blog

Goeie popcasts

podcastIn de media las ik dat podcasts helemaal hip, hot en happening zijn. Deze zorgvuldig gemaakte radioprogramma’s zouden vaak de diepgang bieden die elders ontbreekt. Ik vond het heel aanlokkelijk klinken, maar er was één probleem: wanneer moest ik in hemelsnaam naar zo’n podcast luisteren?

koptelefoon 2Als ik zit te lezen leidt het gesproken woord me te veel af. Autorijden en joggen doe ik bijna nooit en wandelen doe ik altijd samen met iemand anders. Het duurde een hele tijd, maar toen vond ik de oplossing – sinds kort kan men mij, getooid met draadloze koptelefoon (uitvinding van de eeuw!), op de maat van onhoorbare muziek in de keuken zien zwaaien met potten, pannen, pollepels en preistengels.

podcast imagesOp mijn telefoon staan de gratis apps Stitcher en RadioPublic, die toegang bieden tot een heleboel Engelstalige podcasts, onder meer over het belangwekkende onderwerp popmuziek. Vanwege de keuzestress beperk ik mij voorlopig tot twee ‘popcasts’: SwitchedOnPop en Song Exploder. Beide series wisselen gesproken woord en muziek op een prettige manier met elkaar af en combineren diepgang met een luchtige toon.

Martha and The VandellasSwitchedOnPop (Stitcher) wordt gepresenteerd door musicoloog Nate Sloan en liedjesschrijver Charlie Harding. In elke aflevering (30-55 min.) ontleden de twee mannen met enthousiasme wat een bepaald liedje nou zo goed maakt: klassiekers als Dancing In The Street van Martha and The Vandellas en I Get Around van The Beach Boys, maar ook hedendaagse hits van Drake of Katy Perry. Af en toe legt Nate een muziekterm uit, en dat geeft helemaal niet – daar word je alleen maar wijzer van.

Fleetwood MacIn Song Exploder (RadioPublic) onthult een artiest in 15-20 minuten stapsgewijs de ontstaansgeschiedenis van een bijzonder liedje uit zijn of haar repertoire, onder meer met demo-versies en afgekeurde opnames. Vaak zijn het nummers van nu, maar soms duikt men de geschiedenis in. Zo doet Lindsay Buckingham van Fleetwood Mac de oorsprong van Go Your Own Way (Rumours, 1977) uit de doeken, inclusief de bijbehorende relatieperikelen tussen hemzelf en Stevie Nicks. Het bijzondere van Song Exploder is dat je een lied als het ware onder je oren hoort ontstaan – best verslavend.

Jan RotGelukkig zijn popcasts geen louter Engelstalige aangelegenheid. In de serie Met Groenteman in de kast interviewt journalist Gijs Groenteman wekelijks iemand die hem onlangs in het nieuws is opgevallen, en dat zijn geregeld popartiesten, zoals singer-songwriters Yorick van Norden, Spinvis en Jan Rot. Groenteman gaat echt de diepte in – deze podcasts duren ongeveer een uur.

Kok Keuken HandenMijn conclusie: de positieve verhalen over podcasts zijn niet overdreven. Je moet er alleen even wat tijd voor vrijmaken en een goede gelegenheid vinden om ernaar te luisteren. Maar hoe moeilijk kan dat zijn?

Waarom hebben sommige artiesten vooral mannen of juist vrouwen als fans?

GendertekensAls je geregeld naar een popconcert gaat, moet het je zijn opgevallen: de man-vrouwverhouding in het publiek is soms wel heel scheef. Hoe komt dat, waarom hebben sommige acts vooral mannelijke of vooral vrouwelijke fans? Over deze prangende gender-kwestie breek ik me al lange tijd vergeefs het hoofd. En vandaag roep ik je hulp in.

Jon Bon JoviIk heb wel een paar voorzichtige hypotheses. De eerste, meest voor de hand liggende: uiterlijk. Een opvallend knappe mannelijke act – denk aan Justin Bieber, John Mayer, Jon Bon Jovi– trekt vaak veel vrouwelijke fans. Andersom bestaat het publiek van Taylor Swift, Katy Perry, Beyoncé of Mariah Carey volgens mijn – beperkte – observaties echter niet vooral uit mannen. Soul/R&B-zangeressen Lauryn Hill en Erykah Badu schijnen wel een grote mannelijke fanbase te hebben. Ik heb geen idee waarom.

marianne faithfullDe tweede: sexyness. Toch net iets anders dan een knap uiterlijk. Hoe verklaar je anders dat lelijke apen als Mick Jagger en Keith Richards altijd al zo goed hebben gelegen bij de dames? En dat doorleefde types als Marianne Faithful en Lucinda Williams ook nu nog zoveel heren op de been krijgen? Met deze hypothese word ik al iets warmer, geloof ik.

Larry CarltonNummer drie: muziekgenre. Daar zijn ook concrete aanwijzingen voor. Zo schijnt R&B vooral  vrouwelijke fans te trekken, en blues(rock) juist overwegend mannen – bewijs voor dat laatste persoonlijk waargenomen op het festival Ribs & Blues in Raalte. Ook vrijwel exclusief voor mannen: ‘muzikantenmuziek’ met vernuftige akkoordenreeksen en virtuoze solo’s (Steely Dan, Richard Thompson, Larry Carlton). Het publiek bij deze optredens heeft het overigens te druk met de kunst van de gitaargoden afkijken om de vrouwen te missen.

Tori AmosLast but not least: de teksten. Iets in de toon of in de onderwerpen die de artiest kiest, maakt dat mannen of vrouwen er bijna exclusief op aanslaan. Zo heb ik het vermoeden – flinke slag om de arm – dat sommige vrouwelijke singer-songwriters vooral voor seksegenoten zingen (Tori Amos, Alanis Morisette, Sinéad O’Connor), omdat zij in hun liedjes nadrukkelijker dan anderen de positie van vrouwen vertegenwoordigen.

David BowieHet is duidelijk: ik speculeer, zoek, twijfel, spreek mezelf tegen en zit vol met vooroordelen. En ik mis harde gegevens. Ik kom er niet uit. Zelfs gender-bender David Bowie, een artiest met een behoorlijk evenwichtige fanbase, helpt me met zijn Boys Keep Swinging niet uit de brand.

Heb jíj een idee waarom sommige acts zo’n sekse-scheve fanbase hebben – laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder! Met de wisdom of the crowds komen we misschien steeds dichter bij een definitieve verklaring. Alvast veel dank voor je hulp!

Vreemd volk

The Byrds hoesWat kent folkmuziek, zowel de Britse als de Amerikaanse variant, toch een bijzondere flexibiliteit. Hoe diep de wortels van het genre ook reiken, het zuigt even gemakkelijk invloeden uit rock, country en pop in zich op (Dylan, Byrds, Fairport Convention) als uit jazz (Van Morrison, Joni Mitchell, John Martyn of, recenter, Ryley Walker). En bij de folkartiesten van nu valt vooral de bloeiende samenwerking met moderne elektronica op.

Alice in Wonderland titelMaar het allerleukste aan folk vind ik het weirde dat je er vaak in aantreft: als luisteraar ben je als Alice die door een spiegel in een wonderwereld stapt: klein is daar groot, groot is klein, sprookjesfiguren lopen naast gewone mensen, een servies is een drumstel, de tijd stroomt trager. Even is het raar, maar al snel vind je het zo logisch als wat. Vandaag presenteert Goeie Nummers vier van die vreemde moderne folkies, drie van eigen bodem en eentje uit de VS.

Andrew Bird1De Amerikaan Andrew Bird (1973) timmert al een tijdje aan de weg. Sinds zijn solodebuut Weather Systems (2003) bracht de klassiek geschoolde multi-instrumentalist tien platen vol muzikale verrassingen uit. Bird is beïnvloed door Ierse en Schotse folk, klassieke muziek en jazz, maar werkt ook met repeterende loops. Zijn album Break It Yourself (2012) geeft een goed beeld van zijn fraaie melodieën en eigenzinnige gevoel voor humor.

Eerie Wanda2Eerie Wanda is het geesteskind van de Nederlands-Kroatische Marina Tadic. Na debuutalbum Hum (2016) verscheen onlangs opvolger Pet Towns. Centraal staan akoestische gitaar en dromerige zanglijnen, daarachter doemt af en toe een gek retro-orgeltje op, wat suggestieve percussie, flarden Beach Boys, Jefferson Airplane, Beach House, een elektrische gitaar. De liedjes lijken eenvoudig, maar suggereren steeds een dubbele bodem. Check out de nieuwe single Moon.

Eefje de VisserEefje de Visser (1986) is de enige neofolkie in dit rijtje die in het Nederlands zingt. De Utrechtse won in 2009 de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriter en maakte tot nu toe drie goed ontvangen albums vol ingenieuze en poëtische liedjes. De zangeres-gitariste werkt steeds nadrukkelijker met elektronica en laat zich live soms louter door loops en drumcomputer begeleiden. Hier is De Visser met Jong.

LuwtenDe muziek van Luwten, de band van Tessa Douwstra, wordt wel knisper-folktronic genoemd, geen gekke benaming. Op het titelloze debuutalbum uit 2017 werkt Douwstra samen met geluidskunstenaar-percussionist Frank Wienk (aka Brinkbeats). Rondom Douwstra’s hypnotiserende zang, die soms doet denken aan Suzanne Vega, bouwt Wienk een minimalistisch geluidsdecor dat toch warm aanvoelt. Bekijk hier In Over My Head II, live met 14-koppige bezetting.

Alice in WonderlandBijzonder hoe deze artiesten de oude traditie koppelen aan een 21e-eeuws levensgevoel, met soundscapes die toegang bieden tot een parallelle werkelijkheid, ver weg van de moderne wereld van sociale media, drukte en sociale druk. Check gerust in, zou ik zeggen.

Nog niet verzadigd met moderne folk? Check out de fijne YouTube-playlist Wanderlust.

 

Het mooiste lied over regen

regen in een plasAangestoken door het weer van deze week ging ik op zoek naar het mooiste poplied over regen. Wie zoiets onderneemt moet wel tegen een beetje nattigheid bestand zijn. De overvloed dus eerst maar eens ingedamd: nummers als It’s Raining Men (Weather Girls) of It’s Raining Love (Ariana Grande) vielen af – het moest gaan over eerlijke echte regendruppels. Regenboog- en onweerliedjes dus idem dito, evenals filmsongs als Singing in the Rain en Raindrops Keep Fallin’ On My Head – het liedje moest zich zonder visuele hulp kunnen redden.

schilderij ark van noachBij het doorwaden van alles wat dan overblijft, valt op dat regen echt multifunctioneel is: het kan heel verschillende, zelfs totaal tegengestelde betekenissen krijgen. De eerste: straf. De basis voor dit oerbeeld is natuurlijk de oudtestamentische zondvloed die Noach met familie en dieren in de ark wisten te overleven. Voorbeelden: oer-apocalypsnummers A Hard Rain’s A Gonna Fall (Bob Dylan) en Who’ll Stop The Rain (Creedence Clearwater Revival) en het veel recentere Dirty Rain (Andrew Combs).

regen en plantHet hemelwater kan ook groei symboliseren: Make it Rain (Anouk), Mooie Regen (Sido Martens). Of romantiek: de verliefden in Walking in the Rain With the One I Love (Barry White) en Walk Between Raindrops (Donald Fagen) voelen zich door de neervallende druppels alleen maar specialer. Zelfs aan de andere kant van een relatie, bij liefdesverdriet, komt regen van pas: het mengt zo goed met tranen dat het gebroken hart zich door het universum gekoesterd voelt: zie Rain Down on Me (Thomas Dybdahl).

amos leeMaar meestal betekent regen ‘gewoon’ somberheid en eenzaamheid. Logisch. Het gevoel opgesloten te zitten, twijfelend of die plensbui ooit nog ophoudt, het is voor velen herkenbaar. Voorbeelden uit eigen land: Ritme van de Regen (Rob de Nijs), Regenblues (Daniël Lohues). Van over de grens: I Can’t Stand The Rain (Ann Peebles), It Started To Rain (Amos Lee).

rainy night in georgia brook bentonHet mooiste regenlied blijft voor mij toch Rainy Night in Georgia. Vaak gecoverd en daarom misschien geen erg verrassende keuze, maar wel terecht, al was het maar als eerbetoon aan de in 2018 overleden Tony Joe White. White schreef het nummer in 1967, soulzanger Brook Benton had er in 1970 een dijk van een hit mee.

tony joe whiteTony Joe White is altijd goed met beelden, of het nu gaat om steamy windows of polk salad. In Rainy Night in Georgia wordt de zanger op zijn zoektocht naar een warm onderkomen ver van huis omringd door een koffer, autobussen, taxi’s, neonreclames en de gestaag neervallende regen. Een portretfoto van zijn geliefde biedt nog een beetje troost, en dat is ook meer dan welkom: ‘Lord, I believe it’s rainin’ all over the world’. Meer woorden waren niet nodig om dit tot een klassiek regenlied te maken.

Ken je meer onvergetelijke regenliedjes? Laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder!

 

 

Een spijkerjasje met een ziel

japanVoor Japanners heeft alles in de wereld een ziel – ook dieren, planten, stenen en andere stoffelijke zaken. In ons romantische Westen loopt er juist een diepe scheidslijn tussen de bezielde mensheid en – afgezien van huisdieren en paarden – de ‘zielloze’ rest. Ook in de popmuziek. Popliedjes gaan over mensen en hun verwikkelingen. Over liefde of het gebrek daaraan. En niet over dingen. Maar sommige artiesten lappen die regel aan hun laars en getuigen toch gewoon van hun onbetamelijke liefde voor stoffelijke zaken.

Neil Young bij zijn auto met zijn band The SquiresHet eerste liedje waarvan ik besefte – pas later, overigens – dat het over een ding ging, was Long May You Run van The Stills-Young Band. Een zonnig hitje uit 1976, ontsproten aan het brein van Neil Young (1945). De ‘you’ uit de titel bleek geen geliefde, vriend of vriendin, maar een auto: de Canadees brengt een eerbetoon aan zijn geliefde ‘Mort’, de Buick-lijkwagen waarmee hij begin jaren 60 met zijn eerste bandje door zijn vaderland toerde.

Fred Eaglesmith met hoedEen andere liedjesschrijver die zeker zoveel van spullen houdt als van mensen, is Fred Eaglesmith – toevallig of niet ook een Canadees. Eaglesmith is verzot op treinen, auto’s, motorfietsen en andere machines. Zoals te horen is in 18 Wheels. Zijn machineliefde belet hem overigens niet om ook mooie songs over ménsen maken, zoals deze ode aan zijn overleden vader.

The JacketMaar het mooiste ding-liedje staat wat mij betreft voorlopig op naam van country-artieste Ashley McBryde (1983). De Amerikaanse singer-songwriter, vorig jaar debuterend met het album Girl Going Nowhere, focust niet op een auto maar op kleding. (Inderdaad, deze voorbeelden suggereren dat traditionele man-vrouw-patronen ook in de rock-‘n-roll behoorlijk standvastig zijn.)

Willie Nelson in spijkerjackIn The Jacket gaat het, passend bij deze outlaw-artieste, om een spijkerjasje. Het jasje van een vader. Een gehavend kledingstuk, met een ontbrekende knoop en slijtplekken op de ellebogen. Wordt het niet eens tijd om het weg te doen, pa, zegt dochterlief. Kan niet, zegt vader. Zijn leven zit in dat jasje. Als het regende, hing hij het om de schouders van haar moeder. Liftend naar Boulder, naar Willie Nelson-concerten, een nacht in de cel – waar hij ook ging, in goede en slechte tijden, het spijkerjasje was erbij, zegt hij terwijl hij zijn dochter omhelst.

Ashley McBrideEn het verhaal van het jasje gaat verder. Al bijna op het eind van het lied houdt McBryde even in en zingt dan: ‘It ain’t much to look at, but he let me have it,’ en ze vervolgt: ‘So I could feel his arms around me in that old jeans jacket.’ Een bijzonder geschenk voor een dochter die de wijde wereld in trekt om haar eigen weg te zoeken. Een schild om de elementen, lelijke woorden en tegenslagen mee op te vangen.

leap of faithAls luisteraar kruip je in dit lied in de huid van de dochter, maar ik – als vader van een al behoorlijk zelfstandige vijftienjarige – kijk ook mee vanaf de andere kant. Ik begin me al voor te stellen hoe het is om mijn dochter los te laten. Niet gemakkelijk. Je zou ze toch het liefst voor altijd voor alle ellende en gevaar behoeden. De oplossing van deze vader is zo gek nog niet, en vereist maar een kleine leap of faith: dingen hebben van zichzelf dan misschien geen ziel, ze kunnen die wel verwérven.

Guilty pleasure – Gilbert O’Sullivan

Gilbert O'SullivanIn het kader van de Guilty Pleasures – muziek die we heimelijk en ondanks de smaakpolitie mooi vinden – kwam ik  eerder al uit de kast met Neil Diamond, ABBA, Randy Crawford en Chris Rea. Gilbert O’Sullivan past mooi in dat rijtje.

Gilbert O'Sullivan met pet aan pianoIn het begin van mijn popliefhebbersbestaan, begin jaren 70, was O’Sullivan nauwelijks van AVRO’s Toppop en uit de Top 40 weg te slaan: een slungelig type achter een piano, ouderwets gekleed, aanvankelijk altijd met een pet op het hoofd. Hij zong fijne liedjes die zich vast in je hoofd nestelden, zoals Clair, Get Down, Matrimony en Alone Again (Naturally).

Gilbert O'Sullivan4 met pianoIn de tweede helft van de jaren 70 werden O’Sullivans fijnzinnige klanken verdreven door het geweld van punk en new wave. Hij verdween snel van het poptoneel en kwam – in elk geval bij mij – buiten gehoorsafstand terecht. Maar onder de radar bleven zijn liedjes natuurlijk bestaan, dat is het mooie van muziek. En een paar weken geleden tijdens de Top 2000 hoorde ik het mooi-melancholieke Nothing Rhymed weer – gelukkig ook door anderen nog niet vergeten.

hoes Clair Gilbert O SullivanToen ik daarna een verzamelalbum van O’Sullivan ging beluisteren, met deels onbekende liedjes, was ik verbaasd. Net als bijvoorbeeld bij The Beatles klinkt zijn werk van veertig jaar geleden namelijk nog steeds uitermate fris. Hoe kan dat? Oké, er is natuurlijk het aangenaam-nasale stemgeluid, dat enigszins doet denken aan Graham Nash, en de smaakvolle productie met blazers en strijkers – maar er moet meer aan de hand zijn.

piano1Zijn stijl doet denken aan Harry Nilsson, The Carpenters, Billy Joel, Ben Folds, Elton John, dat soort artiesten. Mensen die hun muziek niet, zoals veel andere popartiesten, op de gitaar componeren maar op de piano, waarop je gelijktijdig verschillende melodieën kunt spelen. Ook bij hen hoor je het soort verrassende akkoordenwisselingen en melodieën die O’Sullivans liedjes kenmerken – en die je weinig aantreft bij de gitarist-liedjesschrijvers.

Gilbert O'Sullivan nuEen zoektocht op het web bracht daarna aan het licht dat O’Sullivan nog steeds actief is in de muziek. Zo maakte hij vorig jaar nog een album met de bekende producer Ethan Johns, kortweg getiteld Gilbert O’Sullivan. Op dat nieuwe album, te vinden op Spotify, hoor je al zijn kwaliteiten gewoon terug. Allang niet hip meer, en in popland inmiddels bijna zo zeldzaam als een neushoorn in Afrika. Zonde, want de huidige hitparade staat vol liedjes die ritmisch prima in orde zijn, maar qua melodie is het huilen met de pet op. De hitparade kan best een injectie O’Sullivan gebruiken.

Het mooiste droomliedje

Jozef legt de dromen van de farao uit

Jozef legt de dromen van de farao uit

Sommige mensen vertellen graag hun dromen aan anderen. Ik zit meestal niet zo op die verhalen te wachten, want ze zijn natuurlijk bijna altijd onsamenhangend. Bovendien zijn dromen bedrog. Of niet? Er zijn liedjes die de algemene regel lijken tegen te spreken.

belle & sebastianDe Schotse indieband Belle And Sebastian heeft verschillende droomnummers op het repertoire staan. Een van de fraaiste is Judy And The Dream of Horses (If You’re Feeling Sinister, 1996). Voor deze Judy lijkt de werkelijkheid van opgroeien en volwassen worden vele malen moeilijker dan haar dromen, geïnspireerd door de kinderboeken die ze vroeger met een zaklamp onder de dekens las. Het liedje lijkt ons op te roepen om de kinderlijke onschuld in onszelf terug te vinden.

399px-Augustine_of_HippoIn Bob Dylans I Dreamed I Saw St. Augustine (John Wesley Harding, 1967) is de toon ernstig en verontrustend. Zo concreet schetst Dylan de historische figuur van kerkvader Augustinus (354-430), zwervend door de straten, een gouden mantel om de schouders, een deken onder de arm, dat je de droombeelden zo voor je ziet. En met de zanger word je in het laatste couplet met de dood in het hart wakker: ‘And I dreamed I was amongst the ones / That put him out to death / Oh, I awoke in anger / So alone and terrified / I put my fingers against the glass / And bowed my head and cried.’ Die droom zul je niet licht vergeten.

Sail AwayLast Night I Had a Dream van Randy Newman (Sail Away, 1972) is misschien wel het mooiste droomliedje ooit. Of anders toch wel het meest indringende. De ik-figuur,  ondersteund door dreigende bluesy akkoorden, vertelt zijn geliefde wat hij die nacht in zijn hoofd heeft beleefd. Al zijn bekenden kwamen in de droom voor, zegt hij, en die van haar ook. Tot zover niks aan de hand, maar dan komt het: ‘I saw a vampire, I saw a ghost, and everybody scared me, you scared me the most.’

tuinfeestjeDe verklaring volgt in het tussenstuk. De sfeer van de droom slaat om – gesymboliseerd door een gezellig countrydeuntje met tingeltangel-piano – en de ik-figuur is op een soort tuinfeest, iedereen is vrolijk. Maar wat zegt zijn geliefde daar, liggend in het gras? Terwijl de stemming met behulp van Ry Cooders huiveringwekkende slide-gitaar weer omslaat naar inktzwarte blues, vraagt zij hem: ‘Honey, can you tell me what your name is?’ En nog eens: ‘Honey, can you tell me what your name is?’ De ik-figuur weet niets anders uit te brengen dan: ‘You know what my name is.’

FreudDit noem je geen droom meer, dit is gewoon een nachtmerrie. Freud zou er wel raad mee weten, net als waarschijnlijk vele hedendaagse droomduiders. Deze droombekentenis maakt ook razend nieuwsgierig naar het vervolg. Het kan niet anders of het droomverhaal vormt de opmaat naar een belangwekkend gesprek tussen de twee geliefden. Ik zou daar dolgraag als een vlieg op de muur bij aanwezig zijn. Daar dagdroom ík dan weer over.

Ken jij meer mooie droomliedjes? Deel ze hieronder!

Je kinderen opvoeden met goede muziek

muziek oudheidOpvoeden is een fikse klus. Een hele industrie houdt zich ermee bezig en veel ouders zijn er ook maar druk mee. En een van de voornaamste onderdelen van de opvoeding, al sinds de oudheid, is de muziek. PlatoDe Griekse wijsgeer Plato (ca. 427-347 v.C.) zag muziek als de belangrijkste stimulans voor de geest. Wanneer muziek centraal staat in de opvoeding van een jongeman, zo stelde de Griekse denker (hij had het niet over vrouwelijke leerlingen), dan zal hij zich ontwikkelen tot een filosofisch denker. Dat was dus goed. Schopenhauer postzegelOok latere filosofen kenden de muziek een belangrijke plaats toe in de opvoeding, zoals Arthur Schopenhauer (1788-1860) en Friedrich Nietzsche (1844-1900). Voor Schopenhauer stond muziek rechtstreeks in contact met ‘het geheim van de wereld’. Nietzsche vond muziek belangrijk omdat het ‘onze gedachten naar boven kan leiden, zodat het ons verheft.’ erik-scherderDe huidige hersenwetenschap geeft Plato, Schopenhauer en Nietzsche een steuntje in de rug. Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder van de VU stelt op basis van onderzoek dat muziek maken buitengewoon gunstig is voor de ontwikkeling van het brein – en pleit daarom hartstochtelijk voor de terugkeer van goed muziekonderwijs op school. Buddy HollyAls ouder zie ik als rol voor mezelf vooral: de kinderen een goede muzieksmaak bijbrengen. Ik ben daar dus al vroeg mee begonnen. Toen onze oudste nog in de buik zat, draaide ik Buddy Holly, Ray Charles, Bob Dylan, Aretha Franklin en The Beatles totdat het mijn vrouw op de zenuwen begon te werken. De jaren daarna danste ik met mijn dochter op I Wish en Superstition van Stevie Wonder – en oké, ook weleens op Kusjesdag en MaMaSé! van K3. The Rhythm of the SaintsMet de jongste pakte ik het wat subtieler aan. Terwijl we samen een spelletje deden of een puzzel maakten, zette ik zonder er speciaal de aandacht op te vestigen Paul Simons The Rhythm of the Saints of Eric Claptons JJ Cale-tribute The Breeze op. Of een album van Spinvis. Priming noemen ze dat geloof ik in de beïnvloedingswetenschap. Bij het aankweken van een goede muzieksmaak mag je immers geen middel onbeproefd laten. Ariana GrandeInmiddels zijn de kinderen 15 en 12. Ze luisteren op hun telefoontjes naar de popsterren van nu: Ariana Grande, Katy Perry en Bruno Mars. Naar Nederlandstalige rappers als Ronnie Flex, Famke Louise en Boef. Naar andere artiesten die bij mij het ene oor in en het andere oor uit gaan. Veel succes lijk ik dus niet gehad te hebben. Of is dat maar schijn? surprise Abbey RoadDe afgelopen tijd zet mijn zoon geregeld uit vrije wil Michael Jacksons Greatest Hits op, en vraagt hij om The Breeze als we weer eens een puzzel gaan leggen. En samen zingen broer en zus uit volle borst mee met Let’s Get It On en It Takes Two van Marvin Gaye. Klap op de vuurpijl was de Abbey Road Sinterklaas-surprise die dochterlief dit jaar voor me had gemaakt – zie hiernaast. Mag ik stiekem hopen dat mijn muzikale opvoeding uiteindelijk toch vruchten heeft afgeworpen? Naschrift 4 april 2025: Inmiddels zijn mijn kinderen 21 en 19. De oudste is op kamers, ze treedt af te toe op als dj. De muziek die ze dan draait: ik heb geen idee. De jongste kocht laatst zelf twee cd’s: City to City van Gerry Rafferty uit 1978 en Seven Psalms van Paul Simon uit 2023. Ik beschouw de muzikale opvoeding als geslaagd, en ik ervaar vooral hoe leuk het is om met je kind over goeie nummers te praten!

De mooiste moordballade

moord & doodslagZe zijn gruwelijk en meeslepend. Dramatisch en tragisch. Uitersten komen erin tot uitdrukking: moordballades. Tragische verhalen van wraak en woede, waarin liefde in haat verandert en geweld het enige antwoord lijkt op krenking of onvervuld verlangen.

Jimi HendrixHet eerste moordlied dat ik bewust hoorde, was Hey Joe in de beroemde uitvoering van Jimi Hendrix, over een bedrogen echtgenoot die wraak neemt op zijn vrouw. Het tweede was de even gruwelijke als sprookjesachtige ‘Kinderballade’ van Boudewijn de Groot, met tekst van Gerrit Komrij, bijna meer een pastiche dan een rasechte moordsong.

Meertens InstituutDe moordballade kent een lange historie, ook in ons eigen taalgebied. Wie in de Nederlandse Liederenbank van het Meertens Instituut ‘moordlied’ typt, kan zien dat er in de loop van onze geschiedenis al zeker 671 medemensen naar de andere wereld zijn gezongen. En het genre is, zeker in de VS, nog steeds springlevend. Eerbiedwaardige songwriters als Willie Nelson (Red Headed Stranger) en Lyle Lovett (L.A. County) waagden zich eraan.

Nick CaveDe plot van een moordballade is bijna altijd eenvoudig, de personen worden getekend met grove penseelstreken, het melodrama ligt op de loer. Maar er is passie, er is spanning – dat is de kracht ervan. Daarom zijn het waarschijnlijk ook vaker grote persoonlijkheden dan fluwelen zangers die liedjes over moord en doodslag op hun repertoire hebben staan: Bob Dylan (Pay in Blood, Baby Please Stop Crying), Johnny Cash (I Hung My Head) en natuurlijk top-moordballadeer Nick Cave. De Australiër vulde er zelfs een heel album mee (Murder Ballads, 1996).

Jason IsbellToch zijn er ook fijnzinnigere varianten, zoals Wichita van singer-songwriter Gretchen Peters, waarin we het relaas horen van een 12-jarig meisje dat het recht in eigen hand neemt. De prijs voor de mooiste moordballade gaat wat mij betreft naar Jason Isbell. In Yvette, van zijn album Southeastern (2013), laat de jonge Amerikaanse alt.countryzanger ons in de huid kruipen van een getormenteerde middelbare scholier die geïntrigeerd is door zijn stille klasgenote en haar stiekem volgt naar haar huis. Luister en huiver.

Ken je meer goeie nummers of moord en doodslag? Laat het hieronder weten bij Reacties!

 

 

 

Namedropping – I Feel Lucky

the purple rose of cairo2Artiesten die andere artiesten noemen in hun liedjes – ik ben er gek op. Waarschijnlijk komt dat vooral door het komische effect dat fictie en werkelijkheid opeens door elkaar gaan lopen, een beetje zoals in Woody Allens The Purple Rose of Cairo.

Maarten van RoozendaalHoe zou het voor de genamedropte artiest zijn om zichzelf opeens als lied-personage tegen te komen? Best vreemd, lijkt me, maar ook vleiend. Namedropping komt immers meestal voort uit bewondering of uit een gevoel van verwantschap, zoals in Hail Hail Rock ’n Roll van Garland Jeffreys, of in Randy (Het Wilde Westen, 2008) van de betreurde Maarten van Roozendaal – waarin de Nederlandse zanger zijn geestverwant Randy Newman voorstelt om samen een lied te schrijven dat de wereld gaat redden. Een heerlijk ironische Newman-pastiche.

janis ianMaar het kan natuurlijk ook anders uitpakken. Bijvoorbeeld als collega’s je naam opvoeren om je een flinke veeg uit de pan te geven, zoals Neil Young overkwam in Sweet Home Alabama van Lynyrd Skynyrd. Of als je, zoals countrysterren Emmylou Harris, Loretta Lynne en Dolly Parton, een paar schampschoten oplopen in Boots Like Emmy Lou’s (God & The FBI, 2000) van collega Janis Ian.

country boots girlsIans lied is veel meer tongue-in-cheek dan Sweet Home Alabama, maar de singer-songwriter neemt haar vrouwelijke collega’s wel aardig op de korrel. Had ze maar laarzen zoals Emmy Lou, verzucht ze, dan zou haar leven net zo luxueus en zorgeloos zijn als dat van hen, om nog maar te zwijgen van die gegarandeerde plek in de hemel. Ondanks alle wisecracks – en Ians kennelijke fascinatie voor c&w-schoenmode – wordt hier stevig geschopt tegen de zelfingenomenheid en oppervlakkigheid van de commerciële country-wereld.

Mary Chapin Carpenter2Een van de lekkerste namedropping-songs komt juist uit de (alt-)country: I Feel Lucky van Mary Chapin Carpenter uit 1992, hier in een live-uitvoering met puike begeleidingsband. Het opgewekte boogie-achtige countrynummer, dat in de VS en Canada de top 5 van de country-hitlijsten bereikte, gaat in letterlijke zin over geluk in de loterij, maar de kracht zit hem in de aanstekelijke geëmancipeerde boodschap.

Mary Chapin CarpenterDe hoofdpersoon van I Feel Lucky wint de jackpot – niet door de horoscoop te lezen of naar alle waarschuwingen uit haar omgeving te luisteren, maar gewoon door in zichzelf te geloven. En nu barst ze van het zelfvertrouwen: haar kan niets gebeuren, met haar elf miljoen dollar kan ze kopen en weggeven wat ze wil.

hot dogEn dan wordt ze ook nog begeerd door twee van haar opkomende mannelijke country-collega’s uit die tijd: Dwight Yoakam en Lyle Lovett. De een beloert haar vanuit een hoekje, de ander maakt concreet avances. De zangeres is best gestreeld door die aandacht, hoor, maar ze is geen bot om om te vechten: ‘Hey Dwight, hey Lyle, boys, you don’t have to fight. Hot dog, I feel lucky tonight.’ De rol die de twee heren in deze namedropping-song krijgen toebedeeld is maar bescheiden. De dame deelt de lakens uit. Zo kan het ook.

 

 

Goeie nummers over slechte mensen

successful lyric writingJaren geleden las ik het Amerikaanse lesboek Successful Lyric Writing, geschreven door Sheila Davis. Een van haar eerste adviezen voor (aanstaande) liedjesschrijvers luidt: stel degene die het lied zingt (meestal de ik-figuur) in een gunstig daglicht. Maak diegene zo ‘likable’ dat je publiek zich er gemakkelijk mee kan identificeren en zich daarom graag door het liedje laat meeslepen.

the boxerEn in negen van de tien liedjes werkt het ook zo, bijvoorbeeld door de bescheidenheidsformule: ‘I am just a poor boy though my story’s seldom told’ (Simon & Garfunkel, The Boxer) of ‘Ik heb geen cent te makken en ik heb nooit een vak geleerd (De Dijk, Nergens Goed Voor). Of door o zo herkenbare liefdesperikelen te vertellen (het ‘My baby’s gone and left me’ van talloze bluesnummers). Maar is het ook mogelijk om die regel een beetje op te rekken, of hem zelfs helemaal aan je laars te lappen?

randy-newman-jong-in-studio-met-orkestSinger-songwriter Randy Newman (Los Angeles, 1943) vindt kennelijk van wel. In de liedjes van de eigenzinnige Amerikaan is geregeld iemand aan het woord die behoorlijk onsympathiek of moreel weinig hoogstaand is. Je zou bijna kunnen zeggen dat Newman daar zijn handelsmerk van heeft gemaakt.

BirminghamIn het bekende Birmingham (van Good Old Boys uit 1974) horen we iemand die je niet zo gemakkelijk als goed of slecht kunt kwalificeren. Wat moet je aan met deze oerdegelijke burgerman die zo trots is op zijn woonplaats terwijl die destijds toch ook bij uitstek een plaats was van discriminatie en racistisch geweld? Je zingt het aanstekelijke refrein onwillekeurig mee, maar ondertussen blijft die ambivalentie door je hoofd zeuren. Newman zal zich bij die gedachte bij voorbaat al hebben verkneukeld.

Sail AwayEen ander mooi voorbeeld van Newmans dubieuze personages figureert in Sail Away, van het gelijknamige album uit 1972. In het eerste couplet heb je het nog niet door: ‘In America you’ll get food to eat / Won’t have to run through the jungle / And scuff up your feet / You’ll just sing about Jesus and drink wine all day / It’s great to be an American.’

randy-newman-met-piano2Tegen wie heeft hij het, en wie is hier eigenlijk aan het woord? Pas bij het tweede couplet krijg je het door. Je was bezig was je te identificeren met een denkbeeldige reclameman die in Afrika slaven komt ronselen, en de 20e-eeuwse sales pitch heeft zo weinig relatie met de historische werkelijkheid dat de tenen ervan krom trekken. Je weet niet hoe gauw je weer afstand moet nemen.

Short PeopleMaar het blijkt voor veel luisteraars moeilijk te zijn om personage en artiest uit elkaar te houden. Newman ervoer dat aan den lijve bij zijn hit Short People uit 1977. De regels ‘Short people got no reason to live’ en ‘don’t want no short people round here’ leverden de zanger een aantal bedreigingen op – ja, ook toen al – en bijna een radioboycot. Dat de tekst ironisch bedoeld was, dat de ik-figuur juist niet de mening van de zanger van het liedje vertegenwoordigde, ging er bij een groot deel van het publiek niet in.

Darth VaderNee, de artiest die klootzakken, hypocrieten of andere slechteriken als ik-figuur in een liedje opvoert, maakt het zichzelf allesbehalve gemakkelijk. Maar het levert wel spannende muziek op die je op het verkeerde been zetten en je laten nadenken – en die je nooit meer vergeet.

Ken jij meer sterke voorbeelden van goeie nummers met slechte mensen? Laat het weten bij Geef Een Reactie hieronder!

Bewonderen met een hoofdletter B

voeten wassen glas in loodBewonderen is een belangrijke vaardigheid. Je zou het op school moeten leren. Het is moeilijker dan bekritiseren, want als bewonderaar moet je je nederig opstellen. Maar er staat tegenover dat het je veel kan opleveren: iets van de kwaliteiten van de held zullen vast op je afstralen, gaan misschien zelfs op je over. Dit idee – of bijgeloof – ligt vermoedelijk aan de basis van het tribute-album, een klein en fijn genre in de popmuziek.

Dinah sings Bessie SmithTribute-albums van één artiest, geheel gewijd aan een andere artiest, zijn in de jaren 50 en 60 behoorlijk populair. Bijvoorbeeld Dinah Washingtons Dinah sings Bessie Smith uit 1958 of Stevie Wonders Tribute to Uncle Ray (voor Ray Charles) uit 1962, naast de talloze albums met Beatle-nummers in de meest uiteenlopende uitvoeringen, van barok en new age tot metal en reggae.

Lean On Me van José JamesIn de jaren daarna boet het genre aan populariteit in, zonder ooit helemaal te verdwijnen. Vanaf de jaren 80 lijkt het zelfs bezig aan een comeback. Jennifer Warnes ‘deed’ Leonard Cohen met Famous Blue Raincoat, 1987), BB King bewees eer aan Louis Jordan (Let the Good Times Roll, 1999), net als en Dr John aan Louis Armstrong (Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch, 2014), en vorig jaar presenteerde Gregory Porter Nat King Cole & Me. De nieuwste loot aan deze stam komt van souljazzzanger José James. Ter ere van de tachtigste verjaardag van Bill Withers maakte hij Lean on Me, geheel gevuld met covers van de soullegende.

Jose James 2008José James (1978) startte zijn carrière rond 2008, kreeg een contract bij het vermaarde jazzlabel Blue Note en beklom daarna gestaag de succesladder. In 2016 besloot hij zijn sound te vernieuwen. Hij ruilde zijn akoestische instrumentarium in voor elektronische. Met desastreuze gevolgen. Het publiek liep weg, tijdens concerten zelfs letterlijk.

Bill Withers met gitaarTijd voor bezinning dus, zoals blijkt uit een recent interview in de Volkskrant. Tijd om terug te keren naar de muzikale bron. En daar bij de bron trof James zijn oude held Bill Withers, de man van klassieke 70’s en 80’s hits als Ain’t No Sunshine, Use Me en Just The Two Of Us – en dat bleek de uitweg uit de impasse.

Nate SmithOp Lean On Me blijft James vrij dicht bij Withers’ oorspronkelijke uitvoeringen maar brengt ook subtiele wijzigingen aan, die goed uitpakken. Use Me heeft de oude vertrouwde groove, maar ook een fantastische sax-solo. Grandma’s Hands, met verlaagd tempo, klinkt nog indringender dan het origineel. Better Off Dead profiteert geweldig van de klasse van drummer Nate Smith en Lovely Day is een duet geworden – een fijne vondst. Daarbij is James’ stem geknipt voor dit werk: soepel, warm, precies, en zijn timbre ligt dicht genoeg bij dat van Withers om je af en toe even te laten denken dat je de oude meester hoort.

sportpodiumLean On Me is bewonderen met een grote B: er ontstaat een driehoeksrelatie tussen artiest, geëerde artiest en luisteraar. Met gunstige effecten voor alle drie. James lijkt zich in eerste instantie te ‘verlagen’ door een andere artiest boven zich te stellen, maar stapt daarna triomfantelijk samen met zijn held op de hoogste trede van het podium. En wij, het publiek? Wij genieten van de aangename (hernieuwde) kennismaking met het klassieke soulwerk, applaudisseren en kijken bewonderend naar de twee artiesten op. En iets van hen straalt af op ons.

 

Kippenvel – Haus am See

Sprechen Sie DeutschOp 6 juni 2009 komt een ongebruikelijk plaatje de Nederlandse Single Top 100 binnen. In de zesde week bereikt het de vierde plaats, om de lijst na een langzame afdaling pas op 24 oktober weer te verlaten. Niet slecht, maar ook niet heel bijzonder. Behalve als je bedenkt dat het om een Duitstalig nummer gaat.

338px-PeterFoxZanger-componist Peter Fox (geboren in 1971 als Pierre Baigorry) bevindt zich met Haus am See, afkomstig van zijn eerste soloalbum Stadtaffe uit 2008, in een klein rijtje Duitstalige artiesten dat een voet tussen de deur weet te krijgen in de ook bij ons zo Angelsaksisch geörienteerde popwereld. (Afgezien van schlagerzangers kom ik op: Nena, Rammstein, Kraftwerk, meer niet.) Het lied is dan ook een buitengewoon kunststukje, dat in de loop der jaren terecht uitgroeit van eendagsvlieg tot moderne klassieker:

Peter Fox2Op een bossa nova-achtig ritme, met soulkoortje en subtiele percussie, praatzingt de Berlijnse zanger zich in lekker vet Duits meteen weg uit zijn geboorteplaats:

Hier bin ich gebor’n und laufe durch die Straßen!
Kenn die Gesichter, jedes Haus und jeden Laden!
Ich muss mal weg, kenn jede Taube hier beim Namen.

Sirenen en Odysseus

Vervolgens neemt hij ons mee in een soort droom: de zon schijnt, een spannende vrouw stapt bij ons in de auto, we horen sirenen zingen, hebben de wind in de rug, alles zit mee. Als de strijkers inzetten, doen we onze ogen dicht en zien we het voor ons liggen: het huis aan het meer. Het is het zinnebeeld van alles wat de zanger zich wenst: een mooie vrouw, een grote schare nakomelingen, aandacht van iedereen, alles gaat vanzelf.

Huis aan meerIn het volgende couplet keert de zanger beladen met goud terug in zijn dorp, na vele avonturen, om bij het huis aan het meer een reusachtig feest te geven voor familie en oude vrienden. En op het eind van het lied lijkt de vervulling compleet: de twintig kinderen hebben zich vermeerderd tot honderd kleinkinderen, die cricket spelen (fijn detail) op het gazon.

Peter Fox4Maar is alles hier wat het lijkt? Met die herhalingen en die steeds dramatischer klinkende violen kruipt ook de twijfel binnen. Het beeld van succes, vrijheid en geborgenheid klinkt steeds wanhopiger. Misschien zoek ik er te veel achter, maar voor mij lijkt het lied uiteindelijk te zeggen: is dit echt de ultieme levensvervulling? Is dit alles wat we ons kunnen of moeten wensen? De laatste klanken van het lied klinken afgebroken, alsof de zanger zichzelf niet heeft weten te overtuigen.

hoes Stadtaffe Peter FoxDat idee wordt versterkt doordat Peter Fox na het grote succes van Stadtaffe (2008) terugkeerde naar de relatieve anonimiteit van zijn reggae- en dancehallband Seeed. De artiest wilde zijn privacy terug en maakte nooit meer een soloplaat. Bewust of onbewust had hij in Haus am See de keerzijde van succes en roem al voorvoeld of voorspeld. Kippenvel.

 

Waarom rijmen popliedjes?

protestantse kerkMoeten popteksten altijd rijmen? Niet per se natuurlijk, maar rijm is belangrijker dan je misschien zou denken. Recent onderzoek naar muziek binnen de protestantse kerk levert hier nieuw bewijs voor. In een binnenkort in Psychomusicology: Music, Mind, and Brain te verschijnen artikel toont de Utrechtse onderzoeker Yke Schotanus aan dat rijmende psalmen populairder waren dan andere, vooral als ze vergezeld gingen van een aantrekkelijke melodie.

hersenenHet leuke van deze conclusies is dat ze niet alleen betrekking hebben op de protestante kerk, psalmen en achterliggende eeuwen, maar net zo goed op de hedendaagse muziekwereld en ons 21e-eeuwse popliefhebbers. De hersenen van mensen, ongeacht hun geloof of muziekvoorkeur, werken immers allemaal vrijwel hetzelfde en zijn in de afgelopen eeuwen ook niet veranderd.

Processing fluencyMaar waarom is rijm in liedjes nou zo populair? Dat verschijnsel wordt verklaard door het relatief nieuwe begrip ‘verwerkingsgemak’ (processing fluency) uit de cognitieve psychologie. Hoe gemakkelijker onze hersenen een bepaald stukje informatie (tekst, muziek) kunnen verwerken, hoe fijner we dat vinden. We onthouden het beter en kunnen het gemakkelijk voor iemand anders herhalen. In huis-tuin-en-keukentaal: een zinnetje dat rijmt vinden we gewoon lekker.

Chuck BerryWaarschijnlijk heeft niemand dit zo goed begrepen als de vorig jaar overleden rock-’n-rollpionier Chuck Berry. Hij bedacht niet alleen vele klassiek geworden gitaarlicks, de duckwalk, de ‘coffee-coloured Cadillac’ en de ‘brown-eyed handsome man’, maar was bovenal een RijmMeester. Neem het openingscouplet van Johnny B. Goode, een dijk van een hit in 1958:

‘Deep down in Louisiana close to New Orleans
Way back up in the woods among the evergreens
There stood a log cabin made of earth and wood
Where lived a country boy named Johnny B Goode
Who never ever learned to read or write so well
But he could play the guitar just like ringin a bell’

Chuck Berry2Meer bewijzen voor Berry’s rijmende meesterschap nodig? Luister dan naar deze hitcollectie. Maar er is nóg een reden waarom rijm zo belangrijk is. Een onderzoek van de Amerikaanse sociale wetenschappers Matthew McGlone en Jessica Tofighbakhsh uit 2000 laat zien dat we uitspraken die we gemakkelijk verwerken ook als juister en waarheidsgetrouwer beschouwen.

Easy = TrueZe vroegen onderzoeksgroepen hoe waar ze twee verschillende gezegdes vonden: What sobriety conceals, alcohol reveals (Een dronken mond spreekt ’s hartens grond) en What sobriety conceals, alcohol unmasks. Wat denk je? De eerste zin werd als veel geloofwaardiger beschouwd dan de tweede. Met andere woorden: als je je liedje laat rijmen scoort het niet alleen beter, je inhoud is nog overtuigender ook. De kans dat je woorden werkelijkheid worden, neemt dus aanzienlijk toe.

Chuck Berry 2Een dergelijk effect zal Chuck Berry (onbewust) in gedachten hebben gehad toen hij zijn Thirty Days (1955) schreef, waarin een geliefde dringend wordt verzocht terug  naar huis te komen. Hier het slotcouplet:

‘If I don’t get no satisfaction from the judge
I’m gonna take it to the FBI and voice my grudge
If they don’t give me no consolation
I’m gonna take it to the United Nations
I’m gonna see that you be back home in thirty days’

Het mooiste lied voor vader

vader en zoon buitenWie zingt over de relatie met zijn vader of moeder begeeft zich op glad ijs. Het lied moet recht doen aan een band die zo persoonlijk en vertrouwd is dat woorden algauw tekortschieten – en tegelijk moet het de luisteraar meenemen in een intieme sfeer waarin buitenstaanders slechts schoorvoetend worden gedoogd.

Ilse DeLangeVerschillende liedjesschrijvers kiezen dan ook voor heel verschillende benaderingen. Stef Bos zong zijn levende vader rechtstreeks toe in het bekende Papa (1990), steevast hoog eindigend in de jaarlijkse Top 2000 van NPO Radio 2. In Ilse DeLanges ontroerende We Are One vloeien vader en dochter in elkaar over om het aanstaande verlies draaglijk te maken.

hoes Older Than My Old Man NowVeel vaker kiezen artiesten voor een bericht naar boven. De verhouding tussen singer-songwriter Loudon Wainwright III en Loudon Wainwright II was niet gemakkelijk, maar desondanks – of juist daarom – figureert Loudons vader veelvuldig in zijn liedjes, bijvoorbeeld Older Than My Old Man Now (2012). De Britse pubrocker Ian Dury leerde zijn verwekker, een trotse bus- en privéchauffeur, pas kort voor diens dood echt kennen, en eerde hem met My Old Man (1977).

Fred Eaglesmith met hoedHet wat mij betreft mooiste lied voor vader – dat gek genoeg nooit op lp of cd verscheen – staat op naam van Fred Eaglesmith. De Canadese singer-songwriter met Friese roots (in 1957 geboren als Frederick John Elgersma) schrijft vaak over machines, treinen, tractors, auto’s en motoren, maar is ook als geen ander in staat zijn publiek binnen een paar minuten zowel een vette schaterlach als tranen van ontroering te bezorgen. In The Dad Song doet Eaglesmith, met zijn karakteristieke gruizige stemgeluid, vooral dat laatste als hij over zijn overleden vader zingt:

The morning breaks like porcelain across an eastern sky / I stare across an open field, I sit and wonder why / Why the world’s so beautiful, and how come it’s so sad / It’s times like this I sure do miss my dad

zonsopkomst 2Zo herkenbaar, hoe na het verlies de wereld zich in al zijn onbegrijpelijkheid aan je opdringt. Zoveel schoonheid, waarvoor? Je kunt het niet eens delen. Na dit indringende begin geeft Eaglesmith je even lucht: de discussies met zijn kinderen over hun huidige (muziek)modes lijken verdacht veel op die tussen zijn vader en hemzelf destijds. Zoveel lijken ze dus op elkaar. Waarna de zanger toch weer bij het gemis uitkomt:

I think it’s the little things, the things that I forgot / How I’d love to hear him sing, how I’d love to hear him talk / If he’d be here with me, I’d give him everything we never had

handJa, zo is het. Zo herkenbaar. De kleine dagelijkse dingen mis je het meeste – een stem, een gebaar, een gewoonte –  dingen die zo vanzelfsprekend waren dat je ze nauwelijks opmerkte. Toen niet. Nu wel. Achteraf. Tot slot geeft de zanger ons in zijn slotregels een vriendelijk duwtje. Pak die hand, toe maar, nu kan het nog.

Fred Eaglesmith heeft ons op subtiele wijze in zijn binnenwereld toegelaten en ons zo herinnerd aan iets wat we wel weten maar soms toch vergeten. Dank je, Fred.

Ondergedompeld in R.E.M.

onderdompeling eendAls eigentijdse muziekluisteraar ben je vooral een zapper. Als het huidige liedje niet bevalt ga je naar het volgende, hoppend van de ene artiest naar de andere, door de genres heen. Een uitstekende manier om je beperkte luistertijd efficiënt te besteden – maar persoonlijk dompel ik me liever voor langere tijd onder in één soort muziek. Door naar een heel album (!) te luisteren of, liever nog, me een aantal dagen achter elkaar (!!) onder te dompelen in het oeuvre van een bepaalde groep of artiest – mits dat natuurlijk sterk en interessant genoeg is.

Van Morrison met lichte hoedVaak gaat het dan om een artiest die in de loop van de tijd uit mijn playlist was verdwenen en door een of andere aanleiding weer op mijn pad komt. Zo verdiepte ik me een tijdje geleden in Van Morrisons album Keep Me Singing (2016) – om vervolgens weer dagenlang door Ierland te dwalen met Van the Man en zijn vroege meesterwerken Astral Weeks, Moondance en Veedon Fleece.

r.e.m. kleurEn zo was ik de afgelopen week bijna steeds diep into R.E.M., nu naar aanleiding van een interview dat ik hield met de Utrechtse Nederamericanaband The Yearlings (hun album Skywriting komt uit in november, lekkere muziek hoor, hou ze in de gaten), voor wie R.E.M. een grote inspiratiebron is.

R.E.M. Losing My ReligionDe duik in de wereld van Michael Stipe c.s. leverde onverwachte indrukken op. De indieband uit Georgia fungeerde in de media vooral als onderwerp van een muziekpolitieke discussie (‘is R.E.M. niet te commercieel geworden?’) of als wegbereider voor bands als Nirvana en Pearl Jam. Maar wie anno 2018 gewoon naar ze gaat luisteren, wordt getroffen door de  ontzettend sterke liedjes en het tijdloze karakter van hun eigenzinnige mix van sixties folkrock en seventies/eighties new wave.

farfisa orgelNeem bijvoorbeeld Begin The Begin, zo’n melodieus punky nummer waarop R.E.M. het patent heeft, met een gepassioneerde tekst waaruit afkeer én liefde spreekt. Of Stand, met vette rock-‘n-rollriff van Buck en een lekker Farfisa-achtig orgeltje. Of Finest Worksong, – let op dat verrassende baswerk van Mike Mills op het eind. Of het tedere Imitation of Life, met weer zo’n vage tekst om in te verdwalen. Het etiket ‘nineties alternative rock’ blijkt totaal niet meer te passen – dit zijn moderne klassiekers. Met R.E.M. eiste de combinatie Melancholie + Kracht voorgoed zijn plek op in de rock-‘n-roll.

11076831_bcdc79d83c_z R.E.M. Pinkpop 1989Tijdens mijn duiktocht dacht ik terug aan R.E.M.’s optreden op Pinkpop 1989 – hoog in mijn persoonlijke Concert-Top 10 – waar frontman Stipe fungeerde als Sjamaan, Voorganger en Martelaar ineen. Halverwege de meeslepende set scheurde hij zijn shirt kapot, en waar zoiets bij andere acts aanstellerig zou overkomen, was het daar op het podium in Landgraaf volkomen geloofwaardig. Rock-‘n-roll doet ertoe, dat was het effect. En datzelfde gevoel had ik vandaag toen ik weer uit het water kwam en mijn veren uitschudde.

Wat bezielde Bob Dylan?

Planet WavesEen tijdje geleden schreef ik hier op Goeie Nummers over Bob Dylans wonderschone ‘meegroeiliedje’ Going, Going, Gone: zo’n bijzonder nummer dat in elke levensfase een nieuwe betekenis voor je krijgt.

Dylan Live at BudokanIk kreeg dan ook een schok toen ik het nummer, dat oorspronkelijk verscheen op Planet Waves (1974) onlangs op Dylans live-album At Budokan (1979) beluisterde. Niet dat het slecht klonk, integendeel, de begeleidingsband is super, de man zelf is zo goed bij stem als hij maar zijn kan. Het probleem was de tekst: afgezien van het korte refrein bleek die compleet veranderd te zijn!

slaperigheidBij de eerste regel al: ‘I’ve just reached the place where I can’t stay awake.’ Where I can’t stay awake? Dat moest een foutje zijn, het is natuurlijk ‘where the willow don’t bend’. Maar nee, die eerste afwijking was nog maar het begin. ‘There’s not much more to be said, it’s the top of the end’ was nu ‘I got to leave you baby, before my heart will break’. En zo verder.

Bob Dylan jaren 90Mijn eerste reactie was: wat een waanzin, hoe durft-ie, wat heeft hem in hemelsnaam bezield? Maar daarna vond ik het toch beter om een serieus antwoord op die vraag te vinden: wat kan Dylan ertoe gebracht hebben om het lied zo ingrijpend te wijzigen? Was het gewoon nog niet af? Of  was de tekst te persoonlijk voor de artiest die zich zo graag in nevelen hult?

Fort Worth bordVan Dylan zelf hoeven we het antwoord niet te verwachten, dat is bekend. Een zoektocht op internet leidde echter naar een interessante blogpost van de Britse Dylan-vorser Tony Attwood. Wat bleek? Er bestaat nóg een versie van Going, Going, Gone, een live-opname uit Fort Worth, Texas uit 1976, met wéér een alternatieve tekst. Het eerste couplet van de Fort Worth-versie is nog zoals het origineel, maar in het tweede couplet is ‘I’m closin’ the book on the pages and the tekst, and I don’t really care what happens next’ veranderd in ‘I’m in love with you baby but you got to understand that you want to be free, so let go of my hand.’ En ook de rest van de tekst wijkt op veel plekken af van de andere twee versies.

Dylan en SaraVolgens veel Dylan-volgers gaat Going, Going, Gone over de teloorgang van zijn eerste huwelijk, met Sara Lownds. Hebben de tekstuele aanpassingen misschien te maken met het feit dat Dylan na verloop van tijd anders ging kijken naar deze ingrijpende episode? Of was het lied van meet af aan bedoeld om zijn beweegredenen vooral tegenover Sara te verduidelijken? Met Sara, van het album Desire zou hij in 1976 tenslotte nog een ultieme maar vergeefse poging doen om haar terug te winnen (het koppel scheidde in 1977). Hoe het ook zij, er was kennelijk iets waar Dylan nog niet mee klaar was, en Going, Going, Gone was zo belangrijk dat hij er steeds aan bleef schaven.

met elkaar meegroeienBlogger Attwood geeft de voorkeur aan de Fort Worth-versie. Best opmerkelijk, zeker als je puur muzikaal oordeelt. Maar liedjes zijn nu eenmaal niet alleen dingen waarover je kunt speculeren, je kunt er net zo goed over van mening verschillen. Ook met de artiest zelf. Want voor Dylan groeide Going, Going, Gone dus niet, zoals bij mij, vanzelf met hem mee. Dat is de meest intrigerende les om hieruit te trekken. Dylan moest het lied telkens aanpassen om het mee te kunnen nemen op zijn eigen reis. Dat verschil tussen artiest en luisteraar vind ik ook iets om even bij stil te staan.

Het raadsel van Spinvis

avatars-000472544898-5pm7us-originalBegin deze week stuitte ik op de podcast ‘Met Groenteman in de kast’, waarin journalist Gijs Groenteman elke week in gesprek gaat met iemand die hem op de een of andere manier heeft verwonderd of is opgevallen. Ditmaal sprak hij met Erik de Jong, beter bekend onder zijn artiestennaam Spinvis.

spinvis 6Onderwerp van gesprek: de tien liedjes die Spinvis als muzikant gevormd hebben. Duizend of tienduizend hadden het er kunnen worden, maar hij moest zich tot tien beperken. Een verrassend lijstje werd het. Voor mij tenminste wel. Spinvis opent met het mij onbekende Jesamine van The Casuals (een prachtige ‘eendagsvlinder’ uit 1968), en komt dan via de progrock van Genesis (de ‘oude’ Genesis natuurlijk, met Peter Gabriel) uit bij crooner Frank Sinatra. Wie had dat gedacht.

captain BeefheartOp deze fijnzinnige orkestrale popmuziek volgt de georganiseerde chaos van artiesten als Captain Beefheart, de ‘design-punk’ The Gang of Four, de vernuftige lofi-hiphop van OutKast en de weirde collage-funk van Krautrocklegende Holger Czukay. Om daarna zonder blikken of blozen af te sluiten met de droompop van Beach House en de moderne chansons van Barbagallo.

acda en de munnikTussen de liedjes door betoont Gijs Groenteman (zoon van journaliste en tv-presentator Hanneke, bovendien Man van columniste Aaf Brandt Corstius, maar dit geheel terzijde) zich een vaardig en geïnteresseerd interviewer, die De Jong interessante uitspraken ontlokt. Bijvoorbeeld dat De Jongs metamorfose tot Spinvis begon met Acda en De Munnik (eind jaren 90 hoorde hij als postsorteerder ’s nachts hun liedjes op Sky Radio en dacht: ‘dat kan ik toch beter’). Of dat de zanger-gitarist ‘eigenlijk’ drummer is en pas op zijn veertigste ging zingen (‘er scheurde iets in me open’). En nog veel meer, te veel om hier samen te vatten – ga luisteren, zou ik zeggen.

Spinvis 2Gaandeweg de podcast begon het kwartje bij mij te vallen. Het verrassende lijstje bleek een logisch lijstje. Het raadsel van Spinvis werd een klein beetje verklaard. De fraaie romantische harmonieën, de merkwaardige geluidjes, de tegendraadse energie – ja, het zit er allemaal in. Je hoort het pas als je het doorhebt, zeg maar. Luister maar naar Van de bruid en de zee, naar Astronaut of naar kindje van god.

hoesje SpinvisMaar hoe Spinvis deze afwijkende genres dan samenbrengt in de unieke stijl waarmee het Nederlandse poplandschap sinds 2002 is verrijkt, dat blijft gelukkig een raadsel. Luister nog maar eens naar Ronnie gaat naar huis. Raadselachtig mooi.

Aretha

Aretha FranklinHet was niet de bedoeling om vandaag alweer te gaan bloggen, maar het droevige nieuws van het overlijden van The Queen of Soul gisteren – uitgerekend op 16 augustus, de sterfdag van blues-oervader Robert Johnson én rock-‘n-rollkoning Elvis Presley –  zorgde bij mij voor een stroom gedachten en gevoelens die zich niet lieten onderdrukken.

Aretha Franklin oud in zilveren mantelRecente berichten bij monde van Aretha Franklins familie voorspelden al weinig goeds, en haar gezondheid liet al enige jaren te wensen over, dat was bekend. Toch gaf ze in 2015 nog een kippenvel-uitvoering van (You Make Me Feel Like) A Natural Woman in het Kennedy Center in Washington DC, ten overstaan van een laaiend enthousiast publiek, waaronder het presidentiële echtpaar Obama. Zodat je kon denken dat ze het eeuwige leven had.

Blues Brothers2Voor mij – net als voor vele anderen – begon de kennismaking met Aretha Franklin pas echt met haar optreden in de Blues Brothers-film, ook al bevond een aantal van haar liedjes (Spanish Harlem, I Say A Little Prayer) zich al in mijn achterhoofd. Met het nummer Think, dreigend zwaaiend met een koekenpan als ik het me goed herinner, maakte de soulkoningin haar echtgenoot duidelijk dat hij niet bij haar hoefde terug te komen als hij besloot zich toch weer met zijn oude bandmaten in te laten. Hij kon het verder schudden, maar ik was verkocht.

Aretha Franklin jong 2Dus kocht ik een geweldig verzamelalbum van haar dat ik gisteren ondanks gekmakend graafwerk niet in de platenkast kon vinden (als jij het toevallig ooit een keer van me geleend hebt, breng het terug en ik vergeef je). Man, wat heb ik die plaat vaak gedraaid op mijn studentenkamer. Dat gemak, die diepte, die timing. En de power van mevrouw Franklin was zo groot, die kon alle euforie versterken en alle eventuele muizenissen wegblazen.

Aretha Franklin jongBijvoorbeeld met het extatische Save Me, waarover ik eerder op Goeie Nummers al schreef. Of met Franklins versie van Otis Reddings Respect, die het origineel in de schaduw stelde. Since You’ve Been Gone, ook al zo’n ongelooflijke kraker. En natuurlijk haar cover Sam Cookes A Change Is Gonna Come, dat zou uitgroeien tot een anthem van de zwarte burgerrechtenbeweging.

wolkenloze hemelMaar het nummer dat voor mij echt elk wolkje van de hemel kon vegen, was een andere, veel minder bekende Sam Cooke-compositie: Good Times. Want Aretha kon niet alleen treuren, smeken, respect opeisen, op haar strepen staan of haar hart laten spreken. Nee, ze hield ook gewoon van een feestje. Zo’n feestje dat te goed is om ooit op te houden. Luister maar. En kijk daarna omhoog.

Geachte mijnheer Johnson,

Robert_JohnsonHet komt misschien vreemd over dat ik me tot u richt alsof u een eerbiedwaardige oudere man bent. Want bij uw overlijden, vandaag tachtig jaar geleden, was u half zo oud als ik nu. De eerste van de Club van 27 – het zou me niets verbazen als u daarboven in de pophemel een notoir groepje levensgenieters aanvoert met onder meer Jimi Hendrix, Janis Joplin en Amy Winehouse in de gelederen.

bob dylan jongToch, de eerbied is onvermijdelijk. U bent – al had u het zelf nooit kunnen bedenken, zo jong nog en vol ambitie – de grondlegger geworden van zo’n beetje de helft van de populaire muziek die na uw dood ontstond. Muziek die de wereld zou veroveren: de elektrische blues, de rock-‘n’-roll, de blues- en hardrock, zelfs van het genre van de singer-songwriters, met hun zelfgeschreven liedjes en akoestische gitaren.

ShakespeareUw leven was niet alleen veel te kort, wij weten er ook nog eens ontstellend weinig van. En net als bij artistieke oervaders als Shakespeare en Homerus bevat uw biografie meer speculaties, geruchten, controverses en legendes dan feiten. Zoals de befaamde Crossroads-mythe: dat u op een zeker kruispunt nabij Clarksdale, Mississippi uw ziel aan de duivel verkocht in ruil voor virtuositeit op de gitaar. Begonnen als een mooi verkoopverhaal voor collega en halve naamgenoot Tommy Johnson, werd het postuum op uw biografie geplakt. Het faustiaanse verhaal sprak zo tot de verbeelding dat er een halve eeuw na uw vertrek zelfs een speelfilm omheen werd bedacht.

Robert Johnson 2Los van de mythes, dit zijn de erkende feiten, te vinden in Tom Graves’ biografie Crossroads, The Life and Afterlife of Blues Legend Robert Johnson: geboren op 8 mei 1911 en opgegroeid in armoede in een zwart gebroken gezin te midden van de katoenplantages in de Mississippi-delta. Dan: een poging om aan dat uitzichtloze bestaan te ontsnappen als rondtrekkende blueszanger, redelijk succesvol. Verder: een lui oog, wisselende opvoeders, een jong huwelijk dat vroeg eindigde met de dood van moeder en kind in het kraambed, en een uitgesproken liefde voor whiskey en vrouwen die vermoedelijk uw dood is geworden, op 16 augustus 1938. En twee foto’s. Meer is er niet.

single Terraplane BluesBehalve natuurlijk uw liedjes, in 1936 en 1937 opgenomen in San Antonio en Houston in Texas. In totaal 27 kale, indringende bluessongs, koortsachtig gezongen, alsof de duivel u op de hielen zat. Zang en gitaar, zonder de overdubs en andere studiotrucs die later in zwang zouden komen. Eén hitje op het Vocalion-label leverde het destijds op, Terraplane Blues. Maar hoeveel invloed die muziek zou hebben op andere artiesten, dat is bijna onvoorstelbaar. Net als bij Shakespeare en Homerus is uw naleven vele malen omvangrijker dan dat leven zelf – puur door de klasse van het werk dat overleefde.

Muddy WatersVeel nummers uit de twee Texaanse sessies werden klassiek, zoals Sweet Home Chicago en Ramblin’ On My Mind. En uw unieke speelstijl, die ritme- en solo(slide)gitaar combineerde, zou wereldwijd school maken, via Elmore James en Muddy Waters naar Duane Allman en Stevie Ray Vaughn, naast vele andere snarenwonders die u mogelijk nog niet kent.

Cassandra WilsonU moet een moord hebben gedaan voor eigen succes. Toch zie ik zomaar voor me hoe u nu daarboven achterover leunt, strak in het pak, een goed glas whiskey bij de hand, genietend van het geruzie van historici over uw exacte levensloop, maar vooral van wat andere muzikanten allemaal van uw liedjes hebben gemaakt: Howlin’ Wolf met Dust My Broom, Cassandra Wilson met Come On In My Kitchen, misschien zelfs The Rolling Stones met Love in Vain. En nog veel meer. Here’s to you, Mr. Johnson.