Month: juni 2025

Brian Wilson

Een genie wordt hij genoemd. Omdat hij eigenhandig de bakens in de popmuziek een flink stuk verzette, met zijn bijzondere harmonieën en arrangementen. En misschien ook vanwege zijn psychische problemen. Sinds de Romantiek heerst immers de opvatting – terecht of onterecht – dat genialiteit en geestesziekte in elkaars verlengde liggen.

Afgelopen week overleed Brian Wilson, het voornaamste lid van The Beach Boys, 82 jaar oud. De man die bijna in zijn eentje verantwoordelijk was voor één van de belangrijkste en meest complexe albums uit de popmuziek: Pet Sounds. En van het geheimzinnige meesterwerk Smile, dat tientallen jaren gold als het beste nooit uitgebrachte popalbum ever.

Lange tijd beschouwde ik The Beach Boys als een oppervlakkige en oubollige hitparade-act. Een tamelijk oppervlakkig en oubollig oordeel, zou je met de kennis van nu kunnen zeggen. Dat veranderde toen ik Brian Wilsons soloalbum I Just Wasn’t Made For These Times uit 1995 hoorde, met sobere versies van een aantal van zijn bekendste nummers. Pas toen werd ik me bewust van de naakte kwaliteit van Wilson fenomenale melodieën en akkoordenreeksen. Mini-symfonietjes waren het, ook zonder de uitgebreide orkestraties.

Ook viel me toen pas de grote kwetsbaarheid en naïviteit in zijn teksten op. Met I Just Wasn’t Made For These Times was de zanger na een lange periode van verslavingen en psychische problemen weliswaar ‘terug op aarde’, maar hij klonk als een verdwaalde. Als een man die het leven totaal niet aankan en met zijn liedjes smeekt om verlossing en bescherming. Het riep bij mij evenveel bewondering als medelijden op.

Maar niet alleen medelijden. De onzekerheid, angst en somberheid die Wilson in zijn liedjes schetst, zijn weliswaar sterk uitvergroot, maar vanuit het kind dat in ons schuilt ook zeer herkenbaar:  

“In this world I lock out all my worries and my fears / In my room / (…) Do my crying and sighing, laugh at yesterday” (In My Room).

Wilson was naar eigen zeggen niet gemaakt voor deze tijden. Hij was een wereldvreemde, kinderlijke ziel. Hij was in feite niet gemaakt voor deze hele wereld, denk ik. Al helemaal niet voor de wereld van de popartiest, met alle druk van de buitenwereld: de platenmaatschappij, het management, mede-groepsleden, journalisten, fans en de rest van het publiek. Misschien is dat de reden dat de zanger zich in zijn mooiste liedjes rechtstreeks tot die andere wereld lijkt te richten: God Only Knows, Good Vibrations, Love and Mercy, The Warmth of the Sun.

Wij mogen hier naar die bovenaardse schoonheid luisteren. Hij is al daar. R.I.P. Brian Wilson.

Het mooiste boslied

Er is de afgelopen week in de politiek van alles gebeurd, maar ik kijk vandaag terug naar een opvallende Haagse gebeurtenis van een paar weken eerder: NSC-leider Pieter Omtzigt (51) die zich terugtrok uit de landelijke politiek. In zijn afscheidsbrief voor de Tweede Kamer schreef de door een burn-out geplaagde politicus iets dat me raakte: ‘Tot rust kwam ik alleen tijdens nachtelijke wandelingen in een donker bos.’

Die woorden gaven niet alleen een sterk beeld van de diepte van Omtzigts kwelling, ze deden me ook denken aan de beroemde regels uit De goddelijke komedie van Dante: “Halverwege onze levensreis / bevond ik me in een somber woud, want ik was afgedwaald van het rechte pad” (vert. Jules Grandgagnage). Vanwege de overeenkomst in leeftijd tussen politicus en het hoofdpersonage van de Italiaanse dichter, en ook juist door het verschil. Waar Omtzigt het donkere woud positief duidt als de plek die hem weer bij zichzelf brengt, ziet de 14e-eeuwse dichter het als een duistere, angstwekkende plek die hem wegleidt van al het goede. Voor de een is het bos het medicijn, voor de ander de ziekmaker.

Welke rol speelt het bos in popliedjes? Vanaf haar geboorte is de rock-‘n-roll in de eerste plaats een stads fenomeen. Niet voor niets laat Chuck Berry zijn Johnny B. Goode vanuit het bos (‘way back up in the woods among the evergreens’) naar de stad trekken om het daar als artiest te gaan maken. Maar het zou me verbazen als we het helende of ziekmakende woud van Omtzigt en Dante niet ook in de pop kunnen terugvinden.

Het eerste nummer waar ik aan denk: A Forest van The Cure. Een klassieke new wave-hit uit begin jaren 80. De ik-persoon loopt in een bos, vergeefs zoekend naar een meisje. Maar de suggestie is dat het meisje er misschien nooit was (the girl was never there) en dat de ik-figuur verdwaald is tussen de bomen (lost in a forest). De sfeer is grimmig en duister. Tekstdichter Robert Smith is duidelijk Dante toegedaan.

Smith vindt een medestander in New Orleans-artiest Leon Russell. In Out in the Woods (1972) is de hoofdpersoon de weg volledig kwijt, zowel emotioneel als moreel. Oplichters azen op z’n geld, aasgieren cirkelen boven zijn hoofd. “Can’t tell the bad from the good, I’m out in the woods, I’m lost in the woods”, zingt Russel. Hij smeekt een vrouw om hem te redden, dat lijkt zijn enige uitweg te zijn.

Uit een heel ander vaatje tappen Tim Knol & The Bluegrass Boogiemen in The Deep Dark Woods. Op het eerste gezicht een lichtvoetige bluegrass-traditional uit de Appalachen, bij nader inzien een hedendaagse popsong (2019) over vervreemding en de ‘reset van de geest’ die het donkere woud kan bieden. Dit is meer de school Omtzigt.

Ook Midlake ziet het bos als iets positiefs. Op hun albumhoezen laten de Texanen zich doorgaans afbeelden te midden van bomen, bladeren en andere natuurelementen. Hun contemplatieve album The Courage of Others (2010) focust geheel op de relatie tussen mens en natuur. In Core of Nature dwaalt de ik-figuur door het geboomte voor directe inspiratie: “I will let the sounds / Of these woods that I’ve known / Sink into blood and to bone.”

Voor het mooiste boslied kom ik uit bij Paul Weller. In 1993 leverde de Britse singer-songwriter, bekend geworden als voorman van The Jam en The Style Council, zijn tweede soloalbum af: Wild Wood. Weller was terug, oordeelden de critici destijds. De titeltrack heeft door de jaren heen bijna de status van een moderne klassieker gekregen, onder meer omdat hij zowel in 1993 als 1999 in de charts kwam. En ongetwijfeld ook door het tijdloze, nostalgisch aandoende karakter.

Op het eerste gehoor klinkt Wild Wood bijna als een ode aan Wellers muzikale held Nick Drake, compleet met zachte, jazzy akoestische gitaar, een dwarsfluit-achtig geluid en minimale bas en percussie. Maar de idyllische, pastorale sfeer is bedrieglijk. De eerste regels tonen ons een stadse setting, met een intimiderende stroom forenzen, op weg naar hun werk of naar huis, met hun onwrikbare zekerheden en eisen:

High tide, mid afternoon / People fly by, in the traffics boom / Knowing, just where you are blowing / Getting to where you should be going”.

De muziek is bij nader inzien ook niet zo heel onschuldig en vriendelijk. De onverwachte accenten en Wellers soulfulle uithalen tonen zijn punk- en soulachtergrond – en zijn engagement. Want het wilde woud, zo blijkt in het refrein, symboliseert geen idyllische omgeving, maar juist de stadse ratrace die het individu dreigt te vermalen. Het is een plek waaruit je moet ontsnappen om bij jezelf te kunnen komen. Weersta de maatschappelijke druk van een vooraf uitgestippeld levenspad, vertrouw op jezelf, zegt Weller:

Climbing, forever trying
Find your way out of the wild, wild wood
Now there’s no justice
Only yourself that you can trust in.

Paul Weller schreef een raadselachtig en verleidelijk bosliedje. Zijn meditatieve folky klanken brengen ons niet naar de natuur maar terug naar onszelf, naar onze diepste kern, waar we weer tot rust kunnen komen. Weg uit de stadse jungle waarin we ons dreigen te verliezen. Wild Wood is Omtzigt en Dante ineen.