Kippenvel

Kippenvel – ‘I Don’t Believe’ van Paul Simon

hoes Surprise van Paul SimonIn 2006 maakte Paul Simon samen met geluidstovenaar Brian Eno het album Surprise, waarop folk en elektronica een verrassend verbond aangaan. De plaat bevat zo’n nummer waarvan je nauwelijks begrijpt hoe het er kan zijn: I Don’t Believe. Twee contrasterende muzikale thema’s – het ene quasi-lieflijk, het andere ronduit verontrustend – wisselen elkaar onnavolgbaar af. En in de tekst neemt Simon ons mee op een emotionele achtbaanrit, met beklemmende scènes en wrange humor.

Hans en GrietjeHet nummer begint sprookjesachtig en hoopvol: ‘acts of kindness … lead us past dangers’. Maar bijna meteen meldt de zanger dat hij daar niet in gelooft. Net als de broodkruimels van Hans en Grietje bieden die daden van medemenselijkheid uiteindelijk geen bescherming. Wat stellen die immers voor, tegenover de oerkrachten die ons universum beheersen?

Paul Simon geel shirtWe weten dat Paul Simon (New Jersey, 1941) graag existentiële vragen in zijn popsongs stopt, maar dit is wel erg ingewikkeld. Gelukkig geeft hij dan de aanleiding prijs: ‘I got a call from my broker / The broker informed me I’m broke / I was dealing my last hand of poker / My cards were useless as smoke.’ De zanger blijkt volkomen blut te zijn. En terwijl zijn geliefde en zijn kinderen van een prachtige zomeravond genieten, zich niet bewust van het onheil, voelt hij zich verraden en verloren.

In het volgende couplet herpakt hij zich enigszins: het kan toch niet dat een mensenleven niets voorstelt? Een hart zo gevuld met liefde en schoonheid kan toch niet zomaar verdwijnen, alsof er nooit iets is geweest? Twijfel is op dat moment voor hem nog de beste remedie: ‘Maybe’s the exit that I’m looking for’.

Dan een nieuwe wending: de effectenmakelaar belt weer. Het was allemaal loos alarm, het geld is er nog. ‘He hopes that my faith isn’t shaken’. Een prachtig alledaags zinnetje – de man moest eens weten.

kudde schapenDe opluchting is natuurlijk groot. Maar belangrijker nog, de crisis lijkt de aartstwijfelaar te hebben wakker geschud: ‘I don’t believe we were born to be sheep in a flock / To pantomime prayers with the hands of a clock.’ Met andere woorden: ‘We zijn geen kudde makke schapen die zwijgend de wijzers van de klok rondduwen, wachtend op hulp van boven, maar ieder mens doet ertoe.’

Paul Simon rood shirtIn iets meer dan 4 minuten laat de singer-songwriter ons eerst voelen hoe het is om in dat duistere oord van wanhoop te verkeren, om ons dan als een tovenaar mee terug te voeren naar de uitgang. Kippenvel.

Voor wie meer wil, hier vind je mooie besprekingen door ‘Another Paul’ van vrijwel alle liedjes van Paul Simon.

Kippenvel – Waist Deep in the Big Muddy

Pete_Seeger2_-_6-16-07_Photo_by_Anthony_PepitoneBegin vorig jaar overleed, op 94-jarige leeftijd, de Amerikaanse singer-songwriter en activist Pete Seeger. In memoriams vermeldden onder meer zijn beroemde versie van de traditional ‘We Shall Overcome’, waarmee hij de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging een hart onder de riem stak. Seeger liet ons ook klassiekers na als ‘If I Had A Hammer’, ‘Where Have All The Flowers Gone?’ en ‘Turn, Turn, Turn’. Liedjes waarvan je je nauwelijks kunt voorstellen dat ze er ooit níet geweest zijn.

single Waist Deep in the Big MuddyEen van de meest indringende anti-oorlogsnummers die ik ken is Seegers Waist Deep in the Big Muddy, een huiveringwekkend verhaal over een legerpeloton op nachtelijke oefening in de staat Louisiana tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kapitein beveelt zijn zwaar bepakte soldaten een rivier over te steken. Maar de rivier is dieper dan gedacht – het water reikt de mannen eerst tot hun knieën, dan hun middel en dan hun nek. Ondanks de verstandige tegenwerpingen van zijn sergeant jaagt de kapitein zijn mensen verder het moeras in: ‘the big fool said to push on.’

Pete Seeger 3Als de maan achter een wolk verdwijnt, is de kapitein opeens verdwenen, zijn helm drijft op het water. De sergeant voert de manschappen terug naar een veilige plek. Het ontzielde lichaam van de kapitein vinden ze later terug in het drijfzand.

Dan, in het een-na-laatste couplet, spreekt de zanger de luisteraar rechtstreeks toe:

‘Now I’m not going to point any moral — / I’ll leave that for yourself. / Maybe you’re still walking, you’re still talking, / You’d like to keep your health. / But every time I read the papers, that old feeling comes on, / We’re waist deep in the Big Muddy / And the big fool says to push on.’

Lyndon B. JohnsonSeeger schreef het nummer in 1967. Hij verwijst niet expliciet naar president Lyndon B. Johnson of de Vietnamoorlog, de parallellen zijn al duidelijk genoeg. Later, in 1983, lichtte hij het allegorische karakter van het lied toe: ‘Often a song will reappear several different times in history or in one’s life as there seems to be an appropriate time for it. Who knows.’

Richard Shindell 2Singer-songwriter Richard Shindell lijkt die woorden van Seeger in gedachten te hebben gehad bij zijn sterke cover van ‘Big Muddy’ op zijn album Vuelta. Die plaat verscheen in 2005, twee jaar na de Amerikaanse inval in Irak. Shindell (New Jersey, 1960) laat het nummer naadloos aansluiten bij zijn eigen tijd door een subtiele groove en een Arabische melodie toe te voegen. Huiveringwekkend mooi. En het is gek – als de omstandigheden in de toekomst onverhoopt om een nieuwe versie van dit nummer vragen, zal ik er weer met kippenvel naar luisteren.

Kippenvel – ‘Iedereen is van de wereld’ van The Scene

The SceneHet was ergens begin jaren ’90, tijdens Parkpop in Den Haag. De middagzon brandde aan de hemel. Op het podium in het Zuiderpark stond The Scene. Thé Lau en zijn band, altijd al een vette live-act, zetten in het Zuiderpark een set neer waar de vonken vanaf spatten. Hoogtepunt: ‘Iedereen is van de wereld’.

‘Dit is voor de misfits die je / her en der alleen ziet staan. / Die onder straatlantaarns eten / en drinken bij de volle maan.’

Parkpop Den HaagIedereen is van de wereld kwam uit in 1991, werd nooit een grote hit maar groeide in de loop der tijd wel uit tot een Nederlandse popklassieker. Een lied dat je in vervoering brengt, dat verbroedert. Het is zo’n typisch The Scene-nummer, stoer en gevoelig, met zijn korte zinnen en repeterende gitaarriffs. Het knappe van het nummer is dat het de solidariteit tussen alle mensen predikt zonder te vermanen. Je wordt persoonlijk aangesproken als luisteraar, als onderdeel van het publiek. Live werkt dat helemaal geweldig.

‘Rood zwart wit geel, jong oud, man of vrouw / In het donker kan ik jou niet zien, / maar deze is van ons aan jou. / En ik hef het glas op jouw gezondheid / want jij staat niet alleen’

The Lau‘Iedereen is van de wereld’ roept mededogen op, verschillen worden onbelangrijk. Het lied stelt simpelweg dat er plaats is voor elk individu, ook voor de verschoppelingen. Maar vooral voor jou: jij hoort er ook bij – net als ieder ander. ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

menigte in zuiderparkIets magisch gebeurde zo’n twintig jaar geleden met die swingende, meezingende menigte in het Zuiderpark waar ik deel van uitmaakte. Een groep losse individuen veranderde tijdens het opzwepende nummer in één grote brok solidariteit. Het was zo’n moment dat je niet meer vergeet. Kippenvel.

En iets van dat gevoel, van die verbroedering, namen we mee van dat veld in Den Haag. Een kostbaar bezit in tijden dat verschillen tussen groepen te veel nadruk dreigen te krijgen.

Kippenvel: ‘Beauty Way’ van Eliza Gilkyson

Eliza Gilkyson‘My father made a pretty damned good living / Playing music on the Beauty Way / He’s gonna die with some money in his pocket / Wish I could do the same today, little darling / Wish I could do the same today’.

Zo begint ‘Beauty Way’, de openingstrack van het album Hard Times in Babylon (2000) van Eliza Gilkyson. Zet hem maar op (Spotify). Dat is wat je noemt met de deur in huis vallen. En met die details, je voelt dat dit uit het leven gegrepen moet zijn.

DSC_0523Na het wrang-humoristische openingsvers duikt de Amerikaanse singer-songwriter terug in de tijd. Vertelt hoe ze vanaf haar tienertijd de lokroep van de muziek volgde. Geen gemakkelijk leven, zingt ze, want al heb je soms succes, ‘you’re never hot enough’. En hoe hard je ook werkt, in de muziekbusiness regeren de dagkoersen: ‘It’s not something you control’.

De toon is bitter, wereldwijs. Een scheurende slide-solo zet haar klaagzang kracht bij. En het wordt nog erger. In het volgende couplet identificeert ze zich zelfs met coyotes die vuilnishopen afstruinen. Hoe diep kun je zinken. Maar in het laatste couplet vindt ze op de een of andere manier vanuit het diepe dal toch weer de weg omhoog:

‘Sometimes I wish I could unplug this cord / And my soul or my money I could save / Oh but every time I say I’m gonna quit the Beauty Way / I hear my bones just turning in their grave, little darling / Bones turning in their grave’.

Er is geen ontkomen aan: stoppen is zichzelf verloochenen. De Beauty Way, de rituele helende weg van de Najavos, is voor Gilkyson blijkbaar ook de veelbezongen ‘road’ van de moderne Amerikaanse troubadours. En het is de enige weg die ze kan gaan.

De Gilkysons in de studio

De jonge Gilkysons (Eliza in het midden) vergezellen hun vader Terry in de studio, circa 1956.

Wat het precies is met dit nummer? Is het zo interessant om te luisteren naar een artiest die zich beklaagt over gebrek aan succes? Blijkbaar wel. ‘Beauty Way’ is een publieksfavoriet bij Gilkysons concerten. En bij mij. Misschien komt het doordat er in het nummer heel wat op het spel staat. Niet voor niets komt de dood tweemaal om de hoek kijken. Bovendien gaat het, onder de letterlijke betekenis van de tekst, over iets universeel menselijks: de worsteling om het bestaan, de zoektocht naar je eigen bestemming. Over ploeteren en vooruitkomen. Twee stappen vooruit, één achteruit. Of andersom. En toch doorgaan op je pad. Want dat is jouw pad.

Maar bovenal: zo rauw en doorleefd hoor je niet vaak iemand over zijn of haar leven zingen. Ook al weet je niets over de achtergrond van Gilkyson (Hollywood, 1951, dochter van een succesvol filmcomponist), je voelt gewoon dat ‘Beauty Way’ waarachtig is. Het resultaat is – in elk geval bij mij – kippenvel.

Meer weten over Eliza Gilkyson? Klik hier.

Take Me To The River – Al Green

Klik eerst op de muzieklink – lees dan verder.

Al GreenHet begint tamelijk rustig. Een steady beat van bas, gitaar en drums, wat toetsen en strijkers. Daaroverheen een gesproken intro: Al Green draagt het lied op aan ene Junior Parker, een recent overleden familielid van de zanger. Hij sluit de inleiding af met ‘We’d like to carry on in his name’. En dan begint het.

‘I don’t know why I love you like I do / After all the changes you put me through / You stole my money and my cigarettes / And I haven’t seen hide nor hair of you yet.’ De zanger beleeft zijn liefde als een kwelling, maar de problemen volgen het prozaïsche stramien van veel bluesnummers. In de overgang naar het refrein blijkt de pijn echter dieper te zitten. Klaaglijk klinkt het: ‘I wanna know / Won’t you tell me / Am I in love to stay?’

De zanger rekt die laatste vertwijfelde vraag tot het maximale op, het akkoord blijft tergend lang hangen. Als het refrein dan eindelijk komt, voelt dat als een oplossing: ‘Take me to the river / Wash me in the water / Won’t you cleanse my soul / Put my feet on the ground.’ De begeleiders blazen het vuurtje onder dit brouwsel perfect aan. De bas pompt door, maar laat ruimte voor het vraag- en antwoordspel van de zanger en de vette blazersriff die alles bijeenhoudt. De muziek houdt ondertussen steeds iets in, de spanning blijft.

Waar gaat het over? De symboliek komt uit de Bijbel, uit de kerk. De onderdompeling in de rivier, als bij Johannes de Doper, is de verlossing van zonden. Zijn het de zonden van het vlees, waarvoor Green hier verlossing vraagt? Het zou kunnen, maar de rituele wassing lijkt tegelijk veel op een sexual healing, zoals bij zijn collega Marvin Gaye. Luister naar het tussenstuk: ‘Hold me, love me, please me, tease me / Till I can’t, till I can’t take no more’. Liefde als marteling en bevrijding tegelijk.

Het bijzondere is: het nummer duwt tot het eind toe steeds tegen de allerlaatste oplossing aan. In het laatste, repeterende refrein gaat Green over op zijn bekende falset, met hoge gekwelde kreten. De zanger zit dicht bij de volledige overgave, maar de ultieme climax blijft alsmaar uit. Gekmakend. Kippenvel.

Al Green nuTen tijde van ‘Take Me To The River’, in 1974, was Al Green (1946) uitgegroeid tot popster en sexsymbool. Maar hij worstelde met deze rol, trok zich terug uit de muziekbusiness en werd dominee. Pas in de jaren ’90 verzoende hij zich geleidelijk met zijn wereldse verleden en speelde hij het nummer weer live. We zien dan een iets andere Green. Nog steeds stijlvol en soulful, maar minder gekweld. Alles wijst erop dat het wereldse en het hogere voor hem nu wél verenigbaar zijn. In 2009 verschijnt zijn autobiografie. Getiteld Take Me To The River.