958 dat beoogde de wereld te verbeteren door middel van de techniek. Met de ontnuchterende kennis van de voorafgaande 25 jaar kijkt de zanger in dit nummer terug op dat naïeve optimisme. Maar niet cynisch. De volwassen Fagen veroordeelt zijn jeugdige alter ego niet. Dat het mooie van The Nightfly: nostalgie en ironie houden elkaar perfect in evenwicht.

Donald Fagen als jonge jongenHet is waarschijnlijk ook Donald Fagens meest persoonlijke album. Bij Steely Dan verschansten hij en zijn muzikale partner Walter Becker zich achter een façade van cryptische songteksten en schimmige antwoorden in interviews. In de liner notes van The Nightfly schrijft Fagen echter dat de liedjes een weergave zijn van ‘certain fantasies that might have been entertained by a young man growing up in the remote suburbs of a northeastern city during the late fifties and early sixties, i.e., one of my general height, weight and build’. Voor Fagens doen ongehoord expliciet.

Donald Fagen nuNa The Nightfly maakte Fagen nog drie soloalbums: Kamakiriad (1993), Morph the Cat (2006) en Sunken Condo’s (2012). Stuk voor stuk geweldige platen, luister/kijk maar eens naar Wheather in My Head. Maar toch, geen daarvan haalt het voor mij bij zijn eersteling. Soms lijkt het of de zanger zich na The Nightfly liever weer terugtrok in zijn comfort zone. Jammer, maar bij nader inzien volkomen logisch. Zo’n album maak je maar eens in je leven.

Meer weten? Lees dit boeiende Engelstalige artikel uit 2007 naar aanleiding van de jubileumeditie van The Nightfly.

Albumverjaardag – Fulfillingness’ First Finale van Stevie Wonder

hoes Fulfillingness' First FinaleVandaag, 22 juli 2014, wordt Stevie Wonders Fulfillingness’ First Finale 40 jaar. Een mooie leeftijd. Kunnen we F3, zoals we het album tegenwoordig wel mogen afkorten, inmiddels op waarde schatten?

Op zijn dertiende is Little Stevie Wonder (1950) al een van de sterren uit de stal van Motown, de zwarte hitfabriek in Detroit van de roemruchte Berry Gordy. Maar geleidelijk weet hij zich aan het regime van Motown te ontworstelen. De multi-instrumentalist wil geen verzameling hitsingles meer opnemen, maar echte (concept-)albums maken. Hij laat zich beinvloeden door klassieke muziek, jazz, reggae, latin. Midden jaren zeventig maakt hij de platen die tot zijn hoogtepunten gerekend worden: Talking Book (1972),  Innervisions (1973), Fulfillingness’ First Finale (1974) en Songs In The Key of Life (1976).

Stevie Wonder middenF3 lijkt qua aandacht altijd een beetje gesandwiched tussen Innervisions en SITKOL. Misschien speelde de moeilijk uitspreekbare titel de recensenten parten. Maar F3 bevat tien fantastische nummers, zonder een enkele zwakkere broeder ertussen. De sound is warm en ruimtelijk. De gospelachtige koortjes en het toetsenwerk zijn fabelachtig. En geen enkel nummer duurt te lang – en dat kun je van SITKOL toch echt niet zeggen.

Luister maar. Smile Please: fijne opener, met zijn lichte latin-touch. ‘Too Shy To Say’: kwetsbaar en openhartig. ‘Boogie On Reggae Woman’ met zijn lekkere mix van boogie, reggae en funk. De invoelbare liefdestwijfel van Creepin’, met die waanzinnige mondharmonicasolo. Het felle ‘You Haven’t Done Nothing’, over politici die hun verkiezingsbeloften vergeten zodra ze op het pluche zitten.

En natuurlijk met They Won’t Go When I Go, dat Wonder schreef samen met tekstdichter Yvonne Wright. Misschien wel de mooiste ballad die hij ooit op de plaat zette – en dat zegt wel iets.

Hoor je het verstilde piano-intro al? Het doet denken aan Chopin of Beethoven, het heeft iets van een dodenmars. Niet gemakkelijk om naar te luisteren. Het lied beneemt letterlijk de adem: met zijn sombere tekst, gedragen akkoorden en die verschillende melodielijnen van zang, piano en toetsinstrumenten.

Het tussenstuk voert je even weg, naar een gospel- en bluesachtige climax: ‘There ain’t no room for the hopeless sinner / Who will take more than he will give’. Dan weer terug naar die langzame droevige mars. ‘When I go / Where I’ll go / No one can keep me / From my destiny.’

Stevie Wonder nuDit lied overschrijdt alle grenzen van een standaard popnummer. Dit gaat over rechtvaardigheid, het Laatste Oordeel. Veelzeggend: Stevie Wonder speelde het nummer ook bij de herdenkingsplechtigheid voor Michael Jackson in 2009. Maar na zoveel zwaarmoedigheid wil Wonder F3 afsluiten met twee opwekkende latin-achtige nummers: ‘Bird of Beauty’ en ‘Please Don’t Go’. Weer met die prachtige koortjes.

Waar staat Fulfillingness’ First Finale nu, 40 jaar na verschijning? Wat mij betreft trots als het onmisbare derde steunpunt in de driehoek met Innervisions en SITKOL. En samen vormen die drie platen misschien wel het bovenste deel van de pop-piramide van de jaren zeventig. Overdreven? Ik denk het niet. Want welke andere artiest maakte ooit in een paar jaar tijd drie van zulke topplaten op rij?

 

Albumverjaardag – Bad Love (1999) van Randy Newman

Vandaag, 1 juni 2014, wordt Bad Love 220px-Bad_love15 jaar. Kort na verschijnen luisterde ik vaak op mijn walkman naar dit album van Randy Newman, in de trein op weg naar kantoor. Maar ja, samen met de cassettebandjes verdween Bad Love geleidelijk naar de achtergrond. Totdat collega en muziekliefhebber Bob Hartog, tevens leadzanger van LaagLicht, me er een paar jaar geleden gelukkig aan herinnerde.

Randy Newman (Los Angeles, 1943) trad in de jaren ’70 toe tot de eregalerij der singer-songwriters met prachtplaten als 12 Songs, Sail Away en Good Old Boys. Daarna werkte hij vooral achter te schermen als componist van filmmuziek. Met Bad Love keerde de Amerikaanse zanger-pianist in 1999 terug in de schijnwerpers. Scherper dan ooit. Niets en niemand ontziend. Ook zichzelf niet.

In de pijnlijk-hilarische rocker I’m Dead (But I Don’t Know It) gaat het bijvoorbeeld over ouder wordende rocksterren: ‘Everything I write sounds the same / Each record that I’m making / Is like a record that I’ve made /  Just not as good’. Gek genoeg klinkt zelfspot bij Newman nooit koket. Ik vermoed dat hij in z’n hart vreest dat het pop-cliché van de artiest-op-z’n-retour daadwerkelijk voor hemzelf opgaat.

In de aangrijpende ballade I Miss You bedankt Newman in zijn ex-vrouw, vele jaren na hun scheiding, voor de goede tijden en verontschuldigt hij zich voor zijn fouten.  ‘And it’s a little bit late / Twenty years or so […] But I’d sell my soul and your souls for a song.’ Hij vond het liedjesschrijven kennelijk altijd belangrijker dan al het andere. Het refrein lijkt op papier afgezaagd, maar de zinnen ‘I miss you / And I still love you so’ gaan door merg en been, door Newmans ongepolijste voordracht bovenop een prachtige melancholieke melodie.

In het topnummer The World Isn’t Fair wordt Karl Marx, aartsvader van het communisme, door Newman rondgeleid in het hedendaagse Karl Marxkapitalistische Amerika. Hoogtepunt is als hij Marx meeneemt naar de ouderavond van de basisschool van de kinderen uit zijn recente tweede huwelijk. ‘Karl, you never have seen such a glorious sight / As these beautiful women arrayed for the night / Just like countesses, empresses, movie stars and queens.’ De knappe jonge moeders worden veelal vergezeld door ‘men much like me / Froggish men, unpleasant to see / Were you to kiss one, Karl / Nary a prince would there be.’ Deze rijke kikkers hebben een aanzienlijke voorsprong bij de partnerkeuze – het is oneerlijk verdeeld in de wereld. Newman is tevreden en schaamt zich daarvoor, maar beseft met pijn in het hart dat hij niets dan compassie te bieden heeft.

En zo is er veel meer moois op Bad Love. De plaat is – misschien door zijn ervaring als filmcomponist in de jaren ’80 en ‘90 – muzikaal nog rijker en gevarieerder dan Newmans eerdere werk. De teksten zijn persoonlijker en schuren daardoor nog meer. Bad Love laat je lachen terwijl het pijn doet en doet je pijn terwijl je lacht. Dat is wel een felicitatie waard!