Auteur: ChrisBernasco

Tekstschrijver van beroep. Op mijn blog Goeie Nummers deel ik mijn liefde voor en verwondering over de popmuziek.

Doe de dans

Little EvaSinds het allervroegste begin kent de popmuziek het kleine genre van de ‘doe-de-dansnummers’: liedjes die ‘Doe met mij mee!’ zeggen en in woord, beeld en muziek de daad bij het woord voegen. Denk aan Twisting the Night Away van Sam Cooke, Mess Around van Ray Charles, The Locomotion van Little Eva en zo voort.

Ray CharlesDeze aanstekelijke hartekreet is bij uitstek geschikt voor live-uitvoering en voor video. Vaak gaat het om rages en hypes, waarbij de artiest als een soort standwerker het nieuwste snufje voor zijn begerige publiek aanprijst en demonstreert. Even kinderlijk als onweerstaanbaar.

Carl Douglas 2Onder die doe-de-dansnummers bevinden zich ook verzonnen dansjes, die zojuist door de artiesten zelf zijn uitgevonden. Zo liet Carl Douglas begin jaren 70, meeliftend op het succes van de populaire tv-serie met David Carradine, in zijn ‘Kung Fu Fighting’ de Oosterse krijgskunst samensmelten met moderne disco. Hier  te zien in VPRO’s onvergetelijke Sjef van Oekel’s Discohoek.

Rufus Thomas Stax ProfilesEen van de meesters van het subgenre was soulzanger Rufus Thomas (1917-2001). Deze ‘Oldest Teenager in the World’ maakte in de jaren 60 en 70 zijn handelsmerk van die zelfverzonnen dansjes, meestal geïnspireerd op het dierenrijk. Voor het fameuze Stax-label uit Memphis scoorde hij hits als Walking the Dog, Can Your Monkey Do the Dog, Do the Funky Chicken (kijken!) en Do the Funky Penguin. Het hoeft niet altijd zo serieus.

leuke hoes Genesis I Can't DanceZoiets moet Roxy Music ook gedacht hebben. De Britse glamrockers hadden een patent op camp maar maakten ondertussen ook fraaie en zeer originele muziek. Hun tweede album For Your Pleasure (1973) opent met Do the Strand, dat de dansrages liefdevol persifleert maar de luisteraar laat gissen naar de exacte choreografie. Genesis geeft ook een leuke draai aan het genre met I Can’t Dance, waarin Phil Collins c.s. van de nood een deugd maken.

PsyMaar ook zonder ironie is het doe-de-dansnummer nog alleszins levensvatbaar. Denk maar aan megahits als de Lambada (1989) en de Macarena (1993) , en aan het recentere megasucces van Gangnam Style van Psy. Gelukkig maar, want weinig dingen op deze planeet leveren zoveel instant-vrolijkheid op. Laat ze maar doorkomen, die muzikale uppertjes!

Mis je hier nog goeie doe-de-dansnummers? Deel ze hier!

 

 

Tom Petty

330px-Tom_Petty_(8191710373) 2014En daar ging er weer een. Het erge is dat je weet dat dat voortaan de hele tijd zo zal doorgaan. Veel rocksterren hebben inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Bovendien zijn het uiteindelijk toch gewoon mensen, hoewel we dat altijd willen ontkennen. Afgelopen maandag, mijn verjaardag notabene, was het dus Tom Petty. Volkomen onverwacht, 66 jaar pas, vlak na een succesvolle jubileumtournee door de VS.

Tom_PettyTom Petty, afkomstig uit Florida, verkocht wereldwijd zo’n tachtig miljoen platen maar was vooral in zijn thuisland een hele grote, die stadions liet vollopen. Maar het begon voor hem en zijn Heartbreakers in Europa. Hier liftte hij mee op de buzz van punk en new wave die in de tweede helft van de jaren 70 over het continent spoelde.

Tom Petty & The HeartbreakersHet ijzersterke debuutalbum van de band, simpelweg getiteld Tom Petty & The Heartbreakers (1976), vormde meteen een blauwdruk al voor zijn latere werk: meeslepende compacte rocksongs, klaaglijk en nasaal gezongen, met pakkende melodieën en precies de goede gitaarriffs en toetsenaccenten van begeleiders Mike Campbell en Benmont Tench.

Tom Petty WildflowersNa dat debuutalbum maakte Petty nog veel meer platen die niet stuk kunnen en altijd mooi zullen blijven, zoals Damn The Torpedoes (1979), Full Moon Fever (1989) en Wildflowers (1994). Ongeveer volgens het recept van de eersteling, maar niet gemakzuchtig, allesbehalve formulewerk. Het is eerder dat het bij Petty altijd allemaal zo gemakkelijk klinkt – meestal het kenmerk van ware klasse.

Learning to flyNiet al zijn platen zijn even sterk, maar ze bevatten zonder uitzondering een of meer pareltjes. Zodat je zonder moeite een driedubbeldik verzamelalbum uit zijn liedjescatalogus kunt samenstellen met alleen maar klassiekers. Ik noem er drie, nee vier, nee vijf: Breakdown, Refugee, Free Fallin’, I Won’t Back Down, Learning To Fly.

Nico Dijkshoorn‘Learning To Fly’ is zo’n typisch Petty-nummer, waarin hij zijn wanhopige en toch krachtige stemgeluid inzet om de eenzamen onder ons, of misschien eerder de eenzaamheid in ons allen, te troosten. Nico Dijkshoorn wijdde deze week een prachtige column aan het nummer, waarin zijn gebruikelijke grappen en grollen het moesten afleggen tegen ontroering.

Traveling Wilbury'sEr valt nog veel meer over Tom Petty te vertellen, over zijn aandeel in supergroep The Traveling Wilbury’s bijvoorbeeld, en over zijn bijzondere imitatiecovers, bijvoorbeeld op het J.J.Cale-tributealbum The Breeze. Maar daarvoor voelt het te vroeg.

citaat uit American GirlEind jaren zeventig maakte ik zijn opkomst mee, onder meer via een live-optreden van Pinkpop 1977, dat ik op cassette opnam van de radio en vaak terugluisterde. ‘God it’s so painful / Something that’s so close / And still so far out of reach,’ hoorde ik Petty zingen in ‘American Girl’. Ik was geen Amerikaan, geen meisje, maar wel veertien. Een heel geschikte leeftijd om door zulke regels – en zulke muziek – te worden gegrepen. En getroost. Maar eigenlijk is elke leeftijd er geschikt voor. Dank je, Tom.

Trouw en trouweloosheid

Robert EllisDe popmuziek is op dit moment verstoken van schokkend nieuws, zoals het overlijden van grote namen of de comeback van antieke geluidsdragers. Gelukkig maar, want dan kan ik het weer eens over Robert Ellis hebben. Onder de noemer ‘een oude ziel in een jong lichaam’ portretteerde ik hem al eens op Goeie Nummers, maar dat is alweer ruim een jaar geleden en daarmee heeft de singer-songwriter uit Texas zeker nog niet gekregen wat hem toekomt – en de lezer van dit blog evenmin.

ijswakEllis is zo’n artiest die je maar eens in de paar jaar tegenkomt. Wiens muziek als een ‘bijl het ijs van ons bewustzijn splijt’. Bij mij in elk geval wel. Niemand anders schrijft op dit moment zulke spannende popsongs die zo onmiskenbaar geworteld zijn in de rootstraditie. Of andersom: niemand flirt in zijn folk- en countrysongs zo soepel met pop en jazz. En niemand balanceert ook in zijn teksten zo overtuigend op het slappe koord tussen Trouw en Ontrouw.

hoes The Lights of the Chemical Plant van Robert EllisTot dusver produceerde Robert Ellis (1988) vier solo-albums: The Great Re Arranger (2009), Photographs (2011), The Lights from the Chemical Plant (2014) en vorig jaar zijn meest recente, gewoon Robert Ellis getiteld, alsof het zijn debuut betreft. Het is vooral met die laatste twee platen dat Ellis zich loszingt uit het pure country- en folkidioom.

albumhoes Robert EllisDat nieuwste album bevindt zich dan weer wel in de mooie poptraditie van het breakup-album. Alle liedjes van het album ademen het traumatische einde van een liefde, en ze snijden diep door de ziel. Luister maar eens naar California: ‘And she says maybe I’ll move to California / With the unbroken part of my heart I still have left / Maybe I’ll fall in love again someday / I’m not gonna hold my breath.’ De pijn van de uiteengespatte droom is tastbaar in elke vezel, alleen de fraaie melodie houdt het draaglijk.

single Free Man in Paris, Joni MitchellMaar Ellis kan en wil niet om de andere kant van de huwelijkse trouw heen, zoals in prijsnummer It’s Not Ok: ‘It’s not okay / The way we look at one another / It’s not okay / That our love has to stay undercover.’ Daarbij spaart hij ook zichzelf niet: ‘Maybe I’m destined to repeat myself forever / Don’t you think I’d learn from my mistakes?’ Zoveel openhartigheid in combinatie met zo veel schoonheid – het zal niet voor niets zijn dat hij ‘Free Man in Paris’ van Joni Mitchell tegenwoordig op zijn setlist heeft staan.

Ribs en bluesLive staat de Texaan trouwens ook zijn mannetje. Afgelopen juni speelde hij, gekleed in zijn strakke spacecowboypak en ondersteund door puike vaste begeleiders, op Ribs & Blues in Raalte. Ondanks de wat lompe geluidsmix en de barbecue-achtige sfeer op het Overijsselse festival bleven zijn subtiele nummers op het podium volledig overeind.

Robert Ellis met gitaarVoor wie zoveel lof juist twijfel oproept, kijk zelf maar naar Ellis’ Tiny Desk Concert, met louter begeleiding door ‘favorite guitar player on the planet’ Kelly Doyle. Of naar deze live-registratie, waarin de band wordt aangevuld met pedal steel. In Raalte liet Robert Ellis overigens weten alweer bezig te zijn met nieuwe nummers. Ik kan nauwelijks wachten op zijn volgende avonturen.

Verzamelen

eigen foto cassette met losse tape en potlood low resTwee weken geleden ging het hier op Goeie Nummers over de comeback die het cassettebandje momenteel lijkt te beleven. Over de bijna-verdwenen herinneringen die dat nieuws bij mij opriep. En over het verschil in muziekbeleving toen en nu. Het bracht me er ook toe om te kijken wat ik zelf eigenlijk nog aan cassettes in huis had.

kastje met versterker low resDie zoektocht was een bijzondere ervaring. Want dat ding in mijn werkkamer waarop mijn gitaarversterker staat, bleek een IKEA-kastje vol met cassettes te zijn! Met daarnaast nog zo’n IKEA-geval, twee keer zo groot zelfs. En die verhoging onder de oud-papierbak bleek een kistje vol bijzondere soul-opnames. Een mens loopt vaak gedachteloos aan de grootste schatten voorbij.

cassetterecorder low resMijn stemming werd nog beter toen ik dacht aan de dubbelloops cassetterecorder die ik een paar jaar geleden had geërfd, met prima speakers en dito loopwerk. Daar was ik nu maar wat blij mee, even blij als met die teruggevonden bandjes. Wie wat bewaart die heeft wat, vind ik. Niet iedereen in mijn huishouden is het daar overigens mee eens.

hoes Full Time Love van Ann PeeblesHoewel zelfs ik ooit flink gesneden moet hebben in de eigen cassetteverzameling uit de periode 1975 tot 2005 – het jaar waarin het Branden en het Rippen ook mij in hun greep kregen – bleek onder de overgebleven driehonderd bandjes nog veel moois te schuilen. Veel trips down memory lane, maar ook verrassingen – want wie wat bewaart vergeet soms ook wat hij heeft. Zoals het retestrak swingende Live On Planet Earth van The Neville Brothers uit 1990. Of het frisse Full Time Love van Ann Peebles uit 1992. Niet op Spotify. Wel op mijn cassettebandjes.

hoes Walk Under Ladders van Joan ArmatradingTopstukken in mijn collectie zijn de opnames van radioprogramma’s met concertregistraties. James Taylor live in Carré (1986), Shawn Colvin bij de Twee Meter Sessies van Jan Douwe Kroeske, Joan Armatrading van kort na Walk Under Ladders, met een prachtige uitvoering van Tall in the Saddle bijvoorbeeld. Maar mijn zoektocht leverde niet alleen geluksmomenten op. Waar waren de VARA-registraties van Nederlandse topacts als Herman Brood, Sweet d’Buster, Solution en The Streetbeats uit de jaren 70? Of VPRO’s Amigos de Musica met Graham Parker en Mink DeVille? Nils Lofgren, Tom Petty en The Police op Pinkpop? Nergens meer te bekennen. Vermoedelijk stukgedraaid.

Beeld en GeluidZouden die oude radioconcerten nog ergens te vinden zijn? In de online-catalogus van het Instituut Beeld en Geluid in Hilversum zit onder meer de aflevering van Amigos de Musica met Mink DeVille uit 1977, en ook mogelijk het optreden van Solution uit 1979. Maar hoe zit het met de rest? Moeten we die live-opnames als voorgoed verloren beschouwen? Wie het weet mag het zeggen – en ook wie ze heeft mag zich hier melden. Mijn dank zal groot zijn.

R.I.P. Walter Becker

Steely Dan 2Een onaantastbare twee-eenheid vormden ze. Walter Becker en Donald Fagen. Altijd in die volgorde. Maar nu dus niet meer. Afgelopen zondag overleed Walter Becker, 67 jaar oud. Samen met Fagen was hij in Steely Dan vanaf begin jaren zeventig verantwoordelijk voor een uniek geluid: een vernieuwende mix van pop, jazz en funk, met cryptische teksten die volop ruimte lieten voor interpretatie. Uitgevoerd door topmuzikanten in topstudio’s.

Do It Again en Rikki Don't Lose That NumberSteely Dan onttrok zich aan alle etikettering. Hoewel het lekker in het gehoor lag – luister maar eens naar Do It Again of Rikki Don’t Lose That Number – was het geen gemakkelijke muziek. Akkoorden en melodieën waren geraffineerd en onvoorspelbaar. De teksten, vol obscure verwijzingen en cynische humor, hielden je op het puntje van je stoel. In de woorden van collega-artiest Rickie Lee Jones: ‘They were the first to make intelligent music cool.’

marx brothersBecker en Fagen ontmoetten elkaar in hun studententijd eind jaren zestig. Geen Ze deelden een liefde voor soul, Chicago blues en jazz (dwz de jazz van vóór de mid-sixties), en voor de Marx Brothers, science fiction, Nabokov, Kurt Vonnegut en de films van Robert Altman. Volgens de mores van de tijd zetten ze zich daarmee af tegen hun opvoeding. Wel bijzonder is hoe ze al die invloeden – de muzikale, literaire én cinematografische – in onvergetelijke popsongs wisten te gieten.

Steely Dan ca 2000Bij artiestenduo’s is de buitenwacht vaak nieuwsgierig naar de rolverdeling, de onderlinge krachtsverhoudingen. Maar daarvoor kwam je bij Becker en Fagen van een koude kermis thuis. Op het podium en in de liner notes herkenden we natuurlijk Fagen op zang en toetsen en Becker op gitaar en/of bas. Maar wie precies wat deed bij het schrijven van de nummers of in de studio, daar deden de twee altijd vaag over, net zoals ze hun eigen zieleroerselen tegenover de buitenwereld doorgaans in een nevel van wisecracks verborgen.

hoes Gaucho van Steely DanOver conflicten hoorden we evenmin iets. Ook niet toen het tweetal na hun zevende studioalbum Gaucho (1980) uit elkaar ging. Pas later werd duidelijk dat Beckers zware drugsverslaving in die tijd een wissel op de samenwerking trok. Het legendarische perfectionisme van Becker en Fagen – waarmee ze een standaard neerzetten die tot op de dag van vandaag voor veel collega’s een heilige graal is – spreekt wat dat betreft boekdelen. Je moet wel echt goede vrienden zijn om zo samen te kunnen werken.

Walter Becker2Bij mij duurde het een tijd voordat Steely Dan aansloeg. De muziek was moeilijk te plaatsen. En week nogal af van de folk, country-rock en pubrock waar ik vooral naar luisterde. Het was jazzy, en soms leek het op disco, zoals Josie, en dat was dus Fout. En net als veel anderen was ik gewoon een beetje bang van die mannen. Een schoolvriend omschreef Becker als ‘die kale met dat lange haar’. Brrr.

hoes Everything Must Go van Steely DanBegin deze eeuw kwam het tweetal weer bij elkaar. Ze maakten twee studioalbums, Two Against Nature en Everything Must Go, goede platen die volgens de meeste critici echter niet konden tippen aan hun oudere werk. Op mijn persoonlijke Steely Dan-playlist prijken echter verrassend veel tracks van die twee platen. Ze funken bijvoorbeeld beter dan ooit, bijvoorbeeld in naar Jack of Speed, met geweldig blazerswerk. Of naar deze hele show. Misschien is het tijd voor herwaardering van die periode. Zeker nu we weten dat er geen nieuw studiowerk meer komt.

Walter BeckerWalter Becker was bovenal het meest onwaarschijnlijke rolmodel dat je je kunt voorstellen. Hij had een moeilijke jeugd, was introvert en niet knap. Maar intelligent, muzikaal en humoristisch was hij wel. En door zich daarop te focussen kreeg hij erkenning, werd hij rijk en beroemd. Zo bracht hij hoop in de levens van talloze verlegen nerds op deze aardbol, alsof hij zei: Kijk eens wat je tot stand kunt brengen. Niet door vooraan te gaan staan en een fraai masker op te zetten, maar door de muziek te maken die je zelf mooi vindt. Muziek die voortleeft als je er zelf niet meer zult zijn.

Walter Becker heeft laten zien dat dat kan. Daar mogen we hem eeuwig dankbaar voor zijn. En voor zijn muziek natuurlijk.

Nog meer koebel

koebel met ribbeltjesVorige week zong Goeie Nummers de lof van de koebel (cowbell, campana). Het effect van die blogpost op mijzelf was best heftig. Want ik hoorde die koebel vervolgens overal, zoals dat wel vaker gaat nadat je je op een bepaald onderwerp hebt geconcentreerd. En wat daarbij opviel: de koebel zit opvallend vaak in opvallend goeie nummers.

dr JohnBijvoorbeeld Mama Roux van Dr. John, uit 1969. Buitengewoon vet. De muzikale arts uit New Orleans zingt over een bodem van de laagste basnoten die nog net binnen de gehoorgrens vallen. Een griezelig klinkend vrouwenkoortje geeft de zanger antwoord. Maar het voodoofeestje is pas compleet door, je raadt het al, de koebel.

michael jacksonAnder voorbeeld: Don’t Stop ‘Til You Get Enough van Michael Jackson. Van alle hits van de King of Pop is dit vermoedelijk de allercoolste. Nog altijd zie je elke dansvloer vollopen als deze retestrakke jazzfunk uit 1979 wordt gedraaid. De mannen van Earth, Wind & Fire moeten ziek van afgunst zijn geweest vanwege die groove en dat blazersarrangement. Maar de kers op de taart is natuurlijk weer die koebel.

Feels van Calvin HarrisWat recenter vinden we de Beastie Boys met Hey Ladies uit 1989. Voor wie houdt van flink veel koebel. En aangekomen in het nu: Calvin Harris die samen met Pharrell Williams, Katy Perry en Big Sean het onweerstaanbare zomerhitje Feels afleverde. Zelfs in gesamplede vorm is de veredelde metronoom onmisbaar.

IMAG2593Wil ik hiermee dan zeggen dat elk willekeurig nummer baat zou hebben bij koebel, of bij méér koebel? Nou, daarmee ga je me toch iets te ver. Feit is dat de droge koebel-tik, een echo van zijn nederige agrarische afkomst, de rock-‘n-roll in zijn vlucht naar almaar groter en elektronischer met beide benen op de grond weet te houden, dicht bij zijn landelijke oorsprong van blues en de country in de vorige eeuw. Iets moet ons toch herinneren aan waar we vandaan komen. Laat dat dan een koebel zijn.

Meer koebel

chroom koebelHij is belangrijker dan je zou denken: de koebel. Ik bedoel niet dat ding dat in Zwitserland om de nek van runderen hangt, maar het min of meer vierkante metalen bloempotje zonder klepel waarop percussionisten en drummers tikken (zie afbeelding rechts). Het voorwerp ziet er van zichzelf al niet indrukwekkend uit en wordt vaak ook nog slordig met tape beplakt. Bovendien heeft de koebel op zichzelf niet de meest welluidende klank af. Maar toch, wat zouden we hem missen als-ie er niet meer zou zijn.

koebel met tapeDe koebel (ook wel: cowbell, campana) kwam vermoedelijk mee met de mambo of salsa vanuit Zuid- of Midden-Amerika en integreerde vandaaruit langzaam en bijna onopgemerkt in de popmuziek – om daarin uiteindelijk zijn unieke plek in te nemen. Zonder hem zouden talloze grote nummers niet bestaan. Honky Tonk Women van The Rolling Stones, om er een te noemen. Of Born on the Bayou van Creedence Clearwater Revival. You Ain’t Seen Nothing Yet van Bachman Turner Overdrive. Ondenkbaar zonder koebel.

hoes Rumours van Fleetwood MacNet als dat andere onderschatte superinstrument, de triangel, zit de koebel vaak diep verstopt in de mix. Je hoort hem nauwelijks, maar als je hem weglaat ga je hem missen. Heel erg missen. Ergens tussen de 462 andere instrumenten op Fleetwood Macs Go Your Own Way schijnt bijvoorbeeld koebel te zitten, en het kan niet anders of dat is wat het nummer magisch maakt. Ook Ringo Starr was niet vies van een potje koebel (Drive My Car, You Can’t Do That), net als percussionist Joe Lala, bekend van onder meer The Allman Brothers Band en Manassas.

Christopher Walken more rock tapeMaar er zijn altijd mensen die de verleiding niet kunnen weerstaan om de spot te drijven met iets dat kwetsbaar en/of enigszins onooglijk is. De makers van Saturday Night Live bijvoorbeeld. ‘More Cowbell’, is de kreet waarmee acteur Christopher Walken het instrument in een aflevering van de populaire tv-show in 2000 op een voetstuk zet, met als uiteindelijk doel natuurlijk om het juist voorgoed uit de beschaving te verwijderen.

koebel met heel veel tapeHet nare is dat SNL behoorlijk in die opzet geslaagd lijkt te zijn. De laatste jaren horen we nog maar weinig koebel in de rock-‘n-roll. Doodzonde. Op deze plek wil ik dan ook, zonder een spoor van ironie, tegen de hele popwereld en daarbuiten zeggen: Meer koebel! Alsjeblieft, meer koebel!

Ken je meer nummers met koebel in de hoofdrol of in een fantastische bijrol? Laat het weten op Goeie Nummers!

Vergeten album – Manassas

hoes ManassasDe band bestond maar twee jaar, en maakte niet meer dan twee platen, waarvan de laatste schijnbaar zonder al te veel inspiratie. Maar die eerste, daar draait het om. Het titelloze debuut-dubbelalbum van Manassas uit 1972 blijft een wonderlijk en wonderschoon album. En wonderlijk veronachtzaamd, dat ook.

Manassas1972Een jaar eerder had zanger-gitarist Stephen Stills (Buffalo Springfield, Crosby, Stills, Nash & Young) een toevallige ontmoeting met zanger/multi-instrumentalist Chris Hillman (Byrds, Flying Burrito Brothers). Na toevoeging van pedal-steelgitarist hors categorie Al Perkins, het ervaren ritmetandem Dallas Taylor en Calvin Samuels, aangevuld met percussionist Joe Lala en toetsenist Paul Harris was Manassas compleet.

vonkenIn de studio in Los Angeles ging het snel. Binnen een paar weken had het zevental genoeg nummers voor een dubbelalbum: Manassas. Het mooie is: je hoort gewoon de bijzondere chemie. Muziekmoleculen die op elkaar reageren. Vonken die overspatten. Een brandlucht af en toe. Veelzijdig ook: blues, folk, country, latin en rock – het is er allemaal, soms zelfs in verrassende combinaties. Luister maar eens naar Johnny’s Garden of It Doesn’t Matter.

hoes Layla and other assorted love songsBij al dit moois vraag je je af waarom het album en de band niet een veel grotere status hebben. Manassas is zeker zo goed als het legendarische Layla And Other Assorted Love Songs van Derek & The Dominoes (Eric Clapton) uit dezelfde periode. En live schijnt de band ongeëvenaard te zijn geweest – kijk en luister naar Bound to Fall of Song of Love.

Hillman1972Misschien ging het allemaal iets te haastig bij Manassas. De samenstelling van het album is niet perfect. Een prijsnummer als Colorado zit weggestopt als tweede bandje op kantje drie. Bovendien werd er destijds van verschillende kanten aan de bandleden getrokken vanwege lucratieve tournees en invalbeurten, dat hielp ook niet mee.

Vincent van Gogh3Belangrijker is waarschijnlijk dat Manassas gewoon te kort heeft bestaan om geschiedenis te schrijven. Daar heb je net een paar jaar meer voor nodig. Maar inmiddels zijn we bijna vijftig jaar verder, en dan denk je: wat doet het ertoe. Goede wijn moet rijpen. Genieën krijgen meestal pas na hun dood erkenning. Check ‘em out.

Een heel mensenleven in een lied

330px-SlaidCleavesEen heel mensenleven vangen in een liedje – kan dat? De Amerikaanse singer-songwriter Slaid Cleaves komt in elk geval een heel eind. Zijn liedjes passen in de Amerikaanse literaire traditie van de short story, waarin je als lezer voor korte tijd in de huid van een ander mens kruipt. Met een snelle duik in dat leven, een uitsnede als het ware, leer je (een deel van) zijn geschiedenis kennen, zijn worsteling, zijn hoop – net genoeg om het met je eigen verbeelding te kunnen aanvullen.

Edgar Allan PoeVolgens de definitie van Edgar Allan Poe, de ‘oervader’ van het genre, is de leestijd van zo’n kort verhaal een halfuur tot maximaal twee uur – Slaid Cleaves is een stuk efficiënter. Hij heeft gemiddeld maar een minuut of drie nodig. Zo snel zit je erin en leef je mee met zijn ploeteraars, achterblijvers en pechvogels – want winnaars kom je in zijn liedjes zelden tegen. Gelukkig dragen Cleaves’ anti-helden hun lot doorgaans met zo veel waardigheid en humor dat je er als luisteraar een opgewekt gevoel aan overhoudt.

hoes Ghost on the Car Radio van Slaid CleavesDe bescheiden Cleaves (Maine, 1964), uit alt.country-mekka Austin, Texas, is al meer dan twintig jaar bezig. Zijn achtste studioalbum, het onlangs verschenen Ghost on the Car Radio, toont opnieuw zijn klasse: twaalf compacte roots-liedjes, geworteld in folk en country, maar soms ook verrassend poppy, zoals in het Beatle-eske So Good To Me.

uithangbord kapperTekstueel bewijst Cleaves zijn meesterschap met zinnen als ‘I don’t need to watch the news to understand how this world’s been shaped by a drunken barber’s hand’ (Drunken Barber’s Hand) of ‘They’’ll cut down the trees and name the new streets hickory, walnut and pine’ (Hickory). En het lijkt hem allemaal zo gemakkelijk af te gaan. Zijn zinnen vallen bijna achteloos in het ritme van zijn liedjes, als de tred van een paard, en ze lijken alleen per toeval te rijmen.

tankstationNadrukkelijker dan op zijn eerdere albums dringt het achterland van het huidige Amerika zich op Ghost on the Car Radio naar de voorgrond. Het land van de Trump-stemmers, zeg maar. ‘Little Guys’ portretteert een pompbediende-garagehouder die het moderne jachtige bestaan niet meer kan bijbenen. In het samen met zijn oude makker Rod Picott geschreven Take Home Pay ontmaskert Cleaves de Amerikaanse droom: ‘Everyone knows what the catch is, it’s all about the take home pay’. Cleaves weet al deze droefenis draaglijk te houden met zijn aangename, licht-klaaglijke stem.

Slaid Cleaves2In de alt.country zijn meer sterke verhalenvertellers met een gitaar te vinden, zoals Steve Earle, Guy Clark en Townes van Zandt. Artiesten die een stuk bekender zijn dan Slaid Cleaves. Maar in kwalitatief opzicht kan hij zich met die grote namen meten. Met korte-verhalenschrijvers als Raymond Carver en James Salter ook, trouwens. Check him out.

Een heel mensenleven

330px-SlaidCleavesEen heel mensenleven vangen in een liedje – kan dat? De Amerikaanse singer-songwriter Slaid Cleaves komt in elk geval een heel eind. Zijn liedjes passen in de Amerikaanse literaire traditie van de short story, waarin je als lezer voor korte tijd in de huid van een ander mens kruipt. Met een snelle duik in dat leven, een uitsnede als het ware, leer je (een deel van) zijn geschiedenis kennen, zijn worsteling, zijn hoop – net genoeg om het met je eigen verbeelding te kunnen aanvullen.

Edgar Allan PoeVolgens de definitie van Edgar Allan Poe, de ‘oervader’ van het genre, is de leestijd van zo’n kort verhaal een halfuur tot maximaal twee uur – Slaid Cleaves is een stuk efficiënter. Hij heeft gemiddeld maar een minuut of drie nodig. Zo snel zit je erin en leef je mee met zijn ploeteraars, achterblijvers en pechvogels – want winnaars kom je in zijn liedjes zelden tegen. Gelukkig dragen Cleaves’ anti-helden hun lot doorgaans met zo veel waardigheid en humor dat je er als luisteraar een opgewekt gevoel aan overhoudt.

hoes Ghost on the Car Radio van Slaid CleavesDe bescheiden Cleaves (Maine, 1964), uit alt.country-mekka Austin, Texas, is al meer dan twintig jaar bezig. Zijn achtste studioalbum, het onlangs verschenen Ghost on the Car Radio, toont opnieuw zijn klasse: twaalf compacte roots-liedjes, geworteld in folk en country, maar soms ook verrassend poppy, zoals in het Beatle-eske So Good To Me.

uithangbord kapperTekstueel bewijst Cleaves zijn meesterschap met zinnen als ‘I don’t need to watch the news to understand how this world’s been shaped by a drunken barber’s hand’ (Drunken Barber’s Hand) of ‘They’’ll cut down the trees and name the new streets hickory, walnut and pine’ (Hickory). En het lijkt hem allemaal zo gemakkelijk af te gaan. Zijn zinnen vallen bijna achteloos in het ritme van zijn liedjes, als de tred van een paard, en ze lijken alleen per toeval te rijmen.

tankstationNadrukkelijker dan op zijn eerdere albums dringt het achterland van het huidige Amerika zich op Ghost on the Car Radio naar de voorgrond. Het land van de Trump-stemmers, zeg maar. ‘Little Guys’ portretteert een pompbediende-garagehouder die het moderne jachtige bestaan niet meer kan bijbenen. In het samen met zijn oude makker Rod Picott geschreven Take Home Pay ontmaskert Cleaves de Amerikaanse droom: ‘Everyone knows what the catch is, it’s all about the take home pay’. Cleaves weet al deze droefenis draaglijk te houden met zijn aangename, licht-klaaglijke stem.

Slaid Cleaves2In de alt.country zijn meer sterke verhalenvertellers met een gitaar te vinden, zoals Steve Earle, Guy Clark en Townes van Zandt. Artiesten die een stuk bekender zijn dan Slaid Cleaves. Maar in kwalitatief opzicht kan hij zich met die grote namen meten. Met korte-verhalenschrijvers als Raymond Carver en James Salter ook, trouwens. Check him out.

Helemaal terug: Bill Withers

Bill WithersDe wegen van de popmuziek zijn ondoorgrondelijk. Jarenlang hoorde je niks of weinig van hem, maar de laatste tijd is Bill Withers helemaal terug. Niet zozeer de man zelf – Withers, 78 inmiddels, leeft ergens in stilte – maar zijn muziek. Die beleeft een heuse comeback zonder dat er een grote marketingcampagne aan te pas is gekomen. Dat heeft die muziek ook helemaal niet nodig.

Bill Withers met gitaarIn de jaren 70-80 was William Harrison “Bill” Withers (West-Virginia, 1938) een graag geziene gast in de hitlijsten, met nummers als Ain’t No Sunshine, Lovely Day en Just The Two of Us. In de daaropvolgende kwart eeuw raakte de Amerikaanse soulzanger echter geleidelijk uit beeld. Tot voor kort dus.

NPO radio 2 Soul & Jazz LijstIn de vorige maand uitgezonden NPO Radio 2 Soul & Jazz Lijst (voorheen De Zwarte Lijst) met tweehonderd goeie nummers duikt Withers maar liefst vijf keer op. Bovendien onthult een blik op de website WhoSamples dat zijn werk de laatste jaren door een hele reeks artiesten – jong en oud – werd gecovered. Zelf hoorde ik recentelijk twee live-covers door zulke uiteenlopende artiesten als folkzanger Tim O’Brien (Grandma’s Hands) en southern rocker Matt Andersen (Ain’t No Sunshine). Vanwaar die hernieuwde belangstelling?

rock and roll hall of fame.jpgMisschien komt het doordat de zwarte singer-songwriter pas in 2015 werd opgenomen in de Rock ’n Roll Hall of Fame. Voor veel artiesten is die late erkenning misschien een extra reden om zijn werk in hun eigen repertoire op te nemen. Maar het werk zelf biedt er natuurlijk ook alle reden toe.

hoes van Use Me van Bill WithersWithers’ songs dringen altijd diep door in lichaam en ziel. Meteen. Met zijn pompende grooves en borende stem. Neem alleen maar een songtitel als ‘Who Is He And What Is He To You?’ Bob Dylan zou zeker acht coupletten van twaalf regels nodig om hebben hetzelfde te zeggen. ‘Use Me’, ook zo lekker kernachtig: ‘Keep on using me, until you use me up’, op die repeterende monotone riff die de mix van genot en uitzichtloosheid perfect uitdrukt.

parental advisoryMogelijk draagt ook Spotify bij aan Withers’ hernieuwde populariteit. Want hij is zo iemand op wiens albums best een waarschuwingssticker zou mogen prijken: geniet, maar consumeer met mate. Als je een heel album van hem achter elkaar beluistert wil je ziel gewoon graag weer even vrij zijn. De uitvinding van het streamen helpt daarbij. Luister maar naar de bovengenoemde Radio 2 Soul & Jazz playlist, vol goeie bezielde tracks, en geniet ongelimiteerd. Geef daarbij speciale aandacht aan de nummers 6 (Ain’t No Sunshine), 29 (Lovely Day), 51 (Grandma’s Hands), 143 (Harlem) en 162 (Lean On Me).

R.I.P. Midnight Rider

Gregg AllmanAfgelopen zaterdag overleed weer een grote rockmuzikant. Nu Gregg Allman, 69 jaar oud. We wennen er al aan, zo lijkt het. Misschien scheelt het ook als je wist dat de zanger-toetsenist al eens een levertransplantatie onderging. Maar toch. Met Allman gaat een van de grootste rockzangers verloren, en de enige nog levende peetvader van de Southern Rock.

Duane Allman2De Allman Brothers Band, aangevoerd door Greggs broer Duane op slidegitaar, waren tot begin jaren 70 een zoekende rockband, tot ze hun roots ontdekten: blues en country, die ze vervolgens combineerden met stevige rock en een vleug jazz. In korte tijd groeide de dynamische band uit tot een live-sensatie: twee drummers, stuwende bas, twee virtuoze gitaristen die virtuoos en langdurig duelleerden maar ook subtiel konden samenspelen – met een repertoire van sterke zelfgeschreven nummers en goedgekozen bluescovers. Dat was niet eerder zo vertoond.

Gregg Allman jong met gitaarNaast Duane’s slide – en zonder de andere bandleden tekort te willen doen – was Greggs stem voor mij de absolute trekker in de muziek van de Allmans. Grommen en uithalen, dat kon-ie, maar ook binnen één regel overschakelen naar melodieus en klaaglijk. Groot en klein. Bravoure en kwetsbaarheid. Luister maar eens naar Not My Cross To Bear. Of het door hemzelf geschreven Please Call Home. Of in het subtiel groovende The Midnight Rider, waarmee de band in 1972 doorbrak.

hoes Live at the Fillmore EastMet drie klassieke albums – The Allman Brothers Band, Idlewild South en vooral Live At The Fillmore East – veroverden de Allmans een definitieve plek in het pantheon van de popmuziek. Zozeer zelfs dat de band de voortijdige dood van leider Duane in 1974 overleefde en tot een paar jaar geleden bleef toeren en platen maken. Geen discussie – de Allmans waren gewoon de beste van alle, vaak steengoeie, bands die tot op de dag van vandaag onder de vlag van de Southern Rock acteren.

Gregg Allman achter toetsenHet hoofdstuk Allman Brothers mogen we nu als gesloten beschouwen. Na meer dan veertig jaar is Gregg zijn oudere broer achterna gegaan. We gaan hem missen. R.I.P. Midnight Rider.

Kippenvel – ‘Skeleton Tree’ van Nick Cave

Nick Cave zwart jasjeHoe blijf je staande als je grootste nachtmerrie werkelijkheid is geworden? In 2015 overkwam dit de Australische singer-songwriter Nick Cave toen zijn 15-jarige zoon Arthur om het leven kwam door een val van een klif nabij zijn woonplaats Brighton (UK).

One more time with feelingOp het moment van het ongeluk was Cave met zijn band The Bad Seeds al in de studio bezig liedjes op te nemen. Dat proces ging door, maar alles werd natuurlijk anders. Om geen tekst en uitleg aan de media te hoeven geven, liet hij zich tijdens de opnames filmen door goede vriend Andrew Dominik, resulterend in de aangrijpende documentaire One More Time With Feeling.

hoes Skeleton Tree van Nick CaveOp Skeleton Tree, dat in 2016, tegelijk met de documentaire verscheen, moest de rouwende vader woorden vinden voor zijn verlies. Het album laat dan ook een andere Cave horen dan we gewend waren. Geen liedjes met verhalen, zoals ze op zijn eerdere platen veelvuldig te vinden zijn, maar vooral beelden en associaties. En weinig vaste ritmes. Alsof het waanzin was geworden om te doen alsof er ergens in deze wereld enige logica te vinden is.

Nick Cave achter pianoOp Skeleton Tree horen we naast Cave’s bariton vooral toetsen en elektronica. Vrijwel geen gitaren. Hij praat soms meer dan hij zingt. Af en toe klinkt hij ongewoon broos. Maar de algehele toon is die van beheerste wanhoop. Want voor alles is Cave artiest. Het maakt Skeleton Tree ondanks alles draaglijk, ook voor de luisteraar, en des te indringender.

Nick Cave op het podiumIn de openingstrack Jesus Alone spreekzingt Cave, boven onheilspellende synth-klanken: ‘With my voice I’m calling you’. In de daaropvolgende nummers strijden onmacht en verdriet om voorrang, en in het afsluitende titelnummer maakt hij de cirkel rond. Hoewel het het enige nummer op de plaat is met iets van een groove, gaat ook Skeleton Tree door merg en been:

‘Sunday Morning, skeleton tree / Nothing is for free / In the window a candle / Well maybe you can see’. En verderop: ‘I called out, I called out / Right across the sea / But the echo comes back empty / And nothing is for free’

Nick Cave donkere fotoHet is ons allemaal maar geschonken. En kan ons zomaar weer worden afgepakt. Het is ongerijmd dat Cave daarna nog ‘And it’s allright now,’ weet uit te brengen, ondersteund door een ijle vrouwenstem. En daarna nog twee keer. Ik begrijp hem niet. Of misschien moet hij het zingen om zijn lot te kunnen dragen. Kippenvel.

Fietsen naar de stad van de zonde

Leendert van der ValkWie de bakermat van de popmuziek wil bezoeken kan de legendarische Route 66 nemen: de snelweg van Memphis (rock-‘n-roll), door de Mississippi Delta (blues) naar de ‘City of Sin’ New Orleans (jazz). Vele muziekpelgrims legden deze tocht al af. De Nederlandse muziekjournalist Leendert van der Valk besloot het anders te doen. Samen met zijn vriendin Winnie ging hij – Hollandser kan bijna niet – op de fiets.

DuivelsmuziekWant alleen zo, over kleine weggetjes, dicht op het land, dacht Van der Valk, kun je echt in contact komen met het hete, lege en vaak zompige land in het zuiden van de VS dat de rock-‘n-roll, blues, jazz en rythm-and-blues voortbracht. Het resultaat van die soms hachelijke fietstocht is Duivelsmuziek: een zeer leesbaar en informatief boek voor wie zich (verder) wil verdiepen in de wortels van de hedendaagse popmuziek.

hoes They Call Me Muddy WatersIn Duivelsmuziek, dat de shortlist van de Bob den Uyl-prijs voor reisverhalen haalde, reis je mee in de slipstream van het Nederlandse tweetal: naar een gevangenis die functioneert als katoenplantage en radiostation. Naar Howlin’ Wolf en Muddy Waters, naar voodoofunk, gospel en Caribische straatjazz in New Orleans.

Robert Johnson met tekstIn een van de mooiste scènes, waarin hilariteit en huiver met elkaar wedijveren, begeven Leendert en Winnie zich rond middernacht te voet naar de crossroads: het kruispunt waar bluesicoon Robert Johnson volgens de legende rond 1930 zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor zijn onnavolgbare gitaarspel. De duivel ontmoeten ze er niet, en de geest van Johnson evenmin. Maar Van der Valk grijpt het verhaal aan om duidelijk te maken welke rol het voodoo-geloof speelde in de oervormen van de popmuziek – voor mij een eye-opener.

hoes The very best of Dr. JohnDe duivel van Johnson, zo blijkt, was naar alle waarschijnlijkheid een omvorming van Papa Legba, een voodoo-god die vaak bemiddelt tussen mensen en andere goden. Voodoo wordt vaak versimpeld tot een griezelig bijgeloof met naalden en poppetjes. In werkelijkheid hielp het vanuit Afrika meegenomen geloof de slaven om in het verborgene, buiten het zicht van plantagehouders, de spirituele banden met het vaderland te behouden. Om dan uiteindelijk in een andere vorm in de blues en New Orleans jazzfunk terecht te komen: zie Hoochie Coochie Man van Muddy Waters of later in I Walk on Guilded Splinters van Dr. John.

VoudouHet beste nieuws is dat Van der Valk zijn journalistieke zoektocht naar voodoo – ditmaal vermoedelijk niet per fiets – heeft voortgezet vanaf New Orleans naar de Cariben, West-Afrika en verder, tot en met een oer-Hollandse gymzaal in Zaandam. Zijn boek Voudou, begeleid door een cd met salsa, jazz, kaseko, blues en funk, is net uit. Op VPRO’s Vrije Geluiden vind je ook een interview met Van der Valk en enkele video’s van zijn voodoo-reizen. Check it out.

Het mooiste Paaslied

David OlneyWeinig singer-songwriters bewogen zich zo soepel door tijd en ruimte als David Olney. De relatief onbekende Amerikaanse troubadour, die ons helaas vorig jaar op 71-jarige leeftijd ontviel, bezag zijn tijdgenoten met empathie of milde spot, maar nam zijn publiek net zo gemakkelijk mee naar het Parijs van de Eerste Wereldoorlog of het Hollywood van de roaring twenties. Of naar het Midden-Oosten van het begin van onze jaartelling.

hoes van Deeper Well van David OlneyIn Jerusalem Tomorrow, van het album Deeper Well uit 1989, kruipt Olney in de huid van een charlatan die van het ene naar het andere woestijnstadje trekt om zogenaamde wonderbaarlijke genezingen te demonstreren: lammen weer laten lopen, blinden het licht in de ogen teruggeven, dat werk.

Concurrentie-analyseHij is echt een vakman, laat de wonderdokter ons weten, maar de laatste tijd wil het niet meer zo vlotten. Wat hij ook probeert, het publiek laat hem links liggen. Een succesvolle concurrent blijkt hem voor te zijn geweest. Een merkwaardige figuur: iemand die geen geld zou vragen voor zijn diensten, en die liefde predikt in plaats van hel en verdoemenis. Daar moet hij meer van weten:

I decide I’ll go and find him / And find out who’s behind him / He has everyone convinced that he’s for real / Well, I figure we can work some kind of deal / Well, he offers me a job and I say fine / He says I’ll get paid off on down the line

Kruisiging 2Inmiddels hebben we wel een idee om welke figuur het hier draait. Olney deelt het ons allemaal mee op de laconieke praattoon van iemand die – heel realistisch – geen enkel besef heeft van de historische gebeurtenis waarvan hij getuige is. Het maakt de tekst op een geestige manier dubbelzinnig. En ook in de slotregels speelt de zanger nog eens subtiel met onze voorkennis:

Well, I guess I’ll string along / Don’t see how too much can go wrong / As long as he pays my way I guess I’ll follow / We’re headed for Jerusalem tomorrow

Emmylou Harris 2Hier past alleen nog een slotakkoord. Maar voor wie meer wil, luister hier naar de fraaie, gevoelig gezongen uitvoering van Emmylou Harris uit 1993. Zalig Pasen.

Muziek als medicijn: xenofobie

xenofobieVan alle irrationele angsten, inclusief claustrofobie en hoogtevrees, is xenofobie misschien wel de vervelendste. Vanwege de besmettelijkheid maar ook omdat het niet alleen de patiënt maar ook anderen zo sterk kan schaden en uiteindelijk zelfs hele samenlevingen kan ontwrichten.

RCOKan muziek dan misschien helpen tegen de angst voor het vreemde? Jan Raes, directeur van het Concertgebouworkest, denkt in elk geval van wel. Onlangs betoogde hij op verschillende podia hoe muziek weliswaar afbakent, maar vooral ook grenzen overschrijdt.

Mungo JerryAfbakenen? Jazeker. Je muziekkeuze laat tenslotte zien tot welke groep je behoort, net als je kleding, haardracht enzovoort. In je tienerjaren zet je je er zelfs vaak uitdrukkelijk mee af tegen de ‘foute’ andere groep: Provo’s tegen Disco’s, Rockers tegen Mods. Maar ook later, minder bewust, zitten we vaak vooral gezellig in onze eigen bubbel. De witte mensen bij country, de zwarte bij hiphop. Ietsje overdreven, maar verder klopt het. Dus zo kan muziek inderdaad onze eigen identiteit bevestigen.

TyphoonToch geloof ik dat de grensoverschrijdende kracht van muziek veel groter is. Helemaal wanneer muziek zijn sociale geneespotentieel volledig uitbuit. Zoals The Scene deed in Iedereen Is Van de Wereld en Typhoon in ‘Hemel Valt’, twee artiesten en liedjes die enige tijd geleden niet toevallig aan elkaar werden gekoppeld in een ontroerende uitzending van Ali B op Volle Toeren.

Riff CohenOnlangs wees iemand me ook op het bijzondere verhaal van de Arabisch-Joodse Riff Cohen (1984), die met haar persoon, haar teksten – in het Frans, Hebreeuws en Arabisch – en haar middenoosters-noordafrikaanse muziek moedig een brug slaat tussen werelden die totaal van elkaar gescheiden lijken te zijn.

where words fail, music speaks blauw roodMaar ook als muziek of tekst minder expliciet zijn, werkt muziek eerder verbindend dan verdelend. Kijk maar eens hoe weinig haat-songs er zijn, en hoe weinig groepen die haat prediken. Wij mensen vinden dat gewoon niet fijn. Daar hebben we muziek toch niet voor uitgevonden? Het is niet voor niets dat muziekklanken meestal helemaal geen (verstaanbare) woorden nodig hebben om begrepen te worden.

Salif KeitaLuister maar naar dit wonderschone nummer van Salif Keita (Mali, 1949) en Cesaria Evora (1941-2011, Kaapverdië). Waar het over gaat? Ik weet het niet. Desondanks weet ik voor honderd procent zeker dat de zanger er niemand mee wil verwensen of beschadigen. Hij wil ons omarmen, troosten, verenigen. Tot diep in onze ziel. Muziek wil niet verdelen maar helen.

Kippenvel – ‘I’ll Take Care of You’

Drake2Het spoor van een sample helemaal terugvolgen, tot aan de bron. Dat doet de Amerikaanse muziekjournaliste Ann Powers van National Public Radio (NPR) in een fraai artikel over Drake’s Take Care. In deze grote hit uit 2011 laat de Canadese rapper-zanger zijn collega en knipperlichtvriendin Rihanna de volgende onweerstaanbare regels zingen:

‘I know you’ve been hurt by someone else. I can tell by the way you carry yourself. If your let me, here’s what I’ll do. I’ll take care of you.’

hoes The revoluation will not be televised Gil Scott-HeronWat niet elke luisteraar in 2011 wist, is dat Take Care een bewerking is van het meer dan vijftig jaar oude I’ll Take Care Of You. Dat Drake zelfs voortbouwde op een hele reeks eerdere versies. Die van dichter-zanger-activist Gil Scott-Heron (1949-2011) van een jaar eerder bijvoorbeeld, met zijn prominente pianopartij mogelijk het model voor Take Care.

Etta JamesMaar ook Scott-Heron haalde zijn inspiratie bij anderen. Bij soul- en bluesicoon Etta James bijvoorbeeld, die het nummer in 1998 uitbracht, of bij Irma Thomas, the Soul Queen of New Orleans, tien jaar daarvoor. Maar hij had ook te rade kunnen gaan bij deep-soulman OV Wright, die I’ll Take Care Of You al in 1969 tot grote hoogten zong.

Bobby Blue BlandOf natuurlijk gewoon bij de bron zelf, daar waar het allemaal begon: in 1959, bij de grote Bobby “Blue” Bland (1930-2013), die er in de Amerikaanse Bill Board Hot Hundred de 89e plaats mee bereikte. Achteraf gezien onbegrijpelijk laag, maar zo onrechtvaardig is de popmuziek blijkbaar soms.

Maar welke versie je ook hoort, steeds heeft het nummer een ongelooflijke power. Ann Powers vergelijkt zelfs met A Change Is Gonna Come, Sam Cooke’s klassieker uit 1964 die uitgroeide tot het lijflied van de zwarte burgerrechtenbeweging.

single I'll Take Care of YouHet magische moment is voor mij de plek waar de muziek even halt lijkt te houden, vlak voordat Bland de woorden ‘If you let me, here’s what I do’ laat klinken. Die onverwachte maar bijna onmerkbare pas op de plaats maakt duidelijk dat deze man meent wat hij zegt.

Standvastig, vol liefde en mededogen, kijkt hij haar aan. Eerst slaat ze haar ogen neer, dan ontmoet ze zijn blik. Ze ziet dat hij weet wat ze doormaakt. Dat hij uit eigen ervaring spreekt. Dat hij voor haar wil zorgen. En dat ook gaat doen. Zodat ze kan al het hartzeer achter zich laten. Als ze het hem toestaat.

De helende kracht van de liefde, in een paar woorden en noten samengevat. Dat is I’ll Take Care Of You. Kippenvel.

Muziek als medicijn: verkeerde prioriteiten

sproeiarm-vaatwasserSoms betrap ik me erop. Ik word boos op de verstopte sproeiarmen van de vaatwasser. Een uitspraak van een reaguurder blijft nazeuren in mijn hoofd. Ik vraag me af waarom ik zo weinig likes heb gekregen op mijn nieuwe profielfoto. Op zo’n moment heb je een reset-nummer nodig: een liedje dat je feilloos herinnert aan wat er werkelijk toe doet in het leven.

henny-vrienten-en-tochEen van zulke reset-nummers staat op het album En toch van nederpopicoon Henny Vrienten uit 2014. Het Gaat Niet Over heet het, hier in een live-versie uit het onvolprezen VPRO-programma Vrije Geluiden. De gelauwerde zanger-componist gaat meteen de diepte in:

‘Het gaat niet over cijfers / Het gaat niet over geld / Het gaat niet over bezit / Maar over wie voor jou het allermeeste telt’

henny-en-xander-vrientenEn hetzelfde geldt voor woede, haat, afgunst, aanzien en status, dingen die je af en toe kunnen doen vergeten waar het in wezen om gaat: degene die jou in je waarde laat, die je het liefste kust, die je ’s nachts troost. Vrienten, ondersteund door een fraai koortje van zijn jonge begeleidingsband met zijn zoon Xander, slaat de spijker op zijn kop. Want je weet wel wat echt belangrijk is, maar je vergeet het zo gemakkelijk!

henny-vrienten-met-basIn het refrein verschuift de betekenis van overgaan: ‘het gaat nooit over’. En als om je te verzoenen met het feit dat ook de antwoorden steeds opnieuw moeten worden gezocht, zingt Vrienten ‘waar het echt om gaat, dat zie jij later wel’.

James Taylor 2Ook de Amerikaanse singer-songwriter James Taylor weet hoe hij een luisteraar kan resetten. Zijn Shower The People uit 1976, een bescheiden hit in zijn vaderland, maakt waarschijnlijk zelfs onwrikbaar vastzittende emoties in de meest verstokte mensenhaters los:

‘You can play the game and you can act out the part,/ even though you know it wasn’t written for you / Oh, father and mother, sister and brother, if it feels nice, don’t think twice / just shower the people you love with love.’

wiel-van-postkoetsTaylor begrijpt je, met je vluchtgedrag en je ontkenningen en alles, maar uiteindelijk kun je dat toch beter loslaten, zegt hij. Geef maar toe hoe het op dit moment piept en kraakt bij jou, stop maar met de schijn ophouden voor de wereld. Stel je open voor je geliefden, dan gaat alles beter. Je zult het zien.

Ben je al gereset? Nee? Klik dan nog maar een keer op deze versie.

Al Jarreau

Oal-jarreau2 nee, niet weer, dacht ik begin deze week. Maar ik vrees dat we eraan zullen moeten wennen, nu de popmuziek inmiddels zelf de pensioengerechtigde leeftijd ruimschoots heeft bereikt. Nu was het Al Jarreau die ons verliet.

hoes-roof-garden-al-jarreauAl Jarreau (geb. Milwaukee, Wisconsin, 1940) is hier te lande het meest bekend van het lekkere Roof Garden uit 1981, met de kenmerkende wahwah-zang in het intro. Mijn kennismaking met de scattende jazzsoulzanger dateert van een paar jaar eerder, door toedoen van nota bene tv-presentator Willem Duys (voor de jongere lezers: zeg maar de Ivo Niehe van de jaren 60 en 70). De steun van Mr Avro voor deze nieuwe artiest was voor mij allesbehalve een aanbeveling, maar Duys’ oog voor talent valt achteraf gezien niet te ontkennen.

al-jarreau5Jarreau beheerste funk, latin, jazz, pop en ballads, maar omdat hij in zijn hart een jazzartiest was, vormde een bestaand nummer voor hem vooral een startpunt om op avontuur te gaan. Luister maar naar zijn versie van Elton Johns ‘Your Song’, James Taylors ‘Fire and Rain’ of Dave Brubecks klassieker Take Five. Of naar Sergio Mendés’ Mas Qua Nada. Jarreau bereidde bovendien de weg voor zo’n beetje iedereen in de popmuziek die zijn stem voor een muziekinstrument wil laten doorgaan. Trompet, fluit, gitaar, percussie, noem maar op, hij draaide zijn hand er niet voor om. Mensen als Raul Midón en Bobby McFerrin keken bij hem de kunst af en zonder Jarreau hadden de beatboxers van nu waarschijnlijk ook niet bestaan.

al-jarreau-lock-all-the-gatesWat mij betreft was de vocalist op zijn best in zelfgeschreven melodieuze stukken als Aladdin’s Lamp  en Lock All The Gates. Geheimzinnige nummers waarin elk woord een uitnodiging en elke lettergreep een liefdesverklaring is. En fantastisch om te zien hoe eenvoudig hij daar op het Duitse NDR-podium staat, slechts ondersteund door drums, bas en piano. Meer heeft hij niet nodig. Misschien is die stoere tederheid wel het belangrijkste van wat Al Jarreau ons nalaat.

al-jarreauVandaag treuren we niet alleen over het verlies van Al Jarreau maar staan vooral stil bij het moois dat hij voor ons heeft achtergelaten. Het past ook bij de man die zoveel liefde voor de muziek had en bijna tot aan zijn dood op het podium stond. En laten we hopen dat het even mag duren voordat hij door andere popiconen wordt gevolgd naar het dakterras .

 

Muziek als medicijn: volwassenheid

hoofdpijnDe symptomen van deze veelvoorkomende aandoening lopen uiteen van hoofdpijn en brandend maagzuur tot stress en dufheid. Maar de onderliggende kwaal is een en dezelfde: volwassenheid. Of, andersom bekeken, een tekort aan kinderlijkheid.

stampen-in-plassenDe transformatie van kind naar volwassene gaat zo geleidelijk dat je het kantelpunt waarschijnlijk niet eens kunt aanwijzen. Maar op een bepaald moment constateer je simpelweg: je moet je gaan gedragen. Serieus worden. Stampen in plassen mag niet meer. Fluiten op je vingers evenmin. Er zijn ten slotte verantwoordelijkheden. Het leven is te belangrijk geworden.

360px-jonathan-richmanJe kunt aan die druk ontsnappen door vergetelheid te zoeken in drank en drugs en andere excessen. De rock-‘n-roll biedt daar voldoende middelen voor, zowel in de muziek als in de omgeving ervan. Maar het kan ook anders. Dat laat Jonathan Richman (Boston, 1951) al sinds begin jaren ’70 horen.

Je kunt de Amerikaanse singer-songwriter niet eens nostalgisch noemen, en ook het woord jeugdsentiment doet hem tekort. Richman is in zijn liedjes geen volwassene die terugkijkt op zijn jeugd, zoals James Taylor in Copperline of Stevie Wonder in I Wish. Hij ís gewoon weer kind, als bij toverslag teruggevoerd naar die zorgeloze tijd. Net als zijn luisteraars.

egyptian-reggaeLuister maar naar Egyptian Reggae, een bescheiden hit met zijn Modern Lovers in 1979. In dit instrumentaaltje lapt hij alle door grote mensen bedachte genrebeperkingen aan zijn laars door de stijlen van Midden-Oosten en Jamaica onbekommerd door elkaar te husselen.

ijscokarHet kind zit in je, lijkt Richman te zeggen. Misschien diep weggestopt, maar het zit er. Hij roept het wel even voor je op. Bijvoorbeeld met Ice Cream Man, mogelijk zijn bekendste nummer. Zeg nou zelf, wat geneest de kwaal van de volwassenheid even effectief als de bel van de ijscoman die een straat verderop zijn komst aankondigt?