Toeval of niet, Goodbye Jumbo, met zijn alarmerende titel, verscheen 25 jaar geleden op World Earth Day. De Britse singer-songwriter Karl Wallinger (Prestatyn, 1957), voormalig lid van The Waterboys, debuteerde met zijn World Party vier jaar eerder al met Private Revolution, met de tijdloze hit Ship of Fools. Maar in 1990 kwam alles bij elkaar op Goodbye Jumbo.
Ondanks Wallingers serieuze boodschap klinkt Goodbye Jumbo vooral als zijn hobby. In de onweerstaanbare melodieën is de ‘lust for pop’ – vooral die van de jaren ’60 – het belangrijkste ingrediënt. De verwijzingen naar zijn voorbeelden zijn even talloos als speels. Neem het ‘ooh ooh’-koortje uit ‘Sympathy For The Devil’ (Stones) in Way Down Now of het Al Kooper-orgel van Blonde on Blonde (Dylan) in Take It Up. De Beatle-citaten uit ‘Mr. Postman’ in When The Rainbow Comes of de broeierige Sly Stone-funk in Ain’t Gonna Come Till I’m Ready. Je zou zo een popquiz van alle muzikale citaten kunnen maken.
Maar Goodbye Jumbo is gek genoeg niet retro. Wallinger smeedt het gevarieerde album vakkundig tot een eenheid, en de muziek is van begin tot eind doortrokken van zijn persoonlijke bezieling. Van zijn zin voor muziek, voor spiritualiteit, voor zijn medemensen, voor de wereld. Zelden kreeg ecologisch bewustzijn zoveel soul mee.
Na Goodbye Jumbo werd World Party een gouden toekomst voorspeld. Het liep iets anders. Opvolgers Bang! (1993) en Dumbing Up (2000), losten de verwachtingen niet helemaal in, al bevatte Egyptology (1997) wel het prachtige ‘She’s the One’, waarmee Robbie Williams een nummer 1-hit had. Ernstiger was dat Wallinger in 2001 werd getroffen door een cerebraal aneurysma waarvan hij vijf jaar lang moest revalideren.
In 2012 verscheen Arkeology, een 5-cd-box met nummers die de cd net niet haalden, live-opnames, B-kantjes, demo’s en ‘doodles’. Ik moet dat album nog uitchecken, voorlopig blijf ik nog even stilstaan bij de meesterlijke afscheidsgroet aan onze planeetgenoot de olifant. Je kunt hier met me mee meedoen op Spotify.












































Iets magisch gebeurde zo’n twintig jaar geleden met die swingende, meezingende menigte in het Zuiderpark waar ik deel van uitmaakte. Een groep losse individuen veranderde tijdens het opzwepende nummer in één grote brok solidariteit. Het was zo’n moment dat je niet meer vergeet. Kippenvel.
























‘My father made a pretty damned good living / Playing music on the Beauty Way / He’s gonna die with some money in his pocket / Wish I could do the same today, little darling / Wish I could do the same today’.



















