satire

Albumverjaardag – Good Old Boys van Randy Newman

hoes-good-old-boys-van-randy-newmanAfgezien van een uitstapje naar het Nederlandse Oosten verbleef Goeie Nummers deze zomer vooral in het Amerikaanse Zuiden. Ook vandaag nog even, met de 42e verjaardag van Randy Newmans Good Old Boys uit 1974.

New Orleans parasollen en muziekRandy Newman (1943), de grootste satiricus onder de popartiesten, neemt op zijn vierde studioalbum zijn landgenoten in de zuidelijke staten onder de loep. Onverwacht misschien voor een jood uit Los Angeles – een beetje alsof bij ons een atheïstische Amsterdammer opeens zijn pijlen zou richten op het volksdeel beneden de rivieren -, maar niet echt vreemd als je bedenkt dat Newmans moeder afkomstig was uit New Orleans en hijzelf er een deel van zijn jeugd doorbracht.

lester_maddox_georgia_governorStekeliger dan op Good Old Boys zul je het in de popmuziek niet gauw tegenkomen. In Rednecks, de openingstrack, krijgen zuid en noord er even ongenadig van langs. Newman schreef het nummer in reactie op een talkshow waarin de racistische gouverneur van Georgia, Lester Maddox, door het noordelijke studiopubliek al werd veroordeeld nog voor hij een woord had gesproken.

bord-birminghamDaarna komt het bekende ‘Birmingham’ (‘the greatest city in Alabam’’). Ook dat nummer is ongemakkelijk, omdat je niet precies weet wat je aan moet met deze oerdegelijke naïeve burgerman die zo trots is op zijn woonplaats, in die jaren toch de plek waar veel blanken de segregatie met bruut geweld in stand proberen te houden. En in ‘Louisiana 1927’ klinkt woede over de manier waarop de politieke elite met de historische watersnood in de zuidelijke staat omging – het lied werd niet voor niets veel gespeeld nadat orkaan Katrina in 2005 had huisgehouden in en om New Orleans.

toy-storyEn zo gaat het verder op dit donkere en absurdistisch-humoristische album. Newman, vanaf de jaren 80 ook succesvol als filmcomponist, dient ons het zuurs echter vakkundig met veel zoets toe. Hij zoekt de uithoeken van ragtime, pop, country en ballroommuziek op en voorziet zijn rauwe teksten van prachtige arrangementen.

randy-newman-jong-in-studio-met-orkestBovenal bevat Good Old Boys de mooiste liefdesliedjes die ooit op één album bij elkaar stonden: Marie, A Wedding in Cherokee County en Guilty. Liedjes waarin schuldbesef, medelijden, vergeving en oprechte liefde verwikkeld lijken in een strijd op leven en dood. De personages – afsplitsingen van de zanger, vul ik gemakshalve even in – weten hoezeer ze tekortschieten, maar durven toch voor zichzelf te pleiten. En doen dat op zo’n ontwapende manier dat je ze gewoon wil geloven – en vergeven.

randy-newman-closeHet karakter van dit album hangt ongetwijfeld samen met de persoonlijkheid van de schrijver, maar vooral ook met de onderhuidse woede die volgens velen sinds jaar en dag in het Amerikaanse Zuiden onder de oppervlakte sluimert. De manier waarop het persoonlijke en het politieke hier samenvallen, maakt Good Old Boys tot een van de meest interessante platen uit de popgeschiedenis.

Loudon Wainwright III – de bevrijdende lach

humor en popmuziekPopmuziek en humor vormen geen gemakkelijk koppel. Humor in een liedje wordt gauw onderbroekenlol: nummers die de draak steken met officiële gelegenheden zoals Kerstmis en zo. En in de top van de jaarlijkse Top 2000 staan dan ook altijd superserieuze liedjes: Bohemian Rhapsody, Stairway to Heaven, Child in Time, Hotel California. Kunnen popmuziek en humor misschien beter elk hun eigen weg gaan?

Loudon Wainwright III met gitaarVolgens mij niet. Want er zijn humoristische popliedjes die van tijdloze en ongekende klasse zijn. Bijvoorbeeld van Randy Newman, over wie ik eerder al eens schreef. Of van Loudon Wainwright III, een andere grote Amerikaanse singer-songwriter. Wainwright (North-Carolina, 1946, tevens ex van folkzangeres Kate McGarrigle (1946-2010) en vader van artiesten Rufus en Martha) produceerde tot dusver meer dan twintig studioalbums vol openhartige liedjes.

cd Here Come the Choppers van LWIIIHij zingt onder meer over allerlei maatschappelijke onderwerpen, zoals internetpiraterij, de kredietcrisis of de obsessie van zijn landgenoten met militaire politieoperaties. In het hilarische ‘My biggest fan’ (Here Come the Choppers, 2005) portretteert Wainwright bijvoorbeeld een fan die qua onvolwassenheid, bezitterigheid en betweterigheid hopelijk het ergste in zijn soort vertegenwoordigt. Het nummer eindigt ermee dat deze oudere jongere Loudon doodleuk meedeelt dat hij weliswaar diens grootste fan is, maar dat zijn idool uiteraard Bob Dylan en Neil Young (‘Bob and Neil’) nog boven zich moet dulden!

DSC_0464Meestal haalt Wainwright zijn inspiratie van dichterbij: ouders, (ex-)partners en kinderen. Over de relatie met zijn kinderen schreef Wainwright diverse hartverscheurende liedjes, bijvoorbeeld Hitting You, dat pijnlijke herinneringen ophaalt aan de klap die hij eens aan tienerdochter Martha uitdeelde. Of A Father and a Son, waarin hij zijn moeizame relatie met Rufus vergelijkt met die tussen hemzelf en zijn vader (beide nummers van het sterke History uit 1992).

Loudon Wainwright III ca. 2005Een ander, heel ontroerend nummer is Five Years Old (Fame and Wealth, 1983), waarin hij als gescheiden vader de kleine Martha uitlegt waarom hij niet bij haar verjaardag kan zijn: ‘If you got some roses on your birthday / They’re from me / I won’t forget the day that you were born / Five years ago / We were happy and excited and we loved you so / You’re growing up so quickly / Now, I feel a little sad / That’s to be expected, after all I am your dad.’

Loudon Wainwright III liveHet klinkt allemaal best zwaar, maar het werkt gelukkig anders. Want Loudon Wainwright III pakt één voorval uit de werkelijkheid waar hij vervolgens diep in prikt, tot hij iets aantreft dat even absurd als waar is. En dat voelt dan als luisteraar weliswaar even niet fijn, maar daarna lach je, omdat het zo herkenbaar is en zo bevrijdend om het zo raak benoemd te horen. Ga hem zien als hij in het land is, want live – in zijn eentje met gitaar – is Wainwright helemaal een louterende ervaring.

Albumverjaardag – Bad Love (1999) van Randy Newman

Vandaag, 1 juni 2014, wordt Bad Love 220px-Bad_love15 jaar. Kort na verschijnen luisterde ik vaak op mijn walkman naar dit album van Randy Newman, in de trein op weg naar kantoor. Maar ja, samen met de cassettebandjes verdween Bad Love geleidelijk naar de achtergrond. Totdat collega en muziekliefhebber Bob Hartog, tevens leadzanger van LaagLicht, me er een paar jaar geleden gelukkig aan herinnerde.

Randy Newman (Los Angeles, 1943) trad in de jaren ’70 toe tot de eregalerij der singer-songwriters met prachtplaten als 12 Songs, Sail Away en Good Old Boys. Daarna werkte hij vooral achter te schermen als componist van filmmuziek. Met Bad Love keerde de Amerikaanse zanger-pianist in 1999 terug in de schijnwerpers. Scherper dan ooit. Niets en niemand ontziend. Ook zichzelf niet.

In de pijnlijk-hilarische rocker I’m Dead (But I Don’t Know It) gaat het bijvoorbeeld over ouder wordende rocksterren: ‘Everything I write sounds the same / Each record that I’m making / Is like a record that I’ve made /  Just not as good’. Gek genoeg klinkt zelfspot bij Newman nooit koket. Ik vermoed dat hij in z’n hart vreest dat het pop-cliché van de artiest-op-z’n-retour daadwerkelijk voor hemzelf opgaat.

In de aangrijpende ballade I Miss You bedankt Newman in zijn ex-vrouw, vele jaren na hun scheiding, voor de goede tijden en verontschuldigt hij zich voor zijn fouten.  ‘And it’s a little bit late / Twenty years or so […] But I’d sell my soul and your souls for a song.’ Hij vond het liedjesschrijven kennelijk altijd belangrijker dan al het andere. Het refrein lijkt op papier afgezaagd, maar de zinnen ‘I miss you / And I still love you so’ gaan door merg en been, door Newmans ongepolijste voordracht bovenop een prachtige melancholieke melodie.

In het topnummer The World Isn’t Fair wordt Karl Marx, aartsvader van het communisme, door Newman rondgeleid in het hedendaagse Karl Marxkapitalistische Amerika. Hoogtepunt is als hij Marx meeneemt naar de ouderavond van de basisschool van de kinderen uit zijn recente tweede huwelijk. ‘Karl, you never have seen such a glorious sight / As these beautiful women arrayed for the night / Just like countesses, empresses, movie stars and queens.’ De knappe jonge moeders worden veelal vergezeld door ‘men much like me / Froggish men, unpleasant to see / Were you to kiss one, Karl / Nary a prince would there be.’ Deze rijke kikkers hebben een aanzienlijke voorsprong bij de partnerkeuze – het is oneerlijk verdeeld in de wereld. Newman is tevreden en schaamt zich daarvoor, maar beseft met pijn in het hart dat hij niets dan compassie te bieden heeft.

En zo is er veel meer moois op Bad Love. De plaat is – misschien door zijn ervaring als filmcomponist in de jaren ’80 en ‘90 – muzikaal nog rijker en gevarieerder dan Newmans eerdere werk. De teksten zijn persoonlijker en schuren daardoor nog meer. Bad Love laat je lachen terwijl het pijn doet en doet je pijn terwijl je lacht. Dat is wel een felicitatie waard!