De kop van deze blogpost is een ietsie-pietsie misleidend. Want hoewel ik het meest luister naar singer-songwriters en ouderwets-goeie soul, dringt er al geruime tijd muziek uit Zuid- en Midden-Amerika inclusief de Cariben door in mijn bubbel. En in de jaren 80 zong ik nota bene in een latinrockband. Maar afgezien van reggae besteedde Goeie Nummers er tot nog toe weinig aandacht aan. Ten onrechte.
Daarom vandaag een paar namen, en dan om te beginnen maar meteen die van de grootsten: percussionist-bandleider Tito Puente en zangeres Celia Cruz. Ergens in de jaren 90 zag ik de peetvader en -moeder van de mambo en de salsa samen in een grote festivaltent op de Dam in Amsterdam – een spetterend optreden dat ik nooit zal vergeten. Inmiddels zijn beiden helaas niet meer onder ons.
En een jaar of wat geleden presenteerde de Volkskrant de cd-verzamelbox De Toptijd van de Salsa, samengesteld door jazz-expert Koen Schouten: vijf wereldplaten uit de jaren 60 en 70 van Eddie Palmieri, Ray Barretto, Willie Colón & Rubén Blades, Héctor Lavoe en de Fania All Stars. Voor mij was die Cubaans-Amerikaanse kruisbestuiving die salsa heet toen nog totaal onbekend en nieuw. En totaal top.
Hedendaagse salsa – ook heel tof – wordt onder meer gemaakt door Afrikando, Issac Delgado en de half-Nederlandse trompettiste Maite Hontelé. Tik die namen in YouTube of Spotify en ga luisteren. Aan het weergaloze Pasaporte van Alexander Abreu en Havana D’ Primera mag je überhaupt niet voorbijgaan – ook niet als je ‘gewoon niet zoveel met latin en salsa hebt’ – dan heb je maar even gewoon wel wat met latin en salsa!
De reden waarom het hier bij Goeie Nummers ondanks al dat moois bijna nooit over latin gaat: ik spreek maar twee woorden Spaans. Corazon is hart en amor liefde, verder kom ik niet. Daarom luister ik naar die merengues, rumba’s, mambo’s, cumbia, son enzovoort alsof het te gekke dansbare instrumentale jazz is waarin ook de stemmen instrumenten zijn. Muziek waaraan je je met lijf en leden overgeeft en je hoofd thuislaat. Heerlijk.
Volgend weekend kun jij dat allemaal ook gaan doen! Van vrijdag 29 juni tot en met zondag 1 juli vindt in mijn woonplaats Amersfoort festival Dias Latinos plaats. Drie dagen live-muziek, dans, vervoering, de rest. De meeste namen op het programma zeggen me net zoveel als de teksten van de liedjes. En dat maakt dus helemaal niets uit.
47 is geen jubileumgetal, maar de verjaardag van Songs for Beginners, dat verscheen op 28 mei 1971, mag wat mij betreft elke keer gevierd worden. De bescheidenheid die uit de titel sprak maakte de critici mogelijk blind voor de pure klasse van Graham Nash’ solodebuut, maar terugkijkend en -luisterend moet je constateren dat het in al zijn eenvoud en directheid gewoon een meesterwerk is. Een uniek breakupalbum ook.
Nash, geboren in 1942 in Noord-Engeland, maakte eerst furore in de popgroep The Hollies. In 1969 stak hij over naar de VS. Daar hoopte hij zich bij nieuwe vlam Joni Mitchell te voegen en nieuwe muzikale wegen in te slaan, aangestoken door de sfeer van vrijheid en creativiteit die aan de Amerikaanse westkust heerste.
In een
Het huis in Laurel Canyon was een idylle: twee jonge getalenteerde mensen die onder de Californische zon musiceerden, elkaar liefhadden en vrienden ontvingen. En het kon dus ook niet blijven duren. In juni 1970 verbrak Mitchell de relatie, Nash achterlatend met een gebroken hart. Zij zou over hem zingen in nummers als ‘My Old Man’ en ‘River’ van haar klassieker Blue. Nash maakte Songs for Beginners.
Het was een van de eerste albums die ik als puber kocht, de helft van een dubbelelpee – de andere helft was David Crosby’s solodebuut If I Could Only Remember Your Name. Totaal contrasterende platen: Crosby’s uitgesponnen acid-folkstukken tegenover de elf kraakheldere ambachtelijke popsongs van Nash. Er zaten heel wat weken zakgeld in die dubbelaar, maar hij was het waard.
Het bijzondere van Songs for Beginners: het is een breakup- en doorstartplaat ineen. Je voelt Nash’ diepe pijn, maar ook de veerkracht van een working class Brit die zichzelf uit het moeras omhoog trekt: Someone is gonna take my heart, Noone is gonna break my heart again, zingt hij in het intrieste én glorieuze
Nash weet zich op het album omringd door fantastische muzikanten die zich volledig inleven in zijn songs. Dat moet ook hebben geholpen. Luister naar het hartverscheurende