Ze zijn gruwelijk en meeslepend. Dramatisch en tragisch. Uitersten komen erin tot uitdrukking: moordballades. Tragische verhalen van wraak en woede, waarin liefde in haat verandert en geweld het enige antwoord lijkt op krenking of onvervuld verlangen.
Het eerste moordlied dat ik bewust hoorde, was Hey Joe in de beroemde uitvoering van Jimi Hendrix, over een bedrogen echtgenoot die wraak neemt op zijn vrouw. Het tweede was de even gruwelijke als sprookjesachtige ‘Kinderballade’ van Boudewijn de Groot, met tekst van Gerrit Komrij, bijna meer een pastiche dan een rasechte moordsong.
De moordballade kent een lange historie, ook in ons eigen taalgebied. Wie in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut ‘moordlied’ typt, kan zien dat er in de loop van onze geschiedenis al zeker 671 medemensen naar de andere wereld zijn gezongen. En het genre is, zeker in de VS, nog steeds springlevend. Eerbiedwaardige songwriters als Willie Nelson (Red Headed Stranger) en Lyle Lovett (L.A. County) waagden zich eraan.
De plot van een moordballade is bijna altijd eenvoudig, de personen worden getekend met grove penseelstreken, het melodrama ligt op de loer. Maar er is passie, er is spanning – dat is de kracht ervan. Daarom zijn het waarschijnlijk ook vaker grote persoonlijkheden dan fluwelen zangers die liedjes over moord en doodslag op hun repertoire hebben staan: Bob Dylan (Pay in Blood, Baby Please Stop Crying), Johnny Cash (I Hung My Head) en natuurlijk top-moordballadeer Nick Cave. De Australiër vulde er zelfs een heel album mee (Murder Ballads, 1996).
Toch zijn er ook fijnzinnigere varianten, zoals Wichita van singer-songwriter Gretchen Peters, waarin we het relaas horen van een 12-jarig meisje dat het recht in eigen hand neemt. De prijs voor de mooiste moordballade gaat wat mij betreft naar Jason Isbell. In Yvette, van zijn album Southeastern (2013), laat de jonge Amerikaanse alt.countryzanger ons in de huid kruipen van een getormenteerde middelbare scholier die geïntrigeerd is door zijn stille klasgenote en haar stiekem volgt naar haar huis. Luister en huiver.
Ken je meer goeie nummers of moord en doodslag? Laat het hieronder weten bij Reacties!
Artiesten die andere artiesten noemen in hun liedjes – ik ben er gek op. Waarschijnlijk komt dat vooral door het komische effect dat fictie en werkelijkheid opeens door elkaar gaan lopen, een beetje zoals in Woody Allens
Hoe zou het voor de genamedropte artiest zijn om zichzelf opeens als lied-personage tegen te komen? Best vreemd, lijkt me, maar ook vleiend. Namedropping komt immers meestal voort uit bewondering of uit een gevoel van verwantschap, zoals in
Maar het kan natuurlijk ook anders uitpakken. Bijvoorbeeld als collega’s je naam opvoeren om je een flinke veeg uit de pan te geven,
Ians lied is veel meer tongue-in-cheek dan Sweet Home Alabama, maar de singer-songwriter neemt haar vrouwelijke collega’s wel aardig op de korrel. Had ze maar laarzen zoals Emmy Lou, verzucht ze, dan zou haar leven net zo luxueus en zorgeloos zijn als dat van hen, om nog maar te zwijgen van die gegarandeerde plek in de hemel. Ondanks alle wisecracks – en Ians kennelijke fascinatie voor c&w-schoenmode – wordt hier stevig geschopt tegen de zelfingenomenheid en oppervlakkigheid van de commerciële country-wereld.
Een van de lekkerste namedropping-songs komt juist uit de (alt-)country:
De hoofdpersoon van I Feel Lucky wint de jackpot – niet door de horoscoop te lezen of naar alle waarschuwingen uit haar omgeving te luisteren, maar gewoon door in zichzelf te geloven. En nu barst ze van het zelfvertrouwen: haar kan niets gebeuren, met haar elf miljoen dollar kan ze kopen en weggeven wat ze wil.
En dan wordt ze ook nog begeerd door twee van haar opkomende mannelijke country-collega’s uit die tijd: Dwight Yoakam en Lyle Lovett. De een beloert haar vanuit een hoekje, de ander maakt concreet avances. De zangeres is best gestreeld door die aandacht, hoor, maar ze is geen bot om om te vechten: ‘Hey Dwight, hey Lyle, boys, you don’t have to fight. Hot dog, I feel lucky tonight.’ De rol die de twee heren in deze namedropping-song krijgen toebedeeld is maar bescheiden. De dame deelt de lakens uit. Zo kan het ook.
Jaren geleden las ik het Amerikaanse lesboek Successful Lyric Writing, geschreven door Sheila Davis. Een van haar eerste adviezen voor (aanstaande) liedjesschrijvers luidt: stel degene die het lied zingt (meestal de ik-figuur) in een gunstig daglicht. Maak diegene zo ‘likable’ dat je publiek zich er gemakkelijk mee kan identificeren en zich daarom graag door het liedje laat meeslepen.
En in negen van de tien liedjes werkt het ook zo, bijvoorbeeld door de bescheidenheidsformule: ‘I am just a poor boy though my story’s seldom told’ (Simon & Garfunkel, The Boxer) of ‘Ik heb geen cent te makken en ik heb nooit een vak geleerd (De Dijk, Nergens Goed Voor). Of door o zo herkenbare liefdesperikelen te vertellen (het ‘My baby’s gone and left me’ van talloze bluesnummers). Maar is het ook mogelijk om die regel een beetje op te rekken, of hem zelfs helemaal aan je laars te lappen?
Singer-songwriter Randy Newman (Los Angeles, 1943) vindt kennelijk van wel. In de liedjes van de eigenzinnige Amerikaan is geregeld iemand aan het woord die behoorlijk onsympathiek of moreel weinig hoogstaand is. Je zou bijna kunnen zeggen dat Newman daar zijn handelsmerk van heeft gemaakt.
In het bekende
Een ander mooi voorbeeld van Newmans dubieuze personages figureert in
Tegen wie heeft hij het, en wie is hier eigenlijk aan het woord? Pas bij het tweede couplet krijg je het door. Je was bezig was je te identificeren met een denkbeeldige reclameman die in Afrika slaven komt ronselen, en de 20e-eeuwse sales pitch heeft zo weinig relatie met de historische werkelijkheid dat de tenen ervan krom trekken. Je weet niet hoe gauw je weer afstand moet nemen.
Maar het blijkt voor veel luisteraars moeilijk te zijn om personage en artiest uit elkaar te houden. Newman ervoer dat aan den lijve bij zijn hit
Nee, de artiest die klootzakken, hypocrieten of andere slechteriken als ik-figuur in een liedje opvoert, maakt het zichzelf allesbehalve gemakkelijk. Maar het levert wel spannende muziek op die je op het verkeerde been zetten en je laten nadenken – en die je nooit meer vergeet.