popmuziek

De mooiste muziek van 2020

Album Top 5 van 2020 door Chris Bernasco

 

2020 loopt af. Alles is ditmaal anders, en toch is alles hetzelfde: een kerstboom, de Top 2000, stille straten, verdwaald vuurwerk. Deze laatste dagen van het jaar kun je als het ware vanaf de zijkant naar het verstrijken van de tijd kijken, dat vind ik fijn. Links, in een schuine boog, zie ik het afgelopen jaar liggen, rechts wat komen gaat. En verder hoef ik even niks. Bovendien zijn er de albumjaarlijstjes. Yes!

Lijstjes met de beste muziek van het jaar zijn altijd leuk om doorheen te struinen, ook in 2020 weer. Een van de aantrekkelijke dingen is dat elk medium het weer anders aanpakt. De Amerikanen van Pitchfork en de Britten van The Guardian komen beide met een traditionele Album Top 50, met daarin voor mij behoorlijk wat onbekend gebleven titels, die ik opvat als luistertips. (meer…)

Waarom zo weinig nederpopcovers?

De afgelopen weken heb ik hier me op Goeie Nummers in alle toonaarden uitgesproken over covers, en toen viel me op dat er in de vaderlandse popgeschiedenis relatief zo weinig Nederlandstalige tophits gecoverd worden. In elk geval veel minder dan in het Angelsaksisch taalgebied, waar coveren vrij gebruikelijk is. Uit mijn geheugen kan ik nauwelijks Nederpopcovers naar boven halen, en ook op internet heb ik er maar een beperkt aantal kunnen vinden.

Wat je wel ziet, vooral in de jaren 50, 60 en 70, zijn Nederlandstalige versies van buitenlandse nummers. In die tijd was het heel gebruikelijk om liedjes uit te brengen die waren vertaald vanuit het Frans, Duits, Grieks of Engels, meestal zonder dat feit zo duidelijk te communiceren. Wist je bijvoorbeeld dat Het Dorp van Wim Sonneveld een cover is van het nummer La Montagne van Jean Ferrat? En dat Marco Borsato’s hit Dromen Zijn Bedrog  teruggaat op Storie Di Tutti I Giorni van de Riccardo Fogli? Op Muzieklijstjes.nl staat een mooie lijst van dit soort nummers, samengesteld door kenner van het Nederlandse lied Vic van de Reijt.

(meer…)

Wie wint: cover of origineel?

Twee weken geleden schreef ik over een fraaie uitvoering van A Woman’s Work van Kate Bush (door soulzanger Maxwell). Op sociale media merkte iemand toen op dat ‘het origineel uiteraard toch het mooist was’. Die reactie maakte me bewust van iets cruciaals dat ik de afgelopen weken in mijn zoektocht naar de aantrekkingskracht van covers over het hoofd had gezien: rivaliteit.

In de nieuwsmedia is het al eeuwenlang een gouden wet: niets trekt zoveel aandacht als rivalen die strijden om de prooi, de overwinning, de prijs, de eer. Denk aan Art en Keessie, Beatles & Stones, Trump en Biden. Rivalry sells. Zo gaat het ook bij covers. Mensen willen weten: welke van de twee is de beste? Wie gaat er met de grootste eer strijken, ‘van wie’ zal het nummer uiteindelijk blijken te zijn? (meer…)

De Top 2000: nationaal wisselbadritueel

Afgelopen dinsdag begon de Top 2000 Stemweek van NPO Radio 2. Tot aanstaande maandag 17.00 uur kun je uit een lange lijst nummers minimaal 5 en maximaal 35 favorieten kiezen, of liedjes van je persoonlijke voorkeur toevoegen. De Top 2000, begonnen in 1999, is inmiddels een instituut, en ik merk dat ik er ook dit jaar weer echt naar uitkijk. Wat maakt die Top 2000 voor mij zo speciaal?

Nou, dat is zeker niet de pretentie van ‘De Beste Muziek Aller Tijden’. Dat zijn mooie marketingkreten, maar alleen al de aanwezigheid van nummers als I Was Made For Loving You van Kiss (no. 328 in de lijst van vorig jaar) en Holiday in Spain van Bløf & Counting Crows (no. 309) spreekt deze claim tegen (sorry als ik nu op iemands hart heb getrapt). Net als de overmaat aan ouwe witte rockacts bovenaan in de lijst. Wat de Top 2000 dan wel is? Een fijn nationaal wisselbadritueel. (meer…)

De mooiste vrouw-naar-man-cover

Naar aanleiding van de blog van vorige week, die afsloot met Aretha Franklins versie van Respect (Otis Redding), besloot ik daarna op zoek te gaan naar de mooiste genderwissel-cover van vrouw naar man. Voor alle duidelijkheid: dan gaat het dus over een zanger die een nummer zingt dat bekend werd in de uitvoering van een vrouwelijke artiest.

Met die zoektocht riep ik wel wat over mezelf af. Ten eerste bleken er helemaal niet zo heel veel vrouw-naar-man-covers te vinden te zijn. In elk geval veel minder dan andersom. Wetenschappelijke informatie heb ik niet gevonden, maar het is vast geen toeval dat er bijvoorbeeld op de Spotify-playlist Cover Girls (female covers of male songs) 1181 liedjes staan, en op Male Covers of Female Songs slechts 30. En wat zegt die scheve verhouding? Vermoedelijk veel over de ongelijke rolverdeling tussen mannen en vrouwen in onze popcultuur en onze samenleving in het algemeen. Dangerous territory. Piep-piep-piep. Mijnenveld. (meer…)

Een moment van verwarring

In tegenstelling tot de klassieke muziek en de jazz kent de popmuziek geen sterke cover-traditie. Van popartiesten verwachten we dat ze vooral zelfgeschreven liedjes spelen in plaats van werk van anderen vertolken. Toch luisteren we ook allemaal graag naar covers. In sommige gevallen is de cover zelfs beroemder dan het origineel. Wat maakt zo’n nieuwe versie van een bekend nummer eigenlijk zo aantrekkelijk?

Mijn hypothese is dat dat komt door het effect van de eerste kennismaking. Want bij die kennismaking heeft de cover altijd iets extra’s ten opzichte van een nieuw nummer: een moment van verwarring, korter of langer, dat op een gegeven moment wordt opgelost. Als een prangende vraag die zich eerst opdringt en daarna gelukkig een antwoord krijgt. Verrassing en herkenning. (meer…)

Drie werelden worden één

Een goeie cover maken is een kunst. Dat realiseerde ik me deze week weer toen ik door een bevriende muziekliefhebber werd gewezen op een artikel in NRC over de verrassende cover-vaardigheden van popster Miley Cyrus, die onder meer Jolene, de evergreen van peettante Dolly Parton, van een fijn rauw randje voorziet.

Een van de dingen die covers bijzonder maakt, is denk ik dat we daarbij getuige mogen zijn van de ene kunstenaar die reageert op het werk van een andere kunstenaar – en vaak ook op andere covers van datzelfde nummer. Het is een beetje alsof je toekijkt terwijl meester-jongleurs met onnavolgbare bewegingen een voorwerp naar elkaar overgooien dat ondertussen ook nog steeds van kleur of vorm verandert. Of zoiets. (meer…)

Albumverjaardag – Layla and Other Assorted Love Songs

1970 was een buitengewoon vruchtbaar jaar voor de popmuziek. Met onder meer Let It Be (The Beatles), Idlewild South (The Allman Brothers Band), Stage Fright (The Band), Déjà Vu (CSN&Y), Ladies of the Canyon (Joni Mitchell) en Moondance (Van Morrison). En dit rijtje jubileumalbums laat zich gemakkelijk uitbreiden. Bijvoorbeeld met Layla and Other Assorted Love Songs van Derek and the Dominos, dat komende maandag 9 november vijftig wordt.

Vanaf 1963 had Eric Clapton (Ripley, 1945) op stormachtige wijze carrière gemaakt in de bluesrockbands The Yardbirds en John Mayall & the Bluesbreakers en in de ‘supergroepen’ Cream (met Jack Bruce en Ginger Baker) en Blind Faith (met Steve Winwood). Claptons ster als sologitarist was op een gegeven moment zelfs zo hoog gerezen dat de slogan ‘Clapton is God’ door een fan op een muur werd gespoten en daarna een heel eigen leven ging leiden – tot ontsteltenis van de muzikant zelf. (meer…)

Goed slapen en goed opstaan

Twee wetenschappelijke nieuwtjes over muziek trokken deze week mijn aandacht. Nu heb ik een ambivalente houding ten aanzien van de muziekwetenschap: aan de ene kant wil ik steeds meer weten en aan de andere kant ben ik bang dat meer kennis juist afbreuk zal doen aan het wonder van de muziek. Een dilemma dat zich, net als de meeste andere dilemma’s in mijn leven trouwens, keer op keer zonder wezenlijke verandering voordoet.

Hoe dan ook, bij het zien van de kop ‘Onverstaanbare slaapliedjes zijn ook slaapverwekkend’ in populairwetenschappelijk magazine KIJK – ja, het bestaat nog – was mijn nieuwsgierigheid weer gewekt. De heersende opvatting over slaapliedjes is dat baby’s er rustig van worden omdat ze de bekende stem van hun vader of moeder horen. Onderzoekers van het Music Lab van de Harvard Universiteit hebben echter gevonden dat baby’s ook kalmer worden van opnames van slaapliedjes die door onbekenden worden gezongen. Met andere woorden, de liedjes zélf hebben slaapverwekkende eigenschappen. Jammer voor het zelfbeeld van ouders, fijn voor de status van muziek. (meer…)

De muziek uit je jeugd

Vorige week vroeg ik me wat onrustig af of ik met het langzaam breder worden van mijn muzieksmaak ook een deel van mijn identiteit aan het verliezen was. Daarna bedacht ik dat je de relatie tussen die twee ontwikkelingen natuurlijk ook heel anders kunt interpreteren: misschien zijn identiteit en muzieksmaak in de puberteit en adolescentiefase gewoon sterker aan elkaar verbonden dan later. Als tiener, zoekende naar mijn ware aard, kon ik de muziek goed gebruiken als de steunpilaar die ik nu, zo’n veertig jaar later, minder nodig heb.

Deze interpretatie biedt zeker enige geruststelling, maar roept ook de vraag op of de muziek voor mij dan tegelijkertijd niet sterk aan betekenis heeft ingeboet. Dat wat ooit een noodzakelijke levensbehoefte was en diepe impact op mijn gevoelsleven had, zou dan nu misschien meer een soort luxe in mijn bestaan zijn geworden, iets wat ik zonder veel problemen kan missen. Is dat ook zo? (meer…)

Wat je muzieksmaak over jou zegt

ABBA2Toen ik een tiener was, wist ik precies wat goed en niet goed was. In elk geval op het gebied van muziek. Alternatieve countryrock (Crosby, Stills, Nash & Young, The Band) was goed, Top 40 (ABBA, Michael Jackson) was fout. Folk, punk en new wave? Top. Disco, Franse chansons en het Nederlandse levenslied? Weg ermee. Houthakkershemden waren goed, gekke pakjes fout. Klassiek en jazz waren voor oude mensen, telden dus sowieso niet mee. Hoe heerlijk overzichtelijk was het leven.

schutting2Terugkijkend over meerdere decennia lijkt de ontwikkeling van mijn muzieksmaak het meest op het geleidelijk, één voor één, omvallen van hekken en schotten. Er gaat eigenlijk niets af, er komt alleen steeds meer bij. En dat proces gaat tot op de dag van vandaag door. Herkenbaar? (meer…)

Het nieuwe Spinvis-album

Op Goeie Nummers probeer ik de waan van de dag te mijden. Tijdloze muziek, tijdloze vragen over muziek, daarover moet het bij voorkeur gaan. Vandaag voert de actualiteit toch de boventoon, want vorige week – precies op mijn verjaardag, 2 oktober, dat kan geen toeval zijn – verscheen het nieuwe album van Spinvis: 7.6.9.6. Een mysterieuze woordloze titel die er natuurlijk om vraagt door Spinvis-exegeten te worden uitgeplozen.

In een interview las ik dat 7.6.9.6. vanwege de splendid isolation van corona wederom vooral huisvlijt was geworden, net als Spinvis’ baanbrekende debuutalbum uit 2002. Op dat titelloze debuut had Erik de Jong, zoals Spinvis voor de burgerlijke stand heet, vrijwel alles thuis in zijn eentje in elkaar geknutseld met behulp van echte instrumenten en allerlei elektronica. Ik was benieuwd of die werkwijze weer zo’n bijzonder album zou opleveren. (meer…)

Het mooiste herfstlied

Gezien de temperaturen van de afgelopen tijd is de herfst nu echt wel aangebroken. Een jaargetijde dat de gemoederen verdeelt. Sommige mensen bloeien op als de bladeren vallen, maar bij de meesten dreigt toch vooral neerslachtigheid en melancholie. En tegelijkertijd zijn maar weinig mensen ongevoelig voor de kleurenpracht van een herfstig loofbos. Voor popmuzikanten, een mensensoort die hypersensitief is voor gemoedsbewegingen, biedt het najaar dus een buitenkans. Welke artiest maakte er het mooiste lied over?

Liefhebbers van de herfst kunnen hun hart ophalen aan deze funksoulkraker uit 1978: September van Earth, Wind & Fire. Tekstschrijver Maurice White lijkt de komst van het najaar als het begin van een heel fijn feestje te beschouwen. Als je het nummer opzet, is de kans daarop ook behoorlijk groot. Maar verder heeft de pro-herfstgroep niet al te veel keuze aan goeie nummers. (meer…)

Kippenvel – Ain’t It Enough

Kun je een overtuigend liedje schrijven over de ultieme vraag, die naar de zin van het leven? Het onderwerp is zo groot, zo eindeloos, zo ongrijpbaar. Het lijkt onbegonnen werk om het eeuwige mysterie te vangen in een popliedje van een paar minuten. Maar dat is dan toch buiten Old Crow Medicine Show gerekend.

De Amerikaanse rootsband uit Nashville, Tennessee, kwam voor het eerst op mijn net- en trommelvlies via de bekroonde documentaire Big Easy Express uit 2012. Daarin trekt de band samen met Edward Sharpe & The Magnetic Zeros en de Britse Mumford & Sons in een vintage trein van San Francisco naar New Orleans terwijl ze op podia, treinwagons en buiten in het veld lustig met elkaar rondhangen en musiceren. (meer…)

Bowie’s boeken

boek Bowie's boekenkastBoeken. Lijstjes. Popmuziek. Drie dingen waar ik geen genoeg van kan krijgen. En dus ging er een flinke shot dopamine door mijn brein toen ik onlangs het boek Bowie’s Boekenkast van John O’Connell onder ogen kreeg, met als ondertitel: De honderd boeken die het leven van David Bowie veranderden.

groot affiche David Bowie Is Groninger MuseumIn 2013 ging in het Londense Victoria & Albert Museum de expositie David Bowie Is van start, een carrière-overzicht met zo’n vijfhonderd voorwerpen uit Bowie’s persoonlijke archief, zoals kostuums, schilderijen en handgeschreven songteksten. Onderdeel van de expositie, die daarna met groot succes de wereld over zou gaan, was ook een lijst met de honderd boeken die Bowie naar eigen zeggen het meest hadden beïnvloed. (meer…)

The Band – broederschap en plankenkoorts

Vorige week zag ik in de bioscoop de nieuwe documentaire Once Were Brothers, over de opkomst en ondergang van een van de meest invloedrijke en bijzondere bands uit de popgeschiedenis: The Band. Ik ging in één keer een heel stuk terug in de tijd.

Het verhaal van The Band in zevenmijlspassen: vier Canadezen en één Amerikaan begeleiden vanaf begin jaren 60 als The Hawks de ruige rockabilly-zanger Ronnie Hawkins. In 1966 rekruteert Bob Dylan het vijftal voor de roemruchte tournee door Europa en de VS waarop hij ‘elektrisch gaat’ en meer scheldwoorden dan applaus mag incasseren. (meer…)

Eerherstel voor de jaren 80

Een tijdje geleden heb ik me hier op Goeie Nummers – en ook in mijn boek Diepe groeven – enigszins laatdunkend uitgelaten over een tijdvak waaraan sommige popliefhebbers buitengewoon goede herinneringen blijken te koesteren: de jaren 80. Van verschillende kanten kreeg ik daar wat commentaar op – heel beschaafd hoor, bedreigingen zaten daar niet of nauwelijks bij – maar zoiets zet je toch aan het denken.

In eerste instantie was ik verwonderd over die reacties. Ze troffen me als hernieuwd bewijs van het wetenschappelijk vastgestelde feit dat muziek uit het ‘eigen’ tijdvak, dat wil zeggen de muziek die mensen ongeveer tussen hun 12e en 25e horen, altijd een bijzonder plekje in hun hart blijft innemen. Zelfs als het gaat om liedjes met de steriele synthesizerklanken en het overdreven galmende drum- en zanggeluid van de jaren 80, gespeeld door muzikanten met bizar groot en doorgeföhnd haar. (meer…)

Klanken van oorsprong

The Blue DiamondsAfgelopen maandagavond zag ik op NPO2 de documentaire Klanken van Oorsprong van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich. Aan de hand van belangrijke hoofdrolspelers wordt hierin het verhaal verteld van de Indische Nederlanders die tussen 1946 en 1960 naar ons land kwamen en hier een muzikale carrière opbouwden. Van vroege rock-‘n-rollhelden als de Tielman Brothers en The Javelins tot The Blue Diamonds, Sandra Reemer en Doe Maar-toetsenist Ernst Jansz.

affiche docu Klanken van oorsprongIk zag de documentaire nu voor de tweede keer, de eerste keer was bij de bioscoop-release in 2018. In de zaal destijds vooral Indische Nederlanders, herinner ik me. Af en toe hoorde ik iemand zachtjes grinniken bij een smakelijke anekdote die de muzikanten, inmiddels flink op leeftijd, opdisten over hun gloriedagen. Soms werd het ook stil in de zaal, als lang verzwegen pijn naar boven kwam, bijvoorbeeld over het onbegrip waarop de Indische Nederlanders destijds in ons land stuitten. (meer…)

Waar zijn de rocksterren?

Karl Ove KnausgardAls je tegenwoordig het woord rockster tegenkomt, lijkt het steeds te gaan over mensen buiten de popmuziek. Thomas Piketty wordt ‘rockster-econoom’ genoemd, schrijver Karl Ove Knausgård ‘literaire rockster’, de alternatief boerende Joel Salatin is de ‘rockster van de landbouw’, Suzanne Schulting ‘de popster in de Nederlandse shorttrackwereld’. Popartiesten zelf worden nauwelijks nog zo aangeduid, dus de vraag rijst: waar zijn de echte rocksterren gebleven?

Uncommon PeopleEen welsprekend antwoord op die vraag wordt geleverd door David Hepworth in zijn boek Uncommon People. The Rise and Fall of the Rock Stars (2017). Volgens de Britse muziekjournalist is de rockster te vergelijken met de cowboy. Ooit werkten er in Amerikaanse Westen echte koeienherders, inmiddels is de cowboy iets van vroeger, een archetype, een benaming voor bijvoorbeeld een ondernemer die zich niks aantrekt van de regels in zijn branche. (meer…)

Hoe belangrijk is de tekst?

Al vanaf mijn tienerjaren – de jaren 70 – speel ik als zanger-gitarist in amateurbandjes op kleine podia mijn zelfgeschreven popliedjes. Zonder grote ambities of verdiensten. Het is een pretentieloze bezigheid die tegelijkertijd heel belangrijk voor me is. Niet alleen vanwege ‘het sociale gebeuren eromheen’, maar ook omdat ik met die liedjes iets van mezelf kan uitdrukken, in een stijl die precies bij mij past – iets waar in mijn dagelijks werk niet zoveel ruimte voor is.

Zo’n tien jaar geleden besloot ik één ding te veranderen: ik schakelde van het Engels over op het Nederlands. Vanaf toen zong en schreef ik alleen nog in mijn moedertaal. En dat ene ding bleek een bijzonder verschil te maken. Het was alsof ik over een drempel stapte en in een onbekende wereld terechtkwam, misschien zelfs wel in een wereld die er daarvoor gewoon nog niet was. (meer…)