Auteur: ChrisBernasco

Tekstschrijver van beroep. Op mijn blog Goeie Nummers deel ik mijn liefde voor en verwondering over de popmuziek.

Iets meer huwelijk graag

stream I Love You HoneybearDe popmuziek kent heel veel liedjes – zelfs hele albums – over het einde van relaties. Daar schreef ik al eens over. Ook het hartstochtelijke prille begin komt geregeld uitgebreid aan bod, zoals op I Love You Honeybear van Father John Misty, een bijzonder groeibriljantje. Maar waarom zijn er eigenlijk zo weinig liedjes die gaan over de situatie waar zo veel mensen zich een groot deel van hun volwassen leven in bevinden: de min of meer stabiele relatie – al of niet met dezelfde partner?

huwelijk 2Aan de andere kant, misschien is dat wel logisch. Rock-‘n-roll richt zich natuurlijk van oudsher op het uitzonderlijke. En als er weinig schokkends gebeurt, is er minder te melden. Een goede langdurige relatie is met andere woorden leuker om te hebben dan om over te zingen en naar te luisteren.

oud gelukkig stelToch vraag ik me af of het niet eens tijd wordt om dit taboe te doorbreken. Het is vreemd dat een laagdrempelige kunstvorm als de popmuziek zo’n groot deel van de menselijke ervaring links laat liggen. In een bestendige liefdesrelatie komen toch ook volop momenten van hoop, twijfel, verrukking en inzicht voor? Om nog maar niet te spreken van herkenbare conflicten en mooie oplossingen. Die passen echt wel in een mooi liedje. Nu de popmuziek inmiddels zelf de leeftijd des onderscheids heeft bereikt, is het hoog tijd om wat meer huwelijk toe te laten.

Paul & Linda McCartneyEr zijn artiesten die laten zien dat het wel degelijk kan. Paul McCartney bijvoorbeeld – die is er zelfs zo’n beetje specialist in. Als Beatle bedreef hij al opgewekt huwelijkstherapie met het nog immer fris klinkende We Can Work It Out. Later vierde hij het gezinsleven in nummers als Put It There, This One en We Got Married (alle drie op Flowers In The Dirt, 1989).

Eric_Clapton_Wonderful_tonightEric Clapton kan het ook. Hij schreef een nummer dat ik lang heb verafschuwd: Wonderful Tonight. Een eenvoudig en herkenbaar verhaaltje over een stel dat samen naar een feestje gaat en weer thuiskomt. Veel bijzonders gebeurt er niet. Behalve dat de ik-figuur, de man, beseft hoezeer hij zijn geliefde waardeert – en dat ook tegen haar zegt. Wonderful Tonight is misschien wat zoet, maar het werkt ontegenzeggelijk.

Er zijn vast meer van dit soort goeie nummers – of zelfs hele albums – die de waarde van de lange betekenisvolle relatie vertolken. Heb je een goeie tip, deel hem op dit blog!

Albumverjaardag – ‘What’s Going On’ van Marvin Gaye

hoes What's Going On van Marvin GayeWat is er nog niet gezegd of geschreven over What’s Going On van Marvin Gaye? Het album is  gekarakteriseerd als een politiek statement voor een hele generatie Afro-Amerikanen. Als een artistieke bevrijding voor popartiesten. Als een zwarte versie van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Dat allemaal en nog veel meer. En vandaag wordt de soulklassieker 44 – even oud als zijn schepper uiteindelijk zou worden.

Al voor verschijning wekte What’s Going On sterke Marving Gaye 1reacties op. Allereerst bij Motown-baas Berry Gordy, die weigerde de gelijknamige single uit te brengen. Hij zou hebben gezegd dat het het slechtste nummer was dat hij ooit gehoord had. Marvin zette echter door. Hij was klaar met de vrolijke liefdesliedjes. Hij wilde een muzikaal antwoord formuleren op de toestand waarin Amerika verkeerde. Uiteindelijk gaf Gordy zich gewonnen. En toen de plaat uitkwam, gold dat evenzeer voor recensenten, publiek en collega-muzikanten.

heelal 1De 44e verjaardag is een ideale aanleiding om het album weer eens uit de kast te pakken. En als je dat doet, zijn de reacties van de eerste luisteraars goed te begrijpen. De muzikale rijkdom is ongekend: jazz, klassiek, zelfs opera voegen zich naadloos in blues, gospel, latin. Naast de gebruikelijke bas, drums, piano en gitaren hoor je fluit, xylofoon, percussie, strijkers, blazers, brede meerstemmige zanglijnen. Lang aangehouden akkoorden die vanaf het beginpunt opstijgen en uitwaaieren om ergens achter in het heelal te verdwijnen. En dat alles bijeengehouden door subtiele grooves en Marvins soepele tenor.

vader Marvin GayePièce de résistance is natuurlijk de titeltrack. In de laatste editie van De Zwarte Lijst, de Top 2000 van Radio 6,  staat ‘What’s Going On’ niet voor niets fier bovenaan. De boodschap van het lied is later, na Marvins gewelddadige dood, in verband gebracht met de getroubleerde verhouding tussen de zanger en zijn vader (‘Father, father, we don’t need to escalate’), maar ook zonder die kennis treft dit universele pleidooi voor naastenliefde je recht in het hart.

QuestloveHet nummer onttrekt zich eigenlijk aan elke analyse. Toen Questlove, drummer en bandleider van The Roots, onlangs de oorspronkelijke opnames in de studio spoor voor spoor te horen kreeg, bleek de ritme-track heel anders opgebouwd dan hij altijd had gedacht. Hij kon het haast niet bevatten. Het had in zijn oren al die tijd heel anders geklonken dan het op de studiotape stond, veel ruimtelijker en dieper. Het kenmerk van echt grootse muziek, denk ik: je hoort niet wat je hoort – de klanken en de woorden betoveren je, zodat je het in je hoofd nog mooier maakt dan het al is.

Kippenvel – Waist Deep in the Big Muddy

Pete_Seeger2_-_6-16-07_Photo_by_Anthony_PepitoneIn 2014 verleed, op 94-jarige leeftijd, de Amerikaanse singer-songwriter en activist Pete Seeger. In memoriams vermeldden onder meer zijn beroemde versie van de traditional ‘We Shall Overcome’, waarmee hij de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging een hart onder de riem stak. Seeger liet ons ook klassiekers na als ‘If I Had A Hammer’, ‘Where Have All The Flowers Gone?’ en ‘Turn, Turn, Turn’. Liedjes waarvan je je nauwelijks kunt voorstellen dat ze er ooit níet geweest zijn.

single Waist Deep in the Big MuddyEen van de meest indringende anti-oorlogsnummers die ik ken is Seegers Waist Deep in the Big Muddy, een huiveringwekkend verhaal over een legerpeloton op nachtelijke oefening in de staat Louisiana tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kapitein beveelt zijn zwaar bepakte soldaten een rivier over te steken. Maar de rivier is dieper dan gedacht – het water reikt de mannen eerst tot hun knieën, dan hun middel en dan hun nek. Ondanks de verstandige tegenwerpingen van zijn sergeant jaagt de kapitein zijn mensen verder het moeras in: ‘the big fool said to push on.’

Pete Seeger 3Als de maan achter een wolk verdwijnt, is de kapitein opeens verdwenen, zijn helm drijft op het water. De sergeant voert de manschappen terug naar een veilige plek. Het ontzielde lichaam van de kapitein vinden ze later terug in het drijfzand.

Dan, in het een-na-laatste couplet, spreekt de zanger de luisteraar rechtstreeks toe:

‘Now I’m not going to point any moral — / I’ll leave that for yourself. / Maybe you’re still walking, you’re still talking, / You’d like to keep your health. / But every time I read the papers, that old feeling comes on, / We’re waist deep in the Big Muddy / And the big fool says to push on.’

Lyndon B. JohnsonSeeger schreef het nummer in 1967. Hij verwijst niet expliciet naar president Lyndon B. Johnson of de Vietnamoorlog, de parallellen zijn al duidelijk genoeg. Later, in 1983, lichtte hij het allegorische karakter van het lied toe: ‘Often a song will reappear several different times in history or in one’s life as there seems to be an appropriate time for it. Who knows.’

Richard Shindell 2Singer-songwriter Richard Shindell lijkt die woorden van Seeger in gedachten te hebben gehad bij zijn sterke cover van ‘Big Muddy’ op zijn album Vuelta. Die plaat verscheen in 2005, twee jaar na de Amerikaanse inval in Irak. Shindell (New Jersey, 1960) laat het nummer naadloos aansluiten bij zijn eigen tijd door een subtiele groove en een Arabische melodie toe te voegen. Huiveringwekkend mooi. En het is gek – als de omstandigheden in de toekomst onverhoopt om een nieuwe versie van dit nummer vragen, zal ik er weer met kippenvel naar luisteren.

Luister jij ook nooit naar teksten?

hoofd met elektrodes eropAls je mensen vraagt waar hun favoriete nummers over gaan, moeten ze vaak het exacte antwoord schuldig blijven. En opvallend vaak zeggen ze – ik hoor trouwens ook bij die groep – ‘eigenlijk nooit naar teksten te luisteren’. Maar wat blijkt? Recent hersenonderzoek toont aan dat dat onmogelijk is.

Procol Harum - A Whiter Shade of PaleDat zit zo. Ons brein is zo geconstrueerd dat we automatisch proberen te begrijpen wat er aan taaluitingen bij ons binnenkomt. Of we willen of niet. Alleen wanneer de gebruikte taal ons volkomen vreemd is, gaat de tekst langs ons heen. Maar aangezien de meeste popmuziek Engels is, en wij Nederlanders die taal tot op zekere hoogte beheersen, kunnen we nooit helemaal aan de teksten van liedjes ontsnappen. Je begrijpt er dus altijd iets van, al is het maar een flintertje. Zelfs van A Whiter Shade of Pale – dat had je vast niet achter jezelf gezocht.

studerend meisje boven boekEen van de conclusies van dat onderzoek is dat het niet verstandig is om onder het studeren naar popmuziek te luisteren. Instrumentale muziek kan de concentratie soms nog wel vergroten, maar muziek met teksten is funest. Onze hersenen kunnen immers maar weinig dingen tegelijk en het onbewuste luisteren naar woorden en zinnen leidt af van de studie.

dansende mensen rock and rollEn dat is ook heel logisch. Popmuziek is van oudsher helemaal niet bedoeld om bij te studeren. Integendeel, het is juist bedoeld om je van je huiswerk af te houden. Rock & roll is een regelrechte oproep om je boeken opzij te gooien, jezelf mooi te maken en uit te gaan. Om je uit te leven op de dansvloer, interessante mensen te ontmoeten en te doen wat daar verder allemaal bij hoort.

Bill_Haley_(1974)De vroegste hits uit de rock & roll, zoals Rock Around The Clock (Bill Haley, 1954), Whole Lotta Shakin’ Goin’ On (Jerry Lee Lewis, 1957) en Sweet Little Sixteen (Chuck Berry, 1958) zijn daar het levende bewijs van. Want als je die hoort, sta je binnen een paar seconden als een aap mee te zingen of brullen met dit soort goeie nummers. Of je bent als een wilde aan het shaken, rocken en rollen. Zo veel impact hebben de teksten waar we nooit naar luisteren.

Albumverjaardag – ‘Goodbye Jumbo’ van World Party

cd hoes Goodbye Jumbo van World PartyToeval of niet, Goodbye Jumbo, met zijn alarmerende titel, verscheen 25 jaar geleden op World Earth Day. De Britse singer-songwriter Karl Wallinger (Prestatyn, 1957), voormalig lid van The Waterboys, debuteerde met zijn World Party vier jaar eerder al met Private Revolution, met de tijdloze hit Ship of Fools. Maar in 1990 kwam alles bij elkaar op Goodbye Jumbo.

Karl Wallinger jongOndanks Wallingers serieuze boodschap klinkt Goodbye Jumbo vooral als zijn hobby. In de onweerstaanbare melodieën is de ‘lust for pop’ – vooral die van de jaren ’60 – het belangrijkste ingrediënt. De verwijzingen naar zijn voorbeelden zijn even talloos als speels. Neem het ‘ooh ooh’-koortje uit ‘Sympathy For The Devil’ (Stones) in Way Down Now of het Al Kooper-orgel van Blonde on Blonde (Dylan) in Take It Up. De Beatle-citaten uit ‘Mr. Postman’ in When The Rainbow Comes of de broeierige Sly Stone-funk in Ain’t Gonna Come Till I’m Ready. Je zou zo een popquiz van alle muzikale citaten kunnen maken.

Karl Wallinger middelMaar Goodbye Jumbo is gek genoeg niet retro. Wallinger smeedt het gevarieerde album vakkundig tot een eenheid, en de muziek is van begin tot eind doortrokken van zijn persoonlijke bezieling. Van zijn zin voor muziek, voor spiritualiteit, voor zijn medemensen, voor de wereld. Zelden kreeg ecologisch bewustzijn zoveel soul mee.

Karl Wallinger met gitaarNa Goodbye Jumbo werd World Party een gouden toekomst voorspeld. Het liep iets anders. Opvolgers Bang! (1993) en Dumbing Up (2000), losten de verwachtingen niet helemaal in, al bevatte Egyptology (1997) wel het prachtige ‘She’s the One’, waarmee Robbie Williams een nummer 1-hit had. Ernstiger was dat Wallinger in 2001 werd getroffen door een cerebraal aneurysma waarvan hij vijf jaar lang moest revalideren.

arkeologyIn 2012 verscheen Arkeology, een 5-cd-box met nummers die de cd net niet haalden, live-opnames, B-kantjes, demo’s en ‘doodles’. Ik moet dat album nog uitchecken, voorlopig blijf ik nog even stilstaan bij de meesterlijke afscheidsgroet aan onze planeetgenoot de olifant. Je kunt hier met me mee meedoen op Spotify.

Het mooiste treinlied

albumhoes Midnight Train to GeorgiaPopsongs houden van treinen. Rock&Roll-teksten zijn vergeven van de ‘trains’, ‘stations’ en ‘railroads’ en alles wat daarbij hoort. Mijn muziekverzameling kent alleen al meer dan vijftig nummers met een trein in de titel: Midnight Train to Georgia (Gladys Knight & The Pips), ‘Mystery Train’ (Elvis Presley), ‘Stop This Train’ (John Mayer) en Desperado’s Waiting For A Train (Guy Clark) – om er een paar te noemen.

oude treinDie treinen in liedjes doen van alles. De ene keer brengen ze je dichter bij je geliefde, de andere keer pakken ze haar/hem juist van je af. ‘Freight trains’ zijn je tijdelijke thuis tijdens omzwervingen door land en leven. En dan is er nog de trein als metafoor voor een onbestemd verlangen, naar elders, naar beter, groter, echter. Zoals in de onvergetelijke regels van Paul Simon: ‘Everybody loves the sound of a train in the distance / Everybody thinks it’s true’ (‘Train In The Distance’).

trein interieur2Andersom houdt de trein ook heel veel van popsongs. Het is de perfecte plek om naar goeie nummers te luisteren. Het zachte suizen van de intercity. De onhoorbare geluiden buiten, achter de getinte ramen. Het landschap dat voorbij flitst terwijl jij zelf rustig in je wagon zit met je koptelefoon op. Bovendien, de reis zelf is een tussentijd. Straks als je aankomt moet je weer van alles, maar nu kun je niet zoveel. Je hoeft ook niet zoveel. Een ideale cocon om je door de muziek te laten meevoeren naar verre streken. Zo reis je dubbel.

little feat - dixie chickenEn dan de laatste stap. Je zet het hilarisch jagende ‘Freight Train’ van Fred Eaglesmith op. Of Two Trains van Little Feat. Je reist nu driedubbel. De dag kan niet meer stuk. Mijn topteinnummer is toch wel ‘Riding Home’ van J.J. Cale. Dat ritme al, dat super-relaxte boemelritme dat in niets doet denken aan onze huidige jachtige tijd en gestroomlijnde intercity’s of TGV’s. De zanger trouwens wel willen dat het dat sneller ging. Maar mij als luisteraar duurt dit liedjes van 2 minuut 34 eigenlijk te kort. Fijne mondharmonicasolo ook. Ik voel ik een zoele bries door de coupé stromen, deze trein is voor mij het ultieme zomergevoel.

Heb jij ook een TopTreinNummer, of zelfs een TopTreinLijstje? Deel het op Goeie Nummers!

De lokroep van de trein

albumhoes Midnight Train to GeorgiaPopsongs houden van treinen. Rock&Roll-teksten zijn vergeven van de ‘trains’, ‘stations’ en ‘railroads’ en alles wat daarbij hoort. Mijn muziekverzameling kent alleen al meer dan vijftig nummers met een trein in de titel: Midnight Train to Georgia (Gladys Knight & The Pips), ‘Mystery Train’ (Elvis Presley), ‘Stop This Train’ (John Mayer) en Desperado’s Waiting For A Train (Guy Clark) – om er een paar te noemen.

oude treinDie treinen in liedjes doen van alles. De ene keer brengen ze je dichter bij je geliefde, de andere keer pakken ze haar/hem juist van je af. ‘Freight trains’ zijn je tijdelijke thuis tijdens omzwervingen door land en leven. En dan is er nog de trein als metafoor voor een onbestemd verlangen, naar elders, naar beter, groter, echter. Zoals in de onvergetelijke regels van Paul Simon: ‘Everybody loves the sound of a train in the distance / Everybody thinks it’s true’ (‘Train In The Distance’).

trein interieur2Andersom houdt de trein ook heel veel van popsongs. Het is de perfecte plek om naar goeie nummers te luisteren. Het zachte suizen van de intercity. De onhoorbare geluiden buiten, achter de getinte ramen. Het landschap dat voorbij flitst terwijl jij zelf rustig in je wagon zit met je mp3 op je hoofd. Bovendien, de reis zelf is een tussentijd. Straks als je aankomt moet je weer van alles, maar nu kun je niet zoveel. Je hoeft ook niet zoveel. Medereizigers roepen alleen een vage, vrijblijvende interesse op. Een ideale cocon om je door de muziek te laten meevoeren naar verre streken. Zo reis je dubbel.

little feat - dixie chickenEn dan de laatste stap. Je zet ‘Riding Home’ van J.J. Cale op, met dat super-relaxte boemelritme. Of het hilarisch jagende ‘Freight Train’ van Fred Eaglesmith. Of gewoon Two Trains van Little Feat. Je reist nu driedubbel. De dag kan niet meer stuk. Heb jij ook een TopTreinNummer, of zelfs een TopTreinLijstje? Deel het op Goeie Nummers!

Covers die het origineel doen verbleken

trompetIn het vorige bericht in Goeie Nummers haalde ik een beetje uit naar artiesten die bij hun eigen nummers te veel leunen op hun inspiratiebronnen. Sorry. Vandaag steek ik dan maar de loftrompet over mensen die expliciet het werk van anderen naspelen. Meester-coveraars. Artiesten die een lied volledig naar zich toe trekken, het zich helemaal eigen weten te maken. Soms verdwijnt het origineel zelfs in de schaduw van hun cover. Een paar voorbeelden.

joe cockerJoe Cocker maakte With A Little Help From My Friends van The Beatles onsterfelijk. In de oorspronkelijke versie blijven Lennons prikkelende vragen door het huppelende ritme steeds luchtig. Wat doet Cocker? Hij wijzigt niet alleen de cadans, maar laat de vragen stellen door een soulkoortje en geeft zelf met zijn machtige strot de antwoorden, als een gekwelde held in een Griekse tragedie. Van ironisch commentaar naar existentiële oerkreet.

E,W&FIn 1978 haalden de mannen van Earth, Wind & Fire ook een nummer van de Fab Four flink door de wasstraat. Zozeer dat je het in eerste instantie nauwelijks herkent. Hun retestrakke funk & jazz-behandeling met spetterende blazers brengt de verborgen groove van Got To Get You into My Life heel verrassend naar boven. Songwriter McCartney was zeer te spreken over deze versie.

adeleAdele waagde zich op haar debuutalbum 19 uit 2008 aan een nummer van een andere rocklegende. Met succes: ze tilt Dylans Make You Feel My Love uit 1997 naar grote hoogten. De verschillen tussen de twee versies zijn niet zo opvallend als bij de twee andere covers, maar de Britse zangeres geeft het nummer maximale emotionele impact, door de fraaie melodie en akkoorden extra te benadrukken. En ze heeft natuurlijk ook een Stem.

stralenDe aanpak van deze covers is heel verschillend, maar ze maken alle drie dat je verwonderd bij jezelf denkt: wat een goed nummer, ik had nooit gehoord dat dit er ook nog in zat. Ken jij andere covers die de originele uitvoering ook zo doen verbleken en tegelijk het liedje extra laten stralen? Deel je tips op Goeie Nummers!

De vloek van een droomdebuut

molensteen 3Sommige artiesten debuteren met een album dat inslaat als een bom. Ze vestigen meteen hun naam, verwerven instant-roem, soms wordt hun plaat zelfs een mijlpaal in de popgeschiedenis. Maar zo’n droomdebuut kan een keerzijde hebben. Bij sommige artiesten hangt het als een molensteen om hun nek. Hun volgende platen worden altijd met die eerste vergeleken – en te licht bevonden. Aan hun carrière kleeft iets van niet ingeloste beloftes.

hoes Rickie Lee JonesWe kennen allemaal wel van die voorbeelden: de titelloze debuutalbums van Roxy Music (1972), The Modern Lovers (1976), Rickie Lee Jones (1979) en The La’s (1990). Of denk aan #1 (Big Star, 1972), Never Mind the Bollocks, Here’s the Sex Pistols (1977), Marquee Moon (Television, 1977) en Definitely Maybe (Oasis, 1994). Vaak maakten de artiesten daarna nog wel degelijk goede platen, maar in de ogen van de wereld staken die toch steeds bleek af tegen hun eersteling.

hoes Roxy MusicKomt dit, zoals wel wordt gesuggereerd, doordat artiesten op hun eerste album vaak hun beste nummers van de voorgaande tien jaar zetten en dat ze daarna niet elk jaar net zo veel goeie nieuwe nummers kunnen schrijven? Of doordat het snelle grote succes ten koste gaat van de urgentie en de bezieling?

his master's voiceHet zou kunnen, maar ik geloof dat een deel van de verklaring ook bij de luisteraar ligt. Gewoonweg omdat oordelen relatief zijn. Net als bij onze zintuigen: wanneer we uit de winterkou thuiskomen vinden we het binnen lekker warm, als we uit bed moeten stappen ervaren we dezelfde temperatuur als schrikwekkend koud.

hoes Definitely MaybeBij muziek is het misschien nog iets ingewikkelder. Ons oordeel hangt bijvoorbeeld af van wat we kort daarvoor hebben beluisterd. Van onze oudere muzikale herinneringen. Van de mening van anderen. Van iets ongrijpbaars dat we ‘de tijdgeest’ noemen. Van onze toevallige stemming van het moment. Enzovoort. Twee dingen zijn zeker: (1) objectiviteit is ver weg en (2) we zijn ons van dit alles maar deels bewust.

hoes Never Mind The Bollocks, Here's The Sex PistolsIk vermoed dat we ons van die meesterlijke debuutalbums niet zozeer de kwaliteit van de muziek herinneren, maar vooral de sterke schok die die plaat bij ons teweegbracht. En dat we bij elk volgend werkstuk van de artiest onbewust wachten op datzelfde heftige gevoel van ontdekking en verwondering. Teleurstelling kan op die manier bijna niet uitblijven.

hoes Look Sharp!Zo bezien is het bijna een wonder dat er artiesten zijn die aan de vloek van hun droomdebuut weten te ontsnappen. Bijvoorbeeld The Beatles (Please Please Me), The Who (My Generation), Kate Bush (The Kick Inside) en Joe Jackson (Look Sharp!) – om er een paar te noemen en een groot aantal te vergeten. Ze wisten hun publiek blijkbaar ook na hun eerstelingen nog vaak een schok te bezorgen. Respect!

Wat je muziekverzameling over jou zegt

DSC_0717‘Toon mij uw boekenkast en ik vertel u wie u bent’, zo luidt een bekend gezegde. Voor mij geldt dat evenzeer voor het platen- of cd-rek. Bij nieuwe kennissen snuffel ik graag zogenaamd achteloos in hun muziekcollectie, onder meer om daaruit iets over karakter van de eigenaren te kunnen afleiden.

DSC_0720Maar de link tussen platenkast en karakter wordt onduidelijker nu Spotify, mp3’tjes of andere digitale muziekformaten de tastbare producten steeds meer gaan vervangen. Cd’s, net als boeken, verdwijnen in rap tempo uit onze huiskamers. En iemand tussen neus en lippen door vragen om zijn playlists van de afgelopen weken even aan je te tonen, dat zie ik mezelf niet zo gauw doen.

gruppo sportive back to 78De nieuwe website Muziekklik.nl koppelt persoonlijkheid en muzieksmaak op een heel hedendaagse manier aan elkaar. Op deze (dating)site kunnen mensen elkaar vinden op basis van gedeelde muzikale voorkeuren. Voor die aanpak lijkt me veel te zeggen. Op z’n minst vermijd je zo het soort ontgoocheling waarmee de hoofdpersoon in I Said No van Gruppo Sportivo te maken krijgt: zijn nieuwe verkering ziet de copycats Jack Jersey en Long Tall Ernie aan voor de originelen Elvis Presley en Jerry Lee Lewis. Wat een afknapper!

moeder en kind1Het verband tussen karakter en muzieksmaak heeft overigens ook de belangstelling van wetenschappers. Je popsmaak zou vooral bepaald worden door die van je moeder, de belangrijkste opvoeder in de eerste levensjaren. Ik vind die theorie allesbehalve overtuigend en vooral ook buitengewoon onhandig. Want als dat waar is, zou je op muziekklik.nl de platenbak van je (aanstaande schoon)moeder dus vooraf al in de relatie moeten betrekken! Dat gaat hem niet worden.

stem op de zwarte lijstKarakter en muziek zijn ook op een meer overtuigende manier te matchen. Op de site van NPO Radio 6 kun je tot 19 maart stemmen  op je favoriete soul-, funk-,  blues- en jazznummers van de Zwarte Lijst, de ‘zwarte’ variant op de Top 2000 van Radio 3. Maar je vindt er ook een bijzondere Stemwijzer. Een beetje zoals we die al kennen uit de politiek, maar dan anders. Na het maken van een paar confronterende keuzes (Ben jij Vinyl of Mp3, Herfst of Lente, Hond of Kat, Koffie of Thee, enzovoort), kom je niet uit bij een politieke partij maar bij de Zwarte-Lijstartiest die schuilgaat in het Diepst van Jouw Eigen Ziel.

Welke zwarte lijst artiest ben jijHet mooie van deze Stemwijzer is dat hij door louter deskundigen in de muziek en de psychologie moet zijn gemaakt, want na het invullen bleek ik Marvin Gaye te zijn!!! Dan laat je dus zien dat je het begrepen hebt. Ik zou zeggen: check out die Zwarte Lijst Stemwijzer – tenminste als je ook wilt weten wie je bent.

Muziek als alimentatie – ‘Here, My Dear’ van Marvin Gaye

Geen guilty pleasures 1Voorlopig even geen guilty pleasures in Goeie Nummers, maar een eerlijk verhaal, openhartig en zonder schaamte. Dat geldt zeker ook voor ‘Here My Dear’, een album met een wel heel bijzondere ontstaansgeschiedenis.

hoes Here, My DearWat was het geval? Soulzanger Marvin Gaye (1939-1984) stond van het begin van de jaren ’60 onder contract bij het bekende Motown-label van Berry Gordy. In 1963 trouwde hij met Anna Gordy (1922-2014), de zus van zijn baas. Het tumultueuze huwelijk strandde definitief in 1975. Na veel juridisch gesteggel werd overeengekomen dat Marvin nog één album voor Motown zou maken, waarvan de opbrengst voor een groot deel naar Anna zou gaan.

Marvin en Anna 1Het dubbelalbum, met de uitdagende titel Here, My Dear, riep bij verschijning in 1978 gemengde reacties op. Niet zo gek ook. Na zo’n voorgeschiedenis van ruzie en bittere compromissen verwachtte niemand een top-werkstuk. Waarom zou Gaye zijn best doen voor zo’n alimentatie-plaat, waarvan de opbrengsten vooral zijn ex en ex-zwager ten goede kwamen?

John Martyn hoes Grace & DangerInmiddels kunnen we met wat meer afstand luisteren. En dan blijkt Here, My Dear een ongewoon sterk break-upalbum. Fleetwood Mac maakte Rumours, John Martyn Grace and Danger, Bob Dylan Blood On The Tracks, Richard & Linda Thompson Shoot Out The Lights – stuk voor stuk intense platen waarbij het bloed en de tranen van stukgelopen huwelijken bijna uit de groeven lopen. Maar nergens gaat het er zo onverbloemd aan toe als op Here My Dear.

Marving Gaye 1Aan de songtitels ‘When did you stop loving me, when did I stop loving you’, ‘Anger’ and ‘I Met A Little Girl’ en ‘You Can Leave, But It’s Gonna Cost You’ kun je dat al aflezen. We hadden in die tijd nog geen reality-tv, anders zou men Here, My Dear reality-muziek hebben genoemd. Anna Gordy was in eerste instantie niet blij met al die openhartigheid en overwoog zelfs een rechtszaak. Het duurde een tijd voor ze – net als rest van de muziekwereld, trouwens – de klasse van het album kon inzien. Haar ex bleek uiteindelijk toch een monument voor hun huwelijk te hebben opgericht.

Marving Gaye in colbertjeWant al die openhartige bekentenissen, (zelf)verwijten en klachten worden verklankt in Gaye’s onnavolgbare stijl, met zijn meerstemmige achtergrondzang, geavanceerde akkoordenwisselingen en soepele grooves. De getroebleerde zanger gaf alles wat hij had. Want Marvin Gaye had niet alleen een van de mooiste stemmen uit de popgeschiedenis, hij was ook een rasartiest die gewoon geen slechte plaat kon afleveren.

Foute muziek die goed wordt – ABBA

guilty pleasuresWat een guilty pleasure is in de popmuziek staat niet voor altijd vast. Kijk bijvoorbeeld naar de ‘werdegang’ van Mark Knopfler en zijn Dire Straits: aanvankelijk door recensenten de hemel in geprezen, daarna heel rap in het bakje Fout.

ABBA 1Dat het ook andersom kan, zie je bijvoorbeeld in Nederland met André Hazes en – in een iets ander genre – André van Duin. Wereldwijd wordt dit fenomeen het mooist gedemonstreerd door ABBA. In mijn jeugd (de jaren ‘70) gold de Zweedse echtparenpopgroep als Flink Fout: rete-commerciële burgerkitsch. Ze wonnen nota bene het Eurovisiesongfestival (met Waterloo), dat zei eigenlijk al genoeg. Met die gekke pakjes. Bovendien hielden foute mensen altijd van ABBA. En dat die mensen fout waren, bleek wel uit het feit dat ze van ABBA hielden.

ABBA 3Maar het kan verkeren. Vanaf begin jaren ’90 kreeg de band van Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid, al bijna tien jaar officieus opgeheven, postume erkenning. Nu ook bij de serieuze popfans. Zo zeer zelfs dat je vanaf eind vorige eeuw, zoals de Amerikaanse muziekcriticus Chuck Klosterman schreef, ‘veel tegendraadser was als je ABBA haatte dan als je van ze hield’. Hoe is die comeback te verklaren?

Bono en The EdgeIn elk geval waren daar wat ambassadeurs met straatgeloofwaardigheid voor nodig. Eerst was daar U2, die Björn and Benny tijdens een concert in Stockholm in 1992 lieten meespelen op hun versie van ‘Dancing Queen’. Twee jaar later verschenen er twee spraakmakende Australische cultfilms waar de bewondering voor het Zweedse fenomeen vanaf spatte: The Adventures of Priscilla, Queen of the Desert en Muriel’s Wedding.

ABBA bij Mamma Mia!Toen was het hek van de dam. Diverse, sterk uiteenlopende acts omarmden ABBA door covers op te nemen, zoals Evan Dando van The Lemonheads (‘Knowing Me, Knowing You’), Sinéad O’Connor (‘Chiquitita’) en Dionne Warwick (‘SOS’). Vanaf 1999 toerde de musical Mamma Mia!, gebaseerd op de muziek van ABBA, jarenlang de wereld rond – later kwam er nog een succesvolle filmversie. Om het af te maken – in 2009 werd de groep opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

hoes The VisitorsWat bij die erkenning ook meespeelde: de teksten van ABBA werden op hun laatste platen steeds persoonlijker. Zo geven de huwelijksproblemen van de vier groepsleden de opgewekte muziek van hun zwanenzang The Visitors een diepere, melancholieke laag. Net zoals hun liedjes onder de oppervlakte volzitten met muzikale vondsten die niet onderdoen voor die van Beatles of Beach Boys. De conclusie lijkt onontkoombaar: ABBA is altijd flink goed geweest, niet fout. Misschien geldt dat ook wel voor de mensen die in de jaren ’70 van ABBA hielden.

Wat deed Mark Knopfler verkeerd?

dire straitsMark Knopfler, voorman van Dire Straits, had eind jaren ‘70 een vliegende start. Het eerste album en de single ‘Sultans of Swing’ maakten hem meteen tot de lieveling van publiek en critici. Knopflers sfeervolle liedjes en zijn uit duizenden herkenbare gitaarstijl waren een verademing tussen de punkers en symfonische rockers van die tijd. Hij werd vergeleken met JJ Cale en Bob Dylan. Het kan slechter.

Mark Knopfler 2Maar slechts een paar jaar later is het beeld 180 graden gedraaid. Dire Straits zijn weliswaar heel populair, maar voor poprecensenten zijn ze onmiskenbaar in de categorie Fout beland. De groepsnaam is synoniem met Uitverkoop van Idealen en met ‘muziek voor volwassenen’ (Adult Rock), een van de ergste dingen die je in Popland toegevoegd kunt krijgen. Serieuze popliefhebbers begonnen hun platen van de Britse band achter een kastdeurtje te zetten.

logo PhilipsHoe kon dat zo komen? Tja, Knopfler c.s. hadden natuurlijk hun open rootsy geluid ingeruild voor een wat pompeuzere rocksound dichtgesmeerd met toetsen. En ja, ze lieten hun wereldtournee sponsoren door een multinational (Philips). En ze transformeerden wel erg snel van cult- tot stadionband, dat ook nog eens. Maar was dat voldoende om zo verguisd te worden?

hoes debuutcd Dire StraitsNee, natuurlijk niet. Maar ik denk dat Knopfler (Glasgow, 1949) er in feite om vroeg. Ik bedoel letterlijk. Luister maar naar de debuutplaat van Dire Straits. In Sultans of Swing liet Knopfler duidelijk merken meer op te hebben met muzikale ambachtelijkheid dan met het gangbare modebewustzijn in de popmuziek: ‘And a crowd of young boys, they’re foolin’ around in the corner / Drunk and dressed in their best brown baggies and their platform soles /  They don’t give a damn about any trumpet playin’ band / It ain’t what they call rock and roll.’

hoesje In The GalleryEn in het nummer In The Gallery doet de Britse singer-songwriter er nog een schepje bovenop met zijn verhaal over Harry, een traditioneel werkende beeldhouwer die miskend wordt door de kunstcritici en galeriehouders: ‘It was in his blood and in his bones / Ignored by all the trendy boys in London and in Leeds / He might as well have been making toys or strings of beads / He could not be in the gallery.’ Pas na zijn dood krijgt Harry de verdiende erkenning: ‘And now all the vultures are coming down from the tree / So he’s going to be in the gallery.’

Wie zo zijn visitekaartje afgeeft komt vroeg of laat in aanraking met de smaakpolitie, dat wist Knopfler ook wel. Hij vond het misschien ook helemaal niet erg.

Met Emmylou Harris in Ahoy, Rotterdam, 2006

Dit alles hoeft gelukkig niemand ervan te weerhouden om – stiekem of niet – van Knopflers muziek te blijven genieten. Bijvoorbeeld van zijn bijzondere samenwerking met de Amerikaanse countrygitaarveteraan Chet Atkins (Neck and Neck, 1990), of zijn fraaie duetten met Emmylou Harris op All The Roadrunning uit 2006.

hoes PrivateeringOf van zijn soloplaten natuurlijk, zoals Sailing to Philadelphia (2000), Get Lucky (2009) of Privateering (2012): sfeer- en smaakvolle folk, blues en country, met het subtiele gitaarwerk, de donkere praatzang en de beeldende teksten zoals we die al kennen van dat allereerste Dire Straits-album. Gewoon goeie, vakkundige nummers – categorie Fout of niet.

Kippenvel – ‘Iedereen is van de wereld’ van The Scene

The SceneHet was ergens begin jaren ’90, tijdens Parkpop in Den Haag. De middagzon brandde aan de hemel. Op het podium in het Zuiderpark stond The Scene. Thé Lau en zijn band, altijd al een vette live-act, zetten in het Zuiderpark een set neer waar de vonken vanaf spatten. Hoogtepunt: ‘Iedereen is van de wereld’.

‘Dit is voor de misfits die je / her en der alleen ziet staan. / Die onder straatlantaarns eten / en drinken bij de volle maan.’

Parkpop Den HaagIedereen is van de wereld kwam uit in 1991, werd nooit een grote hit maar groeide in de loop der tijd wel uit tot een Nederlandse popklassieker. Een lied dat je in vervoering brengt, dat verbroedert. Het is zo’n typisch The Scene-nummer, stoer en gevoelig, met zijn korte zinnen en repeterende gitaarriffs. Het knappe van het nummer is dat het de solidariteit tussen alle mensen predikt zonder te vermanen. Je wordt persoonlijk aangesproken als luisteraar, als onderdeel van het publiek. Live werkt dat helemaal geweldig.

‘Rood zwart wit geel, jong oud, man of vrouw / In het donker kan ik jou niet zien, / maar deze is van ons aan jou. / En ik hef het glas op jouw gezondheid / want jij staat niet alleen’

The Lau‘Iedereen is van de wereld’ roept mededogen op, verschillen worden onbelangrijk. Het lied stelt simpelweg dat er plaats is voor elk individu, ook voor de verschoppelingen. Maar vooral voor jou: jij hoort er ook bij – net als ieder ander. ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

menigte in zuiderparkIets magisch gebeurde zo’n twintig jaar geleden met die swingende, meezingende menigte in het Zuiderpark waar ik deel van uitmaakte. Een groep losse individuen veranderde tijdens het opzwepende nummer in één grote brok solidariteit. Het was zo’n moment dat je niet meer vergeet. Kippenvel.

En iets van dat gevoel, van die verbroedering, namen we mee van dat veld in Den Haag. Een kostbaar bezit in tijden dat verschillen tussen groepen te veel nadruk dreigen te krijgen.

Het mooiste kerstlied

Joni Mitchell BlueMijn favoriete kerstlied is een nummer dat eigenlijk geen kerstlied is. Hoop en saamhorigheid zijn er niet in te ontdekken. Maar River, van Joni Mitchells sterk autobiografische album Blue (1971), raakt wel een snaar diep vanbinnen.

It’s coming on Christmas / They’re cutting down trees / They’re putting up reindeer / And singing songs of joy and peace / Oh, I wish I had a river I could skate away on.

Joni MitchellDe zangeres is haar lief kwijt. Verdriet en zelfverwijt strijden om voorrang. Ontheemd voelt Mitchell zich ook. Ver weg van haar vaderland Canada, in het groene Californië met zijn merkwaardige muziekwereldje. De gezellige kerstrituelen maken dat alles nog ondraaglijker. Alleen een bevroren rivier lijkt een oplossing te kunnen bieden:

I wish I had a river so long / I would teach my feet to fly / Oh, I wish I had a river I could skate away on / I made my baby say goodbye.

Hoe persoonlijk ook, ‘River’ is herkenbaar voor iedereen die het gevoel van zweven op de ijzers kent. En vooral voor hen die zich oneindig ver verwijderd voelen van hun directe omgeving. Het lied steekt al die eenzame zielen een hart onder de riem door te zeggen: er is een uitweg. Als het gezelschap van mensen je niets te bieden heeft, is er altijd – in de werkelijkheid of in je hoofd – nog het lege landschap van sneeuw en ijs dat jou wel begrijpt. Het maakt ‘River’ tot een van de ontroerendste (kerst)liedjes die ik ken.

Heb je ook een mooi kerstnummer dat je wilt delen? Wees welkom om dat hier te doen.

Donderweg – als in een roadmovie door de rock & roll

DonderwegJaap Boots (Bergen, 1961) was jarenlang dj bij de VPRO-radio (o.m. Villa 65, Club3VOOR12, Shouting Boots), speelde in diverse bands en schreef over popmuziek voor Vrij Nederland en HP/De Tijd. Begin dit jaar nam hij afscheid bij de radio. Boots ‘paste niet meer in het zenderplaatje’ of zoiets. Gelukkig is er nu een boek.

Bruce 3In Donderweg – de zeer letterlijke vertaling van ‘Thunder Road’ van Bruce Springsteen – vertelt Boots aanstekelijk en vol vaart over zijn ervaringen in de wereld van de popmuziek – of rock & roll, zoals hij het zelf noemt. Over zijn ontmoetingen met artiesten, over zijn radio- en tv-werk en over de plaats van popmuziek in zijn eigen leven. Het knappe is: Boots is observator én fan tegelijk.

Donderweg heeft als ondertitel ‘Mijn leven in de fast lane van de popmuziek’. Ik vermoed hier enige ironie. Hoe dan ook, het boek staat vol prachtige anekdotes. Over helden die in werkelijkheid ook echt helden blijken te zijn, zoals Tom Waits en Iggy Pop. Over een overweldigend concert van metalband Slayer in de Leidse Groenoordhallen, waar Boots bijna ten onder gaat in een zee van bier, zweet, modder en decibellen. Over het pure entertainment van de Golden Earring waarin hij ondanks zichzelf wordt meegezogen. En nog veel meer.

djEen groot deel van de internationale alternatieve popscene komt in Donderweg voorbij. Tegelijk is het boek zeer herkenbaar Hollands, met een kelderdiscotheek, saaie duindorpen waar het altijd waait en inkijkjes in het medialand van Hilversum: de wereld van radiomakers, omroepbazen en zendercoördinators, waarin ‘de muziekpolitie’ het steeds meer voor het zeggen heeft.

Joe Jackson - hoes Is She Really Going Out With HimMaar het mooiste zijn de persoonlijke stukken over ‘wat rock & roll met je doet’, zoals Boots het zelf zegt. Zo is Springsteen voor de opgroeiende Jaap als een begripvolle grote broer. En Joe Jacksons ‘Is She Really Going Out With Him?’ biedt hem in zijn puberjaren een waardige plek als toeschouwer. Later is er Nick Cave, die een speciale positie in Boots’ hart inneemt omdat diens From Her To Eternity het enige was dat hem als twintiger troost bood in een pijnlijk rouwproces.

roadmovieDonderweg leest als een trein. Of eigenlijk als een roadmovie. Een film waarin je samen met de hoofdfiguur in een grote oude auto door een weids rock & roll-landschap zoeft. Onderweg ontmoet je de meest wonderlijke figuren en neem je afslagen naar het onbekende. En kom je tot een paar frisse inzichten waarmee je verder kunt. Zo’n boek is Donderweg. Dus als je nog iets zoekt dat ze voor jou onder de kerstboom mogen leggen …

Donderweg affiche theatershowP.S. Jaap Boots maakte op basis van Donderweg ook een one-man-theatershow. Met plaatjes en live-muziek. Ik las lovende recensies. Zijn speellijst vind je hier.

 

De Funky Drummer – over loon en werken

soulfeest jaren zeventigBegin dit jaar ontdekten muziekwetenschappers het geheim van de ‘groove’: dat ongrijpbare kenmerk van bepaalde nummers waardoor je gewoon niet stil kunt blijven zitten en wel móet gaan dansen. Die groove, vooral waargenomen in de soul en funk uit de jaren ’70 en ’80, blijkt het gevolg van de optimale combinatie van voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Een regelmatige beat met precies voldoende onregelmatige noten, net vóór of net na de tel. Dat vindt ons brein fijn, vanaf onze geboorte al.

single Funky DrummerEn de ultieme groove, daar zijn geleerden en ervaringsdeskundigen het wel zo’n beetje over eens, is te vinden in het nummer ‘Funky Drummer’ van James Brown uit 1970. Het drumpatroon is niet voor niets honderden keren met veel succes hergebruikt in pop- en rapnummers. Van Public Enemy en Run DMC tot Madonna en Prince. Maar het nummer met de onverslijtbare groove heeft ook een keerzijde, leerde ik onlangs.

affiche Mr DynamiteIn de nieuwe muziekdocumentaire Mr. Dynamite. The Rise of James Brown, komt ook de Funky Drummer zélf in beeld. Eerst als jongeman van begin twintig, strak in het pak, fenomenaal drummend op het podium achter showman James Brown (1933-2006). Daarna als trotse man van een jaar of 70, op rustige toon verhalend over lang vervlogen tijden op tournee met ‘the hardest working man in showbusiness’. Zijn naam: Clyde Stubblefield.

Clyde Stubblefield met stokkenAls hem wordt gevraagd naar ‘Funky Drummer’, betrekt Stubblefields gezicht even. ‘How I hate that song’, ontsnapt hem voordat hij kleurrijk uit de doeken doet hoe het befaamde nummer tot stand kwam. Hoe slavendrijver Brown zijn backingband midden in de nacht – iedereen was bekaf na het zoveelste optreden – meesleepte naar de studio om een nieuwe track op te nemen. De rudimentaire tekst werd ter plekke verzonnen, een titel ontbrak nog. Maar James Brown was kennelijk tevreden met het slagwerk. En schreef het nummer als ‘Funky Drummer’ op zijn naam.

James Brown 3

Het misnoegen van Stubblefield is niet moeilijk te begrijpen: zoals alle sessiemuzikanten in die tijd ontving hij geen royalties over de nummers waarop hij meespeelde. Ook van de honderden keren dat zijn drumpartij werd hergebruikt door andere artiesten zag hij geen cent terug. Er is in de muziekbusiness inmiddels wel wat veranderd. Hoewel sampling nog steeds een juridisch grijs gebied is, krijgen meespelende muzikanten sinds een jaar of twintig ook een vergoeding – net als liedjesschrijvers – wanneer hun nummers op de radio worden gedraaid.

Voor Clyde Stubblefield kwam die regeling in elk geval te laat. In de documentaire maakt hij er verder geen woorden aan vuil. Er is blijkbaar eerder al genoeg over gezegd. Maar of hij er nu vrede mee heeft? Het feit dat hij een soloplaat maakte onder de titel The Revenge of the Funky Drummer zegt waarschijnlijk genoeg.

Namedropping: ‘Hail Hail Rock ‘n’ Roll’ van Garland Jeffreys

hail hail rock n roll hoesGarland Jeffreys (1943), in ons land vooral bekend van zijn hitsingle ‘Matador’ uit 1979, scoorde in 1992 nog een keer met Hail Hail Rock ‘n’ Roll. Het nummer is afkomstig van Jeffreys’ album Don’t Call Me Buckwheat uit 1992, dat vooral gaat over race relations.

Garland Jeffreys 3De Newyorkse singer-songwriter, met Puertoricaanse en zwarte wortels, laat in dit lied een hele stoet levende en dode r&r-legendes aan de luisteraar voorbijtrekken: naast Chuck Berry zijn dat Little Richard, Bo Diddley, Fats Domino, Elvis Presley, Gene Vincent, Buddy Holly, Jerry Lee Lewis. De hoopvolle boodschap: rock & roll kan de kloof tussen blank en zwart dichten.

The King of Inbetween - hoesNa een stilte van vele jaren verrast Jeffreys in 2011 – op zijn 63e – vriend en vijand met The King of Inbetween. De stomende mix van rock, soul, blues, reggae en ska maken het tot een van de meest opwekkende albums over sterfelijkheid die je je kunt voorstellen. Luister maar naar de levenslustig stampende boogie ‘til John Lee Hooker Calls Me:

‘I’m not getting any younger / I’m not feeling very old / But I’m not shoppin’ for my cemetery tomb soon / I’m gonna wait till John Lee Hooker makes room.’

John Lee HookerZe moeten daarboven nog maar even op hem wachten, vindt Jeffreys. En ondertussen eert hij weer zijn muzikale voorbeelden: naast John Lee Hooker zijn dat nu Louis Armstrong, Frank Sinatra, James Brown en opnieuw Fats Domino en Bo Diddley. Boodschap: rock & roll – breed opgevat – is de aangewezen remedie om het spook van de dood te verdrijven.

Met een interval van bijna twintig jaar produceerde Garland Jeffreys dus twee namedropping-nummers die niet alleen naar andere artiesten, maar ook naar elkáár verwijzen. Een beetje zoals ook te zien was bij ‘Sweet Home Alabama’ van Lynyrd Skynyrd.

twee boeken van J.D. SalingerDe werkwijze van Jeffreys doet me denken aan schrijvers die hun personages op subtiele wijze laten terugkeren in een volgend boek, bijvoorbeeld eerst als bij- en later als hoofdfiguur. Waarbij het latere een nieuw licht werpt op het eerdere. Ik heb daar nogal een zwak voor. De Amerikaanse auteur J.D. Salinger (1919-2010) deed het bijvoorbeeld met de fictieve familie Glass in Franny and Zooey, Raise High the Roof Beam, Carpenters en Seymour: An Introduction.

SpinvisIn de popmuziek moeten meer fraaie sequels zoals ‘Hail Hail’ en ‘John Lee Hooker’ te vinden zijn. Zelf kom ik nu alleen op Spinvis, met het pracht-duo ‘Ronnie gaat naar huis’ (Spinvis, 2002) en ‘Ronnie knipt zijn haar’ (Tot ziens, Justine Keller, 2011). Maar verder schiet me niets te binnen. Dus als je zo’n tip hebt, laat het me weten!

Geïnteresseerd geraakt in The King of Inbetween van Garland Jeffreys? Lees deze boeiende albumbespreking in Muddy Water Magazine.

Een literaire rockster?

Bruce 1Onlangs las ik op internet over de literaire inspiratiebronnen van Bruce Springsteen. De VPRO-gids van diezelfde week meldde dat de nieuwe plaat van Johnny Marr (ex-The Smiths) vernoemd was naar Homo ludens van historicus Johan Huizinga. En als je zo even verder zoekt, kom je op talloze plekken de leesvoorkeuren van popsterren tegen.

J Kessels The NovelMaar andersom? Kun jij één auteur noemen die de wereld graag laat weten welke popmuziek hij of zij op de iPod heeft staan? Ik niet. Klassieke muziek speelt soms nog wel een rol, zoals bij Maarten ’t Hart en Anna Enquist, maar popmuziek? Er zijn een paar uitzonderingen, zoals countryfan P.F. Thomèse (J. Kessels: The Novel) en (post)punker Jonathan Franzen (Vrijheid). Maar verder schittert de popmuziek in de literaire wereld vooral door afwezigheid.

Ik vraag me af hoe dat komt. Leven schrijvers in een stiltegebied? Luisteren ze alleen naar klassiek of jazz? Nauwelijks voorstelbaar, zeker niet bij de huidige generatie. Biedt popmuziek dan een te beperkte inspiratiebron voor een hele roman? Misschien. Een gemiddeld liedje duurt maar een paar minuten en telt hoogstens twintig regels tekst. Toch is dat ook geen logische verklaring: goeie nummers wekken in dat korte bestek een complete wereld of een diep-tragische geschiedenis tot leven. Genoeg basisstof voor een vuistdikke roman.

Nick CaveIk vrees dat het uiteindelijk toch om maatschappelijke status gaat. Ja, status. Zelfs anno 2014. Want ook na al die eeuwen vooruitgang geldt literatuur nog steeds als hoge kunst, en popmuziek als lage. Schrijvers halen zichzelf omlaag als ze laten zien popmuziek serieus te nemen. Het aanzien van ‘oppervlakkige’ popmuzikanten stijgt juist als ze af en toe een (goed) boek blijken te lezen. Sommige popartiesten zetten dan ook nog een stapje omhoog: ze gaan zelf schrijven. Denk aan Huub van der Lubbe (De Dijk) en Thé Lau (The Scene) en in het buitenland aan muzikale wildeman Nick Cave.

Karl Ove KnausgardMaar ho – de schone letteren reiken ook naar de rock & roll. Jawel. Want schrijvers snakken diep in hun hart naar de populariteit en de coole uitstraling van popartiesten. Dat blijkt vooral bij de man die op jaloersmakende wijze het beste van twee werelden heeft: Karl Ove Knausgård, de schrijver van de zesdelige autobiografie Mijn strijd.

Vader van Karl Ove KnausgardKnausgård krijgt niet alleen uitstekende recensies. De Noor verkoopt ook miljoenen boeken en heeft met zijn onaangepaste karakter en ruige looks de bohemien-uitstraling waar de meeste van zijn collega’s alleen maar van dromen. De media geven hem al het vaste voorvoegsel ‘literaire rockster’ – de mooiste titel die een kunstenaar tegenwoordig lijkt te kunnen krijgen. Maar wat mij betreft is dat toch net iets te veel eer. Hoe meeslepend en verslavend Mijn strijd ook mag zijn, Knausgård is geen popster. Mocht-ie willen. Hij is gewoon een vet rockende schrijver.

Kippenvel – ‘Beauty Way’ van Eliza Gilkyson

Eliza Gilkyson‘My father made a pretty damned good living / Playing music on the Beauty Way / He’s gonna die with some money in his pocket / Wish I could do the same today, little darling / Wish I could do the same today’.

Zo begint ‘Beauty Way’, de openingstrack van het album Hard Times in Babylon (2000) van Eliza Gilkyson. Zet hem maar op (Spotify). Dat is wat je noemt met de deur in huis vallen. En met die details, je voelt dat dit uit het leven gegrepen moet zijn.

DSC_0523Na het wrang-humoristische openingsvers duikt de Amerikaanse singer-songwriter terug in de tijd. Vertelt hoe ze vanaf haar tienertijd de lokroep van de muziek volgde. Geen gemakkelijk leven, zingt ze, want al heb je soms succes, ‘you’re never hot enough’. En hoe hard je ook werkt, in de muziekbusiness regeren de dagkoersen: ‘It’s not something you control’.

De toon is bitter, wereldwijs. Een scheurende slide-solo zet haar klaagzang kracht bij. En het wordt nog erger. In het volgende couplet identificeert ze zich zelfs met coyotes die vuilnishopen afstruinen. Hoe diep kun je zinken. Maar in het laatste couplet vindt ze op de een of andere manier vanuit het diepe dal toch weer de weg omhoog:

‘Sometimes I wish I could unplug this cord / And my soul or my money I could save / Oh but every time I say I’m gonna quit the Beauty Way / I hear my bones just turning in their grave, little darling / Bones turning in their grave’.

Er is geen ontkomen aan: stoppen is zichzelf verloochenen. De Beauty Way, de rituele helende weg van de Najavos, is voor Gilkyson blijkbaar ook de veelbezongen ‘road’ van de moderne Amerikaanse troubadours. En het is de enige weg die ze kan gaan.

De Gilkysons in de studio

De jonge Gilkysons (Eliza in het midden) vergezellen hun vader Terry in de studio, circa 1956.

Wat het precies is met dit nummer? Is het zo interessant om te luisteren naar een artiest die zich beklaagt over gebrek aan succes? Blijkbaar wel. ‘Beauty Way’ is een publieksfavoriet bij Gilkysons concerten. En bij mij. Misschien komt het doordat er in het nummer heel wat op het spel staat. Niet voor niets komt de dood tweemaal om de hoek kijken. Bovendien gaat het, onder de letterlijke betekenis van de tekst, over iets universeel menselijks: de worsteling om het bestaan, de zoektocht naar je eigen bestemming. Over ploeteren en vooruitkomen. Twee stappen vooruit, één achteruit. Of andersom. En toch doorgaan op je pad. Want dat is jouw pad.

Maar bovenal: zo rauw en doorleefd hoor je niet vaak iemand over zijn of haar leven zingen. Ook al weet je niets over de achtergrond van Gilkyson (Hollywood, 1951, dochter van een succesvol filmcomponist), je voelt gewoon dat ‘Beauty Way’ waarachtig is. Het resultaat is – in elk geval bij mij – kippenvel.

Meer weten over Eliza Gilkyson? Klik hier.