Wegens tijdgebrek deze week op Goeie Nummers geen eigen verhaaltje, maar een link naar een boeiende blogpost van de Nijmeegse onderzoeker Lucas Seuren. Seuren verbindt de baanbrekende theorie over metaforen van George Lakoff en Mark Johnson uit 1980 met Bette Midlers klassieker The Rose. Verplicht leesvoer voor iedereen die het leuk vindt om af en toe wat dieper in een liedtekst te duiken!
Month: maart 2018
Muziekjes waar je vrolijk van wordt
Er zijn van die liedjes die me altijd opvrolijken, hoe chagrijnig of lamlendig ik me op dat moment ook voel. Vaak ongecompliceerde deunen die toch uitnodigen om nog een keer op te zetten. Vandaag presenteer ik er een paar die jou hopelijk ook goeie zin geven.
Juan Luis Guerra (Santa Domingo, 1957) is sinds de jaren 80 een hele grote meneer in Latijns-Amerika. Wereldwijd verkocht hij miljoenen platen en won hij diverse Grammy’s. Zijn album Todo Tiene Su Hora (2014) opent met het onweerstaanbare Cookies and Cream. Guerra smeert vintage R&B van Louis Jordan en Creed Taylor op zijn merengue, met knoeivette retestrakke blazers die over elkaar heen buitelen als een nest jonge katjes. Lekker hoor!!!
Chet Atkins en Mark Knopfler tappen op hun samenwerkingsalbum Neck and Neck (1990) uit rustiger vaatje met There’ll Be Some Changes Made. Heerlijke zelfspot. Over een muziekveteraan die op z’n ouwe dag tegen beter weten in nog graag een keer een beetje sex, drugs en rock-‘n-roll zou willen meepikken. Een virtuoos gitaarduel op allesbehalve ruige gitaren. Twee mannen die hoorbaar lol hebben met elkaar. Ze toveren een grijns op m’n gezicht die zeker een halfuur blijft plakken.
Als de magie van Atkins en Knopfler een beetje is uitgewerkt, kan ik bij Jesse Dayton terecht. De Texaanse zanger-gitarist die onder andere Johnny Cash en Waylon Jennings begeleidde, bracht in 2004 het solo-album Country Soul Brother uit, met daarop de dopaminerijke uptempo countrypunk-gospeltrack Jesus Pick Me Up. Wie hiernaar luistert, weet: hoe erg ik ook in de shit kom te zitten, er is daarboven altijd hulp te vinden. Dank, Jesse, voor deze reminder!
Heb jij ook een paar van die nummers die jou altijd weer vrolijk kunnen maken? Voel je vrij om ze hier op Goeie Nummers te delen!
Afrikaanse goden in je platenkast
Waar denk je aan bij het woord voodoo? Waarschijnlijk aan duistere rituelen en enge poppetjes met naalden. Dat is het beeld dat films en andere populaire media bij ons op het netvlies hebben gebrand. In werkelijkheid bevindt voodoo zich in je eigen platenkast.
Deze verrassende les is te vinden in het vorig jaar verschenen boek Voudou van Leendert van der Valk. De muziekjournalist maakte eerder al indruk met Duivelsmuziek, waarin hij verslag deed van zijn fietstocht van Memphis naar New Orleans, door de bakermat van de popmuziek. In Voudou volgen we met Van der Valk het spoor nog verder terug: vanuit Mississippi en New Orleans oostwaarts. Eerst naar Haïti, Curaçao en Suriname, en via een verrassende omweg over Rotterdam en Zaanstad ten slotte naar de oerbronnen in West-Afrika.
De eerste ontdekking is dat het niet puur om muziek gaat maar om een religie. Maar dan een die onlosmakelijk verbonden is met muziek: voodoo. Voodoo – knoop het in je oren – is niets meer of minder dan de meergoden-religie die van de 16e tot in 19e eeuw vanuit Afrika meereisde in de slavenschepen naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Een religie waarin de dansende gelovigen via liedjes en complexe drumritmes in contact komen met het hogere.
In het nieuwe land fungeerde voodoo voor de slaven als het onzichtbare cement dat hen met elkaar en hun land van herkomst verbond. Het geloof werd meestal door de christelijke machthebbers verboden, maar ondergronds leefde het voort. En in de 20e eeuw kwam het naar boven: in de jazz en in de eerste vormen van wat tegenwoordig valt onder de noemer popmuziek – of blues, rock-‘n-roll, soul, gospel, r&b, salsa, latin, funk, kaseko, reggae of rock.
In gospelmuziek zit het vraag-en-antwoordpatroon van de voodoorituelen, en het klappen vervangt de oorspronkelijke trommels. In de blues van Robert Johnson is de Afrikaanse bemiddelende god Legba veranderd in de christelijke duivel. En in de rock-‘n-roll herken je de clave – de kenmerkende vijf basisaccenten van West-Afrikaanse ritmes. Wat een injectie is dat geweest. Tot dan toe was populaire muziek een behoorlijk duffe bedoening die vooral hoofd en hart aansprak. Met de groove van voodoo mochten ook lichaam en ziel eindelijk meedoen.
Voudou is een rijk boek, vol informatie en – soms duizelingwekkende – ervaringen. Te veel om hier even samen te vatten, maar één citaat kan ook veel zeggen: ‘Soms lijkt het alsof de Atlantische Oceaan een gigantische draaikolk is die ritmische wrakstukken van de stranden oppikt en ze op andere continenten laat aanspoelen, om ze eeuwen later weer terug te slingeren.’ Wow. Wat een prachtig beeld. De beïnvloeding gaat dus niet alleen van oost naar west, maar maakt een cirkelbeweging die nog steeds doorgaat: James Brown putte in de jaren 50 uit Afrikaanse bronnen voor zijn opzwepende funk; Nigeriaan Fela Kuti haalde de inspiratie voor zijn seventies afrobeat op zijn beurt bij Mr. Dynamite. En zo gaat het door.
Bij Voudou hoort ook een uitgebreide afspeellijst op de immense platenkast van Spotify. Van Screamin’ Jay Hawkins’ ‘I Put a Spell On You’ (1956) en Dr. Johns ‘I Been Hoodood’ (1973) tot Cindi Laupers versie van ‘Iko Iko’ (1986) en D’Angelo’s ‘The Root’ (2000). Zet hem op als je contact wil krijgen met de goden.