Onverwachte dwarsverbanden – Pieter Steinz

Robert Johnson“Een lachebekje was hij niet, Jakobus Cornelis Bloem. Zijn gedichten, waarin het altijd zachtjes lijkt te regenen, zijn de Hollandse pendant van de blues. De beroemde oneliners (‘En dan: ’t had zoveel erger kunnen zijn’, ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht’) zijn variaties van het ‘Woke up one morning…’ en ‘I’ve been down so long’ van de grote blueszangers.”

Dichter J.C. Bloem als de Nederlandse Robert Johnson – een verrassende vergelijking. Hij is te vinden in de rubriek Lezen met ALS van Pieter Steinz, in NRC Boeken. Deze blog, met ongeveer wekelijks een post, is onmisbaar voor wie houdt van boeken, popmuziek en al het andere dat het leven de moeite waard maakt. Vandaar dat Goeie Nummers ditmaal even niet over popmuziek gaat, maar over een ander blog.

Made in EuropePieter Steinz (1963), oud-Chef Boeken van NRC Handelsblad, publiceerde al een reeks boeken over literatuur en andere cultuuruitingen, en is ook bekend van optredens in DWDD. Zijn recentste succesnummer is Made in Europe (2014), een speelse ‘bijbel’ van de Europese cultuur.

Ongeveer een jaar geleden werd bij Steinz de progressieve spierziekte ALS geconstateerd. Die ziekte uit zich bij hem in vermoeidheid en moeite met spreken en ademen. In het blog Lezen met ALS verbindt hij zijn ziekteverloop met de boeken die hij herleest: van de Griekse meesters en Alice in Wonderland tot Het Sleutelkruid van Paul Biegel en de Russische klassieker Oblomov. Hij trekt parallellen tussen die verhalen en persoonlijke zaken uit zijn eigen leven, zoals een bucket list, de wonderlijke medische wereld, slapeloosheid, lijdzaamheid en het werkende bestaan.

Steinz koppelt belezenheid aan een brede culturele belangstelling (hoge en lage kunst, dus ook popmuziek) en scpieter steinzhrijft zeer aanstekelijk en toegankelijk. Als hij bijvoorbeeld zijn huidige, noodgedwongen zeer rustige, levenswijze vergelijkt met zijn vroegere bestaan, leidt dat tot zinnen als: “Het hoogtepunt was Eerste Paasdag, toen ik me voelde als de hedendaagse Oblomov die in het Kinks-liedje ‘Sunny Afternoon’ gelaten alle ellende in zijn leven van zich af laat glijden terwijl hij lekker luiert op een zonnige namiddag.”

J.C. BloemHet meest bijzonder vind ik Steinz’ oog voor onverwachte dwarsverbanden tussen verschillende kunsten – of tussen de kunst en het leven. Zoals in het stuk over polderbluesman J.C. Bloem. In dat stuk ontdekt hij onder de oppervlakte van Bloems klaagzangen ook een retorisch stijlmiddel: “[…] net als de Amerikaanse bluesmen schiep Bloem een duivels genoegen in overdrijving. Vergeefsheid was zijn thema, en dus tamboereerde hij op het zinloze van het bestaan. ‘Ik heb van het leven vrijwel niets verwacht, / ’t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen’, dichtte hij in ‘De nachtegalen’.”

Die overdrijving is volgens Steinz bedoeld om tegenspraak uit te lokken. En tegenspraak geeft hij de oude dichter ook, welsprekend en persoonlijk. Zo verbindt Steinz de onverwachte overeenkomsten tussen Hollandse poëzie en zwarte populaire muziek ook nog eens met zijn eigen leven. Het is – hoe moet ik het zeggen – even ontroerend  als  bewonderenswaardig. Niet te missen vooral. Check him out.

You Can Call Me Al – Paul Simon

hoes single You Can Call Me Al‘You Can Call Me Al’. Hitsingle van Paul Simon uit 1986. Afkomstig van zijn succesalbum Graceland. Koddig videoclipje met Chevy Chase. En natuurlijk dat catchy riffje: Páá PaPa Pá, Páá PaPa Padá. Onlangs hoorde ik het nummer voorbijkomen op de radio, en ik vroeg me af of dit luchtige deuntje misschien een dubbele bodem bevat. Paul Simon (Newark, New Jersey, 1941) verstopt in zijn bedrieglijk opgewekte muziek immers wel vaker ingewikkelde of sombere hersenspinsels.

‘You Can Call Me Al’ geeft daarvoor inderdaad wel een paar aanwijzingen. In het eerstes couplet zien we een man die kennelijk in een midlife-crisis zit: ‘A man walks down the street / He says, Why am I soft in the middle now? / The rest of my life is so hard!’ Hij voelt zich eenzaam en verloren: ‘My nights are so long! / Where’s my wife and family? / What if I die here?’ Existentiële vragen zonder antwoord, maar het blijft verteerbaar door de nonchalante praat-zang en de absurde woordkeuze: ‘Don’t want to end up a cartoon, in a cartoon graveyard’.

Dan komt het  refrein: ‘If you’ll be my bodyguard, / I can be your long lost pal! / I can call you Betty, / And Betty, when you call me, / You can call me Al!’ Dit raadselachtige toneelstukje lijkt een oplossing te bieden. Maar wat betekenen die nieuwe namen, die lijfwacht en die verloren kameraad voor de problemen van de man?

Paul Simon (ca. 2010)Een tipje van de sluier wordt opgelicht door een anekdote uit Paul Simons persoonlijke leven. De zanger en zijn toenmalige echtgenote Peggy verschenen eens op een feestje waar de gastheer hen per abuis aanzag voor het echtpaar ‘Al’ en ‘Betty’. Simon tilt dit alledaagse voorval in ‘You Can Call Me Al’ naar een ander niveau: als de gast en de gastheer/vrouw afspreken hun bestaande naam en identiteit te vergeten, kunnen ze allebei nieuwe rollen aannemen. De verrassende deal geeft ruimte: we kunnen helemaal opnieuw beginnen, zonder de ballast van het verleden. Geen gekke oplossing voor iemand in een mid-life crisis.

In het derde couplet komt er nog iets anders bij. De man bevindt zich hier in een vreemd land, wellicht in de Derde Wereld. Hij is onthand omdat hij de taal niet spreekt, geen ruilmiddel tot zijn beschikking heeft. In deze onzekere situatie gaan de ogen van de man weer open. In die onbekende wereld, met zijn nieuwe beelden, klanken en geuren krijgen de dingen om hem heen plotseling weer betekenis. Hij ontwaart ‘angels in the architecture’. Sterker nog, deze nieuwe wereld brengt hem verlossing: ‘Amen, Hallejulah’.

Als je dan het refrein er weer bij betrekt, lijkt de zanger in dit ogenschijnlijk luchtige liedje zelfs een voorstel te doen voor een nieuwe verhouding tussen Noord en Zuid, rijk en arm, blank en zwart: de rijke landen beschermen de arme met hun macht en geld (bodyguard), en in ruil daarvoor wordt de ontheemde westerse blanke weer opgenomen in de mensengemeenschap (long lost pal). Dan kunnen ze allebei weer met een schone lei beginnen. Of zie ik er nu te veel in?

hoes GracelandDat is mogelijk, maar ik denk het niet. Paul Simon heeft de grote maatschappelijke en existentiële thema’s nooit geschuwd. Bovendien was hijzelf ten tijde van Graceland  het middelpunt van een felle controverse over de omgang met de apartheid in Zuid-Afrika. Nee, ik ben ervan overtuigd dat ‘You Can Call Me Al’ gewoon gaat over de menselijke existentie, wedergeboorte, verlossing en een nieuwe wereldorde. Páá PaPa Pá, Páá PaPa Padá.

 

Hoe geuren en muziek instant herinneringen oproepen

hejira foto van coverRuik ik kaneel en koffie, dan hoor ik een fractie van een seconde later Joni Mitchell zingen over ‘dreams and false alarms’. Hoor ik ‘Amelia’ van Joni’s beroemde album Hejira (1976), dan denk ik meteen aan een vriendin die ik in de loop der jaren uit het oog verloor. Geregeld ervaar ik hoe krachtig muziek en geuren allebei in een flits hele werelden kunnen terugroepen in het bewustzijn. Maar er is vast ook een verschil tussen de werking van klanken en aroma’s. Hoe zit dat eigenlijk? Ik neem mezelf maar eens als proefpersoon.

marcel proustIn Marcel Prousts romancyclus Op zoek naar de verloren tijd is het de geur en smaak van een madeleine, gedoopt in bloesemthee, die bij de hoofdpersoon de sluizen van de herinnering openzetten. In meer dan drieduizend bladzijden wekt de Franse schrijver (1871-1922) vervolgens een verdwenen wereld zeer gedetailleerd en zeer persoonlijk tot leven. Ik vraag me af of muziek hetzelfde vermogen heeft om zoveel gevoelens en details op te roepen.

Muziek lijkt sterker aan specifieke levensfases te plakken: bij het horen van een bepaald lied denk je vaak terug aan één bepaalde tijd. Zo ben ik bij ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss en ook bij ‘Cheek to Cheek’ van Lowell George meteen weer 15 jaar en sta ik ongelukkig te zijn in een dampende campingdisco in het zuiden des lands. Waaruit overigens blijkt dat elk liedje, ongeacht de kwaliteit, kan dienstdoen om onbedoeld wat oude wonden open te rijten.

soulfeest jaren zeventigWat muziek veel beter kan dan geur, is een collectief tijdsbeeld oproepen. Bij ‘Staying Alive’ wordt ik ongetwijfeld samen met heel veel generatiegenoten teruggevoerd naar klassenfeestjes met rijtjes suf dansende leeftijdsgenoten. Inclusief de bijbehorende permanentjes en soulbroeken. Instant herkenning. Ook zijn er nummers die je samen met een geliefde of in een vriendenclub intens hebt beleefd: ‘ons nummer’. Als je zo’n lied na lange tijd weer hoort, voel je die oude verbondenheid opeens weer, alsof de tijd heeft stilgestaan.

dampend kopje koffieBij geuren lijkt het allemaal veel individueler te zijn. Geuren lijken via een onzichtbare weg verbinding te maken met een oud gevoel. Een gevoel dat helemaal van jou is, dat alleen jij kent. Moeilijk in woorden te vangen, moeilijk te delen met anderen. Ik associeer die geur-herinneringen ook altijd met een weldadige eenzaamheid. De tijd staat speciaal voor mij even stil.

De wetenschap heeft vast veel interessants te melden over de zintuigen, het geheugen en dit specifieke fenomeen. Discussiestof voor later. Voorlopig eindigt de wedstrijd Herinneringen Oproepen voor mij in een remise tussen geuren en muziek. Beiden zijn supersnel en krachtig, maar geur gaat dieper, muziek is socialer. Mee eens? Herken jij je in dit verhaal? Ik ben benieuwd naar jouw beleving.

Graham Parker & The Rumour in Paradiso – dubbelreünie

graham parker toen 2 ‘Hij is buitengewoon klein, draagt immer een zwarte zonnebril en heeft zich omringd met een aantal van Groot-Brittannië’s beste popmusici.’ Zo kondigde het VPRO-radioprogramma Amigos de Musica in 1978 een live-opname van Graham Parker & The Rumour aan. Waarna de Britse angry young man met zijn band losbarstte in een stomende versie van ‘Pourin’ It All Out’ – een van zijn klassiekers. De aankondiging en het nummer staan in mijn geheugen gegrift.

Gisteravond kwam het allemaal terug. Op het podium in Paradiso stonden Graham Parker & The Rumour. De band is dertig jaar na hits als ‘Hey Lord, Don’t Ask Me Questions’ singlehoes Hey Lord Don't Ask Me Questionsen ‘New York Shuffle’ weer herenigd. En het was gisteren een dubbelreünie, want ikzelf was in gezelschap van twee van de belangrijkste mensen uit mijn jeugd, mijn broer Wim en mijn oude vriend Robert, met wie ik overigens nog steeds muziek maak. Ruim vierendertig jaar geleden waren we in precies dezelfde samenstelling bij het eerste grote concert dat ik als 16-jarige mocht bijwonen, dat van – ja – Graham Parker & The Rumour, in het Congresgebouw in Den Haag.

graham parker nuBij zoveel overeenkomsten wordt de aandacht natuurlijk getrokken door de verschillen. Een daarvan is dat de mannen op het podium er inmiddels wel een heel stuk ouder uitzien. Sommige zijn zelfs bijna onherkenbaar. Maar zodra je dat constateert, vraag je je automatisch af of dat misschien ook voor jezelf geldt. En dan is het hek van de dam. Dan word je, net als bij een schoolreünie, bezocht door hardhandige vragen als: Heb ik mijn jeugddromen waargemaakt? Hoe steken mijn prestaties af bij die van de anderen? En als je niet oppast verandert een leuk uitje zomaar in een zwaar examen.

Gelukkig is daar dan de muziek. Muziek kan alles oplossen. Ze kan je meenemen, weg van al te moeilijke vragen, op een reis vol ontroering, opwinding en soul. En GP & the Rumour waren gisteravond uitstekend op die taak berekend. Je beleeft zo’n concert nooit zoals de allereerste keer, maar Pourin’ It All Out klonk nog even onstuimig en doorleefd als toen. Ook het latere werk werd bezield en krachtig gespeeld, zoals het verstilde You Can’t Be Too Strong. En dan herken je in de verweerde koppen van nu weer de jeugdige mannen die eronder verscholen zitten. Op het podium en in de zaal. Pfff.

Albumverjaardag – Bad Love (1999) van Randy Newman

Vandaag, 1 juni 2014, wordt Bad Love 220px-Bad_love15 jaar. Kort na verschijnen luisterde ik vaak op mijn walkman naar dit album van Randy Newman, in de trein op weg naar kantoor. Maar ja, samen met de cassettebandjes verdween Bad Love geleidelijk naar de achtergrond. Totdat collega en muziekliefhebber Bob Hartog, tevens leadzanger van LaagLicht, me er een paar jaar geleden gelukkig aan herinnerde.

Randy Newman (Los Angeles, 1943) trad in de jaren ’70 toe tot de eregalerij der singer-songwriters met prachtplaten als 12 Songs, Sail Away en Good Old Boys. Daarna werkte hij vooral achter te schermen als componist van filmmuziek. Met Bad Love keerde de Amerikaanse zanger-pianist in 1999 terug in de schijnwerpers. Scherper dan ooit. Niets en niemand ontziend. Ook zichzelf niet.

In de pijnlijk-hilarische rocker I’m Dead (But I Don’t Know It) gaat het bijvoorbeeld over ouder wordende rocksterren: ‘Everything I write sounds the same / Each record that I’m making / Is like a record that I’ve made /  Just not as good’. Gek genoeg klinkt zelfspot bij Newman nooit koket. Ik vermoed dat hij in z’n hart vreest dat het pop-cliché van de artiest-op-z’n-retour daadwerkelijk voor hemzelf opgaat.

In de aangrijpende ballade I Miss You bedankt Newman in zijn ex-vrouw, vele jaren na hun scheiding, voor de goede tijden en verontschuldigt hij zich voor zijn fouten.  ‘And it’s a little bit late / Twenty years or so […] But I’d sell my soul and your souls for a song.’ Hij vond het liedjesschrijven kennelijk altijd belangrijker dan al het andere. Het refrein lijkt op papier afgezaagd, maar de zinnen ‘I miss you / And I still love you so’ gaan door merg en been, door Newmans ongepolijste voordracht bovenop een prachtige melancholieke melodie.

In het topnummer The World Isn’t Fair wordt Karl Marx, aartsvader van het communisme, door Newman rondgeleid in het hedendaagse Karl Marxkapitalistische Amerika. Hoogtepunt is als hij Marx meeneemt naar de ouderavond van de basisschool van de kinderen uit zijn recente tweede huwelijk. ‘Karl, you never have seen such a glorious sight / As these beautiful women arrayed for the night / Just like countesses, empresses, movie stars and queens.’ De knappe jonge moeders worden veelal vergezeld door ‘men much like me / Froggish men, unpleasant to see / Were you to kiss one, Karl / Nary a prince would there be.’ Deze rijke kikkers hebben een aanzienlijke voorsprong bij de partnerkeuze – het is oneerlijk verdeeld in de wereld. Newman is tevreden en schaamt zich daarvoor, maar beseft met pijn in het hart dat hij niets dan compassie te bieden heeft.

En zo is er veel meer moois op Bad Love. De plaat is – misschien door zijn ervaring als filmcomponist in de jaren ’80 en ‘90 – muzikaal nog rijker en gevarieerder dan Newmans eerdere werk. De teksten zijn persoonlijker en schuren daardoor nog meer. Bad Love laat je lachen terwijl het pijn doet en doet je pijn terwijl je lacht. Dat is wel een felicitatie waard!

Het mooiste lied over verlies

In de afgelopen veertig jaar maakte hij tientallen albums. Beroemde collega-muzikanten, zoals Bonnie Raitt en R.E.M., namen zijn nummers op. Toch is Richard Thompson Richard Thompson(Londen, 1949) voor veel mensen nog steeds een onbekende. Moeilijk te bevatten. Hoewel, toen ik in 1980 met de Britse singer-songwriter kennismaakte, via het nachtelijke Rockpalast op de Duitse tv, had ik moeite om wakker te blijven. Ik zag een sombere, magere man met baardje die vooral lange en vreemde gitaarsolo’s produceerde. Pas in de jaren ’90 werd ik door hem gegrepen. Maar toen ook voorgoed. Hij is een van die bijzondere artiesten die constant is én steeds beter wordt.

Andere artiesten zingen vaak over stoere vrije jongens of ze vertellen een bekend verhaal over liefdesverdriet. Zo niet bij Thompson. De personen die hij in zijn liedjes opvoert zijn zelden opgewekte winnaars. Wel waardige verliezers. Bij Richard Thompson heeft verliezen veel gezichten.

Zijn misschien wel mooiste verliesliedje is Beeswing, van Mirror Blue uit 1994 – een sobere folkballad met prachtig gitaarspel over een man die vol weemoed terugdenkt aan het beeldschone vrijgevochten meisje waarmee hij jaren geleden in de Summer of Love een relatie had. Haar vrijheidsdrang was sterker dan alles. ‘And you wouldn’t want me any other way,’ voegde ze hem toe voor ze hem verliet.

De sobere begeleiding van traditionele instrumenten leidt alle aandacht naar het tragische verhaal. Inmiddels leeft de vroegere geliefde op straat, verslaafd aan heroïne, in gezelschap van een wolfshond. Haar vroegere schoonheid is verdwenen door ‘hard weather and hard booze’, heeft de zanger gehoord. Hij stelt zichzelf eerst nog even gerust met een dooddoener: ‘I guess that’s just the price you pay for the changes you refuse’. Maar zijn eigen verlies, beseft hij dan, is minstens zo groot:

If I could just taste all of her wildness now / If I could hold her in my arms today / Well I wouldn’t want her any other way’

Hij ziet welk deel van hemzelf onvervuld is gebleven – en zal blijven. Bij Richard Thompson wordt verliezen levenskunst. En mooi verliezen de hoogste deugd.

Het mooiste lied over verlies

In de afgelopen veertig jaar maakte hij tientallen albums. Beroemde collega-muzikanten, zoals Bonnie Raitt en R.E.M., namen zijn nummers op. Toch is Richard Thompson Richard Thompson(Londen, 1949) voor veel mensen nog steeds een onbekende. Moeilijk te bevatten. Hoewel, toen ik ooit – het moet in 1980 zijn geweest – met de Britse singer-songwriter kennismaakte, via het nachtelijke Rockpalast op de Duitse tv, had ik moeite om wakker te blijven. Ik zag een sombere, magere man met baardje die vooral lange en vreemde gitaarsolo’s produceerde. Pas in de jaren ’90 werd ik door hem gegrepen. Maar toen ook voorgoed. Hij is een van die bijzondere artiesten die constant is én ook na zoveel jaren nog steeds beter wordt.

Andere artiesten zingen vaak over stoere vrije jongens of ze vertellen een bekend verhaal over liefdesverdriet. Zo niet bij Thompson. De personen die hij in zijn liedjes opvoert zijn zelden opgewekte winnaars, maar wel uitstekende verliezers. En bij Richard Thompson heeft verliezen veel gezichten.

Misschien wel zijn mooiste verliesliedje is Beeswing, van Mirror Blue uit 1994 – een sobere folkballad met prachtig getokkelde gitaar over een man die vol weemoed terugdenkt aan het beeldschone vrijgevochten meisje waarmee hij jaren geleden in de Summer of Love een relatie had. Haar vrijheidsdrang was sterker dan alles. ‘And you wouldn’t want me any other way,’ voegde ze hem toe voor ze hem verliet.

De sobere, traditionele begeleiding leidt al onze aandacht naar het tragische verhaal dat hier wordt verteld. Inmiddels leeft de vroegere geliefde op straat, verslaafd aan heroïne, in gezelschap van een wolfshond. Haar vroegere schoonheid is verdwenen door ‘hard weather and hard booze’, heeft de zanger gehoord. Hij stelt zichzelf eerst nog even gerust met een dooddoener: ‘I guess that’s just the price you pay for the changes you refuse’. Maar zijn eigen verlies, beseft hij dan, is minstens zo groot:

If I could just taste all of her wildness now / If I could hold her in my arms today / Well I wouldn’t want her any other way’

Zo mooi als zijn leven toen was, wordt het nooit meer. Hij ziet welk deel van hemzelf onvervuld is gebleven – en zal blijven. Bij Richard Thompson wordt verliezen levenskunst. En mooi verliezen de hoogste deugd.

Robert & Alison

alison & robertIn reactie op mijn vorige blogpost, over de mooiste country-duetten, kreeg ik nogal wat vragen. Waarom ik George Jones & Tammy Winette (‘Take Me’) niet had genoemd. Of Dolly Parton & Kenny Rogers (‘Islands In the Stream’). Ik snap dat wel, het zijn ook prachtige duo’s en duetten. Ik koos er echter voor om me te beperken tot de zogenaamde alt.country, waar ik The Common Linnets voor het gemak maar onder reken. En de bovengenoemde artiesten vielen daar gewoon net even buiten.

Maar Robert Plant & Alison Krauss dan, hoe had ik die kunnen vergeten? Dat weet ik eigenlijk ook niet. Dat is gewoon een omissie. Hun eerste album is even buitengewoon als onvergetelijk. Zangeres-violiste Krauss (1971), het nachtegaaltje van de Amerikaanse bluegrass, samen met de Britse veteraan Plant (1948), bekend als pure rockzanger van Led Zeppelin. De beauty en de beast.

Dit onwaarschijnlijke stel leverde in 2007 de prachtplaat Raising Sands af, met de gelauwerde producer T-Bone Burnett, tevens verantwoordelijk voor de beroemde soundtrack van de film Oh Brother, Where Art Thou. Raising Sand bevat louter covers: country, folk en rock. De begeleiding van drums en gitaren is heel spaarzaam, maar ook diep en mysterieus. Tegen die achtergrond zingen Robert & Alison hun zwaarmoedige liedjes over liefdesverdriet en onvervuld verlangen. Wondermooie songs die klinken of ze al eeuwen bestaan.

Raising Sands bevat onder meer twee fantastische nummers van Gene Clark (1944-1991), voormalig zanger-gitarist in The Byrds. (Over Clark later nog eens meer, daar is nu geen ruimte voor.) Luister maar naar ‘Polly Come Home’ of naar ‘Through The Morning, Through The Night’ – en huiver. Of kijk naar dit filmpje, met een live-uitvoering van het goeie nummer Killing The Blues. De krachtige tenor van Plant gaat subtiel de strijd aan met de zuivere, engelachtige stem van Krauss. En niemand wint. Of ja, toch wel. De luisteraar, die wint.

De mooiste country-duetten

Ilse%20en%20Waylon2_0

Ilse en Waylon

Op 10 mei 2014 beleefde ik, samen met waarschijnlijk driekwart Nederland, een bijzondere avond. Met dank aan Ilse en Waylon. Bij mij had dat niet alleen met vaderlandsliefde te maken, maar ook met de herinneringen die het prachtige duet van The Common Linnets opriep. Dit Nederlandse duo staat in een lange countrytraditie van Amerikaanse mannen- en vrouwenstemmen die elkaar wonderschoon aanvullen.

hoes Comes A Time van Neil YoungNeil & Nicolette
Neil Young & Nicolette Larson, dat was het duo waar ik het eerst aan moest denken. Wie luistert naar Comes A Time, de countryplaat waarmee Young in 1978 vriend en vijand verraste, hoort dat hun stemmen gewoon voor elkaar gemaakt zijn. Bijvoorbeeld in het bekende titelnummer of in het afsluitende ‘Four Strong Winds’. De nasale, zoekende stem van Young tegen de zuivere, onopgesmukte van Larson. Comes A Time was meteen de zwanenzang van de samenwerking. Young en Larson hadden een relatie, maar die liep al snel stuk. Misschien maakt dat de melancholieke liedjes achteraf nog kostbaarder.

cd BegoniasCaitlin & Thad
Caitlin Cary en Thad Cockrell zijn van recenter datum. Ik zag ze één keer live, een jaar of wat geleden tijdens het Blue Highways-festival in Utrecht. De kleine, dikkige Thad en de lange, nimfachtige Caitlin. Zijn soepele tenor cirkelde heel dicht om haar lichte alt heen. Meestal zong zij de hoogste partij, soms hij. Naast hun fraaie eigen nummers speelden ze een cover waar ik totaal kippenvel van kreeg: ‘Warm & Tender Love’, de grote countrysoulhit van Percy Sledge uit 1966. Cary en Cockrell waren geen stel, maar het is of de duvel ermee speelt – ook zij maakten samen maar één plaat: Begonias (2005).

Gram Parsons Emmylou Harris2Gram & Emmylou
En dan is daar natuurlijk nog het iconische paar uit de alt.country: Gram Parsons & Emmylou Harris. De eerste twee soloalbums van Parsons, GP (1973) en Grievous Angel (postuum, 1974) bevatten hun onvergetelijke duetten. Zijn wat ruwe, dominante stem, omgeven door haar frêle en onnavolgbare melodieën. Door de vroegtijdige dood van Parsons moeten we het met deze twee, inmiddels klassieke, albums doen. Zojuist luisterde ik ‘Love Hurts’ nog eens terug. Word je stil van.

samen maar toch alleen
Wat is het toch aan die tweestemmige man-vrouw-samenzang in de country dat mensen er wereldwijd zo door geraakt worden? Ik denk dat die stemmen zeggen: we zijn samen, maar niet één. We willen het wel, maar het gaat niet. Dicht bij elkaar, toch apart. Het blijft spannend. Te spannend misschien wel om lang te blijven duren.