Kippenvel

Kippenvel – ‘Beauty Way’ van Eliza Gilkyson

Eliza Gilkyson‘My father made a pretty damned good living / Playing music on the Beauty Way / He’s gonna die with some money in his pocket / Wish I could do the same today, little darling / Wish I could do the same today’.

Zo begint ‘Beauty Way’, de openingstrack van het album Hard Times in Babylon (2000) van Eliza Gilkyson. Zet hem maar op (Spotify). Dat is wat je noemt met de deur in huis vallen. En met die details, je voelt dat dit uit het leven gegrepen moet zijn.

DSC_0523Na het wrang-humoristische openingsvers duikt de Amerikaanse singer-songwriter terug in de tijd. Vertelt hoe ze vanaf haar tienertijd de lokroep van de muziek volgde. Geen gemakkelijk leven, zingt ze, want al heb je soms succes, ‘you’re never hot enough’. En hoe hard je ook werkt, in de muziekbusiness regeren de dagkoersen: ‘It’s not something you control’.

De toon is bitter, wereldwijs. Een scheurende slide-solo zet haar klaagzang kracht bij. En het wordt nog erger. In het volgende couplet identificeert ze zich zelfs met coyotes die vuilnishopen afstruinen. Hoe diep kun je zinken. Maar in het laatste couplet vindt ze op de een of andere manier vanuit het diepe dal toch weer de weg omhoog:

‘Sometimes I wish I could unplug this cord / And my soul or my money I could save / Oh but every time I say I’m gonna quit the Beauty Way / I hear my bones just turning in their grave, little darling / Bones turning in their grave’.

Er is geen ontkomen aan: stoppen is zichzelf verloochenen. De Beauty Way, de rituele helende weg van de Najavos, is voor Gilkyson blijkbaar ook de veelbezongen ‘road’ van de moderne Amerikaanse troubadours. En het is de enige weg die ze kan gaan.

De Gilkysons in de studio

De jonge Gilkysons (Eliza in het midden) vergezellen hun vader Terry in de studio, circa 1956.

Wat het precies is met dit nummer? Is het zo interessant om te luisteren naar een artiest die zich beklaagt over gebrek aan succes? Blijkbaar wel. ‘Beauty Way’ is een publieksfavoriet bij Gilkysons concerten. En bij mij. Misschien komt het doordat er in het nummer heel wat op het spel staat. Niet voor niets komt de dood tweemaal om de hoek kijken. Bovendien gaat het, onder de letterlijke betekenis van de tekst, over iets universeel menselijks: de worsteling om het bestaan, de zoektocht naar je eigen bestemming. Over ploeteren en vooruitkomen. Twee stappen vooruit, één achteruit. Of andersom. En toch doorgaan op je pad. Want dat is jouw pad.

Maar bovenal: zo rauw en doorleefd hoor je niet vaak iemand over zijn of haar leven zingen. Ook al weet je niets over de achtergrond van Gilkyson (Hollywood, 1951, dochter van een succesvol filmcomponist), je voelt gewoon dat ‘Beauty Way’ waarachtig is. Het resultaat is – in elk geval bij mij – kippenvel.

Meer weten over Eliza Gilkyson? Klik hier.

Take Me To The River – Al Green

Klik eerst op de muzieklink – lees dan verder.

Al GreenHet begint tamelijk rustig. Een steady beat van bas, gitaar en drums, wat toetsen en strijkers. Daaroverheen een gesproken intro: Al Green draagt het lied op aan ene Junior Parker, een recent overleden familielid van de zanger. Hij sluit de inleiding af met ‘We’d like to carry on in his name’. En dan begint het.

‘I don’t know why I love you like I do / After all the changes you put me through / You stole my money and my cigarettes / And I haven’t seen hide nor hair of you yet.’ De zanger beleeft zijn liefde als een kwelling, maar de problemen volgen het prozaïsche stramien van veel bluesnummers. In de overgang naar het refrein blijkt de pijn echter dieper te zitten. Klaaglijk klinkt het: ‘I wanna know / Won’t you tell me / Am I in love to stay?’

De zanger rekt die laatste vertwijfelde vraag tot het maximale op, het akkoord blijft tergend lang hangen. Als het refrein dan eindelijk komt, voelt dat als een oplossing: ‘Take me to the river / Wash me in the water / Won’t you cleanse my soul / Put my feet on the ground.’ De begeleiders blazen het vuurtje onder dit brouwsel perfect aan. De bas pompt door, maar laat ruimte voor het vraag- en antwoordspel van de zanger en de vette blazersriff die alles bijeenhoudt. De muziek houdt ondertussen steeds iets in, de spanning blijft.

Waar gaat het over? De symboliek komt uit de Bijbel, uit de kerk. De onderdompeling in de rivier, als bij Johannes de Doper, is de verlossing van zonden. Zijn het de zonden van het vlees, waarvoor Green hier verlossing vraagt? Het zou kunnen, maar de rituele wassing lijkt tegelijk veel op een sexual healing, zoals bij zijn collega Marvin Gaye. Luister naar het tussenstuk: ‘Hold me, love me, please me, tease me / Till I can’t, till I can’t take no more’. Liefde als marteling en bevrijding tegelijk.

Het bijzondere is: het nummer duwt tot het eind toe steeds tegen de allerlaatste oplossing aan. In het laatste, repeterende refrein gaat Green over op zijn bekende falset, met hoge gekwelde kreten. De zanger zit dicht bij de volledige overgave, maar de ultieme climax blijft alsmaar uit. Gekmakend. Kippenvel.

Al Green nuTen tijde van ‘Take Me To The River’, in 1974, was Al Green (1946) uitgegroeid tot popster en sexsymbool. Maar hij worstelde met deze rol, trok zich terug uit de muziekbusiness en werd dominee. Pas in de jaren ’90 verzoende hij zich geleidelijk met zijn wereldse verleden en speelde hij het nummer weer live. We zien dan een iets andere Green. Nog steeds stijlvol en soulful, maar minder gekweld. Alles wijst erop dat het wereldse en het hogere voor hem nu wél verenigbaar zijn. In 2009 verschijnt zijn autobiografie. Getiteld Take Me To The River.