Rolling Stone

De vloek van een droomdebuut

molensteen 3Sommige artiesten debuteren met een album dat inslaat als een bom. Ze vestigen meteen hun naam, verwerven instant-roem, soms wordt hun plaat zelfs een mijlpaal in de popgeschiedenis. Maar zo’n droomdebuut kan een keerzijde hebben. Bij sommige artiesten hangt het als een molensteen om hun nek. Hun volgende platen worden altijd met die eerste vergeleken – en te licht bevonden. Aan hun carrière kleeft iets van niet ingeloste beloftes.

hoes Rickie Lee JonesWe kennen allemaal wel van die voorbeelden: de titelloze debuutalbums van Roxy Music (1972), The Modern Lovers (1976), Rickie Lee Jones (1979) en The La’s (1990). Of denk aan #1 (Big Star, 1972), Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols (1977), Marquee Moon (Television, 1977) en Definitely Maybe (Oasis, 1994). Vaak maakten de artiesten daarna nog wel degelijk goede platen, maar in de ogen van de wereld staken die toch steeds bleek af tegen hun eersteling.

hoes Roxy MusicKomt dit, zoals wel wordt gesuggereerd, doordat artiesten op hun eerste album vaak hun beste nummers van de voorgaande tien jaar zetten en dat ze daarna niet elk jaar net zo veel goeie nieuwe nummers kunnen schrijven? Of doordat het snelle grote succes ten koste gaat van de urgentie en de bezieling?

his master's voiceHet zou kunnen, maar ik geloof dat een deel van de verklaring ook bij de luisteraar ligt. Gewoonweg omdat oordelen relatief zijn. Net als bij onze zintuigen: wanneer we uit de winterkou thuiskomen vinden we het binnen lekker warm, als we uit bed moeten stappen ervaren we dezelfde temperatuur als schrikwekkend koud.

hoes Definitely MaybeBij muziek is het misschien nog iets ingewikkelder. Ons oordeel hangt bijvoorbeeld af van wat we kort daarvoor hebben beluisterd. Van onze oudere muzikale herinneringen. Van de mening van anderen. Van iets ongrijpbaars dat we ‘de tijdgeest’ noemen. Van onze toevallige stemming van het moment. Enzovoort. Twee dingen zijn zeker: (1) objectiviteit is ver weg en (2) we zijn ons van dit alles maar deels bewust.

hoes Never Mind The Bollocks, Here's The Sex PistolsIk vermoed dat we ons van die meesterlijke debuutalbums niet zozeer de kwaliteit van de muziek herinneren, maar vooral de sterke schok die die plaat bij ons teweegbracht. En dat we bij elk volgend werkstuk van de artiest onbewust wachten op datzelfde heftige gevoel van ontdekking en verwondering. Teleurstelling kan op die manier bijna niet uitblijven.

hoes Look Sharp!Zo bezien is het bijna een wonder dat er artiesten zijn die aan de vloek van hun droomdebuut weten te ontsnappen. Bijvoorbeeld The Beatles (Please Please Me), The Who (My Generation), Kate Bush (The Kick Inside) en Joe Jackson (Look Sharp!) – om er een paar te noemen en een groot aantal te vergeten. Ze wisten hun publiek blijkbaar ook na hun eerstelingen nog vaak een schok te bezorgen. Respect!