Waar zijn de rocksterren?

Karl Ove KnausgardAls je tegenwoordig het woord rockster tegenkomt, lijkt het steeds te gaan over mensen buiten de popmuziek. Thomas Piketty wordt ‘rockster-econoom’ genoemd, schrijver Karl Ove Knausgård ‘literaire rockster’, de alternatief boerende Joel Salatin is de ‘rockster van de landbouw’, Suzanne Schulting ‘de popster in de Nederlandse shorttrackwereld’. Popartiesten zelf worden nauwelijks nog zo aangeduid, dus de vraag rijst: waar zijn de echte rocksterren gebleven?

Uncommon PeopleEen welsprekend antwoord op die vraag wordt geleverd door David Hepworth in zijn boek Uncommon People. The Rise and Fall of the Rock Stars (2017). Volgens de Britse muziekjournalist is de rockster te vergelijken met de cowboy. Ooit werkten er in Amerikaanse Westen echte koeienherders, inmiddels is de cowboy iets van vroeger, een archetype, een benaming voor bijvoorbeeld een ondernemer die zich niks aantrekt van de regels in zijn branche.

Je kunt mij niet zijn ik ben een rocksterOok de rockster is volgens Hepworth vanaf zijn komeetachtige opkomst midden jaren vijftig, met artiesten als Little Richard, Elvis Presley en Jerry Lee Lewis, geleidelijk veranderd van een reëel bestaande publieke figuur in een archetype: de onafhankelijke, geniale rebel die zich als een halfgod ver boven gewone stervelingen verheft en een leven leidt waarvan zij alleen maar kunnen dromen.

Hanl Marvin Guitar ManEen fraaie en veelkleurige stoet sterren trekt in Uncommon People voorbij, in veertig korte hoofdstukken: van ‘gitaargod’ Jimi Hendrix tot de getroebleerde Janis Joplin, die verstrikt raakte tussen imago en privé-persoon, en de bebrilde Shadows-gitarist Hank Marvin, rolmodel voor talloze verlegen Engelse puberjongens van zijn tijd. Ook Dylan, Bowie, Springsteen en Prince ontbreken natuurlijk niet. Sommige portretten in deze eregalerij, zoals dat van de ‘meest onwaarschijnlijke rockster ooit’, Ian Dury, zijn regelrecht inlijst-waardig.

kurt cobainHet boek eindigt, veelbetekenend, in 1994, met Kurt Cobain. Voor Hepworth is Cobain de laatste echte rockster: een artiest die zo worstelde met de verwachtingen van zijn publiek en zichzelf – verwachtingen die voortkwamen uit het overspannen beeld van wat een rockheld zou moeten zijn – dat we zijn zelfgekozen dood als symbolisch moeten zien. De rockster is dood, leve het archetype.

Zilveren spiegelEr zit ook een confronterende kant aan Uncommon People. Het boek houdt iedereen een spiegel voor: artiesten, popjournalisten maar ook ons popliefhebbers. De beschreven ontwikkelingen heb ik voor een groot deel zelf meegemaakt maar, zo merkte ik tijdens het lezen, zonder altijd zo duidelijk te beseffen naar welk bijzonder en soms ook merkwaardig schouwspel ik aan het kijken was, of welke rol ik er zelf in speelde. Het knappe is – zo werkt het tenminste bij mij – dat Hepworth door zijn liefdevolle toon het wonder van de popmuziek uiteindelijk toch eerder groter dan kleiner maakt.

rock sterUncommon People laat ons ook met nieuwe ogen naar het huidige poplandschap kijken. Welke elementen van de rocksterrencultus hebben ‘het einde van de rockster’ overleefd en welke nieuwe elementen zijn er misschien bij gekomen? Wat verwachten wij als popliefhebbers eigenlijk van de huidige generatie popmuzikanten? Het zijn vragen die ik niet zo een twee drie kan beantwoorden, misschien lukt zoiets ook pas als je van een afstandje op een periode kunt terugkijken. Maar het is wel duidelijk de oude rol van rockster niet meer voor de popartiesten van nu is weggelegd – die is inmiddels definitief vergeven aan economen, schrijvers, biologische boeren en shorttrackers.

Geef een reactie