gerechtigheid

Onvoorstelbare flops

Vanuit het heden hebben we vaak een overzichtelijk beeld van welke kunstwerken van blijvende waarde zijn en welke niet. Maar opinies kunnen variëren. Ook in de popmuziek. Platen die bij de release meteen als klassiekers worden beschouwd, verdwijnen soms snel in de vergetelheid. Maar ook het omgekeerde is mogelijk: albums die bij verschijning het stempel ‘flop’ krijgen, zowel van recensenten als van fans, maar na verloop van tijd als klassiekers gaan gelden.

Ik vind dat een fascinerend fenomeen. Vooral omdat het fundamentele vragen oproept over hoe we überhaupt ons oordeel over kunstwerken vormen: op basis waarvan oordelen recensenten, hoe beïnvloeden zij het publiek, welke invloed hebben collega-muzikanten, de artiest zelf en de fans op de meningsvorming? En hebben commercieel succes of het simpelweg verstrijken van de tijd misschien ook impact op ons oordeel?

Ik denk dat hier een dik boek over geschreven kan worden, toegespitst op popalbums van pak ‘em beet 1965-2000 (wie pakt de handschoen op?), maar misschien kan ik hier vandaag een eerste poging tot een miniem beginnetje maken. Bijvoorbeeld op basis van dit lijstje dat onlangs op American Songwriter verscheen, onder de kop ‘Now iconic albums that once were deemed duds’:

  1. The Velvet Underground & Nico – The Velvet Underground & Nico (1967)
  2. The Stooges – The Stooges (1969)
  3. Fleetwood Mac – Tusk (1979)
  4. The Byrds – Sweetheart of the Rodeo (1968)
  5. The Beach Boys – Pet Sounds (1966)

Een mooi lijstje van bijzondere albums, waarvan je je nu, decennia later, inderdaad moeilijk kunt voorstellen dat ze destijds over vrijwel de hele linie als mislukkingen werden beschouwd.

Van de eerste twee, nu beschouwd als onbetwistbare wegbereiders van de (anarcho)punk van midden jaren 70 en daarna, zou je nog kunnen zeggen dat het destijds debuutalbums van obscure bands waren, die bovendien niet meteen lekker in het gehoor lagen. Maar bij de laatste drie lag moet er iets anders hebben gespeeld. Daarbij ging het om zeer succesvolle groepen die in de ogen van critici en/of fans kennelijk de plank flink hadden misgeslagen.

Bij Tusk van Fleetwood Mac ligt de verklaring misschien buiten de muziek zelf. De platenmaatschappij betaalde zich blauw aan opnamesessies in de studio terwijl je dat niet direct aan het eindresultaat afhoort. Bovendien had de plaat, met onder andere de grote hit Sara, de pech te moeten verschijnen na het megasucces van Rumours. Dan móet nieuw werk bijna wel tegenvallen.

Bij nummer 4, Sweetheart of the Rodeo van The Byrds, lag het anders. Het album viel wel in de smaak bij recensenten, maar niet bij de fans. De reden: Sweetheart bevatte nadrukkelijke country-elementen, en dat genre botste hevig met het alternatieve imago van The Byrds. Een overstap naar het conservatieve country-kamp voelde voor de fans als verraad aan hun idealen – en die van de band. Het zou lang duren voordat het weer goedkwam tussen de twee partijen.

Het laatste van de vijf genoemde albums is voor mij de meest onvoorstelbare flop ever. Hoe kan de klasse van Pet Sounds je als luisteraar ontgaan, met onder meer evergreens als Wouldn’t it Be Nice, God Only Knows en Caroline, No? Maar de Beach Boys-fans, opgegroeid met hun zonnige hits over surfers, strand en romantiek, waren destijds echt niet enthousiast. De nieuwe liedjes van Brian Wilson, met hun complexe arrangementen, melodieën en harmonieën, waren te moeilijk en de teksten te somber.

Maar ook The Beach Boys zelf waren niet allemaal enthousiast over de muziek, die al grotendeels door Wilson in zijn eentje in Californië was geschreven en opgenomen terwijl de rest van de band in Azië op tournee was. Waar zijn de hits? zeiden ze tegen hun voorman.

Het kan verkeren. Inmiddels wordt Pet Sounds gezien als een van de meest invloedrijke albums uit de popgeschiedenis. Wilsons ambitie was om The Beatles’ Rubber Soul (1965) naar de kroon te steken. Daar is hij in geslaagd: het album toont een popmuzikant die de stap van adolescentie naar volwassenheid zet, met alle levenstwijfel die daarbij hoort. Sterker nog, Pet Sounds zette een grote stap in de volwassenwording van de hele popmuziek.

Ik vermoed dat het die schok was, het plotse afscheid van de jeugd, die zorgde voor de lauwe ontvangst van het album. Brian Wilson was zijn tijd vooruit. De plaat doorbrak het idee van wat popmuziek was en moest zijn. Pet Sounds zei expliciet, en woord en klank, dat de jeugd niet eeuwig kon duren. En liet daarmee de fans enigszins verweesd achter.

Het bijzondere is dat het vanuit het nu gezien moeite kost om je die schok precies voor te stellen. Want als ik nu naar Pet Sounds luister, valt me juist op hoe jeugdig de twijfel is, hoe jong het terugblikken voor Wilson blijkbaar al begon, net als bij bijvoorbeeld Joni Mitchell in Both Sides Now. Maar het meest bijzondere vind ik dat je met dit Beach Boys-album nog steeds een wonderbaarlijk parallel universum binnenstapt, meteen zodra je de plaat opzet. Een wonderland dat doet denken aan dat van Alice en dat, inderdaad, tijdloos is.

Meer tamboerijn

Er zijn instrumenten in de popmuziek die nooit de erkenning krijgen die ze verdienen. De triangel. De koebel. En ook de tamboerijn hoort daarbij: een muziekinstrument dat waarschijnlijk vooral wordt geassocieerd met saaie muzieklessen op de basisschool en vage gospelkoortjes op straat. Ten onrechte. De tamboerijn is een onmisbaar radertje in de machinerie van de popmuziek dat tegelijkertijd nauwelijks opvalt. Hoe kan dat?

Eerst dat onopvallende. Misschien zit hem dat deels in het uiterlijk. De kleine platte trommel met losse mini-bekkens, officieel ‘schelringen’ genoemd, heeft niets van het sierlijke van de gitaar of het imposante van een drumstel, piano of orgel. De tamboerijn (in Oudnederlands: ‘beltrom’) heeft wel een lange geschiedenis in de volksmuziek, maar daar heb je qua uitstraling weinig aan in de rock-‘n-roll.

(meer…)

Eerherstel voor de jaren 80

Een tijdje geleden heb ik me hier op Goeie Nummers – en ook in mijn boek Diepe groeven – enigszins laatdunkend uitgelaten over een tijdvak waaraan sommige popliefhebbers buitengewoon goede herinneringen blijken te koesteren: de jaren 80. Van verschillende kanten kreeg ik daar wat commentaar op – heel beschaafd hoor, bedreigingen zaten daar niet of nauwelijks bij – maar zoiets zet je toch aan het denken.

In eerste instantie was ik verwonderd over die reacties. Ze troffen me als hernieuwd bewijs van het wetenschappelijk vastgestelde feit dat muziek uit het ‘eigen’ tijdvak, dat wil zeggen de muziek die mensen ongeveer tussen hun 12e en 25e horen, altijd een bijzonder plekje in hun hart blijft innemen. Zelfs als het gaat om liedjes met de steriele synthesizerklanken en het overdreven galmende drum- en zanggeluid van de jaren 80, gespeeld door muzikanten met bizar groot en doorgeföhnd haar. (meer…)

Het raadsel Nick Lowe

Nick Lowe jongDe carrière van Nick Lowe is nauwelijks te bevatten. Eind jaren 70, begin 80 beleeft de Britse zanger-basgitarist successen als solo-artiest met inventieve maar weinig authentieke liedjes (I Love the Sound of Breaking Glass, Cruel To Be Kind). Terwijl zijn meesterwerken vanaf midden jaren 90 (The Impossible Bird, The Convincer) nooit meer dan een beperkte schare trouwe fans bereiken. Hoe kan dat? Is het een bewijs voor de stelling dat kwaliteit en commercieel succes gewoon niet kunnen samengaan?

boek Cruel To Be KindIk ging op zoek naar het antwoord in Lowe’s recente biografie Cruel To Be Kind, van de hand van popjournalist Will Birch. Birch sprak vele mensen uit Lowe’s omgeving, alsmede de man zelf, en biedt zo een mooi inkijkje achter de schermen van de publieke persona die de Engelsman ons laat zien. Zodat we geleidelijk steeds dichter bij de kern van het enigma komen. (meer…)

Gerechtigheid

Af en toe ontwaakt in mij een koene ridder die onversaagd en onbaatzuchtig opkomt voor de verdrukten der aarde. Meestal gaat het dan om ondergewaardeerde artiesten of platen. Daarbij bevind ik mij als 21e-eeuwse Robin Hood in goed gezelschap: in de popjournalistiek zijn zulke rechtvaardigheidscampagnes een genre op zichzelf geworden.

Zo heb je om te beginnen het fenomeen van het Vergeten Meesterwerk: een plaat dat om onbegrijpelijke redenen uit beeld is geraakt. Denk aan Tunnel of Love van Bruce Springsteen of Who Are You van The Who – doen ze een belletje rinkelen? Daarnaast zijn er de Icoon-Rehabilitatie-acties: een artiest die ooit door de hele popwereld werd omarmd maar daarna zo werd verguisd dat dit beeld inmiddels weer rechtgezet moet worden. Denk Sting, Mark Knopfler of Phil Collins. (meer…)