blog

Ontsnapt aan de jaren 80

zwart gatIk weet niet hoe het met jou zit, maar voor mij waren de jaren 80 een groot zwart gat. Muzikaal gezien dan. Verdwenen was de intimiteit van de singer-songwriters van begin jaren 70, verdwenen was ook de rebelse energie van de Britse punk en new wave van daarna. In de plaats kregen we onpersoonlijke acts met veel gespeeld drama – denk Rick Astley, Duran Duran, Ultravox, The Human League, Simple Minds, Orchestral Manoeuvres in the Dark.

synthesizerWie de popgeschiedenis vanaf de jaren 50 snel aan zich voorbij laat trekken, zal tussen 1980 en 1990 stuiten op een merkwaardige wereld die geheel in zichzelf opgesloten lijkt te zijn: absolute leegte, ingepakt in dikke lagen pathos, met synthesizers, kunstmatige galm en knallende drums uit een kastje. Geen wonder dat die muziek vanaf 1 januari 1990 al meteen gedateerd klonk.

Led ZeppelinNou waren de doomy eigthies niet alleen moeilijk voor popfans zoals ik, ook topacts als The Rolling Stones, Joni Mitchell, Paul Simon, Stevie Wonder, Led Zeppelin en Paul McCartney zaten met de handen in het haar. Goeie nummers leken uit, flutmuziek was in. Zelfs Bob Dylan raakte in die jaren de weg  kwijt.

Tracy_Chapman_-_Tracy_ChapmanEn toch, ergens in die donkere hopeloze jaren drong af en toe een lichtstraaltje door. Eerst, in 1985, Suzanne Vega met haar Marlene On The Wall. De Newyorkse singer-songwriter bewees dat popmuziek zich nog steeds kon vernieuwen. Een jaar later ontweek Paul Simon de tijdgeest – en de culturele boycot van Zuid-Afrika – met zijn aanstekelijke album Graceland. En twee jaar later drong het kleinste én krachtigste lichtstraaltje van allemaal de verduisterde kamer binnen: Tracy Chapman, met haar klassieker Fast Car.

Tracy ChapmanMet haar ontwapenende glimlach vertegenwoordigde de jonge zwarte zangeres in haar eentje zo’n beetje alles wat de jaren 80 ontbeerden: onschuld, oprecht engagement, een aan de folk- en gospeltraditie herinnerend stemgeluid. En ook eindelijk weer: een gewone, onvervormde akoestische gitaar. Chapman was het licht aan het eind van de tunnel: na haar kwamen tal van (vrouwelijke) singer-songwriters op die de geest van de jaren 60 en 70 deden herleven, zoals Nanci Griffith, Michelle Shocked, Sheryl Crow, Jeff Buckley, Elliot Smith en vele anderen daarna.

Bob DylanIn hun kielzog hervonden ook veel van de Groten hun elan. Bonnie Raitt herpakte zich in 1989 met Nick of Time. In datzelfde jaar stelde MTV Unplugged het liedje weer centraal, met fijne gevolgen voor onder meer Neil Young, Eric Clapton en Sting – en hun fans. Ook Bob Dylan kwam in 1993 eindelijk uit zijn eighties-depressie, met het volledig akoestische World Gone Wrong.

snelle autoEn het zou me niets verbazen als de kiem van die wederopstanding werd gezaaid in 1992, tijdens het concert ter ere van Bobs 30-jarige albumcarrière, waarbij tal van collega-artiesten acte de présence gaven. Want wie stond daar tussen al die coryfeeën? Inderdaad, de bescheiden singer-songwriter die een paar jaar eerder de boze jaren 80 vaarwel had gekust met een liedje over een snelle auto waarmee zij en haar geliefde aan de uitzichtloosheid konden ontsnappen.

Muziek als medicijn – Alcoholverslaving

drankfles plus glasAls we veel folk-, country- en bluesnummers mogen geloven, is de drank het geneesmiddel van eerste keus bij verdriet en eenzaamheid. Maar na de roes en de vergetelheid volgt ook altijd weer de kater. De schaamte en de nadorst. Die zich het liefst laten verdrijven door een borrel of biertje. En als dit gedrag inslijt kun je wel spreken van een serieus alcoholprobleem. Net als wanneer de fles de vaste metgezel wordt op eenzame avonden.

Mary Gauthier met gitaarMaar wie, behalve de verslaafde zelf, kan hem of haar er vanaf helpen? Familie en partner raken snel verstrikt in gevoelens van machteloosheid. Buitenstaanders bieden veel remedies maar vooral ook veel onbegrip. Ex-lotgenoten zijn in een betere positie om te helpen. Vooral wanneer ze goede liedjes schrijven, zoals de singer-songwriter Mary Gauthier (New Orleans, 1962).

Mary Gauthier met violisteGauthier, als kind geadopteerd door een ongelukkig getrouwd echtpaar, raakt op jonge leeftijd al verslaafd aan alcohol en drugs. Op haar 35e, eindelijk clean, ontdekt ze het songschrijven – naar eigen zeggen haar redding. Haar weinig opwekkende levenservaringen zet de Amerikaanse om in indringende country- en folknummers waarin ze het steevast opneemt voor de underdog en de outcast.

hoes Drag Queens In LimousinesIn I Drink (van het album Drag Queens In Limousines uit 1999) geeft Gauthier de luisteraar op wrang-humoristische wijze een paar scherpe inzichten mee. Allereerst de notie dat de drinker meestal een voorbeeld in de directe omgeving heeft – hier een vader die zich met drank, sigaretten en gefronst gelaat terugtrekt in zijn eigen cocon: Now that same frown’s in my mirror, I got my daddy’s blood inside my veins.

visIn het refrein steekt Gauthier haar (voormalige) lotgenoten nog nadrukkelijker een hart onder de riem. Vissen zwemmen, vogels vliegen, vaders schreeuwen en moeders huilen, oude mannen peinzen, zingt ze. Het is hun wezen, ze kunnen niet anders. En ik? Ik ben een drinker. Net als jij, lijkt ze te zeggen tegen wie het horen wil.

glas whiskeyGauthier doet niet aan ontkennen, bagatelliseren of romantiseren. Geen uitvluchten alsjeblieft. Aanvaarding is de sleutel. Je hoeft je niet schuldig te voelen. Als je geen drinker was, had je ook niet gedronken. Exit dat fnuikende gevoel van falen, dat je weer naar de fles doet grijpen. Sterker nog, een geliefde die jou dat slechte gevoel geeft door je te willen veranderen, da’s pas erg. Dan is een glas whiskey beter gezelschap.

startGeen wijzend vingertje, geen melodramatisch gedoe, geen hallelujah. Dit lied is geen opgepoetste levensles. Wel overtuigend. Alleen door te accepteren wie je bent kun je een begin maken met het aanpakken van je probleem. I Drink kan het begin van dat begin zijn. En waarom ook niet? Gauthier kent de kracht van muziek net zo goed uit eigen ervaring.

Albumverjaardag – Music From Big Pink

Bob Dylan 2In het voorjaar van 1966 trok Bob Dylan zich terug in de landelijke omgeving van het kunstenaarsdorpje Woodstock, op een paar uur afstand van New York. Weg van de muziekbusiness en de persmuskieten, misschien ook weg van de herinneringen aan de wereldtournee van het afgelopen jaar, met publiek dat hem uitschold voor verrader omdat hij ‘elektrisch was gegaan’.

330px-The_Big_Pink_(crop)In het najaar voegden The Hawks, Dylans uit Canada afkomstige begeleidingsband, zich bij hem. Gitarist Robbie Robertson huurde met zijn vrouw Dominique een eigen woning; bassist Rick Danko, pianist Richard Manuel en organist Garth Hudson betrokken samen voor 125 dollar per maand een groot vrijstaand huis in West Saugerties dat in de volksmond ‘Big Pink’ werd genoemd.

hoes The Basement TapesHet grote huis herbergde onder meer een ruime kelder, en die veranderde dus al snel in een repetitieruimte annex opnamestudio. En in die sfeer van ongekende vrijheid en afzondering ontstond iets wat je wel een nieuw muziekgenre kunt noemen. Dylan en de vier Canadezen – plus de uit Arkansas afkomstige drummer Levon Helm, die zich met zijn oude Hawks-maten had herenigd – putten diep uit de rijke folk-, country-, blues- en gospeltradities van hun land. En maakten daar vervolgens gloednieuwe en bezielde rock-‘n-roll van. De  nummers die ze spelenderwijs opnamen zouden in 1975 officieel verschijnen als The Basement Tapes.

hoes Music From Big PinkMaar de eerste versie van The Basement Tapes kwam al uit op 1 juli 1968: Music From Big Pink van The Band, zoals The Hawks zich inmiddels waren gaan noemen. Vandaag precies een halve eeuw geleden. Het album bevat drie (deels) door Dylan geschreven nummers uit de keldersessies, maar is toch op en top The Band, met de stemmen en composities van Helm, Manuel, Danko en Robertson en klassiekers als The Weight en Chest Fever.

Greil MarcusMusic From Big Pink sloeg in als een bom, in de VS en daarbuiten. De muziek bood iets waar de rockwereld op dat moment naar snakte, aldus de bekende Amerikaanse criticus Greil Marcus. Het album opende een vergeten wereld, een oer-Amerika dat in de voorgaande decennia onzichtbaar was geworden, maar onder de radar was blijven bestaan: the Old Weird America. Dylan en The Band groeven die ondergrondse stroming op en wekten haar tot leven.

330px-The_Band_-2005710053-En wat bijzonder was, hun muziek was dan wel doordesemd van de traditie, maar allesbehalve nostalgisch. De wereld van boeren, gokkers, zwervers en eenzame oude vrijsters die ze bezongen was in de eerste plaats hard, angstig en onzeker. Omstandigheden die ook Amerikaanse stedelingen in de tweede helft van de 20e eeuw bekend voorkwamen – en blijkbaar ook die in Europa.

latte macchiatoDe betekenis van The Band en Music From Big Pink is moeilijk te overschatten. Hun stijl – ongepolijst, authentiek en tijdloos – ging lijnrecht in tegen de gladde en vluchtige oppervlakkigheid van veel andere popmuziek. The Band was daarmee de belangrijkste inspiratiebron van de latere alt.country- of americana-stroming, met bands als Wilco, Los Lobos, Old Crow Medicine Show, The Gourds en The Drive-By-Truckers. Sterker nog, er loopt een bijna rechte lijn van het bebaarde vijftal naar de hipstergeneratie van nu, al werd er in die tijd nog weinig latte macchiato maar des te meer alcohol gedronken.

downloadBig Pink is de plaat waarmee dat allemaal begon. Hij zou gevolgd worden door The Band’s titelloze tweede album, met evergreens als The Night They Drove Old Dixie Down, Upon Cripple Creek en When You Awake. En nog veel meer moois. Reden om Music From Big Pink vandaag maar weer eens op te zetten en te denken aan het moment dat heden en verleden elkaar weer ontmoetten. In de popmuziek.

Uit m’n bubbel – latin

kaart zuid midden amerikaDe kop van deze blogpost is een ietsie-pietsie misleidend. Want hoewel ik het meest luister naar singer-songwriters en ouderwets-goeie soul, dringt er al geruime tijd muziek uit Zuid- en Midden-Amerika inclusief de Cariben door in mijn bubbel. En in de jaren 80 zong ik nota bene in een latinrockband. Maar afgezien van reggae besteedde Goeie Nummers er tot nog toe weinig aandacht aan. Ten onrechte.

Celia Cruz en Tito Puente nog vrij jongDaarom vandaag een paar namen, en dan om te beginnen maar meteen die van de grootsten: percussionist-bandleider Tito Puente en zangeres Celia Cruz. Ergens in de jaren 90 zag ik de peetvader en -moeder van de mambo en de salsa samen in een grote festivaltent op de Dam in Amsterdam – een spetterend optreden dat ik nooit zal vergeten. Inmiddels zijn beiden helaas niet meer onder ons.

De toptijd van de SalsaEn een jaar of wat geleden presenteerde de Volkskrant de cd-verzamelbox De Toptijd van de Salsa, samengesteld door jazz-expert Koen Schouten: vijf wereldplaten uit de jaren 60 en 70 van Eddie Palmieri, Ray Barretto, Willie Colón & Rubén Blades, Héctor Lavoe en de Fania All Stars. Voor mij was die Cubaans-Amerikaanse kruisbestuiving die salsa heet toen nog totaal onbekend en nieuw. En totaal top.

Maite HonteléHedendaagse salsa –  ook heel tof – wordt onder meer gemaakt door Afrikando, Issac Delgado en de half-Nederlandse trompettiste Maite Hontelé.  Tik die namen in YouTube of Spotify en ga luisteren. Aan het weergaloze Pasaporte van Alexander Abreu en Havana D’ Primera mag je überhaupt niet voorbijgaan – ook niet als je ‘gewoon niet zoveel met latin en salsa hebt’ – dan heb je maar even gewoon wel wat met latin en salsa!

corazonDe reden waarom het hier bij Goeie Nummers ondanks al dat moois bijna nooit over latin gaat: ik spreek maar twee woorden Spaans. Corazon is hart en amor liefde, verder kom ik niet. Daarom luister ik naar die merengues, rumba’s, mambo’s, cumbia, son enzovoort alsof het te gekke dansbare instrumentale jazz is waarin ook de stemmen instrumenten zijn. Muziek waaraan je je met lijf en leden overgeeft en je hoofd thuislaat. Heerlijk.

Dias Latinos2Volgend weekend kun jij dat allemaal ook gaan doen! Van vrijdag 29 juni tot en met zondag 1 juli vindt in mijn woonplaats Amersfoort  festival Dias Latinos plaats. Drie dagen live-muziek, dans, vervoering, de rest. De meeste namen op het programma zeggen me net zoveel als de teksten van de liedjes. En dat maakt dus helemaal niets uit.

 

Albumverjaardag – Songs for Beginners

hoes Songs for Beginners van Graham Nash47 is geen jubileumgetal, maar de verjaardag van Songs for Beginners, dat verscheen op 28 mei 1971mag wat mij betreft elke keer gevierd worden. De bescheidenheid die uit de titel sprak maakte de critici mogelijk blind voor de pure klasse van Graham Nash’ solodebuut, maar terugkijkend en -luisterend moet je constateren dat het in al zijn eenvoud en directheid gewoon een meesterwerk is. Een uniek breakupalbum ook.

The HolliesNash, geboren in 1942 in Noord-Engeland, maakte eerst furore in de popgroep The Hollies. In 1969 stak hij over naar de VS. Daar hoopte hij zich bij nieuwe vlam Joni Mitchell te voegen en nieuwe muzikale wegen in te slaan, aangestoken door de sfeer van vrijheid en creativiteit die  aan de Amerikaanse westkust heerste.

CSNYIn een recent BBC-interview verhaalt Nash hoe een taxi hem vanaf het vliegveld naar het huis aan Lookout Mountain Avenue in Los Angeles bracht – het huis dat hij later met CSNY zou vereeuwigen in Our House op hun klassieker Déjà Vu. De Brit verwachtte daar alleen Mitchell aan te treffen, maar David Crosby (ex-The Byrds) en Stephen Stills (ex-Buffalo Springfield) waren er ook, experimenterend met wat nieuwe zelfgeschreven liedjes. Toen de drie mannen hun stemmen een kwartier later magisch lieten samenvloeien was zijn teleurstelling snel vervlogen. De rest is popgeschiedenis.

1974_joni_mitchellHet huis in Laurel Canyon was een idylle: twee jonge getalenteerde mensen die onder de Californische zon musiceerden, elkaar liefhadden en vrienden ontvingen. En het kon dus ook niet blijven duren. In juni 1970 verbrak Mitchell de relatie, Nash achterlatend met een gebroken hart. Zij zou over hem zingen in nummers als ‘My Old Man’ en ‘River’ van haar klassieker Blue. Nash maakte Songs for Beginners.

hoes dubbelelpee Crosby Nash low res bijgesnedenHet was een van de eerste albums die ik als puber kocht, de helft van een dubbelelpee – de andere helft was David Crosby’s solodebuut If I Could Only Remember Your Name. Totaal contrasterende platen: Crosby’s uitgesponnen acid-folkstukken tegenover de elf kraakheldere ambachtelijke popsongs van Nash. Er zaten heel wat weken zakgeld in die dubbelaar, maar hij was het waard.

CSNY2Het bijzondere van Songs for Beginners: het is een breakup- en doorstartplaat ineen. Je voelt Nash’ diepe pijn, maar ook de veerkracht van een working class Brit die zichzelf uit het moeras omhoog trekt: Someone is gonna take my heart, Noone is gonna break my heart again, zingt hij in het intrieste én glorieuze I Used To Be A King, met bovenaardse pedal steel van Jerry Garcia (Grateful Dead). En op de dag dat de relatie met Mitchell definitief stukliep schreef hij het ontwapenende Simple Man, en speelde het diezelfde avond nog live met CSNY.

hoes Military MadnessNash weet zich op het album omringd door fantastische muzikanten die zich volledig inleven in zijn songs. Dat moet ook hebben geholpen. Luister naar het hartverscheurende Sleep Song. Of naar Military Madness, de nog immer actuele protestsong die zo heerlijk meebrult. En verwonder je erover dat uit zulke ellende zoiets moois kan ontstaan.

 

De mooiste beginzin

NescioIn een roman is de eerste zin van groot belang. Sommige zijn zelfs beroemd, zoals Nescio’s ‘Jongens waren we – maar aardige jongens’ of Marcellus Emants’ ‘Mijn vrouw is dood en reeds begraven’. Maar in de popmuziek is de eerste regel misschien nog wel belangrijker. Een valse of zwakke start is nauwelijks goed te maken in de lange sprint die een popsong nu eenmaal is. De eerste zin moet de luisteraar meteen pakken, om hem vervolgens mee te sleuren en niet meer los te laten voordat het lied ten einde is. Ga er maar aan staan.

Bob Dylan eind of midden jaren 60Bob Dylan is een meester van de openingsregel. Krachtig en intiem in Going, Going, Gone: ‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend’ (zie twee weken geleden). Openhartig in ‘I hate myself for loving you, and the weakness that it shows’ (Dirge). Intrigerend in All Along The Watchtower: ‘There must be someway out of here, said the joker to the thief.’ Hoe verschillend ook, His Bobness brengt zijn luisteraars steeds midden in zijn verhaal (een situatie, plaats, gebeurtenis, sfeer) en in het hoofd van een personage. En hij maakt je nieuwsgierig naar wat gaat komen.

Joni Mitchell HejiraZijn collega Joni Mitchell bekende later hoe ze destijds, in de jaren 60, van haar sokken werd geblazen door Dylans ongehoord snerende beginzin ‘You got a lotta nerve to say you are my friend’ (Positively 4th Street). Maar La Mitchell ontwikkelde zelf ook bijzondere openingszetten voor haar autobiografische songs. ‘Just before our love got lost, you said “I am as constant as a northern star” (A Case Of You) bijvoorbeeld. Of ‘Help me, I think I’m falling, in love again’ (Help me). Een van haar mooiste liedjes, Song for Sharon (van Hejira uit 1976), opent met ‘I went to Staten Island, Sharon, to buy myself a mandolin.’

ferry naar Staten IslandEen doodgewoon zinnetje, van iemand die een recente gebeurtenis uit haar eigen leven aan een vriendin vertelt. Maar we zien in die eerste zin al heel veel: dit lied is een monoloog, een virtuele brief van de zangeres aan een vriendin. In Mitchells biografie Reckless Daughter las ik dat deze Sharon daadwerkelijk een jeugdvriendin van Joni was, en deze wetenschap maakt het lied voor mij nog indrukwekkender. Je voelt hoe de artieste een poging doet om de afstand tot haar oude vriendin te overbruggen – en ook om zichzelf en passant beter te begrijpen. En ondertussen reizen we als luisteraars met haar mee.

bruidsjurk 2De concrete, uit het leven gegrepen trip van de zangeres naar Staten Island zet een hele reeks associaties en overdenkingen in gang. Het lied gaat aan de oppervlakte over een reisje met de veerboot naar een gitaarwinkel, maar daaronder over veel belangrijker zaken – over ontheemd zijn, over de droom van de romantische liefde, over de existentiële keuzes die een moderne vrouw moet maken en de prijs die daarvoor betaald moet worden. En dat volgt allemaal uit die eerste zin, heel natuurlijk, alsof het vanzelf gaat. Fantastisch.

Heb je ook zo’n bijzondere beginzin die je wilt delen? Zet hem bij de reacties hieronder!

Het mooiste lied over broer en zus

c'est quoi la fraterniteDe afgelopen weken ging het hier op Goeie Nummers vaak over broers en zussen, met name over hoe het is als die samen in een popgroep zitten. Niet alleen pais en vree, zo bleek. Broers gaan vaak niet heel gebroederlijk met elkaar om en ook bij zussen is het niet altijd je dat.

history van Loudon Wainwright IIIAls mensen het hebben over de relatie tussen broer en zus klinkt er vaak een ander geluid: minder rivaliteit, meer harmonie, karakters die elkaar aanvullen. Of niet? Op zijn album History uit 1992 heeft de Amerikaanse singer-songwriter Loudon Wainwright III het thema van de broer-zus-relatie gevangen in een liedje van tijdloze klasse: The Picture.

foto van inlay History 'the picture' low resOp de piano van de zanger staat een oude zwart-witfoto van hemzelf en zijn zusje: herfstbladeren op de grond, twee kinderen, 6 en 5 jaar oud, die aan tafel zitten te kleuren. Het meisje kijkt naar haar grote broer om te zien hoe ze het moet doen. Een vertederend tafereel waarin hun hele kinderwereld lijkt te zijn samengevat. Herkenbaar ook. Wainwright is vast niet de enige met zo’n fotolijstje op de piano of in de kast.

Loudon Wainwright III liveMaar dan duikt de zanger – die bekendstaat om zijn wrange humor – naar de laag ónder de idylle. In een paar zinnen krijgen we een paar ongemakkelijke waarheden voor de kiezen: een broer houdt van zijn zusje omdat hij haar lekker kan koeioneren, zegt hij, en hij beschermt haar vooral omdat zij hem steeds blijft bewonderen, ook op de momenten dat hij aan zichzelf twijfelt.

mansplaining 2Het is een flinke tik die Wainwright hier aan zichzelf en zijn medebroeders uitdeelt, maar heeft hij ook gelijk? Nou ja, toch wel een beetje, denk ik (en als broer van een twee jaar jonger zusje kan ik het weten). In het laatste couplet plaatst hij hun relatie in de bredere context. De zanger herinnert zijn zusje eerst aan hun overleden vader, die hun had kunnen vertellen welke auto er precies op de foto afgebeeld staat, en hij vervolgt:

But dad is dead and we grow old / It’s true that time flies by / And in forty years the world has changed / As well as you and I

klokVan de idylle is weinig meer over. De tijd is het allerwreedste monster. De achterliggende jaren hebben niet alleen de buitenwereld veranderd, maar ook broer en zus zelf. Hun kinderparadijs is verdwenen. De zanger lijdt daaronder, dat voel je. En wij lijden met hem mee, want we herkennen het gevoel. En toch is het lied ontroerend en prachtig en op de een of andere manier troostend. De idylle is ook een gedeelde herinnering die niemand broer en zus kan afnemen.

 

 

 

Een meegroeilied

Planet WavesEen liedje, eenmaal vastgelegd en ter wereld gebracht, blijft steeds hetzelfde. Maar jijzelf verandert wel. Er zijn liedjes die na verloop van tijd hun bekoring verliezen, andere hebben de bijzondere eigenschap dat ze met je mee lijken te groeien. Dat je er elke keer weer iets nieuws in hoort. Bob Dylans ‘Going, Going, Gone’ van Planet Waves (1974) is voor mij zo’n meegroeinummer. Het raakte mij als tiener al en dat doet het nu, zo’n vier decennia later, nog steeds. Maar telkens op een andere manier.

The BandIn 1978 viste ik als middelbare scholier bij de lokale platenboer een afgeprijsd exemplaar van Planet Waves uit de bakken. Met zo’n knipje (cut-out) erin. Ik kocht hem vooral omdat The Band erop meespeelde, ik was toen nog niet zo’n Dylan-fan. Het Canadees-Amerikaanse vijftal had Dylan al in 1966 begeleid tijdens de roemruchte toernee waarop hij ‘elektrisch ging’, en hun unieke samenspel maakt Planet Waves tot een echte bandplaat.

Bob Dylan 2Het album opent voor Dylans doen uitermate vrolijk met het up-tempo ‘On A Night Like This’. Als die klanken zijn weggestorven volgt een slepend, bijna onheilspellend intro. Als de ochtend na een wild dansfeest. Robbie Robertsons gitaarlicks klinken alsof ze door een samengeknepen strot naar buiten worden geperst. Going, Going, Gone is serious business.

treurwilg‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend.’ Het beeld dat oprijst uit die eerste regel, een van de mooiste uit de popmuziek, raakt me elke keer weer, en steeds blijft het haken aan iets anders in mijn leven. Als tiener zag ik een desolaat landschap, een boom die niet verder wil buigen voor de wind, een eenzame reiziger die weg wil uit een verstikkende situatie. En ik liet me meevoeren op de klanken.

richelLater, toen ik als twintiger vastzat in een onmogelijke liefde, resoneerde vooral de diepere laag: de onmacht en de zoektocht naar een uitweg. Dylans stem klinkt in dit lied misschien wel indringender en persoonlijker dan ooit, hij zingt alsof zijn leven ervan afhangt. En misschien was dat ook zo; veel popcritici wezen op de zinsnede ‘I’ve been livin’ on the edge / Now, I’ve just got to go before I get to the ledge’.

touw in de knoopHet lied toonde mij toen hoe je je uit een kluwen van destructieve krachten – van buiten, maar ook van binnen – kunt bevrijden. Het leek tegen me te zeggen: ‘ergens in jou zit een harde, onaantastbare kern waar niemand aan kan komen, jouw levensdrift die niemand je kan afpakken.’ Dylans refrein gaf me een zetje: ik ga, ja ik ga, ik ben weg. Dank je, Bob.

Bob DylanJaren later, toen ik in een zware periode te lang achtereen uit mijn reservoir van troost en medeleven had geput, dook die beginregel opnieuw in mijn hoofd op. Hij hielp me om te erkennen dat ik aan het eind van een pad was aanbeland, dat ik een afslag moest pakken. Bijzonder dat een lied zo lang met je meegaat en steeds weer betekenisvol kan zijn.

happy singer‘Going, Going, Gone’ mag dan vooral een lied voor donkere tijden zijn, er moeten vast ook meegroeiliedjes met een totaal ander karakter te vinden zijn. Misschien zelfs echte happy songs die samen met jou volwassen en oud willen worden. Heb je een mooi voorbeeld, deel het hier op Goeie Nummers!

 

 

 

Met je broer in een band

Creedence Clearwater RevivalIn de popmuziek wemelt het van de broersbands. Aan sommige kunt je de bloedverwantschap niet meteen aflezen, zoals Split Enz (Tim en Neil Finn), Spandau Ballet (Gary en Martin Kemp) en Creedence Clearwater Revival (John en Tom Fogerty). Ook bij AC/DC (Angus en Malcolm Young), Kings of Leon, Beach Boys en Bee Gees (drie broers in de gelederen) en The National (twee broederparen) ligt de bloedverwantschap niet aan de oppervlakte. Bij andere formaties juist wel, waarschijnlijk vanuit marketingoogpunt, want hij is meteen zichtbaar in de bandnaam: The Allman Brothers Band, The Neville Brothers, The Everly Brothers en The Isley Brothers.

logo tv-serie DallasDie lange lijst van bands met familieleden is wel verklaarbaar; veel muziekgroepjes ontstaan immers tussen de schuifdeuren. Maar of het zo verstandig is om met je broer in een band te gaan zitten, kun je je afvragen. Want als de podia en de versterkers groter worden, gebeurt datzelfde met de zakelijke belangen, en meestal ook met de ego’s. Dan lijkt de band eerder op een familiebedrijf in de traditie van Dallas en Dynasty.

The KinksVoorbeeld 1: The Kinks. De band van Ray Davies en zijn jongere broer Dave scoorde vanaf 1964 hit na hit (Waterloo Sunset, You Really Got Me, Sunny Afternoon enz. enz.). Van een leien dakje ging dat echter niet. Veel later, in 2011, toen er geruchten waren over een Kinks-reünie, werd uit Daves mond opgetekend: ‘I just can’t stand to be with him. About an hour with Ray’s my limit, so it would be a very short reunion.’

UB40 red red wineKaïn en Abel hadden ook respectabele erfgenamen in de Britse reggaeformatie UB40. De Birminghamse broertjes Ali en Robin Campbell hadden in de jaren 80 zoveel succes met hun band dat ze de bijstand al snel vaarwel konden zeggen. Maar hoewel je dat aan de muziek van UB40 niet afhoort, gezelliger werd het er niet op. De laatste jaren zien de broers elkaar niet meer in het repetitiehok of op het podium, wel in de rechtszaal. De vete gaat zover dat er nu zelfs twee UB40’s zijn die elkaar beconcurreren op de wereldpodia.

Noel en Liam GallagherEn dan de bekendste van alle twistbroeders, Oasis’ Liam en Noel Gallagher. Lekkere liedjes maakten de Britten in de jaren 90, zoals Wonderwall  en ‘Don’t Look Back in Anger’ (goeie titel ook). Nadat de Gallaghertjes elkaar eerst jarenlang gewoon met gezeik het leven zuur hadden gemaakt, gingen ze elkaar in 2009 tijdens een internationale tournee daadwerkelijk fysiek te lijf. Dat was meteen ook het einde van Oasis.

logo Van HalenDat het ook anders kan, bewezen Eddie en Alex Van Halen van de gelijknamige hardrockband. Tot aan Eddies dood in 2020 speelden de twee meer dan 45 jaar gebroederlijk samen in hun succesformatie. Bovendien kwamen ze steevast als winnaars uit de strijd in conflicten met andere bandleden, zoals leadzangers David Lee Roth, Sammy Hagar en Gary Cherone. De familieband biedt hier duidelijk bescherming tegen vijandige overnames. Een paar jaar geleden werd ook nog bassist Michael Anthony vervangen door Eddies zoon Wolfgang Van Halen. Zo regel je meteen de bedrijfsopvolging. Verstandig, toch?

Liefde is een roos

Bette Midler The RoseWegens tijdgebrek deze week op Goeie Nummers geen eigen verhaaltje, maar een link naar een boeiende blogpost van de Nijmeegse onderzoeker Lucas Seuren. Seuren verbindt de baanbrekende theorie over metaforen van George Lakoff en Mark Johnson uit 1980 met Bette Midlers klassieker The Rose. Verplicht leesvoer voor iedereen die het leuk vindt om af en toe wat dieper in een liedtekst te duiken!

Muziekjes waar je vrolijk van wordt

Today is gonna be a good day2Er zijn van die liedjes die me altijd opvrolijken, hoe chagrijnig of lamlendig ik me op dat moment ook voel. Vaak ongecompliceerde deunen die toch uitnodigen om nog een keer op te zetten. Vandaag presenteer ik er een paar die jou hopelijk ook goeie zin geven.

Juan Luis GuerraJuan Luis Guerra (Santa Domingo, 1957) is sinds de jaren 80 een hele grote meneer in Latijns-Amerika. Wereldwijd verkocht hij miljoenen platen en won hij diverse Grammy’s. Zijn album Todo Tiene Su Hora (2014) opent met het onweerstaanbare Cookies and Cream. Guerra smeert vintage R&B van Louis Jordan en Creed Taylor op zijn merengue, met knoeivette retestrakke blazers die over elkaar heen buitelen als een nest jonge katjes. Lekker hoor!!!

Chet Atkins & Mark Knopfler Neck and NeckChet Atkins en Mark Knopfler tappen op hun samenwerkingsalbum Neck and Neck (1990) uit rustiger vaatje met There’ll Be Some Changes Made. Heerlijke zelfspot. Over een muziekveteraan die op z’n ouwe dag tegen beter weten in nog graag een keer een beetje sex, drugs en rock-‘n-roll zou willen meepikken. Een virtuoos gitaarduel op allesbehalve ruige gitaren. Twee mannen die hoorbaar lol hebben met elkaar. Ze toveren een grijns op m’n gezicht die zeker een halfuur blijft plakken.

Jesse Dayton Country Soul BrotherAls de magie van Atkins en Knopfler een beetje is uitgewerkt, kan ik bij Jesse Dayton terecht. De Texaanse zanger-gitarist die onder andere  Johnny Cash en Waylon Jennings begeleidde, bracht in 2004 het solo-album Country Soul Brother uit, met daarop de dopaminerijke uptempo countrypunk-gospeltrack Jesus Pick Me Up. Wie hiernaar luistert, weet: hoe erg ik ook in de shit kom te zitten, er is daarboven altijd hulp te vinden. Dank, Jesse, voor deze reminder!

Heb jij ook een paar van die nummers die jou altijd weer vrolijk kunnen maken? Voel je vrij om ze hier op Goeie Nummers te delen!

 

 

 

Afrikaanse goden in je platenkast

VoodooWaar denk je aan bij het woord voodoo? Waarschijnlijk aan duistere rituelen en enge poppetjes met naalden. Dat is het beeld dat films en andere populaire media bij ons op het netvlies hebben gebrand. In werkelijkheid bevindt voodoo zich in je eigen platenkast.

boek VoudouDeze verrassende les is te vinden in het vorig jaar verschenen boek Voudou van Leendert van der Valk. De muziekjournalist maakte eerder al indruk met Duivelsmuziek, waarin hij verslag deed van zijn fietstocht van Memphis naar New Orleans, door de bakermat van de popmuziek. In Voudou volgen we met Van der Valk het spoor nog verder terug: vanuit Mississippi en New Orleans oostwaarts. Eerst naar Haïti, Curaçao en Suriname, en via een verrassende omweg over Rotterdam en Zaanstad ten slotte naar de oerbronnen in West-Afrika.

schepen op zeeDe eerste ontdekking is dat het niet puur om muziek gaat maar om een religie. Maar dan een die onlosmakelijk verbonden is met muziek: voodoo. Voodoo – knoop het in je oren – is niets meer of minder dan de meergoden-religie die van de 16e tot in 19e eeuw vanuit Afrika meereisde in de slavenschepen naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Een religie waarin de dansende gelovigen via liedjes en complexe drumritmes in contact komen met het hogere.

Jazzband met veel koperIn het nieuwe land fungeerde voodoo voor de slaven als het onzichtbare cement dat hen met elkaar en hun land van herkomst verbond. Het geloof werd meestal door de christelijke machthebbers verboden, maar ondergronds leefde het voort. En in de 20e eeuw kwam het naar boven: in de jazz en in de eerste vormen van wat tegenwoordig valt onder de noemer popmuziek – of blues, rock-‘n-roll, soul, gospel, r&b, salsa, latin, funk, kaseko, reggae of rock.

zwarte kerkdienstIn gospelmuziek zit het vraag-en-antwoordpatroon van de voodoorituelen, en het klappen vervangt de oorspronkelijke trommels. In de blues van Robert Johnson is de Afrikaanse bemiddelende god Legba veranderd in de christelijke duivel. En in de rock-‘n-roll herken je de clave – de kenmerkende vijf basisaccenten van West-Afrikaanse ritmes. Wat een injectie is dat geweest. Tot dan toe was populaire muziek een behoorlijk duffe bedoening die vooral hoofd en hart aansprak. Met de groove van voodoo mochten ook lichaam en ziel eindelijk meedoen.

draaikolkVoudou is een rijk boek, vol informatie en – soms duizelingwekkende – ervaringen. Te veel om hier even samen te vatten, maar één citaat kan ook veel zeggen: ‘Soms lijkt het alsof de Atlantische Oceaan een gigantische draaikolk is die ritmische wrakstukken van de stranden oppikt en ze op andere continenten laat aanspoelen, om ze eeuwen later weer terug te slingeren.’ Wow. Wat een prachtig beeld. De beïnvloeding gaat dus niet alleen van oost naar west, maar maakt een cirkelbeweging die nog steeds doorgaat: James Brown putte in de jaren 50 uit Afrikaanse bronnen voor zijn opzwepende funk; Nigeriaan Fela Kuti haalde de inspiratie voor zijn seventies afrobeat op zijn beurt bij Mr. Dynamite. En zo gaat het door.

Bij Voudou hoort ook een uitgebreide afspeellijst op de immense platenkast van Spotify. Van Screamin’ Jay Hawkins’ ‘I Put a Spell On You’ (1956) en Dr. Johns ‘I Been Hoodood’ (1973) tot Cindi Laupers versie van ‘Iko Iko’ (1986) en D’Angelo’s ‘The Root’ (2000). Zet hem op als je contact wil krijgen met de goden.

 

 

Albumverjaardag – The Kick Inside

The Kick InsideDat laat ik me geen tweede keer gebeuren, dacht ik vorige week toen ik de verjaardag van Little Feat’s topalbum Dixie Chicken (45) was vergeten. Daarom vandaag alvast de hartelijke felicitaties voor Kate Bush’ debuutelpee The Kick Inside (wordt morgen 40).

Kate Bush Wuthering HeightsEn wat een debuut was het, op 17 februari 1978. Te midden van het geweld van punk en new wave en de doordreunende disco van die jaren keek de wereld verwonderd naar dit nieuwe fenomeen dat, 19 lentes jong, met ‘Wuthering Heights’ de eerste door een vrouw geschreven en gezongen nummer 1-hit in Groot-Brittannië scoorde.

moorsEen onwaarschijnlijke hit ook: die geëxalteerde romantiek, die hoog boven de royale orkestratie uittorenende stem met deftige Britse dictie – je waande je op de nevelige Engelse moors, bezocht door geesten uit het verleden. Gothic van voordat dat woord überhaupt in de popmuziek voorkwam. Zelfs als je muzieksmaak zich beperkte tot Amerikaanse countryrockers in houthakkershemden (zoals bij mij) kon je je moeilijk aan de magie van het nummer onttrekken. Bovendien, het oog wil ook wat, en dat werd door Bush eveneens uitstekend bediend, bijvoorbeeld via Avro’s Toppop.

UMG_Kate-Bush_lo-212x300Onlangs werd mijn oog opnieuw naar de zangeres getrokken, nu op de cover van de geheel aan haar gewijde Uncut-uitgave Kate Bush – The Ultimate Music Guide. De hoofdmoot van dit dikke glossy tijdschrift bestaat uit chronologisch gerangschikte interviews en recensies die door de jaren heen in de muziekbladen verschenen. Een interessante formule – waarin onder meer ook Stevie Wonder, Prince, David Bowie, Joni Mitchell zijn opgenomen – omdat je zo de carrière van de artiest volgt met de argeloze blik van destijds, toen niemand nog kon zeggen hoe het verder zou gaan.

The Dreaming Kate BushEn zo, achterwaarts door haar werk reizend, kreeg ik een steeds completer beeld van Bush’ ontwikkeling. Het valt op hoe extravagant mensen The Kick Inside bij verschijning  vonden – terwijl dat nog maar het begin was. De jonge singer-songwriter zocht steeds eigenzinniger haar eigen grenzen en die van de popmuziek op met albums als The Dreaming (1982), Hounds of Love (1985, mijn persoonlijke favoriet) en The Sensual World (1989). Artrock, artpop, progrock, baroque rock, experimental pop – al deze etiketten volstonden niet om haar liedjes vol soundcollages, middeleeuwse instrumenten, moderne elektronica, vervormde stemmen en gesproken woord definitief te duiden.

wasmachineDat geldt ook voor Bush’ filmische en literaire teksten, die bol staan van verwondering en sensualiteit. Op haar album Aerial, dat na twaalf jaar radiostilte in 2005 verscheen, bezingt ze zelfs de vreugden van het moederschap (een pop-doodzonde) en die van de wasmachine.

The_Kick_Inside_(alternative_cover).jpgMet deze bijzondere kwaliteiten neemt Kate Bush een volledig eigen plek binnen de rock-‘n-roll in. En die kwaliteiten zijn op The Kick Inside in de kiem al aanwezig. Luister nog maar eens naar The Man With the Child in His Eyes, ook zo’n klassieker. Naar Moving. Naar The Saxophone Song. Ach, naar het hele album eigenlijk. Hoe mooi, hoe pril. Het is weer even 1978.

 

Sorry – vergeten!

forgotten birthdayVorige week ging Goeie Nummers over verschillende muzikale spijtbetuigingen. Vandaag moet ik zelf door het stof. Een verjaardag vergeten, twee weken geleden al. Mijn gebruikelijke excuus ‘dat ik gewoon geen hoofd heb om dat soort dingen te onthouden’ bleek ditmaal onvoldoende. Bij deze zeg ik dus sorry, sorry en probeer ik het goed te maken met Aandacht.

Dixie Chicken van Little FeatDe verjaardag van Dixie Chicken, daar ging het om. Topplaat van de Amerikaanse southern rock-topband Little Feat, verschenen op 25 januari 1973. Louter topummers, in een originele mix van blues, rock, country, ragtime, New Orleans-funk en jazz. 45 jaar is ze inmiddels, onze Southern Belle. Wat ouder geworden natuurlijk, maar nog altijd beeldschoon.

Little Feat 2De tweede bezetting van Little Feat, van 1972 tot 1979, is zo’n typisch geval van ‘het geheel is meer dan de som der delen’. Een cult-band, zonder hits, maar wel bewonderd door publiek, critici en vooral collega-muzikanten. Een acquired taste ook, vanwege hun uitwaaierende stijl: frontman Lowell George, met uniek melodieus-bluesy stemgeluid en dito slidegitaar; de ervaren sessie-gitarist Paul Barrère; het veelzijdige toetsenbeest Bill Payne; de driekoppige ritmesectie die vette grooves neerlegt ‘zonder die te spelen’. Het bezielde samenspel van het sextet geldt sindsdien als een soort heilige graal voor veel andere popmuzikanten, van Robert Plant en Phish tot Sheryl Crow en de Tedeshi Trucks Band.

Lowell GeorgeIn 1979 sloeg het noodlot toe. De zwaarlijvige en zwaargebruikende George bezweek op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval. Little Feat stortte in elkaar, en pas jaren later durfden de andere leden de band nieuw leven in te blazen, zoals Bill Payne destijds aan popjournalist Geert Henderickx toevertrouwde. Vanaf die tijd zou de band nog verschillende goeie platen en tournees maken zonder hun voormalige frontman echter helemaal te kunnen doen vergeten.

Little FeatDixie Chicken is het derde en wat mij betreft meest consistente studio-album uit Little Feat’s toptijd. Geen zwakke plekken te vinden, vanaf de meezingbare titeltrack tot het afsluitende instrumentaaltje ‘Lafayette Railroad’. Speciale vermelding voor de dwarsfluit in het bluesy Juliette, een geweldig werkende combinatie die gek genoeg weinig school heeft gemaakt in de rock-‘n-roll.

Bonnie Raitt en Emmylou HarrisLittle Feat was ook een ijzersterke podium-act, met zoveel muzikale bagage dat er volop ruimte was voor improvisatie. Luister naar de live-versies van vier topstukken van het verjarende album: Dixie Chicken, met Bonnie Raitt en Emmylou Harris als achtergrondkoortje (!), Fat Man in the Bathtub, de Allen Toussaint-cover On Your Way Down en het heerlijk funkende Two Trains.

Conclusie: 45 is het nieuwe 25.

 

 

 

 

 

 

 

 

Sorry

BoefGoed sorry zeggen is een kunst. Boef kan erover meepraten. De rapper betitelde enkele  vrouwen van wie hij op Nieuwjaarsnacht een lift kreeg op Twitter als ‘kechs’ (hoeren) en kreeg vervolgens wekenlang het halve land over zich heen. Met een geslaagde ‘knievalrap’  (de Volkskrant) op de recente editie van Eurosonic/Noorderslag wist hij de plooien echter weer  glad te strijken. Knap.

Mea CulpaPsychologen en andere deskundigen stellen dat excuses maken buitengewoon belangrijk is voor het herstellen van persoonlijke, professionele en maatschappelijke relaties. Maar het luistert wel nauw. Met een ondeugdelijke mea culpa maak je de zaak eerder erger dan beter. Communicatie-experts adviseren dan ook om 1) tijdig (niet te vroeg maar zéker niet te laat) en 2) oprecht (niet halfhartig) 3) spijt te betuigen voor wat je gedaan hebt (en niet voor het feit dat een ander zich gekrenkt voelt) en 4) daarvoor geen verzachtende omstandigheden aan te voeren (geen ‘maar’s dus).

SorryDe popmuziek kent heel wat boetekleed-liedjes – denk aan alle songtitels met ‘sorry’, ‘blame’, ‘forgive’ en ‘wrong’ erin. Popartiesten zijn kennelijk ook maar mensen. Maar welke muzikale spijtbetuiging is overtuigend? Wanneer ga je geloven dat de excuses oprecht zijn? Laten we die vier communicatietips eens als meetlat gebruiken voor een paar van zulke liedjes.

De Jeugd van TegenwoordigEerst De Jeugd van Tegenwoordig, met Sorry uit 2008. Zo’n titel schreeuwt om een beoordeling. Het begint veelbelovend: ‘Sorry / Ik heb spijt van me gedrag’. Prima, jongens. Maar het duurt niet lang of daar komen ze al: de loze beloftes (‘volgende keer betaal ik mee’), de verzachtende omstandigheden (‘Het spijt me van die brandplek op het plafond / Ik dacht dat het ging, ik dacht dat het kon’) en het afschuiven van verantwoordelijkheid (‘Ik wist niet wat ik deed / Je moet me niet laten drinken gast)’. En daarna wordt het alleen maar erger. Nee Jeugd, hoe plezant jullie ook over de top gaan, qua vergeven en vergeten gaat dit hem niet worden.

BlinkingLightsDan Eels, met I’m Going To Stop Pretending I Didn’t Break Your Heart van het album Blinking Lights & Other Revelations uit 2005. Dit is serieuzere kost: gebroken hart, dodenmars-achtig tempo, klagende stem. Zanger E, de artiestennaam van Mark Oliver Everett (1963), gaat diep door het stof: ‘I’m going to stop pretending that I didn’t break your heart’, en de laatste regels luiden ‘I didn’t know what I was doing / But I know what I’ve done.’ Dit is geen spijt, dit is berouw. Met een grote B.

Mark_Oliver_Everett_at_The_Palace_of_Fine_Arts_in_San_FranciscoDesondanks heeft ook E een verzachtertje nodig: hij dacht destijds zo negatief over zichzelf dat hij zich niet kon voorstellen dat iemand anders hem de moeite waard kon vinden. Tja, wat moeten we hiervan vinden? Het voordeel van de twijfel, zou ik zeggen. Het werk van de Amerikaanse singer-songwriter verschaft hem geloofwaardigheid of het punt van oprechte zelfverachting. Bovendien weet E in al deze treurnis nog een sprankje humor te brengen: ‘I’m a little too late, by three or four years’. Zo iemand vergeef je veel.

Elton John achter de pianoWaarmee nog maar eens is bewezen hoe moeilijk het is om goed sorry te zeggen is, ook in een lied. Of ben ik nu te vergevingsgezind? Sorry. Laten we luisteren naar de wijze inzichten van Elton John en tekstdichter Bernie Taupin.

Ken je een ander fraai en overtuigend sorry-lied? Of een dat heerlijk mislukt is? Laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder!

 

Een Wereldster

omslag Roger Steffens Bob MarleyEen tijdje terug schreef ik hier op Goeie Nummers over reggaelegende Bob Marley als goedheiligman, omdat hij op 5 december 1975 zijn prachtplaat Live! uitbracht en me zo liet kennismaken met de reggae. Toch heb ik me sindsdien nooit echt in de beroemde Jamaicaanse zanger en bandleider verdiept. Vorige week kwam daar verandering in door een nieuwe biografie, eenvoudigweg getiteld Bob Marley, van de hand van de Amerikaanse reggae-expert Roger Steffens.

Wailer Marley en ToshSteffens wekt de wereld van de hoofdpersoon tot leven alsof je er zelf bij bent.  Hij laat Marleys levensverhaal grotendeels vertellen door een lange stoet vrienden, bandleden en andere betrokkenen, vanaf Marleys jongensjaren tot zijn vroegtijdige dood aan kanker in 1981. Zo krijgen we onder meer een levendig beeld van de jeugdige zanger in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston, waar hij in de jaren 60 met muzikale kompanen Peter Tosh en Bunny Wailer eindeloos oefent op meerstemmige zangpartijen, geïnspireerd door de Amerikaanse popsoul van Curtis Mayfield en diens groep The Impressions.

kaart Caribisch gebiedNog interessanter wordt zo’n levensbeschrijving als die je de ogen opent voor iets wat je tot dusver over het hoofd hebt gezien. Het is misschien wat naïef, maar ik beschouwde Bob Marley en zijn Wailers onbewust altijd als een soort Amerikaanse artiesten. Jamaica lag in de Cariben, dus vanuit hier gezien dicht bij de VS. En ze zongen in het Engels – een ongebruikelijk Engels weliswaar, maar niet moeilijker te verstaan dan dat van Otis Redding of Bob Dylan.

Bob Marley 2 - kopieDoor Steffens boek besefte ik dat ik het al die tijd verkeerd zag. Marley was een artiest uit de Derde Wereld, niet uit Amerika. Het Jamaica van Marleys tijd was een voormalige Britse kolonie die pas in 1962 onafhankelijk werd. Een witte bovenlaag maakte er nog steeds de dienst uit. De zwarte bevolking was veelal straatarm. Jamaica deed dus in veel opzichten meer denken aan Zimbabwe of Zuid-Afrika dan aan de VS.

Bob Marley naast Che Guevara op muurAls aanhanger van het Rastafari-geloof was Marley ook sterk gericht op Afrika, met Ethiopië als het beloofde land waar zijn volk in vrede zou kunnen leven. Meer dan wie ook gaf hij een stem aan de onderdrukte zwarte bevolking in Afrika en de diaspora. En het Afro-Amerikaanse publiek dat Marley heel graag wilde bereiken haakte pas een stuk later aan, toen hij na zijn dood echt een Wereldster werd en sommigen hem zelfs als een profeet gingen beschouwen.

Tosh Marley WailerDoor deze biografie, die gelukkig niet meedoet aan die heiligenverering, ging ik ook opnieuw naar Marleys werk luisteren. Naar Rat Race. Naar Lively Up Yourself. Naar Concrete Jungle (uit 1973, nog met Tosh en Wailer). Onveranderd mooi en opwindend, en toch anders dan voorheen.

 

 

 

 

Het mooiste huwelijksaanzoek

aanzoek kikkersDe meest overtuigende manier om een huwelijksaanzoek te doen is niet op één knie, bloemen enzovoort, maar natuurlijk met muziek. Dat wisten onze voorouders al, ze hebben enkele eeuwen geleden niet voor niets de aubade uitgevonden: een lied waarin een man zijn aanbedene het hof maakt, liefst onder aan haar raam – ze deden toen nog amper aan genderneutraal – onder begeleiding van een lieflijk betokkeld snaarinstrument. Geef toe, welk hart zou daar niet van smelten?

jongen met luitAls je de schrijvers uit vervlogen tijden mag geloven, klonken deze muzikale aanzoeken van edelen en troubadours in de Middeleeuwen en de Renaissance geregeld op allelei openbare gelegenheden. Om de een of andere reden hoor je ze tegenwoordig nog maar zelden, en dat is jammer. Een mogelijke verklaring is dat aubades nu gewoon verstopt zitten in popliedjes.

Sam Cooke You send meVoor het fraaiste aanzoekliedje moeten we wel een stukje terug in de tijd, toen we de huwelijkse geloften nog wat letterlijker namen dan tegenwoordig. Naar 1957, om precies te zijn. In dat jaar steeg You Send Me van Sam Cooke naar de nummer 1-positie in de Amerikaanse Billboard R&B Charts.

Sam Cooke 2Sam Cooke (1931-1964), afkomstig uit een zwart domineesgezin met acht kinderen, begon zijn korte en stormachtige carrière als gospelzanger en switchte daarna naar pop en soul. Crooner Nat King Cole was zijn grote voorbeeld, maar de ruigere stijl van de soul trok hem ook. Als zanger was Cooke een natural. Hij had het allemaal: kracht, bereik, zuiverheid, souplesse, en desgewenst gaf hij zijn stem een rauw randje mee. En dat alles zonder dat het hem enige moeite leek te kosten.

Sam Cooke 4In You Send Me toont Cooke zijn zoetgevooisde, intieme benadering. We zien de twee geliefden meteen voor ons, ze zijn al vertrouwd met elkaar: ‘Darling, you send me, honest you do.’ De zanger bekent dan dat hij zijn gevoelens een tijdlang niet serieus durfde te nemen: ‘At first I thought it was infatuation.’ Die overwonnen bindingsangst maakt zijn liefdesverklaring des te geloofwaardiger: ‘Now I find myself wanting to marry you / and take you home.’ Zo simpel, zo direct, zo puur. Zo ouderwets bijna. En dan die onvergelijkbare stem van Cooke – je ziet bruid en bruidegom al bijna naar het altaar lopen.

Gregory PorterMaar voor wie nu nog aarzelt met haar jawoord, hier is een fraaie versie van Gregory Porter, die ‘You Send Me’ bijna een halve eeuw na dato opnieuw tot leven wekt. Niet ouderwets dus, maar tijdloos. En stukken overtuigender dan kaarslicht, ringen of rozen maar kunnen zijn.

Muziek als medicijn – Zwak vlees

joggerWij mensen zijn natuurlijk au fond een stelletje slampampers, met al onze verkeerde gewoontes: te veel drinken, eten, werken en piekeren en te weinig sporten, ontspannen en liefhebben. We nemen ons dan ook geregeld voor, met name aan het begin van het nieuwe jaar, om het nu eens anders te aan te pakken. We weten in ons hart ook best hoe dat moet. En toch, eerlijk is eerlijk, komt er meestal niet veel van. Het vlees is nu eenmaal zwak.

hoes van De laatste rit van RvhGEn daar zitten we dan ook nog eens mee. Raymond van het Groenewoud heeft deze terugkerende paradox prachtig weten te vangen in een lied op zijn album De laatste rit uit 2011. De Vlaamse veteraan, die al menig klassieker op zijn naam heeft staan – denk aan Meisjes (kijken!), ‘Vlaanderen Boven’ en ‘Je Veux de l’Amour’ – geeft ons een mogelijk antwoord op ons geploeter in Ik onthou het niet.

De 10 gebodenBij de eerste regels ben je meteen wakker: ‘Niet met een heel jong meisje / Niet met een and’re man / Ook niet met and’re dieren / Daar komt ellende van’. De kerkelijke verboden die de Belg waarschijnlijk met de paplepel zijn ingegoten veranderen verderop in het lied in meer universele deugden: mededogen, naastenliefde, ruimhartigheid en vasthoudendheid. Prachtige idealen, stuk voor stuk de moeite van het nastreven waard, zoveel maakt Van het Groenewoud wel duidelijk.

Raymond van het Groenewoud en profilDe uitkomst echter, alles overziend, is steeds dezelfde: ‘Ik weet het wel / Ik ken dat lied / Ik weet het wel / Maar ‘k onthou het niet.’ De zanger beseft dat zijn eigen gedrag angstwekkend ver van het ideaal verwijderd blijft. De onmacht lijkt hem in zijn greep te krijgen. In het tussenstuk schreeuwt hij het uit: ‘Maar ‘k onthou het niet, ‘k onthou het niet / Het is te moeilijk, ’t is te moeilijk.’

Nietzsche Slecht geheugenIn de eeuwige strijd tussen verheven idealen en het menselijk tekort vindt Van het Groenewoud geen hulp in de goede maar juist in een slechte eigenschap. Een falend geheugen als medicijn. Aanvaard je beperkingen, zo luidt de boodschap van de zanger, zodat je niet aan zelfhaat ten onder gaat. Hij wijst ons handzaam de weg door het laatste refrein bewust niet af te maken. Zijn laatste woorden zijn ‘ik weet het wel’ – zodat we het zelf mogen aanvullen.

Het mooiste kerstlied #3

John Mayer 3Voor een goed kerstliedje hoeven er geen kerstwoorden in de titel of het refrein te staan. Een enkele verwijzing in een hoekje van een vers volstaat. Dat bewijst John Mayer in Waiting On The World To Change.

hoes Continuum van John MayerDe Amerikaanse zanger-gitarist brak in 2006 door met het album Continuum, dat paradoxaal genoeg aansloeg bij jonge (vrouwelijke) fans én bij collega-muzikanten. ‘Waiting On The World To Change’, van datzelfde album, lijkt zelf ook behoorlijk tegenstrijdig: een vette groove, een lekker meezingbaar refrein, maar qua tekst op het eerste gezicht allesbehalve opwekkend.

John Mayer, geboren in 1977, begint het nummer met een klacht. Hij en zijn generatiegenoten worden alsmaar verkeerd begrepen:

They say we stand for nothing / and there’s no way we ever could / Now we see everything that’s going wrong / With the world and those who lead it / We just feel like we don’t have the means / To rise above and beat it.

ribbonEven verderop spiegelt hij ons voor dat alles beter zal gaan als zijn generatie eenmaal het heft in handen krijgt. Toen ik het voor het eerst hoorde, wist ik niet van ik ervan moest denken. Dat werd nog sterker bij het derde couplet, waarin Mayer ook de kerstperiode erbij haalt:

Now if we had the power / To bring our neighbors home from war / They would have never missed a Christmas / No more ribbons on their door

John Mayer 2Mayers ‘oplossing’, die hij ons in het refrein steeds voorhoudt, is om te wachten tot de wereld verandert, onder het circulaire motto: ‘we kunnen niets doen, dus doen we maar niets’. Dat klinkt behoorlijk defensief, als een excuus, zo je wilt.

Maar goed beschouwd is die houding niet voorbehouden aan de generatie van Mayer. Iedereen wordt dagelijks via de media geconfronteerd met maatschappelijke misstanden en met toekomstvoorspelling die niet rooskleurig zijn. En geef toe, ongeacht tot welke generatie je behoort, een afwachtende houding is best begrijpelijk en verleidelijk.

John Mayer closeMaar het knappe is: in het eerste refrein kun je Mayers woorden nog opvatten als een serieus gemeend pleidooi, als rechtvaardiging. Maar bij het derde of vierde refrein gaat dat niet meer. Je wordt een beetje ziek van die herkenbare maar o zo futiele uitweg die je wordt geboden. Het lied vertelt je dat het tijd is om die onzin achter je te laten – en gewoon te doen wat je kunt om de wereld een beetje beter te maken. Zo heeft de zanger ‘Waiting On The World To Change’ natuurlijk ook bedoeld. Een fijne Kerstgedachte en goed voornemen in één. Dank je, John.

Ik wens je een fantastisch en actief 2018 toe!

 

Guilty Pleasure – Chris Rea

399px-Chris_Rea._personal_pictureDe donkere dagen voor Kerst lenen zich goed voor bekentenissen, en na vorige week heb ik de smaak te pakken. Vandaag zet ik mijn biecht voort met Chris Rea. Ja, Chris Rea. Hoewel weinig vooruitstrevend, verrassend of vernieuwend, kan niemand ontkennen dat zijn muziek gewoon erg lekker is – en daar gaat het bij guilty pleasures toch om. Bovendien kan de Brit momenteel wel wat extra steun gebruiken, nadat hij onlangs op het podium in Oxford onwel werd en zijn tournee moest afbreken.

hoes Josephine van Chris ReaIn de jaren 70 en vooral 80 vierde Chris Rea (Middlesborough, VK, 1951) triomfen met hits als Fool (If You Think It’s Over), Josephine en de kerstklassieker Driving home for Christmas. Lekker hoor. Daarna verdween de man met het aangename schuurpapieren stemgeluid grotendeels uit de hitlijsten, maar bleef hij wel platen uitbrengen – ruim vijfentwintig, verzamelaars niet meegerekend – en ook optreden, zelfs nadat er in 2001 alvleesklierkanker bij hem werd geconstateerd.

hoes Wired to the MoonMijn belangrijkste kennismaking met Chris Rea is het album Wired to the Moon uit 1984, een plaat vol lekkere nummers, waaronder de bescheiden hit ‘I Can Hear Your Heartbeat’. Voor mij springt The Ace of Hearts eruit. Een liefdesliedje dat de spanning tweeënhalve minuut vasthoudt, tot de drums en de bas echt gaan meedoen. Ooit had ik een cassette met een live-uitvoering waarin Rea’s band die dynamiek nog wat uitvergrootte. Lekker hoor.

Chris ReaBij mij leeft het idee dat Chris Rea zo’n muzikaal zondagskind is dat alles komt aanwaaien. Zo iemand die in drie dagen gitaar leert spelen, in twee dagen piano en op zaterdag en zondag liedjesschrijven. Voor een hit pakt hij een bierviltje, voor een bluesnummer zijn bottleneck, en een bossanovaatje componeert hij even tussen de reclame en het journaal.

sprezzaturaRea doet in werkelijkheid waarschijnlijk gewoon alsóf het hem zo gemakkelijk afgaat. Dat is zijn geheim. Sprezzatura noemen de Italianen dat. Jíj hoeft je nergens zorgen over te maken, híj zorgt dat het goedkomt. Het is die schijn van moeiteloosheid die maakt dat zijn muziek zo lekker klinkt.

Chris Rea 2Kerstmis is niet alleen een goede tijd voor bekentenissen en vergeving, ook voor weemoed. Ik zet Wired to the Moon nog eens op, schenk mezelf een glas wijn in. Als je daar ook zin hebt, doe dan mee en klink met me op de gezondheid van Chris Rea.