Typhoon

Muziek als medicijn: xenofobie

xenofobieVan alle irrationele angsten, inclusief claustrofobie en hoogtevrees, is xenofobie misschien wel de vervelendste. Vanwege de besmettelijkheid maar ook omdat het niet alleen de patiënt maar ook anderen zo sterk kan schaden en uiteindelijk zelfs hele samenlevingen kan ontwrichten.

RCOKan muziek dan misschien helpen tegen de angst voor het vreemde? Jan Raes, directeur van het Concertgebouworkest, denkt in elk geval van wel. Onlangs betoogde hij op verschillende podia hoe muziek weliswaar afbakent, maar vooral ook grenzen overschrijdt.

Mungo JerryAfbakenen? Jazeker. Je muziekkeuze laat tenslotte zien tot welke groep je behoort, net als je kleding, haardracht enzovoort. In je tienerjaren zet je je er zelfs vaak uitdrukkelijk mee af tegen de ‘foute’ andere groep: Provo’s tegen Disco’s, Rockers tegen Mods. Maar ook later, minder bewust, zitten we vaak vooral gezellig in onze eigen bubbel. De witte mensen bij country, de zwarte bij hiphop. Ietsje overdreven, maar verder klopt het. Dus zo kan muziek inderdaad onze eigen identiteit bevestigen.

TyphoonToch geloof ik dat de grensoverschrijdende kracht van muziek veel groter is. Helemaal wanneer muziek zijn sociale geneespotentieel volledig uitbuit. Zoals The Scene deed in Iedereen Is Van de Wereld en Typhoon in ‘Hemel Valt’, twee artiesten en liedjes die enige tijd geleden niet toevallig aan elkaar werden gekoppeld in een ontroerende uitzending van Ali B op Volle Toeren.

Riff CohenOnlangs wees iemand me ook op het bijzondere verhaal van de Arabisch-Joodse Riff Cohen (1984), die met haar persoon, haar teksten – in het Frans, Hebreeuws en Arabisch – en haar middenoosters-noordafrikaanse muziek moedig een brug slaat tussen werelden die totaal van elkaar gescheiden lijken te zijn.

where words fail, music speaks blauw roodMaar ook als muziek of tekst minder expliciet zijn, werkt muziek eerder verbindend dan verdelend. Kijk maar eens hoe weinig haat-songs er zijn, en hoe weinig groepen die haat prediken. Wij mensen vinden dat gewoon niet fijn. Daar hebben we muziek toch niet voor uitgevonden? Het is niet voor niets dat muziekklanken meestal helemaal geen (verstaanbare) woorden nodig hebben om begrepen te worden.

Salif KeitaLuister maar naar dit wonderschone nummer van Salif Keita (Mali, 1949) en Cesaria Evora (1941-2011, Kaapverdië). Waar het over gaat? Ik weet het niet. Desondanks weet ik voor honderd procent zeker dat de zanger er niemand mee wil verwensen of beschadigen. Hij wil ons omarmen, troosten, verenigen. Tot diep in onze ziel. Muziek wil niet verdelen maar helen.

Ontdekkingen (1)

bronDit blog besteedt geregeld aandacht aan artiesten die ‘al wat langer meedraaien’, om het zo maar eens te zeggen. Maar het mooie is dat er uit de eeuwig lijkende bron van de popmuziek ook voortdurend nieuwe artiesten opwellen. En dat sommige daarvan meteen of na een paar luisterbeurten een onuitwisbare plek in je hart weten te veroveren. Hier twee artiesten die dit de afgelopen tijd bij mij deden.

Typhoon hoes Lobi Da BasiRapmuziek is mij meestal te monotoon. Maar Typhoon – artiestennaam van Glenn de Randamie (1984) – gooide vorig jaar met zijn album Lobi Da Basi zulke hoge ogen op de eindejaarslijstjes dat ik toch maar eens ging luisteren. En de lof was niet overdreven. Bijgestaan door topmuzikanten als jazz-saxofonist Benjamin Herman laat de Zwolse rapper-zanger op deze plaat rap-grooves fraai samengaan met lekkere latin- en caribische klanken. En dan die teksten. Associatief en ontwapenend baant Typhoon zich een weg door het oerwoud van het moderne leven: filosofisch, grappig, intiem, geëngageerd, strijdbaar – alles kan. En alles is er ook. En waar collega-rappers vooral boosheid of bravoure etaleren, zegt Typhoon ronduit dat Liefde De Baas is. Dat maakt het extra fijn. Leukste zin: ‘En als we toch nog voor de vorm bij elkaar zijn, kan ik dan ook nog voor de vorm aan je zitten, of hoe zit dat?’ (‘Surfen’)

Britt Daniel van Spoon 2Het eerste album van Spoon kwam al uit in 1996. Mijn kennismaking met het Amerikaanse vijftal dateert pas van vorig jaar. De indie-band uit Austin combineert een soort punk-energie met een ongelooflijke muzikaliteit. De staccato klanken en ingehouden gekte laten ruimtes die je als luisteraar automatisch met allerlei melodietjes gaat opvullen. Vergelijkingen met Crowded House, Talking Heads en The Pixies dringen zich op. Waarover Spoon-voorman Britt Daniel het in zijn liedjes heeft, is me tot nu toe geheel ontgaan. Maar er lijkt in de nummers altijd meer aan de hand te zijn dan je denkt – je weet alleen niet wat. Voor mij het kenmerk van buitengewone klasse. Hun songtitels doen daarbij ook volop hun werk, bijvoorbeeld  ‘Don’t Make Me A Target’, ‘Knock Knock Knock’, They Want My Soul en ‘Who Makes Your Money?’.

Iedereen moet af en toe terug naar de bron. Jij toch ook? Aan deze twee intrigerende geluiden, eentje uit eigen land en eentje van over de plas, heb ik me in elk geval flink gelaafd. Misschien zijn zij ook net wat jíj nodig hebt. Check ‘em out, zou ik zeggen.

Eindejaarslijstjes

oliebollenWat is december toch een heerlijke maand. Niet alleen vanwege de feestelijkheden, de oliebollen en de drankjes, maar zeker ook vanwege de eindejaarslijstjes: de overzichten van de beste albums van het afgelopen jaar. Een immense muziekoogst teruggebracht tot iets hanteerbaars waarin kaf van koren is gescheiden. Heel prettig. De afgelopen weken heb ik al een flink aantal eindejaarslijstjes geturfd. Ik licht er drie uit.

de Volkskrant - logoDe Volkskrant gooide ditmaal alle genres (klassiek, jazz, pop, wereld) door elkaar in een lijst met de 50 beste albums van 2014, samengesteld in een overleg tussen alle recensenten. Ik was daar graag bij geweest, als een vlieg op de muur. Om te zien hoe dat communiceert, die klassiek geschoolden, jazz-cats en popjongens en -meisjes.

IMAG0428Popmagazine Heaven zette de individuele lijstjes van de recensenten net als vorige jaren zonder commentaar naast elkaar. Zo worden de liefhebbers van ‘kleine’ genres, zoals wereld en progrock, ook bediend. Jammer dat je daardoor als lezer niet tussen de regels door kunt speculeren over het wapengekletter op de redactie.

American Songwriter logoHet Engelstalige American Songwriter maakte een top 50 van louter Americana, mijn favoriete genre. Met fijne, puntige beschrijvingen van wat elk album zo bijzonder maakt.

Ik word altijd tamelijk opgewonden van die eindejaarslijstjes, waarschijnlijk omdat ze ook veel over mezelf zeggen. Hoeveel van de genoemde albums en artiesten ken ik? Niet onbelangrijk voor het ego van de popfanaat. Gelukkig: The War on Drugs en Old Crow Medicine Show waren me niet ontgaan. En John Fullbright had ik zelfs al hier in Goeie Nummers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik blijkbaar ook allemachtig veel heb gemist. Herkenbaar?

Hiss Golden Messenger - latenessofdancersDe lijstjes geven ook altijd aanleiding tot wat prettige morele verontwaardiging. Waarom is Lucinda Williams’ Down Where the Spirit Meets the Bone nergens te bekennen? Wat doet Morning Phase van Beck zo belachelijk hoog? En hoe onbegrijpelijk is het dat Lateness of Dancers van Hiss Golden Messenger niet gewoon op 1 staat? Van die dingen.

Typhoon hoes Lobi Da BasiMaar het meest enerverende aan dit jaarlijkse achteromkijken is voor mij het vooruitzicht. Voorpret over onbekende, niet te missen muziek waaraan ik vast nog veel plezier ga beleven. Zoals: nieuwkomer Robert Ellis (25) die in alle drie de lijstjes voorkomt met The Lights From The Chemical Plant.  En Croz, het nieuwe solo-album van David Crosby (73) – zo hoog geëindigd in Heaven, toch maar eens beluisteren. En natuurlijk Lobi Da Basi van de Zwolse rapper Typhoon, waarvoor de Volkskrant superlatieven te kort kwam. 2015 begint fantastisch, met dank aan de eindejaarslijstjes van 2014…