Spiritualiteit in de rock-‘n-roll

god scrabbleDe ene god is de andere niet. Zeker in de popmuziek. In soul en zwarte gospelmuziek wordt hij volop aangeroepen, in de rest van de popmuziek schittert hij door afwezigheid of leidt hij een bestaan in de marge. De modale popliefhebber en -journalist lijkt knap selectief in zijn acceptatie van het religieuze element in de muziek.

Stevie Wonder middenGa maar eens bij jezelf na: stoort het je wanneer Stevie Wonder, Al Green of Mavis Staples het opperwezen om bijstand smeekt? Wanneer genade, een gebed of verlossing de hoofdrol opeisen in de nummers van Aretha Franklin, Marvin Gaye of Prince? Ik denk het niet. Deze omgang met god bevindt zich in het hart de popmuziek, wordt heel normaal gevonden.

slow train comingHoe anders is dat bij blanke popartiesten die getuigen van hun geloof. Ze zijn verbannen naar een klein hoekje van de popwereld met het opschrift ‘reli-pop’, waarin ze optreden voor eigen kring op gelegenheden als het Flevo Festival (tegenwoordig Graceland Festival). Een hoekje waar veel popliefhebbers met een grote boog omheen lopen. Of denk terug aan de hoon waarmee Bob Dylan in 1979 werd overladen na verschijning van zijn gospelalbum Slow Train Coming.

blauwe ogenWaarom we de ene god zo anders benaderen dan de andere, kan ik niet zo gauw zeggen. Het lijkt in elk geval onlogisch dat het om puur muzikale redenen gaat. Eerder, zo schijnt het me toe, komt het voort uit een ongeschreven regel die bepaalt dat we de ene god gastvrijer moeten ontvangen dan de andere, hoewel ze in naam naar een en dezelfde metafysische kracht verwijzen. Gelukkig word ik in die opvatting gesteund door de uitzonderingen op de regel: blauwogige artiesten die het religieuze en het wereldse in hun werk op een volkomen vanzelfsprekende manier laten samensmelten.

Van Morrison met veel schaduwBij oudgediende Van Morrison werden de vaste rhythm-and-bluesonderwerpen al heel vroeg afgewisseld met religieuze thema’s. Denk aan nummers als It Stoned Me en Into The Mystic van prachtalbum Moondance uit 1972. En aan zijn latere albums Saint Dominic’s Preview, Into The Music en Common One, die voor een groot deel in het teken staan van een mystiek verlangen.

hiss golden messengerEen andere, jongere artiest past ook goed in het rijtje uitzonderingen: Hiss Golden Messenger, nom de plume van de Amerikaanse singer-songwriter M.C. Taylor. In de liedjes van Hiss Golden Messenger is het godsbesef nadrukkelijk en tegelijk ongrijpbaar aanwezig. Op Haw (2013) en Bad Debt (2014) spreken de songtitels boekdelen (Devotion, The Serpent Is Kind (Compared To Man), No Lord is Free, Oh Little Light), maar de teksten zelf zijn nooit eenduidig – de worsteling lijkt voor Taylor minstens zo urgent als het geloof zelf.

hallelujah anyhowOp zijn sterke album Heart Like a Levee (2016) zijn de teksten wereldser, maar zijn het de muzikale gospelinvloeden die zijn folk- en countrynummers naar een hogere intensiteit brengen. Taylors werkstuk Hallelujah Anyhow (2017) werd door de critici bijvoorbeeld getypeerd met de woorden ‘liefde wint het van duisternis’. Ergens tussen vrees en hoop, tussen geloof en twijfel, daar waar het onderscheid tussen etnische groepen geen rol speelt, daar demonstreert Hiss Golden Messenger zijn aanhankelijkheid aan het hogere. Check him out.

Kippenvel – (Your Love Keeps Lifting Me) Higher and Higher

hoesje Jackie_Wilson_(Your_Love)Afgelopen zondag zong gospeldiva Michelle David voor koning, koningin en vaderland tijdens het 5-meiconcert in Amsterdam een soulnummer waarvan het hooggeëerde gezelschap behoorlijk leek te genieten. Ikzelf, thuis op de bank voor de tv, vroeg me vooral af hoe het kon dat ik dat onweerstaanbare nummer al zo lang niet meer had gedraaid: (Your Love Keeps Lifting Me) Higher and Higher van Jackie Wilson uit 1967.

Van MorrisonMijn eerste kennismaking met de Amerikaanse soulzanger Jackie Wilson (1934-1984) dateert uit 1976, en dat ging via via, met Van Morrisons fraaie ode Jackie Wilson Said. Maar daarmee was Wilson alleen nog maar een naam. Later hoorde ik de man zelf, met Lonely Teardrops en vooral met Reet Petite, dat in Nederland in 1987 een tweede leven kreeg. Wie Wilsons werk beluistert, weet dat hij nog veel meer moois gemaakt heeft, maar bovenaan staat voor mij nog immer Higher and Higher.

James JamersonVanaf het groovende intro – louter drums, percussie, bas – zit je er meteen in. Dat is ook niet zo gek, want Wilson laat zich hier ondersteunen door The Funk Brothers, van 1959 tot 1972 de vaste Motown-huisband met in de gelederen onder meer de fenomenale bassist James Jamerson. (Om je een idee te geven, The Funk Brothers waren verantwoordelijk voor de onder- en achtergrond van I Heard It Through The Grapevine (Marvin Gaye), Papa Was A Rolling Stone (The Temptations), You Can’t Hurry Love (The Supremes) en ga zo maar door.)

Jackie Wilson kleurOp de solide basis van zijn begeleiders kon Wilson zich uitleven met zijn veelzijdige stem. Volgens de overlevering vertolkte hij het nummer in de studio in Chicago aanvankelijk als een gevoelige soulballad. Producer Carl Davis vond dat niks en gaf de zanger in duidelijke termen te verstaan dat hij er meer pit in moest gooien. De versie die Wilson meteen daarna op de band vastlegde, is wat we vandaag de dag nog steeds horen. Met dank aan mijnheer Davis dus.

Maurice WhiteDe producer maakte in de studio meer gelukkige keuzes. Zo haalde hij Maurice White erbij (de latere bandleider van Earth, Wind & Fire), waarschijnlijk voor de percussiepartijen, en lardeerde hij de strakke basistrack op de juiste momenten met smaakvolle blazers- en strijkers en een lekker meezingbare blazerssolo.

The AndantesMaar Davis’ allerbeste keuze was waarschijnlijk het achtergrondkoortje, grotendeels bestaande uit The Andantes, ook een vaste waarde bij Motown. Want het drietal zorgt samen met Wilson in de refreinen voor de momenten waarop alles samenkomt. Tussen de leadzang door zingen de sirenen ‘Your love keeps lifting me, love keeps keep lifting me, lifting me higher and higher, higher!!!!!’ Steeds een woordje minder, met z’n drieën precies voor of juist na de tel – en stuwen Wilson daarmee tot nog grotere hoogten. Kippenvel.

luchtballon 2Zet hem gewoon nog een keer op, want je hebt nog niet genoeg gehad, je wilt door, je wilt hoger vooral. Weg van de grond, verlost van de zwaartekracht. Zo vaak als je wilt, tot je totaal bevrijd bent. Higher and Higher!!!!!!!!

 

 

Blues bij de frappuccino

BluesVan alle popgenres heeft de blues tot dusver misschien wel de meest merkwaardige weg afgelegd. En niet altijd de meest glorieuze. Niet alleen vanwege de ellende waar het in bluessongs vaak over gaat, maar vooral vanwege de beperkte maatschappelijke erkenning.

Mississippi-deltaDe blues kent een nederig begin op het platteland van de Mississippi-delta in het diepe zuiden van de VS, ergens begin twintigste eeuw. Bluesmuzikanten speelden eenvoudige liedjes op primitieve instrumenten in armoedige kroegen voor een weinig draagkrachtig zwart publiek. De muziek vermengt elementen van spirituals, worksongs en zogenoemde field hollers, met duidelijke Afrikaanse wortels, de teksten bevatten vaak bedekte toespelingen gericht tegen de blanke overheersers.

Robert JohnsonVoor jonge zwarte mannen en vrouwen bood een carrière als bluesartiest een kans om te ontsnappen aan het uitzichtloze bestaan van katoenplukker, al was het geen vetpot, zoals het levensverhaal van de legendarische bluesman Robert Johnson laat zien. Pas met de elektrische uptempo variant, de Chicago-blues, komt er vanaf de jaren 40 meer succes. Maar uiteindelijk gaat de blues toch vooral de popgeschiedenis in als de onmisbare vonk waarmee halverwege de jaren 50 de rock-‘n-roll wordt aangestoken: de muziekstijl waarop vele (blanke) performers (Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Little Richard) en hun opvolgers zullen binnenlopen, de blues als een soort empty-nest ouder achterlatend.

B.B. KingTot de zogeheten British Invasion begin jaren 60. Bijna vergeten bluesmannen als Muddy Waters, B.B. King en Buddy Guy worden herontdekt door bands als The Rolling Stones, Them en Cream, en krijgen een tijdlang goede optredens in behoorlijk grote zalen in Europa. Maar het ‘eigen’ zwarte publiek is inmiddels alweer een stuk verder. Dat luistert naar de nieuwe soulartiesten Marvin Gaye, Stevie Wonder, Otis Redding en Aretha Franklin.

deep purpleEn zo zal het verder gaan. Terwijl de hardrock van Uriah Heep, The Free, AC/DC en Deep Purple – in feite een opgevoerde versie van de blues – stadions vult en het zwarte publiek overstapt van soul naar disco, r&b en hiphop, komt de blues op de kleinste podia terecht, met vooral blanke hoogopgeleide Europeanen en Amerikanen als toehoorders.

ron sexsmithEn in koffietentjes. Dat wrijft singer-songwriter Ron Sexsmith ons onder de neus in Jazz At The Bookstore (Time Being, 2006). De Canadese songsmid, vooral specialist in liefdesliedjes, windt zich hier op over de manier waarop blues en jazz tegenwoordig worden gebruikt als decor voor vrijblijvend stedelijk hedonisme: terwijl de clientèle slokjes neemt van koffievarianten met onuitspreekbare namen, is Leadbelly nog net hoorbaar boven het geluid van de koffiemolen.

koffieapparaatJa, het is vreemd gelopen met de blues. Van subversief geluid uit de onderste lagen van de samenleving in de loop van een eeuw naar achtergrondruis bij het sociale verkeer van de hoogopgeleide stedeling. Maar je kunt het ook anders zien. Want als er één houding is die bluessongs uitdragen, dan is dat de onwil om je door het leven te laten knechten. En zo’n boodschap moet onderhuids heel welkom zijn bij die hedendaagse stadsbewoners met hun relatiekeuzestress, tijdelijke arbeidscontracten, moordende concurrentie en de sociale dwang om alles uit het leven te halen.

Lightnin' HopkinsKan het toeval zijn dat Lightnin’ Hopkins meer dan een halve eeuw geleden al een hit scoorde met Coffee House Blues?

 

Meer dwarsfluit

Thijs van Leer IntrospectionWaarom is de dwarsfluit in hemelsnaam het muurbloempje van de popmuziek? Ik heb daar nooit iets van begrepen. Oké, de Introspection-platen van Thijs van Leer en het populair-klassieke werk van Berdien Stenberg zullen niet gauw tot de spannendste onderdelen van jouw of mijn leven behoren. Maar dat zijn de foute uitzonderingen, en die kunnen nooit de reden zijn van een massaal misverstand.

standbeeld meisje dwarsfluitEen mogelijke verklaring is dat jongens liever gitaar leren spelen dan fluit en dat jongens nou eenmaal oververtegenwoordigd zijn in de popmuziek. Best plausibel, we leven nu eenmaal in een wereld waarin imago en sekse-identiteit niet onbelangrijk zijn. Maar anderzijds zouden we dat in tijden van gender-bending en nieuwe mannelijkheid inmiddels wel mogen loslaten.

Gentle GiantWant het is hartstikke zonde om die dwarsfluit op de plank te laten verstoffen. Er zijn geweldige voorbeelden, vooral uit de jaren 70. Progrockbands als Jethro Tull en Gentle Giant maakten een innovatieve mix van Europese folk en Amerikaanse bluesrock. Funkrockers uit de Amerikaanse zuiden als Little Feat, Sea Level en Dr. John – artiesten die toevallig ook de ondergewaardeerde koebel zo’n prominente plek gaven – lieten even fraaie kruisbestuivingen horen. Van Morrison maakte Veedon Fleece.

equalizerEn er zijn meer argumenten pro dwarsfluit. Een van de rottige eigenschappen van popmuziek is namelijk dat het weinig middenfrequenties bevat. Hoog en laag zijn oververtegenwoordigd. En vooral de schelle klank van al dat hoog vinden onze oren – of eigenlijk ons hersenen – niet prettig. Het geluid van de dwarsfluit zit juist wél lekker in dat midden. Veel fijner voor het brein.

bergtoppen 2Bovendien heeft de dwarsfluit waanzinnige kwaliteiten. Hij is in staat om je mee te nemen op een verre reis, naar een oerwoud, een heuvellandschap, een bergtop – in elk geval altijd een stukje boven de grond, naar een plek waar een zacht zomeravondbriesje waait. Een geweldige aanvulling op knallende drums, aardse basklanken en rauwe gitaarlicks.

So van Peter GabrielOndanks al die voordelen was het in de popmuziek na midden jaren 70 wel zo’n beetje gedaan met het holle zilverkleurige toverstafje. In het muzikale zwarte gat van de jaren 80 hoorde je nog weleens iets dat erop leek, bijvoorbeeld in Peter Gabriels Sledgehammer, maar dat bleek dan uiteindelijk weer uit een kastje komen. Wat een sof.

LizzoMaar gelukkig is er nu een klein lichtpuntje. Vanochtend las ik ergens op internet over inspirerende nieuwe soul-hiphopfenomeen Lizzo, die geregeld laat zien en horen dat ze taboes durft te doorbreken. De muzikaal geschoolde artieste schaamt zich net zomin voor haar forse achterwerk en als voor de keuze van haar favoriete muziekinstrument – integendeel, ze is er trots op. En terecht.

En jongens, als jullie nu toch steeds bang zijn voor het veronderstelde suffe en onmannelijke imago van de dwarsfluit, kijk dan even naar dit filmpje.

 

Succes een kwestie van geluk?

David BowieIn het Groot-Brittannië van de jaren 60 ploeterde ene David Jones zich zonder veel succes van de ene band-auditie naar de volgende. De leiding van een Brits radioprogramma zei over hem: ‘de zanger heeft geen enkel talent.’ Ze zullen zich later, toen David Bowie inmiddels een grote popster was, misschien nog wel eens op hun hoofd hebben gekrabd.

Het grappige van deze anekdote zit hem hierin dat we ons de artiest altijd moeilijk kunnen voorstellen in een andere gedaante dan waarin we hem of haar hebben leren kennen – gekleed in de mantel van succes. Onbewust denken we dat de artiest altijd dezelfde is geweest. En vaak kan dat beeld ook niet worden rechtgezet omdat oude (film)opnames doorgaans ontbreken – de artiest was immers nog niet bekend!

Daniel KahnemanDe anekdote is ook enigszins verontrustend, omdat het laat zien dat elke artiest een ontdekker nodig heeft om te kunnen doorbreken, en dat toeval daarbij een grote rol moet spelen. Psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman gaat in zijn boek Ons Feilbare Denken in op dit fenomeen. Hij stelt dat geluk een belangrijke rol speelt in elk succesverhaal: ‘Als je een kleine verandering in het verhaal aanbrengt, slaat een opmerkelijke prestatie heel vaak om in een middelmatig resultaat.’ Als dat waar is, is roem en erkenning dan wel verdiend? Of is het vooral gebaseerd op drijfzand?

inside llewyn davisIn 2013 brachten de befaamde cineasten Joel en Ethan Coen de film Inside Llewyn Davis uit. Daarin volgen we de sappelende Newyorkse folkmuzikant Llewyn Davis in 1961. Aan zang- en songschrijverskwaliteiten ontbreekt het hem niet, wel aan wat flexibiliteit, wat zelfdiscipline – en aan wat geluk. Gedreven door acute geldnood slaat Davis een achteraf lucratieve royaltydeal af en raken zijn muzikale carrièreperspectieven steeds verder uit beeld.

Coen brothersIn de slotscène kijken we met hem mee naar binnen door het raam van een kroeg. We zien de schaduw van een folkzanger op het podium, een opvolger van Llewyn – het silhouet vertoont grote gelijkenis met dat van Bob Dylan. Zo dun is de lijn tussen succes en falen in de muziekbusiness, lijken de Coen-broers te willen zeggen. Je moet net op het juiste moment op de juiste plek zijn en de juiste mensen tegen het lijf lopen.

Voor ons popliefhebbers, opkijkend naar het podium, is de invloed van het toeval vrijwel onzichtbaar. Voor de artiesten is dat natuurlijk heel anders. Bij een succesvolle artiest kan het leiden tot onzekerheid: is de erkenning die ik krijg wel terecht, word ik straks opeens afgeschreven?

dobbelstenenVoor de grote menigte artiesten die het (nog) niet hebben gemaakt, is het weer anders. De rol van het toeval kan hun juist troost of zelfs hoop bieden. Ze helpt hun om te denken: het ligt niet allemaal aan mij. En kijk naar David Bowie. Als je volhoudt, is er altijd een kans. En de geschiedenis geeft ze gelijk.

Beste Kurt,

omslag Kurt Cobain - Dagboeken low resJe hield wel van schrijven maar niet van interpunctie. Dat maak ik op uit de Dagboeken die je van 1988-1994 bijhield en die in 2002, acht jaar na je dood, verschenen. Die schrijverij, een origineel soort stream of consciousness, recht uit het hart, maakt het makkelijker om je van repliek te dienen.

kurt cobainWant in die dagboeknotities ben je god en rechter en querulant en puber en nog veel meer. Complotdenker, navelstaarder, maatschappijcriticus, oprechte deugmens, humorist, striptekenaar en streber (ja die drie dingen ook, een eyeopener). Een bij tijd en wijle behoorlijk irritant product van je tijd, je land, je subcultuur, je eigen particuliere trauma’s.

Smells Like Teen SpiritUit al die notities, striptekeningen, brieven, hoesontwerpen en andere literaire vondsten komt ook een bezielde popmuzikant naar voren, met een waanzinnige drive en uitgesproken meningen. Dat was in 1991 natuurlijk ook al duidelijk geworden toen jij en je band met Smells Like Teen Spirit als lava door de aardkorst braken. Spreekbuis van een generatie. Vaandeldrager van de grunge, die gruizige mix van oerkrachten en ijzersterke melodieën. Het is nauwelijks voor te stellen dat Nirvana pas vijf jaar bestond op het moment dat jij je afscheidsbrief schreef. Vandaag precies een kwart eeuw geleden.

Neil Young 3In die brief citeerde je Neil Young uit diens song Hey Hey My My: ‘It’s better to burn out than to fade away’, weet je nog? Mooie manier om je idool te bedanken. De Canadees schreef de schrik dan ook meteen van zich af in Sleeps With Angels, dat moet je inmiddels vaak genoeg gehoord hebben. Of hebben jullie daar in de pophemel helemaal geen geluid? In mijn beleving – dank, David Byrne – is het gewoon een grote bar waarin nooit iets gebeurt. Een soort Cheers voor rockmusici die geen seconde ouder worden en ondertussen kankeren op popjournalisten. Geef mijn portie maar aan Fikkie.

Brett MorgenNaast Neil Young schreven minstens vier andere artiesten liedjes om zichzelf en de verweesde fans te troosten. Filmmaker Brett Morgen, een fan van het eerste uur, probeerde in Kurt Cobain: Montage of Heck (2015) te begrijpen hoe jij tot de beslissing kwam om alles achter te laten, inclusief je vrouw en jullie jonge kind. Hij zag de heroïne, de stress van het popsterrendom, maar vond het ultieme antwoord in je jeugd. Je zou het er vast niet mee eens zijn. Of misschien inmiddels ook wel.

Amy Winehouse en Kurt Cobain27 was je. 27 ben je. Het vreemdst van alles is om te bedenken dat ik, inmiddels ruim twee keer zou oud als jij, maar vier jaar met jou scheelde. Toch voel ik me eerder een vader dan een oudere broer of generatiegenoot; dat doet de tijd met je. Ik moest denken aan Amy Winehouse, een peuter nog toen jullie Teen Spirit maakten. Een Britse zangeres die ongeveer dezelfde weg aflegde als jij, maar als die Club van 27 echt bestaat ken je haar natuurlijk al. ‘Ze leefde niet lang genoeg om te leren leven,’ zei de bevriende oude jazz-crooner Tony Bennet later over haar. Ik denk nu hetzelfde over jou. En ik verbeeld me dat jij het inmiddels met me eens zou zijn.

Je maakte een wapen van je eenzaamheid, je drukte dat gevoel weg met drugs, je zong het van je af in je muziek – maar alles tevergeefs. Oké, achteraf is het altijd makkelijk gelijk hebben, maar toch, het was allemaal al in je dagboeken te lezen. Voor wie ze kon inzien.

Muziek als medicijn – Klimaatdepressie

klimaatverandering ijsbeerKlimaatverandering heeft niet alleen impact op de fysieke wereld, ook onze geestelijke gezondheid kan erdoor aangetast worden. Sommige mensen voelen zich zo schuldig en/of machteloos dat ze gebukt gaan onder een hardnekkige neerslachtigheid die kan uitmonden in een klimaatdepressie. 

CO2 bordMaar als je er op tijd bij bent, kan humor soelaas bieden –  die gedachte moet Andy Revkin hebben geïnspireerd tot zijn protestsong Liberated Carbon van zijn album A Very Fine Line uit 2013. In drie minuten schetst Revkin als een opgewekte geschiedenisleraar de menselijke verhouding tot koolstofdioxide door de jaren heen – en wat er gebeurt als we niets aan die relatie veranderen.

Karl Wallinger jongEen zwaardere pil schreef de Brit Karl Wallinger (World Party) ons in 1987 voor. Zijn met bijbelse taal doorspekte Ship of Fools, afkomstig van het album A Private Revolution, toont ons de mensheid als een stelletje dwazen die door hebzucht en gulzigheid onafwendbaar op de apocalyps af koersen. De rekening zal niet uitblijven, waarschuwt de zanger, binnen afzienbare tijd loopt ons schip aan de grond in ondiepe wateren.

polarisatieAlsof Wallinger de huidige maatschappelijke polarisatie drie decennia geleden al voorzag, is er in het begin van het lied nog een ‘wij’, maar dat splitst zich al snel op in een ‘jij’ en ‘ik’: jíj gaat boeten voor je zonden, ík neem er afstand van. Maar waar moet die ‘ik’ dan heen? is de logische vraag – we hebben maar één planeet.

bob dylan jongDat beseft de zanger, die zijn loopbaan begon als toetsenist bij The Waterboys, ook wel. Ship of Fools is geen rechtstreekse call to action, maar een waarschuwingsboodschap, een eighties-equivalent van Bob Dylans A Hard Rain’s a Gonna Fall uit 1963, maar dan met catchy popritme. Wallinger wil ons losweken uit onze lethargie. Met de cynische uitnodiging waarmee het lied afsluit, ‘All aboard’, maakt hij duidelijk dat iedereen een keuze heeft: je hóéft de loopplank niet op te gaan. Je kunt iets doen – door het schip met dwazen zonder jou te laten doorvaren.

Karl Wallinger met gitaarShip of Fools was World Party’s bekendste hit. In 2018, ruim dertig jaar na de oorspronkelijke release, besluit Wallinger het opnieuw uit te brengen, met bijbehorende nieuwe videoclip – het nummer is immers relevanter dan ooit. Het ziet er niet goed uit met de wereld, maar je bent niet alleen, dat is de boodschap. Een troostrijke remedie voor mensen die niet van zachte heelmeesters houden.

Begin van het einde van het sterrendom?

michael jacksonDe afgelopen weken stonden in het teken van Michael Jackson. In de media regeerde de King of Pop alsof hij nooit was weggeweest, zij het anders dan hij het zich waarschijnlijk voorgesteld zou hebben. In de documentaire Leaving Neverland, vorige week vrijdag uitgezonden op NPO, vertellen twee van Jacksons voormalige beschermelingen, Wade Robson en James Safechuck, in detail hoe ze als kinderen door de artiest seksueel werden misbruikt.

leaving neverlandOp muziekwebsites en in kranten verschenen voorbeschouwingen, Kijkwijzers en soms zelfs reacties van mensen die de film nog niet eens hadden gezien. Sommige fans namen hun held in bescherming en vielen Robson en Safechuck aan. Recensenten bleken na het zien van de documentaire vrijwel zonder uitzondering overtuigd van het waarheidsgehalte van hun verhaal.

horen zien en zwijgenEn natuurlijk kwam ook het zelfonderzoek op gang. De aantijgingen jegens Michael Jackson zijn niet nieuw. Voormalig Volkskrant-journalist Henrico Prins keek terug op de necrologie die hij in 2009 na Jacksons plotselinge dood schreef. Prins’ conclusie: er was destijds nog ruimte voor twijfel omdat de zanger nooit was veroordeeld, maar gelukkig heb ik die misbruikbeschuldigingen niet doodgezwegen.

mensen dansenVoorpaginacolumnist Sander Donkers stelde in diezelfde krant de vraag of er tussen nu en de jaren 90, toen hij en zijn generatiegenoten ondanks de geruchten nog zorgeloos op Jacksons muziek dansten, iets ingrijpend veranderd is: ‘Waren wij hypocriet, of accepteerden we makkelijker dat grote kunstenaars ook heel enge mensen kunnen zijn?’ Een antwoord vond hij niet. Misschien moet ik dan maar een poging doen.

Allereerst denk ik dat wij mensen altijd tot op zekere hoogte hypocriet zijn. Het zou hypocriet zijn om iets anders te beweren. We zien de werkelijkheid graag zoals we die willen zien. Dus als er ergens ook maar kléin beetje ruimte is voor twijfel, grijpen we dat graag aan om een ongemakkelijke waarheid te negeren en vast te houden aan wat we willen geloven. Zie het klimaatdebat.

kevin spaceyMaar in de afgelopen decennia is er veel aan het licht gekomen over de omvang en de impact van seksueel misbruik: in de kerk, de politiek, de media, het bedrijfsleven en de showbiz. Vele kopstukken vielen van hun voetstuk, al of niet in het kader van : Dominique Strauss-Kahn, Jimmy Savile, Kevin Spacey, Harvey Weinstein, hier te lande Job Gosschalk en diverse dirigenten en toneeldocenten. Deels komt het door de opkomst van sociale media, die sterk uitnodigen tot (oor)delen, maar het zijn ook gewoon te veel verhalen – geloofwaardige, erg nare verhalen – om ze nog langer te kunnen negeren of bagatelliseren.

kind man gekrompenOf dat ook betekent dat de muziek van de gevallen sterren in de ban gaat? Vast niet. We laten ons onze geliefde muziek simpelweg niet afpakken, en zeker niet door een foute artiest, al is hij nog zo goed. Toch ben ik ervan overtuigd dat de macht en status van de politieke of kunstzinnige sterren, ook die in de rock-‘n-roll, daadwerkelijk is gekrompen. We vergeven ze niet zomaar alles meer. Of dit het begin van het einde van het sterrendom is? Vast niet, maar de ster wordt wel wat meer mens. Dat lijkt me een goede zaak.

 

 

 

 

Goeie popcasts

podcastIn de media las ik dat podcasts helemaal hip, hot en happening zijn. Deze zorgvuldig gemaakte radioprogramma’s zouden vaak de diepgang bieden die elders ontbreekt. Ik vond het heel aanlokkelijk klinken, maar er was één probleem: wanneer moest ik in hemelsnaam naar zo’n podcast luisteren?

koptelefoon 2Als ik zit te lezen leidt het gesproken woord me te veel af. Autorijden en joggen doe ik bijna nooit en wandelen doe ik altijd samen met iemand anders. Het duurde een hele tijd, maar toen vond ik de oplossing – sinds kort kan men mij, getooid met draadloze koptelefoon (uitvinding van de eeuw!), op de maat van onhoorbare muziek in de keuken zien zwaaien met potten, pannen, pollepels en preistengels.

podcast imagesOp mijn telefoon staan de gratis apps Stitcher en RadioPublic, die toegang bieden tot een heleboel Engelstalige podcasts, onder meer over het belangwekkende onderwerp popmuziek. Vanwege de keuzestress beperk ik mij voorlopig tot twee ‘popcasts’: SwitchedOnPop en Song Exploder. Beide series wisselen gesproken woord en muziek op een prettige manier met elkaar af en combineren diepgang met een luchtige toon.

Martha and The VandellasSwitchedOnPop (Stitcher) wordt gepresenteerd door musicoloog Nate Sloan en liedjesschrijver Charlie Harding. In elke aflevering (30-55 min.) ontleden de twee mannen met enthousiasme wat een bepaald liedje nou zo goed maakt: klassiekers als Dancing In The Street van Martha and The Vandellas en I Get Around van The Beach Boys, maar ook hedendaagse hits van Drake of Katy Perry. Af en toe legt Nate een muziekterm uit, en dat geeft helemaal niet – daar word je alleen maar wijzer van.

Fleetwood MacIn Song Exploder (RadioPublic) onthult een artiest in 15-20 minuten stapsgewijs de ontstaansgeschiedenis van een bijzonder liedje uit zijn of haar repertoire, onder meer met demo-versies en afgekeurde opnames. Vaak zijn het nummers van nu, maar soms duikt men de geschiedenis in. Zo doet Lindsay Buckingham van Fleetwood Mac de oorsprong van Go Your Own Way (Rumours, 1977) uit de doeken, inclusief de bijbehorende relatieperikelen tussen hemzelf en Stevie Nicks. Het bijzondere van Song Exploder is dat je een lied als het ware onder je oren hoort ontstaan – best verslavend.

Jan RotGelukkig zijn popcasts geen louter Engelstalige aangelegenheid. In de serie Met Groenteman in de kast interviewt journalist Gijs Groenteman wekelijks iemand die hem onlangs in het nieuws is opgevallen, en dat zijn geregeld popartiesten, zoals singer-songwriters Yorick van Norden, Spinvis en Jan Rot. Groenteman gaat echt de diepte in – deze podcasts duren ongeveer een uur.

Kok Keuken HandenMijn conclusie: de positieve verhalen over podcasts zijn niet overdreven. Je moet er alleen even wat tijd voor vrijmaken en een goede gelegenheid vinden om ernaar te luisteren. Maar hoe moeilijk kan dat zijn?

Waarom hebben sommige artiesten vooral mannen of juist vrouwen als fans?

GendertekensAls je geregeld naar een popconcert gaat, moet het je zijn opgevallen: de man-vrouwverhouding in het publiek is soms wel heel scheef. Hoe komt dat, waarom hebben sommige acts vooral mannelijke of vooral vrouwelijke fans? Over deze prangende gender-kwestie breek ik me al lange tijd vergeefs het hoofd. En vandaag roep ik je hulp in.

Jon Bon JoviIk heb wel een paar voorzichtige hypotheses. De eerste, meest voor de hand liggende: uiterlijk. Een opvallend knappe mannelijke act – denk aan Justin Bieber, John Mayer, Jon Bon Jovi– trekt vaak veel vrouwelijke fans. Andersom bestaat het publiek van Taylor Swift, Katy Perry, Beyoncé of Mariah Carey volgens mijn – beperkte – observaties echter niet vooral uit mannen. Soul/R&B-zangeressen Lauryn Hill en Erykah Badu schijnen wel een grote mannelijke fanbase te hebben. Ik heb geen idee waarom.

marianne faithfullDe tweede: sexyness. Toch net iets anders dan een knap uiterlijk. Hoe verklaar je anders dat lelijke apen als Mick Jagger en Keith Richards altijd al zo goed hebben gelegen bij de dames? En dat doorleefde types als Marianne Faithful en Lucinda Williams ook nu nog zoveel heren op de been krijgen? Met deze hypothese word ik al iets warmer, geloof ik.

Larry CarltonNummer drie: muziekgenre. Daar zijn ook concrete aanwijzingen voor. Zo schijnt R&B vooral  vrouwelijke fans te trekken, en blues(rock) juist overwegend mannen – bewijs voor dat laatste persoonlijk waargenomen op het festival Ribs & Blues in Raalte. Ook vrijwel exclusief voor mannen: ‘muzikantenmuziek’ met vernuftige akkoordenreeksen en virtuoze solo’s (Steely Dan, Richard Thompson, Larry Carlton). Het publiek bij deze optredens heeft het overigens te druk met de kunst van de gitaargoden afkijken om de vrouwen te missen.

Tori AmosLast but not least: de teksten. Iets in de toon of in de onderwerpen die de artiest kiest, maakt dat mannen of vrouwen er bijna exclusief op aanslaan. Zo heb ik het vermoeden – flinke slag om de arm – dat sommige vrouwelijke singer-songwriters vooral voor seksegenoten zingen (Tori Amos, Alanis Morisette, Sinéad O’Connor), omdat zij in hun liedjes nadrukkelijker dan anderen de positie van vrouwen vertegenwoordigen.

David BowieHet is duidelijk: ik speculeer, zoek, twijfel, spreek mezelf tegen en zit vol met vooroordelen. En ik mis harde gegevens. Ik kom er niet uit. Zelfs gender-bender David Bowie, een artiest met een behoorlijk evenwichtige fanbase, helpt me met zijn Boys Keep Swinging niet uit de brand.

Heb jíj een idee waarom sommige acts zo’n sekse-scheve fanbase hebben – laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder! Met de wisdom of the crowds komen we misschien steeds dichter bij een definitieve verklaring. Alvast veel dank voor je hulp!

Vreemd volk

The Byrds hoesWat kent folkmuziek, zowel de Britse als de Amerikaanse variant, toch een bijzondere flexibiliteit. Hoe diep de wortels van het genre ook reiken, het zuigt even gemakkelijk invloeden uit rock, country en pop in zich op (Dylan, Byrds, Fairport Convention) als uit jazz (Van Morrison, Joni Mitchell, John Martyn of, recenter, Ryley Walker). En bij de folkartiesten van nu valt vooral de bloeiende samenwerking met moderne elektronica op.

Alice in Wonderland titelMaar het allerleukste aan folk vind ik het weirde dat je er vaak in aantreft: als luisteraar ben je als Alice die door een spiegel in een wonderwereld stapt: klein is daar groot, groot is klein, sprookjesfiguren lopen naast gewone mensen, een servies is een drumstel, de tijd stroomt trager. Even is het raar, maar al snel vind je het zo logisch als wat. Vandaag presenteert Goeie Nummers vier van die vreemde moderne folkies, drie van eigen bodem en eentje uit de VS.

Andrew Bird1De Amerikaan Andrew Bird (1973) timmert al een tijdje aan de weg. Sinds zijn solodebuut Weather Systems (2003) bracht de klassiek geschoolde multi-instrumentalist tien platen vol muzikale verrassingen uit. Bird is beïnvloed door Ierse en Schotse folk, klassieke muziek en jazz, maar werkt ook met repeterende loops. Zijn album Break It Yourself (2012) geeft een goed beeld van zijn fraaie melodieën en eigenzinnige gevoel voor humor.

Eerie Wanda2Eerie Wanda is het geesteskind van de Nederlands-Kroatische Marina Tadic. Na debuutalbum Hum (2016) verscheen onlangs opvolger Pet Towns. Centraal staan akoestische gitaar en dromerige zanglijnen, daarachter doemt af en toe een gek retro-orgeltje op, wat suggestieve percussie, flarden Beach Boys, Jefferson Airplane, Beach House, een elektrische gitaar. De liedjes lijken eenvoudig, maar suggereren steeds een dubbele bodem. Check out de nieuwe single Moon.

Eefje de VisserEefje de Visser (1986) is de enige neofolkie in dit rijtje die in het Nederlands zingt. De Utrechtse won in 2009 de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriter en maakte tot nu toe drie goed ontvangen albums vol ingenieuze en poëtische liedjes. De zangeres-gitariste werkt steeds nadrukkelijker met elektronica en laat zich live soms louter door loops en drumcomputer begeleiden. Hier is De Visser met Jong.

LuwtenDe muziek van Luwten, de band van Tessa Douwstra, wordt wel knisper-folktronic genoemd, geen gekke benaming. Op het titelloze debuutalbum uit 2017 werkt Douwstra samen met geluidskunstenaar-percussionist Frank Wienk (aka Brinkbeats). Rondom Douwstra’s hypnotiserende zang, die soms doet denken aan Suzanne Vega, bouwt Wienk een minimalistisch geluidsdecor dat toch warm aanvoelt. Bekijk hier In Over My Head II, live met 14-koppige bezetting.

Alice in WonderlandBijzonder hoe deze artiesten de oude traditie koppelen aan een 21e-eeuws levensgevoel, met soundscapes die toegang bieden tot een parallelle werkelijkheid, ver weg van de moderne wereld van sociale media, drukte en sociale druk. Check gerust in, zou ik zeggen.

Nog niet verzadigd met moderne folk? Check out de fijne YouTube-playlist Wanderlust.

 

Het mooiste lied over regen

regen in een plasAangestoken door het weer van deze week ging ik op zoek naar het mooiste poplied over regen. Wie zoiets onderneemt moet wel tegen een beetje nattigheid bestand zijn. De overvloed dus eerst maar eens ingedamd: nummers als It’s Raining Men (Weather Girls) of It’s Raining Love (Ariana Grande) vielen af – het moest gaan over eerlijke echte regendruppels. Regenboog- en onweerliedjes dus idem dito, evenals filmsongs als Singing in the Rain en Raindrops Keep Fallin’ On My Head – het liedje moest zich zonder visuele hulp kunnen redden.

schilderij ark van noachBij het doorwaden van alles wat dan overblijft, valt op dat regen echt multifunctioneel is: het kan heel verschillende, zelfs totaal tegengestelde betekenissen krijgen. De eerste: straf. De basis voor dit oerbeeld is natuurlijk de oudtestamentische zondvloed die Noach met familie en dieren in de ark wisten te overleven. Voorbeelden: oer-apocalypsnummers A Hard Rain’s A Gonna Fall (Bob Dylan) en Who’ll Stop The Rain (Creedence Clearwater Revival) en het veel recentere Dirty Rain (Andrew Combs).

regen en plantHet hemelwater kan ook groei symboliseren: Make it Rain (Anouk), Mooie Regen (Sido Martens). Of romantiek: de verliefden in Walking in the Rain With the One I Love (Barry White) en Walk Between Raindrops (Donald Fagen) voelen zich door de neervallende druppels alleen maar specialer. Zelfs aan de andere kant van een relatie, bij liefdesverdriet, komt regen van pas: het mengt zo goed met tranen dat het gebroken hart zich door het universum gekoesterd voelt: zie Rain Down on Me (Thomas Dybdahl).

amos leeMaar meestal betekent regen ‘gewoon’ somberheid en eenzaamheid. Logisch. Het gevoel opgesloten te zitten, twijfelend of die plensbui ooit nog ophoudt, het is voor velen herkenbaar. Voorbeelden uit eigen land: Ritme van de Regen (Rob de Nijs), Regenblues (Daniël Lohues). Van over de grens: I Can’t Stand The Rain (Ann Peebles), It Started To Rain (Amos Lee).

rainy night in georgia brook bentonHet mooiste regenlied blijft voor mij toch Rainy Night in Georgia. Vaak gecoverd en daarom misschien geen erg verrassende keuze, maar wel terecht, al was het maar als eerbetoon aan de in 2018 overleden Tony Joe White. White schreef het nummer in 1967, soulzanger Brook Benton had er in 1970 een dijk van een hit mee.

tony joe whiteTony Joe White is altijd goed met beelden, of het nu gaat om steamy windows of polk salad. In Rainy Night in Georgia wordt de zanger op zijn zoektocht naar een warm onderkomen ver van huis omringd door een koffer, autobussen, taxi’s, neonreclames en de gestaag neervallende regen. Een portretfoto van zijn geliefde biedt nog een beetje troost, en dat is ook meer dan welkom: ‘Lord, I believe it’s rainin’ all over the world’. Meer woorden waren niet nodig om dit tot een klassiek regenlied te maken.

Ken je meer onvergetelijke regenliedjes? Laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder!

 

 

Een spijkerjasje met een ziel

japanVoor Japanners heeft alles in de wereld een ziel – ook dieren, planten, stenen en andere stoffelijke zaken. In ons romantische Westen loopt er juist een diepe scheidslijn tussen de bezielde mensheid en – afgezien van huisdieren en paarden – de ‘zielloze’ rest. Ook in de popmuziek. Popliedjes gaan over mensen en hun verwikkelingen. Over liefde of het gebrek daaraan. En niet over dingen. Maar sommige artiesten lappen die regel aan hun laars en getuigen toch gewoon van hun onbetamelijke liefde voor stoffelijke zaken.

Neil Young bij zijn auto met zijn band The SquiresHet eerste liedje waarvan ik besefte – pas later, overigens – dat het over een ding ging, was Long May You Run van The Stills-Young Band. Een zonnig hitje uit 1976, ontsproten aan het brein van Neil Young (1945). De ‘you’ uit de titel bleek geen geliefde, vriend of vriendin, maar een auto: de Canadees brengt een eerbetoon aan zijn geliefde ‘Mort’, de Buick-lijkwagen waarmee hij begin jaren 60 met zijn eerste bandje door zijn vaderland toerde.

Fred Eaglesmith met hoedEen andere liedjesschrijver die zeker zoveel van spullen houdt als van mensen, is Fred Eaglesmith – toevallig of niet ook een Canadees. Eaglesmith is verzot op treinen, auto’s, motorfietsen en andere machines. Zoals te horen is in 18 Wheels. Zijn machineliefde belet hem overigens niet om ook mooie songs over ménsen maken, zoals deze ode aan zijn overleden vader.

The JacketMaar het mooiste ding-liedje staat wat mij betreft voorlopig op naam van country-artieste Ashley McBryde (1983). De Amerikaanse singer-songwriter, vorig jaar debuterend met het album Girl Going Nowhere, focust niet op een auto maar op kleding. (Inderdaad, deze voorbeelden suggereren dat traditionele man-vrouw-patronen ook in de rock-‘n-roll behoorlijk standvastig zijn.)

Willie Nelson in spijkerjackIn The Jacket gaat het, passend bij deze outlaw-artieste, om een spijkerjasje. Het jasje van een vader. Een gehavend kledingstuk, met een ontbrekende knoop en slijtplekken op de ellebogen. Wordt het niet eens tijd om het weg te doen, pa, zegt dochterlief. Kan niet, zegt vader. Zijn leven zit in dat jasje. Als het regende, hing hij het om de schouders van haar moeder. Liftend naar Boulder, naar Willie Nelson-concerten, een nacht in de cel – waar hij ook ging, in goede en slechte tijden, het spijkerjasje was erbij, zegt hij terwijl hij zijn dochter omhelst.

Ashley McBrideEn het verhaal van het jasje gaat verder. Al bijna op het eind van het lied houdt McBryde even in en zingt dan: ‘It ain’t much to look at, but he let me have it,’ en ze vervolgt: ‘So I could feel his arms around me in that old jeans jacket.’ Een bijzonder geschenk voor een dochter die de wijde wereld in trekt om haar eigen weg te zoeken. Een schild om de elementen, lelijke woorden en tegenslagen mee op te vangen.

leap of faithAls luisteraar kruip je in dit lied in de huid van de dochter, maar ik – als vader van een al behoorlijk zelfstandige vijftienjarige – kijk ook mee vanaf de andere kant. Ik begin me al voor te stellen hoe het is om mijn dochter los te laten. Niet gemakkelijk. Je zou ze toch het liefst voor altijd voor alle ellende en gevaar behoeden. De oplossing van deze vader is zo gek nog niet, en vereist maar een kleine leap of faith: dingen hebben van zichzelf dan misschien geen ziel, ze kunnen die wel verwérven.

Guilty pleasure – Gilbert O’Sullivan

Gilbert O'SullivanIn het kader van de Guilty Pleasures – muziek die we heimelijk en ondanks de smaakpolitie mooi vinden – kwam ik  eerder al uit de kast met Neil Diamond, ABBA, Randy Crawford en Chris Rea. Gilbert O’Sullivan past mooi in dat rijtje.

Gilbert O'Sullivan met pet aan pianoIn het begin van mijn popliefhebbersbestaan, begin jaren 70, was O’Sullivan nauwelijks van AVRO’s Toppop en uit de Top 40 weg te slaan: een slungelig type achter een piano, ouderwets gekleed, aanvankelijk altijd met een pet op het hoofd. Hij zong fijne liedjes die zich vast in je hoofd nestelden, zoals Clair, Get Down, Matrimony en Alone Again (Naturally).

Gilbert O'Sullivan4 met pianoIn de tweede helft van de jaren 70 werden O’Sullivans fijnzinnige klanken verdreven door het geweld van punk en new wave. Hij verdween snel van het poptoneel en kwam – in elk geval bij mij – buiten gehoorsafstand terecht. Maar onder de radar bleven zijn liedjes natuurlijk bestaan, dat is het mooie van muziek. En een paar weken geleden tijdens de Top 2000 hoorde ik het mooi-melancholieke Nothing Rhymed weer – gelukkig ook door anderen nog niet vergeten.

hoes Clair Gilbert O SullivanToen ik daarna een verzamelalbum van O’Sullivan ging beluisteren, met deels onbekende liedjes, was ik verbaasd. Net als bijvoorbeeld bij The Beatles klinkt zijn werk van veertig jaar geleden namelijk nog steeds uitermate fris. Hoe kan dat? Oké, er is natuurlijk het aangenaam-nasale stemgeluid, dat enigszins doet denken aan Graham Nash, en de smaakvolle productie met blazers en strijkers – maar er moet meer aan de hand zijn.

piano1Zijn stijl doet denken aan Harry Nilsson, The Carpenters, Billy Joel, Ben Folds, Elton John, dat soort artiesten. Mensen die hun muziek niet, zoals veel andere popartiesten, op de gitaar componeren maar op de piano, waarop je gelijktijdig verschillende melodieën kunt spelen. Ook bij hen hoor je het soort verrassende akkoordenwisselingen en melodieën die O’Sullivans liedjes kenmerken – en die je weinig aantreft bij de gitarist-liedjesschrijvers.

Gilbert O'Sullivan nuEen zoektocht op het web bracht daarna aan het licht dat O’Sullivan nog steeds actief is in de muziek. Zo maakte hij vorig jaar nog een album met de bekende producer Ethan Johns, kortweg getiteld Gilbert O’Sullivan. Op dat nieuwe album, te vinden op Spotify, hoor je al zijn kwaliteiten gewoon terug. Allang niet hip meer, en in popland inmiddels bijna zo zeldzaam als een neushoorn in Afrika. Zonde, want de huidige hitparade staat vol liedjes die ritmisch prima in orde zijn, maar qua melodie is het huilen met de pet op. De hitparade kan best een injectie O’Sullivan gebruiken.

Het mooiste droomliedje

Jozef legt de dromen van de farao uit

Jozef legt de dromen van de farao uit

Sommige mensen vertellen graag hun dromen aan anderen. Ik zit meestal niet zo op die verhalen te wachten, want ze zijn natuurlijk bijna altijd onsamenhangend. Bovendien zijn dromen bedrog. Of niet? Er zijn liedjes die de algemene regel lijken tegen te spreken.

belle & sebastianDe Schotse indieband Belle And Sebastian heeft verschillende droomnummers op het repertoire staan. Een van de fraaiste is Judy And The Dream of Horses (If You’re Feeling Sinister, 1996). Voor deze Judy lijkt de werkelijkheid van opgroeien en volwassen worden vele malen moeilijker dan haar dromen, geïnspireerd door de kinderboeken die ze vroeger met een zaklamp onder de dekens las. Het liedje lijkt ons op te roepen om de kinderlijke onschuld in onszelf terug te vinden.

399px-Augustine_of_HippoIn Bob Dylans I Dreamed I Saw St. Augustine (John Wesley Harding, 1967) is de toon ernstig en verontrustend. Zo concreet schetst Dylan de historische figuur van kerkvader Augustinus (354-430), zwervend door de straten, een gouden mantel om de schouders, een deken onder de arm, dat je de droombeelden zo voor je ziet. En met de zanger word je in het laatste couplet met de dood in het hart wakker: ‘And I dreamed I was amongst the ones / That put him out to death / Oh, I awoke in anger / So alone and terrified / I put my fingers against the glass / And bowed my head and cried.’ Die droom zul je niet licht vergeten.

Sail AwayLast Night I Had a Dream van Randy Newman (Sail Away, 1972) is misschien wel het mooiste droomliedje ooit. Of anders toch wel het meest indringende. De ik-figuur,  ondersteund door dreigende bluesy akkoorden, vertelt zijn geliefde wat hij die nacht in zijn hoofd heeft beleefd. Al zijn bekenden kwamen in de droom voor, zegt hij, en die van haar ook. Tot zover niks aan de hand, maar dan komt het: ‘I saw a vampire, I saw a ghost, and everybody scared me, you scared me the most.’

tuinfeestjeDe verklaring volgt in het tussenstuk. De sfeer van de droom slaat om – gesymboliseerd door een gezellig countrydeuntje met tingeltangel-piano – en de ik-figuur is op een soort tuinfeest, iedereen is vrolijk. Maar wat zegt zijn geliefde daar, liggend in het gras? Terwijl de stemming met behulp van Ry Cooders huiveringwekkende slide-gitaar weer omslaat naar inktzwarte blues, vraagt zij hem: ‘Honey, can you tell me what your name is?’ En nog eens: ‘Honey, can you tell me what your name is?’ De ik-figuur weet niets anders uit te brengen dan: ‘You know what my name is.’

FreudDit noem je geen droom meer, dit is gewoon een nachtmerrie. Freud zou er wel raad mee weten, net als waarschijnlijk vele hedendaagse droomduiders. Deze droombekentenis maakt ook razend nieuwsgierig naar het vervolg. Het kan niet anders of het droomverhaal vormt de opmaat naar een belangwekkend gesprek tussen de twee geliefden. Ik zou daar dolgraag als een vlieg op de muur bij aanwezig zijn. Daar dagdroom ík dan weer over.

Ken jij meer mooie droomliedjes? Deel ze hieronder!

Je kinderen opvoeden met goede muziek

muziek oudheidOpvoeden is een fikse klus. Een hele industrie houdt zich ermee bezig en veel ouders zijn er ook maar druk mee. En een van de voornaamste onderdelen van de opvoeding, al sinds de oudheid, is de muziek. PlatoDe Griekse wijsgeer Plato (ca. 427-347 v.C.) zag muziek als de belangrijkste stimulans voor de geest. Wanneer muziek centraal staat in de opvoeding van een jongeman, zo stelde de Griekse denker (hij had het niet over vrouwelijke leerlingen), dan zal hij zich ontwikkelen tot een filosofisch denker. Dat was dus goed. Schopenhauer postzegelOok latere filosofen kenden de muziek een belangrijke plaats toe in de opvoeding, zoals Arthur Schopenhauer (1788-1860) en Friedrich Nietzsche (1844-1900). Voor Schopenhauer stond muziek rechtstreeks in contact met ‘het geheim van de wereld’. Nietzsche vond muziek belangrijk omdat het ‘onze gedachten naar boven kan leiden, zodat het ons verheft.’ erik-scherderDe huidige hersenwetenschap geeft Plato, Schopenhauer en Nietzsche een steuntje in de rug. Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder van de VU stelt op basis van onderzoek dat muziek maken buitengewoon gunstig is voor de ontwikkeling van het brein – en pleit daarom hartstochtelijk voor de terugkeer van goed muziekonderwijs op school. Buddy HollyAls ouder zie ik als rol voor mezelf vooral: de kinderen een goede muzieksmaak bijbrengen. Ik ben daar dus al vroeg mee begonnen. Toen onze oudste nog in de buik zat, draaide ik Buddy Holly, Ray Charles, Bob Dylan, Aretha Franklin en The Beatles totdat het mijn vrouw op de zenuwen begon te werken. De jaren daarna danste ik met mijn dochter op I Wish en Superstition van Stevie Wonder – en oké, ook weleens op Kusjesdag en MaMaSé! van K3. The Rhythm of the SaintsMet de jongste pakte ik het wat subtieler aan. Terwijl we samen een spelletje deden of een puzzel maakten, zette ik zonder er speciaal de aandacht op te vestigen Paul Simons The Rhythm of the Saints of Eric Claptons JJ Cale-tribute The Breeze op. Of een album van Spinvis. Priming noemen ze dat geloof ik in de beïnvloedingswetenschap. Bij het aankweken van een goede muzieksmaak mag je immers geen middel onbeproefd laten. Ariana GrandeInmiddels zijn de kinderen 15 en 12. Ze luisteren op hun telefoontjes naar de popsterren van nu: Ariana Grande, Katy Perry en Bruno Mars. Naar Nederlandstalige rappers als Ronnie Flex, Famke Louise en Boef. Naar andere artiesten die bij mij het ene oor in en het andere oor uit gaan. Veel succes lijk ik dus niet gehad te hebben. Of is dat maar schijn? surprise Abbey RoadDe afgelopen tijd zet mijn zoon geregeld uit vrije wil Michael Jacksons Greatest Hits op, en vraagt hij om The Breeze als we weer eens een puzzel gaan leggen. En samen zingen broer en zus uit volle borst mee met Let’s Get It On en It Takes Two van Marvin Gaye. Klap op de vuurpijl was de Abbey Road Sinterklaas-surprise die dochterlief dit jaar voor me had gemaakt – zie hiernaast. Mag ik stiekem hopen dat mijn muzikale opvoeding uiteindelijk toch vruchten heeft afgeworpen? Naschrift 4 april 2025: Inmiddels zijn mijn kinderen 21 en 19. De oudste is op kamers, ze treedt af te toe op als dj. De muziek die ze dan draait: ik heb geen idee. De jongste kocht laatst zelf twee cd’s: City to City van Gerry Rafferty uit 1978 en Seven Psalms van Paul Simon uit 2023. Ik beschouw de muzikale opvoeding als geslaagd, en ik ervaar vooral hoe leuk het is om met je kind over goeie nummers te praten!

De mooiste moordballade

moord & doodslagZe zijn gruwelijk en meeslepend. Dramatisch en tragisch. Uitersten komen erin tot uitdrukking: moordballades. Tragische verhalen van wraak en woede, waarin liefde in haat verandert en geweld het enige antwoord lijkt op krenking of onvervuld verlangen.

Jimi HendrixHet eerste moordlied dat ik bewust hoorde, was Hey Joe in de beroemde uitvoering van Jimi Hendrix, over een bedrogen echtgenoot die wraak neemt op zijn vrouw. Het tweede was de even gruwelijke als sprookjesachtige ‘Kinderballade’ van Boudewijn de Groot, met tekst van Gerrit Komrij, bijna meer een pastiche dan een rasechte moordsong.

Meertens InstituutDe moordballade kent een lange historie, ook in ons eigen taalgebied. Wie in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut ‘moordlied’ typt, kan zien dat er in de loop van onze geschiedenis al zeker 671 medemensen naar de andere wereld zijn gezongen. En het genre is, zeker in de VS, nog steeds springlevend. Eerbiedwaardige songwriters als Willie Nelson (Red Headed Stranger) en Lyle Lovett (L.A. County) waagden zich eraan.

Nick CaveDe plot van een moordballade is bijna altijd eenvoudig, de personen worden getekend met grove penseelstreken, het melodrama ligt op de loer. Maar er is passie, er is spanning – dat is de kracht ervan. Daarom zijn het waarschijnlijk ook vaker grote persoonlijkheden dan fluwelen zangers die liedjes over moord en doodslag op hun repertoire hebben staan: Bob Dylan (Pay in Blood, Baby Please Stop Crying), Johnny Cash (I Hung My Head) en natuurlijk top-moordballadeer Nick Cave. De Australiër vulde er zelfs een heel album mee (Murder Ballads, 1996).

Jason IsbellToch zijn er ook fijnzinnigere varianten, zoals Wichita van singer-songwriter Gretchen Peters, waarin we het relaas horen van een 12-jarig meisje dat het recht in eigen hand neemt. De prijs voor de mooiste moordballade gaat wat mij betreft naar Jason Isbell. In Yvette, van zijn album Southeastern (2013), laat de jonge Amerikaanse alt.countryzanger ons in de huid kruipen van een getormenteerde middelbare scholier die geïntrigeerd is door zijn stille klasgenote en haar stiekem volgt naar haar huis. Luister en huiver.

Ken je meer goeie nummers of moord en doodslag? Laat het hieronder weten bij Reacties!

 

 

 

Namedropping – I Feel Lucky

the purple rose of cairo2Artiesten die andere artiesten noemen in hun liedjes – ik ben er gek op. Waarschijnlijk komt dat vooral door het komische effect dat fictie en werkelijkheid opeens door elkaar gaan lopen, een beetje zoals in Woody Allens The Purple Rose of Cairo.

Maarten van RoozendaalHoe zou het voor de genamedropte artiest zijn om zichzelf opeens als lied-personage tegen te komen? Best vreemd, lijkt me, maar ook vleiend. Namedropping komt immers meestal voort uit bewondering of uit een gevoel van verwantschap, zoals in Hail Hail Rock ’n Roll van Garland Jeffreys, of in Randy (Het Wilde Westen, 2008) van de betreurde Maarten van Roozendaal – waarin de Nederlandse zanger zijn geestverwant Randy Newman voorstelt om samen een lied te schrijven dat de wereld gaat redden. Een heerlijk ironische Newman-pastiche.

janis ianMaar het kan natuurlijk ook anders uitpakken. Bijvoorbeeld als collega’s je naam opvoeren om je een flinke veeg uit de pan te geven, zoals Neil Young overkwam in Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd. Of als je, zoals countrysterren Emmylou Harris, Loretta Lynne en Dolly Parton, een paar schampschoten oplopen in Boots Like Emmy Lou’s (God & The FBI, 2000) van collega Janis Ian.

country boots girlsIans lied is veel meer tongue-in-cheek dan Sweet Home Alabama, maar de singer-songwriter neemt haar vrouwelijke collega’s wel aardig op de korrel. Had ze maar laarzen zoals Emmy Lou, verzucht ze, dan zou haar leven net zo luxueus en zorgeloos zijn als dat van hen, om nog maar te zwijgen van die gegarandeerde plek in de hemel. Ondanks alle wisecracks – en Ians kennelijke fascinatie voor c&w-schoenmode – wordt hier stevig geschopt tegen de zelfingenomenheid en oppervlakkigheid van de commerciële country-wereld.

Mary Chapin Carpenter2Een van de lekkerste namedropping-songs komt juist uit de (alt-)country: I Feel Lucky van Mary Chapin Carpenter uit 1992, hier in een live-uitvoering met puike begeleidingsband. Het opgewekte boogie-achtige countrynummer, dat in de VS en Canada de top 5 van de country-hitlijsten bereikte, gaat in letterlijke zin over geluk in de loterij, maar de kracht zit hem in de aanstekelijke geëmancipeerde boodschap.

Mary Chapin CarpenterDe hoofdpersoon van I Feel Lucky wint de jackpot – niet door de horoscoop te lezen of naar alle waarschuwingen uit haar omgeving te luisteren, maar gewoon door in zichzelf te geloven. En nu barst ze van het zelfvertrouwen: haar kan niets gebeuren, met haar elf miljoen dollar kan ze kopen en weggeven wat ze wil.

hot dogEn dan wordt ze ook nog begeerd door twee van haar opkomende mannelijke country-collega’s uit die tijd: Dwight Yoakam en Lyle Lovett. De een beloert haar vanuit een hoekje, de ander maakt concreet avances. De zangeres is best gestreeld door die aandacht, hoor, maar ze is geen bot om om te vechten: ‘Hey Dwight, hey Lyle, boys, you don’t have to fight. Hot dog, I feel lucky tonight.’ De rol die de twee heren in deze namedropping-song krijgen toebedeeld is maar bescheiden. De dame deelt de lakens uit. Zo kan het ook.

 

 

Goeie nummers over slechte mensen

successful lyric writingJaren geleden las ik het Amerikaanse lesboek Successful Lyric Writing, geschreven door Sheila Davis. Een van haar eerste adviezen voor (aanstaande) liedjesschrijvers luidt: stel degene die het lied zingt (meestal de ik-figuur) in een gunstig daglicht. Maak diegene zo ‘likable’ dat je publiek zich er gemakkelijk mee kan identificeren en zich daarom graag door het liedje laat meeslepen.

the boxerEn in negen van de tien liedjes werkt het ook zo, bijvoorbeeld door de bescheidenheidsformule: ‘I am just a poor boy though my story’s seldom told’ (Simon & Garfunkel, The Boxer) of ‘Ik heb geen cent te makken en ik heb nooit een vak geleerd (De Dijk, Nergens Goed Voor). Of door o zo herkenbare liefdesperikelen te vertellen (het ‘My baby’s gone and left me’ van talloze bluesnummers). Maar is het ook mogelijk om die regel een beetje op te rekken, of hem zelfs helemaal aan je laars te lappen?

randy-newman-jong-in-studio-met-orkestSinger-songwriter Randy Newman (Los Angeles, 1943) vindt kennelijk van wel. In de liedjes van de eigenzinnige Amerikaan is geregeld iemand aan het woord die behoorlijk onsympathiek of moreel weinig hoogstaand is. Je zou bijna kunnen zeggen dat Newman daar zijn handelsmerk van heeft gemaakt.

BirminghamIn het bekende Birmingham (van Good Old Boys uit 1974) horen we iemand die je niet zo gemakkelijk als goed of slecht kunt kwalificeren. Wat moet je aan met deze oerdegelijke burgerman die zo trots is op zijn woonplaats terwijl die destijds toch ook bij uitstek een plaats was van discriminatie en racistisch geweld? Je zingt het aanstekelijke refrein onwillekeurig mee, maar ondertussen blijft die ambivalentie door je hoofd zeuren. Newman zal zich bij die gedachte bij voorbaat al hebben verkneukeld.

Sail AwayEen ander mooi voorbeeld van Newmans dubieuze personages figureert in Sail Away, van het gelijknamige album uit 1972. In het eerste couplet heb je het nog niet door: ‘In America you’ll get food to eat / Won’t have to run through the jungle / And scuff up your feet / You’ll just sing about Jesus and drink wine all day / It’s great to be an American.’

randy-newman-met-piano2Tegen wie heeft hij het, en wie is hier eigenlijk aan het woord? Pas bij het tweede couplet krijg je het door. Je was bezig was je te identificeren met een denkbeeldige reclameman die in Afrika slaven komt ronselen, en de 20e-eeuwse sales pitch heeft zo weinig relatie met de historische werkelijkheid dat de tenen ervan krom trekken. Je weet niet hoe gauw je weer afstand moet nemen.

Short PeopleMaar het blijkt voor veel luisteraars moeilijk te zijn om personage en artiest uit elkaar te houden. Newman ervoer dat aan den lijve bij zijn hit Short People uit 1977. De regels ‘Short people got no reason to live’ en ‘don’t want no short people round here’ leverden de zanger een aantal bedreigingen op – ja, ook toen al – en bijna een radioboycot. Dat de tekst ironisch bedoeld was, dat de ik-figuur juist niet de mening van de zanger van het liedje vertegenwoordigde, ging er bij een groot deel van het publiek niet in.

Darth VaderNee, de artiest die klootzakken, hypocrieten of andere slechteriken als ik-figuur in een liedje opvoert, maakt het zichzelf allesbehalve gemakkelijk. Maar het levert wel spannende muziek op die je op het verkeerde been zetten en je laten nadenken – en die je nooit meer vergeet.

Ken jij meer sterke voorbeelden van goeie nummers met slechte mensen? Laat het weten bij Geef Een Reactie hieronder!

Bewonderen met een hoofdletter B

voeten wassen glas in loodBewonderen is een belangrijke vaardigheid. Je zou het op school moeten leren. Het is moeilijker dan bekritiseren, want als bewonderaar moet je je nederig opstellen. Maar er staat tegenover dat het je veel kan opleveren: iets van de kwaliteiten van de held zullen vast op je afstralen, gaan misschien zelfs op je over. Dit idee – of bijgeloof – ligt vermoedelijk aan de basis van het tribute-album, een klein en fijn genre in de popmuziek.

Dinah sings Bessie SmithTribute-albums van één artiest, geheel gewijd aan een andere artiest, zijn in de jaren 50 en 60 behoorlijk populair. Bijvoorbeeld Dinah Washingtons Dinah sings Bessie Smith uit 1958 of Stevie Wonders Tribute to Uncle Ray (voor Ray Charles) uit 1962, naast de talloze albums met Beatle-nummers in de meest uiteenlopende uitvoeringen, van barok en new age tot metal en reggae.

Lean On Me van José JamesIn de jaren daarna boet het genre aan populariteit in, zonder ooit helemaal te verdwijnen. Vanaf de jaren 80 lijkt het zelfs bezig aan een comeback. Jennifer Warnes ‘deed’ Leonard Cohen met Famous Blue Raincoat, 1987), BB King bewees eer aan Louis Jordan (Let the Good Times Roll, 1999), net als en Dr John aan Louis Armstrong (Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch, 2014), en vorig jaar presenteerde Gregory Porter Nat King Cole & Me. De nieuwste loot aan deze stam komt van souljazzzanger José James. Ter ere van de tachtigste verjaardag van Bill Withers maakte hij Lean on Me, geheel gevuld met covers van de soullegende.

Jose James 2008José James (1978) startte zijn carrière rond 2008, kreeg een contract bij het vermaarde jazzlabel Blue Note en beklom daarna gestaag de succesladder. In 2016 besloot hij zijn sound te vernieuwen. Hij ruilde zijn akoestische instrumentarium in voor elektronische. Met desastreuze gevolgen. Het publiek liep weg, tijdens concerten zelfs letterlijk.

Bill Withers met gitaarTijd voor bezinning dus, zoals blijkt uit een recent interview in de Volkskrant. Tijd om terug te keren naar de muzikale bron. En daar bij de bron trof James zijn oude held Bill Withers, de man van klassieke 70’s en 80’s hits als Ain’t No Sunshine, Use Me en Just The Two Of Us – en dat bleek de uitweg uit de impasse.

Nate SmithOp Lean On Me blijft James vrij dicht bij Withers’ oorspronkelijke uitvoeringen maar brengt ook subtiele wijzigingen aan, die goed uitpakken. Use Me heeft de oude vertrouwde groove, maar ook een fantastische sax-solo. Grandma’s Hands, met verlaagd tempo, klinkt nog indringender dan het origineel. Better Off Dead profiteert geweldig van de klasse van drummer Nate Smith en Lovely Day is een duet geworden – een fijne vondst. Daarbij is James’ stem geknipt voor dit werk: soepel, warm, precies, en zijn timbre ligt dicht genoeg bij dat van Withers om je af en toe even te laten denken dat je de oude meester hoort.

sportpodiumLean On Me is bewonderen met een grote B: er ontstaat een driehoeksrelatie tussen artiest, geëerde artiest en luisteraar. Met gunstige effecten voor alle drie. James lijkt zich in eerste instantie te ‘verlagen’ door een andere artiest boven zich te stellen, maar stapt daarna triomfantelijk samen met zijn held op de hoogste trede van het podium. En wij, het publiek? Wij genieten van de aangename (hernieuwde) kennismaking met het klassieke soulwerk, applaudisseren en kijken bewonderend naar de twee artiesten op. En iets van hen straalt af op ons.