Drie werelden worden één

Een goeie cover maken is een kunst. Dat realiseerde ik me deze week weer toen ik door een bevriende muziekliefhebber werd gewezen op een artikel in NRC over de verrassende cover-vaardigheden van popster Miley Cyrus, die onder meer Jolene, de evergreen van peettante Dolly Parton, van een fijn rauw randje voorziet.

Een van de dingen die covers bijzonder maakt, is denk ik dat we daarbij getuige mogen zijn van de ene kunstenaar die reageert op het werk van een andere kunstenaar – en vaak ook op andere covers van datzelfde nummer. Het is een beetje alsof je toekijkt terwijl meester-jongleurs met onnavolgbare bewegingen een voorwerp naar elkaar overgooien dat ondertussen ook nog steeds van kleur of vorm verandert. Of zoiets.

Artiesten kunnen op veel verschillende manier coveren. Sommigen gaan voor een perfecte kopie, een versie die nauwelijks is te onderscheiden van het origineel. Voorbeeld: Tom Petty en Feel A Whole Lot Better van The Byrds. Andere artiesten brengen een oudere track naar een nieuw publiek door hem een hedendaagse sound te geven. Denk aan Madonna’s versie van Don McLeans American Pie – of nou ja, misschien toch maar liever aan George Bensons jaren-70-uitvoering van On Broadway van The Drifters.

Een bijzondere categorie is de crossover-cover: een popuitvoering van een klassiek stuk (The 5th van Ekseption), een jazz-versie van een popnummer of – iets wat steeds populairder lijkt te worden – een popnummer gespeeld door klassieke musici. De Volkskrant wijdde onlangs een interessant artikel aan deze covers, toegespitst op de relatie tussen metal en klassieke muziek.

Bij een crossover-cover snijdt het mes aan twee kanten. Zowel de overeenkomsten als de verschillen dringen zich op verrassende wijze naar voren. De twee op het eerste gehoor zo verschillende muziekstijlen – bijvoorbeeld het metalen gebeuk van een rockband en de zachte zweefklank van een strijkorkest – blijken namelijk meer op elkaar te lijken dan je dacht. En aan de andere kant: het rocknummer blijkt in de nieuwe versie vaak ook een muzikale rijkdom te herbergen die in het geweld van het origineel wat was ondergesneeuwd.

Een mooi en uitgebreid voorbeeld van een crossover-cover was kortgeleden te zien en horen op de Cello Biennale in Amsterdam: de integrale uitvoering van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band door het Cello Octet Amsterdam. Geweldig om te zien hoe niet alleen de glissando zangpartijen van Fab Four maar ook hun typische studio-effecten (een belletje, percussie, gekke geluidjes) door de musici op hun traditionele strijkinstrumenten creatief worden geïmiteerd.

Een ander mooi voorbeeld van zo’n cross-over hoorde ik deze week op Radio 4: Sir Duke van Stevie Wonder, uitgevoerd door het Mandelring Quartett. Stevie Wonders ode aan jazzicoon Duke Ellington, afkomstig van Songs In The Key of Life (1976), is geen gemakkelijk stuk: spetterende blazerspartijen, korte staccato breaks, lyrische zwier-refreinen, felle accenten. Het Duitse strijkkwartet weet er wel raad mee. En voor het eerst hoorde ik nu ook hoe mooi de melodie van Sir Duke de ballroomjazz uit de jaren 20 en 30 echoot. Dat is wat een goeie crossover-cover kan doen: drie verschillende werelden – klassiek, pop, jazz – op een verrassende manier één maken.

One comment

  1. Waar ik de laatste tijd veel lol aan beleef, zowel als luisteraar als muziekmaker is herharmonisatie. De melodie voorzien van een andere akkoordenstructuur waardoor het nummer een total hervorming krijgt. Er zijn vele voorbeelden van te vinden en het is al heel oud, nam denk een vlucht in de jazzmuziek.

    Twee voorbeelden, Blackbird:https://www.youtube.com/watch?v=NAb9V08zcBE

    En PYT van Michael Jackson:https://www.youtube.com/watch?v=c7z1L8ZXoVA

    Ook leuk op die laatste video is de reactie van Quincy Jones: “Now… I can get into this! Jazz chops meet today’s chops! Love it!”

Geef een reactie