Edward Docx

Bob Dylan: tussen hemel en aarde

De popliefhebber die de afgelopen week niets over Bob Dylan heeft gehoord of gelezen, heeft vermoedelijk onder een steen gelegen. Ter ere van de 80e verjaardag van de Bard uit Minnesota pakte de Volkskrant uit met een fotospread met mooie overpeinzing van Gijsbert Kamer als een uitgebreid bijschrift. Edward Docx van de Britse krant The Guardian dook de diepte in, op zoek naar het raadsel van ‘s mans blijvende aantrekkingskracht. Muziekblog Stereogum liet 80 (of eigenlijk 83) artiesten hun favoriete Dylan-track kiezen en toelichten. Tim Knol en Nico Dijkshoorn vertelden over hun Dylan-liefde bij Op1 en speelden een fraaie ingekorte versie van prachtlied Not Dark Yet.

De VPRO was al een jaar eerder begonnen met deze jubileumverjaardag. Vanaf eind mei 2020 produceerden Chris Kijne en Lars Hulshof elke twee weken een BOBcast, een podcast waarin ze met uiteenlopende Dylan-kenners spraken. Afgelopen vrijdag was de afsluitende aflevering, met onder meer singer-songwriter Lucky Fonz III (‘90% van het Dylan-fan-zijn is speculatie’) en journalist Iris Koppe (‘Dylan is voor mij een verruiming van de geest en een moreel kompas’).

De meest veelzeggende bijdrage aan deze korte Dylan-manie kwam misschien wel van NRC-scribent Jan Vollaard, onder de kop ‘Bob Dylan in een stomende suite’. Vollaard blikt hierin terug op een interviewsessie in een hotel in Rome van twintig jaar geleden, ter ere van Dylans 60e verjaardag. In een snikhete hotelkamer mogen Vollaard en elf andere bedremmelde Europese journalisten His Bobness om de beurt een vraag stellen, die door de rockster steevast met grote onverschilligheid wordt beantwoord. In de kamer ernaast hebben de journalisten hun Dylan-lp’s klaargelegd om door hem te worden gesigneerd. Na afloop blijkt hij er slechts met viltstift een kruis op te hebben gezet.

Dit wonderlijke tafereel lijkt een licht te werpen op het raadsel Dylan dat in feite ook het raadsel is van iedereen die zich als schrijver, liefhebber of omstander met zijn muziek bezighoudt. Waar kijken we naar bij deze persbijeenkomst? Waarom gedragen deze dertien mensen zich hier zoals ze zich gedragen? Dat Dylan de primes inter pares onder de popartiesten is, biedt onvoldoende verklaring. Ook al is hij van alle oude rocksterren dan al de enige wiens nieuwe muziek nog steeds relevant is.

De verklaring zit misschien in de manier waarop Dylan zich steeds aan het begrip en de oordelen van iedereen weet te onttrekken. Niet voor niets schrijft Edward Docx van The Guardian over zichzelf en andere Dylan-adepten: “We listen to him every day like other people pray.” In de jaren 60 zag een halve generatie hem als de Verlosser. Met zijn fenomenale onverschilligheid tegenover de twaalf Europese journalisten die in Rome aan zijn voeten zitten, doet hij denken aan niemand anders dan Jezus.

Net als Jezus lijkt Dylan overal boven te staan. Toen hij in 1966 door zijn publiek voor ‘Judas’ werd uitgemaakt omdat hij ‘elektrisch was gegaan’ speelde hij onaangedaan verder en maakte hij zijn tournee gewoon in stijl af. In 1997 trad hij op voor de Paus terwijl de popwereld hem erom verketterde. Toen hem in 2016 de Nobelprijs werd toegekend, reageerde hij wekenlang niet en stuurde hij vervolgens een plaatsvervanger, Patti Smith, naar de officiële ceremonie in Stockholm. Zulke onverschilligheid kwetst, ergert, maar roept uiteindelijk altijd ontzag op. Wij gewone stervelingen voelen ons er niet toe in staat.

Maar misschien zit het geheim van Dylan tevens in iets dat we geneigd zijn om over het hoofd te zien, namelijk dat Dylan niet dezelfde is als Robert Alan Zimmerman, geboren in Duluth, Minnesota, op 24 mei 1941. Dylan stelt ons ook voor een raadsel omdat hij geen mens is maar een creatie. We zouden Roberts verjaardag in feite helemaal niet moeten vieren, maar die van Bob. Jammer genoeg is daarvan geen precieze datum bekend.

Wat we wel weten, is dat de folkzanger zich ergens in 1959 tooide met de naam Bob Dylan. Naar eigen zeggen was die naam afgeleid van die van zijn oom Dillion. Alleen: die oom heeft nooit bestaan. Vanaf het begin heeft Zimmerman volop gefabuleerd over zijn achtergrond. Of moeten we zeggen dat het niet Zimmerman was maar Dylan die die dingen verzon? Het spel wordt steeds ingewikkelder. De man wikkelt het raadsel graag in fictie.

Het feit is dat Dylan vele malen groter is dan Robert Allen Zimmermann. Ik vermoed dat een van de twee – wie, dat weten we niet – lang geleden al heeft bedacht dat niemand gebaat is bij de ontmaskering van de halfgoddelijke status van Bob Dylan. Het spel moet worden gespeeld. Daarom roept hij twaalf journalisten naar Rome voor een audiëntie. Dat is het beste voor de fans, de media, de business en de wereld in het algemeen, moet hij hebben gedacht. En vooral voor hemzelf en zijn nalatenschap. Een plaats tussen hemel en aarde voor de creatie Bob Dylan, daar doet hij het voor.