47 is geen jubileumgetal, maar de verjaardag van Songs for Beginners, dat verscheen op 28 mei 1971, mag wat mij betreft elke keer gevierd worden. De bescheidenheid die uit de titel sprak maakte de critici mogelijk blind voor de pure klasse van Graham Nash’ solodebuut, maar terugkijkend en -luisterend moet je constateren dat het in al zijn eenvoud en directheid gewoon een meesterwerk is. Een uniek breakupalbum ook.
Nash, geboren in 1942 in Noord-Engeland, maakte eerst furore in de popgroep The Hollies. In 1969 stak hij over naar de VS. Daar hoopte hij zich bij nieuwe vlam Joni Mitchell te voegen en nieuwe muzikale wegen in te slaan, aangestoken door de sfeer van vrijheid en creativiteit die aan de Amerikaanse westkust heerste.
In een recent BBC-interview verhaalt Nash hoe een taxi hem vanaf het vliegveld naar het huis aan Lookout Mountain Avenue in Los Angeles bracht – het huis dat hij later met CSNY zou vereeuwigen in Our House op hun klassieker Déjà Vu. De Brit verwachtte daar alleen Mitchell aan te treffen, maar David Crosby (ex-The Byrds) en Stephen Stills (ex-Buffalo Springfield) waren er ook, experimenterend met wat nieuwe zelfgeschreven liedjes. Toen de drie mannen hun stemmen een kwartier later magisch lieten samenvloeien was zijn teleurstelling snel vervlogen. De rest is popgeschiedenis.
Het huis in Laurel Canyon was een idylle: twee jonge getalenteerde mensen die onder de Californische zon musiceerden, elkaar liefhadden en vrienden ontvingen. En het kon dus ook niet blijven duren. In juni 1970 verbrak Mitchell de relatie, Nash achterlatend met een gebroken hart. Zij zou over hem zingen in nummers als ‘My Old Man’ en ‘River’ van haar klassieker Blue. Nash maakte Songs for Beginners.
Het was een van de eerste albums die ik als puber kocht, de helft van een dubbelelpee – de andere helft was David Crosby’s solodebuut If I Could Only Remember Your Name. Totaal contrasterende platen: Crosby’s uitgesponnen acid-folkstukken tegenover de elf kraakheldere ambachtelijke popsongs van Nash. Er zaten heel wat weken zakgeld in die dubbelaar, maar hij was het waard.
Het bijzondere van Songs for Beginners: het is een breakup- en doorstartplaat ineen. Je voelt Nash’ diepe pijn, maar ook de veerkracht van een working class Brit die zichzelf uit het moeras omhoog trekt: Someone is gonna take my heart, Noone is gonna break my heart again, zingt hij in het intrieste én glorieuze I Used To Be A King, met bovenaardse pedal steel van Jerry Garcia (Grateful Dead). En op de dag dat de relatie met Mitchell definitief stukliep schreef hij het ontwapenende Simple Man, en speelde het diezelfde avond nog live met CSNY.
Nash weet zich op het album omringd door fantastische muzikanten die zich volledig inleven in zijn songs. Dat moet ook hebben geholpen. Luister naar het hartverscheurende Sleep Song. Of naar Military Madness, de nog immer actuele protestsong die zo heerlijk meebrult. En verwonder je erover dat uit zulke ellende zoiets moois kan ontstaan.
De popmuziek is op dit moment verstoken van schokkend nieuws, zoals het overlijden van grote namen of
Ellis is zo’n artiest die je maar eens in de paar jaar tegenkomt. Wiens muziek als een ‘bijl het ijs van ons bewustzijn splijt’. Bij mij in elk geval wel. Niemand anders schrijft op dit moment zulke spannende popsongs die zo onmiskenbaar geworteld zijn in de rootstraditie. Of andersom: niemand flirt in zijn folk- en countrysongs zo soepel met pop en jazz. En niemand balanceert ook in zijn teksten zo overtuigend op het slappe koord tussen Trouw en Ontrouw.
Tot dusver produceerde Robert Ellis (1988) vier solo-albums: The Great Re Arranger (2009), Photographs (2011), The Lights from the Chemical Plant (2014) en vorig jaar zijn meest recente, gewoon Robert Ellis getiteld, alsof het zijn debuut betreft. Het is vooral met die laatste twee platen dat Ellis zich loszingt uit het pure country- en folkidioom.
Dat nieuwste album bevindt zich dan weer wel in de mooie poptraditie van het
Maar Ellis kan en wil niet om de andere kant van de huwelijkse trouw heen, zoals in prijsnummer
Live staat de Texaan trouwens ook zijn mannetje. Afgelopen juni speelde hij, gekleed in zijn strakke spacecowboypak en ondersteund door puike vaste begeleiders, op Ribs & Blues in Raalte. Ondanks de wat lompe geluidsmix en de barbecue-achtige sfeer op het Overijsselse festival bleven zijn subtiele nummers op het podium volledig overeind.
Voor wie zoveel lof juist twijfel oproept, kijk zelf maar naar