blog

Suzanne Vega en de richting van de tijd

Afgelopen woensdag zag ik Suzanne Vega in het Utrechtse muziekpaleis TivoliVredenburg. Ik ben fan vanaf het uitkomen van haar titelloze debuutalbum in 1985. Nummers als Marlene on the Wall, Luka, Small Blue Thing, ik heb ze in mijn studententijd grijsgedraaid. En daarom was het concert van eergisteren deels een reis terug in de tijd.

Het werk van de Newyorkse singer-songwriter sloeg destijds in als een bom, als je dat tenminste van zulke intelligente, zacht gezongen liedjes kunt zeggen. In elk geval had ze meteen grote invloed op andere artiesten, zoals haar landgenotes Melissa Etheridge en Shawn Colvin en in ons land Nits-frontman Henk Hofstede. En hoewel ze altijd interessante muziek is blijven maken, zijn Vega’s hoogtijdagen beperkt tot de helft van de jaren 80, zodat ik afgelopen week opvallend veel mensen tegenkwam die nog nooit van haar hadden gehoord.

(meer…)

De muziek van mijn broer

De voorgaande weken heb ik mezelf losjes verdiept in de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Met het idee dat ik andere mensen hiermee zou kunnen inspireren om hetzelfde te doen. Ik vond het een interessante – en ook enigszins weemoedig stemmende – exercitie. Een trip down memory lane en tegelijk een poging om de soms zinloos lijkende toevalligheden van een leven (lees: mijn leven) betekenis te geven.

Ik schreef over de muzikale invloed van vrienden, van mijn vader, van mijn moeder. Over een andere influencer – waarschijnlijk de belangrijkste – mijn oudere broer Wim, schreef ik al eerder. Ik ga die blog van twee jaar geleden hier niet herhalen, maar ik grijp deze gelegenheid wel graag aan om een pijnlijke omissie goed te maken. Mijn broer bracht mij namelijk niet alleen in contact met Lou Reed, David Bowie, John Coltrane en JJ Cale, maar ook met een groep muzikanten die sindsdien voor altijd in mijn hart zitten: The Allman Brothers Band.

(meer…)

Het mooiste liedje voor onder de douche

Vanwege de toenemende droogte maakt waterbedrijf Vitens zich zorgen over afnemende drinkwatervoorraden. In een recente nieuwsbrief vragen ze hun klanten onder meer om korter te douchen. Van gemiddeld 8,4 naar maximaal 5 minuten – dat bespaart ruim 27 liter per douchebeurt.

Om korter te douchen geeft Vitens de tip om een favoriet muziekje van maximaal 5 minuten op te zetten vlak voordat je de eerste waterstralen over je heen laat kletteren – en eronderuit te stappen zodra de muziek stopt. Een slim advies nu steeds meer mensen met de huidige draadloze speakertjes elk gewenst liedje via streaming ook in de badkamer kunnen afspelen. Ik vroeg me af: wat zou in dit geval het ultieme doucheliedje zijn?

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Paul Simon

Het titelloze debuutalbum van Paul Simon is niet wat het lijkt. Wie er nu, een halve eeuw na verschijning naar luistert, hoort misschien een goede maar typische jaren-70 singer-songwriterplaat met melodieuze liedjes en intelligente teksten. Voor de artiest zelf was het destijds vooral een duik in het diepe, en voor het poppubliek was het album in verschillende opzichten behoorlijk verrassend.

Net zoals de breuk met zijn maat Art Garfunkel anderhalf jaar eerder was geweest. Weinig mensen begrepen waarom het tweetal op het hoogtepunt van hun succes, kort na hun meesterwerk Bridge over Troubled Water, uit elkaar ging. En net als bij The Beatles werd er door fans en journalisten volop gespeculeerd over de redenen.

(meer…)

De muziek van mijn moeder

In een van mijn oudste herinneringen ben ik dicht bij het volmaakte geluk. Ik lig als vijfjarige met een boek onder de tafel terwijl mijn moeder aan het strijken is en de radio aanstaat. Een beschermde plek om weg te dromen terwijl er af en toe klanken van buiten doordringen. Mijn moeder zet de radio harder bij een kunstig liedje van Jasperina de Jong dat volgens mij bij een reclame hoorde. We hadden er ook een plaatje van.

Mijn moeder werd geboren in 1932, in een net en eenvoudig Leeuwarders gezin waarin muziek een niet onbelangrijke plek innam. Naar verluidt kon mijn opa uit zijn hoofd hele aria’s fluiten, en zijzelf was op de kweekschool – de voorganger van de PABO –  een van de weinige studenten die een melodie meteen in muzieknoten kon omzetten (solvège). Maar sporten vond ze als hobby toch belangrijker dan muziek.

(meer…)

Wie is ‘ik’ in een poplied?

theo nijland

In een interview van een tijdje geleden licht zanger-pianist Theo Nijland zijn hilarische nummer Wat een leuk liedje (2008) toe. In dit leuke liedje reageert Nijland op de hem veelvuldig gestelde vraag waarom zijn liefdesliedjes meestal gericht zijn aan vrouwen terwijl hij zelf homo is. De impliciete stelling onder de vraag is dat Nijland daarmee eigenlijk ‘aan het liegen’ is en dat dat dus verkeerd is – een opvatting die de zanger duidelijk afwijst.

ik 2

Deze discussie vestigt ook de aandacht op een interessante vraag waar we misschien niet dagelijks bij stilstaan: wie zien wij als luisteraars voor ons bij de ‘ik’ in een liedje? Het antwoord dat als eerste bij je opkomt is waarschijnlijk: degene die het lied zingt. Natuurlijk. We nemen aan – meer of minder bewust – dat de ‘ik’ overeenkomt met de persoon van de zanger(es). Dat blijkt ook uit het feit dat we vaak even verwarring voelen als een artiest een nummer van een artiest van het andere geslacht covert.

James Blake

Zo word ik bij James Blake’s versie van Joni Mitchells A Case of You even bevangen door twijfel of de jonge Engelsman wel overtuigend in Mitchells ‘ik’ kan kruipen, ook vanwege de verwijzingen naar haar vaderland Canada. In Aretha Franklins versie van Otis Reddings Respect neemt de zangeres haar toevlucht tot een tekstaanpassing: om het jaren 60-nummer geloofwaardig te maken spreekt het ik-personage haar thuiskomende partner (kostwinner) aan in plaats van andersom .

ik

Maar is het echt zo eenvoudig – koppelen we de ‘ik’ inderdaad direct aan de zanger(es)? Of weten we diep in ons hart eigenlijk dat het maar fictie is? Of laten we het liever in het midden? Hmm – dingen die we elke dag gedachteloos doen zijn soms ingewikkelder dan ze lijken.

Bredero

In de vorig jaar verschenen biografie van Bredero, De hartenjager, presenteert literair-historicus René van Stipriaan de 17e-eeuwse dichter en toneelschrijver als een vroege voorloper van de 20e-eeuwse popliedjesschrijvers. Bredero pionierde door zijn naam in verschillende varianten te laten rondzingen in zijn teksten. Hij zaaide zo verwarring over hoe je de ‘ik’ in dat werk moest lezen: was het Bredero zelf, of was de ‘ik’ toch een personage – of was het een personage dat leek op de schrijver? Een popliedje gebeurt volgens Van Stipriaan hetzelfde. Het liedje is een korte ‘dagdroom’ van de artiest, wat het een ‘vleugje autobiografie’ geeft.

YouEen vleugje biografie, dat vind ik mooi. En ik trek die redenering graag nog iets door: zoals alle dromen is zo’n dagdroom weliswaar van de dromer, maar bevindt hij zich ook buiten zijn geest. Een droom is letterlijk on-werkelijk. En dat geeft de luisteraar de kans om erin te stappen en zich een eindje te laten meevoeren. Met andere woorden: de ‘ik’ in een liedje is een beetje de artiest, een beetje een personage, maar uiteindelijk vooral degene die luistert: jij.

Albumverjaardag ◉ Wilco – Yankee Hotel Foxtrot

Als er één band is die aangemerkt kan worden als vaandeldrager van de alt-country, dan is het Wilco. En als er één album iconisch is in dat lastig te omschrijven genre, dan is het Yankee Hotel Foxtrot, deze week 20 jaar oud geworden. Een cultklassieker van de vroege 21e eeuw.

Voor de band zelf is de verjaardag aanleiding voor een speciale Yankee Hotel Foxtrot Anniversary Tour en een uitgebreide re-issue van het album. De fan heeft ruime keuze: een ‘gewone’ dubbel-lp of -cd of een super-de-luxe uitgave van maar liefst 8 cd’s of 11 lp’s, met allerhande outtakes en making-of’s. Of iets ertussenin. Daaruit kun je de status van dit album wel zo’n beetje aflezen.

(meer…)

De muziek van mijn vader

Deze weken ben ik op zoek naar de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Wie beïnvloedden mijn luistergedrag? Wie zetten mij op het spoor van nieuwe artiesten? En hoe werkt dat door tot op de dag van vandaag? Naast de radio en muziekbladen zijn de belangrijkste influencers waarschijnlijk mijn vrienden geweest. Daar schreef ik vorige keer al over.

Maar je moet je familie zeker ook niet uitvlakken. Ouders, broers en zussen zijn door hun voortdurende aanwezigheid natuurlijk medebepalend voor je muzieksmaak, al gaat dat proces vaak onbewust. Zelfs voor je geboorte schijn je al muziekvoorkeuren te ontwikkelen omdat er geluid van buiten in de baarmoeder doordringt. In de kinderjaren daarna, voordat je je eigen muziek gaat kiezen, wordt je vaak blootgesteld aan de muziek van je ouders. Vandaag zoom ik in op de – volgens mij grotendeels onbedoelde – muzikale opvoeding die ik kreeg van mijn vader.

(meer…)

De muziek van je vrienden

life is better with friends

Hoe ontdek je nieuwe muziek? Hoe kom je op het spoor van interessante artiesten, liedjesschrijvers, of muziekgenres die je nog niet kent? Ik had het daar een tijdje geleden over via WhatsApp met een paar van mijn vrienden, allemaal popliefhebbers van dezelfde generatie, opgegroeid in de jaren 70 – dus allemaal met ruime ervaring en een goede muzieksmaak, zeg ik dan.

De antwoorden waren divers. Aanbevelingen van Spotify werden genoemd als wegwijzers naar nieuwe muziek, naast recensies in NRC en Volkskrant. Verder online popmedia zoals Heaven en Pitchfork maar ook YouTube en Facebookgroepen zoals Americana Liefhebbers. De conclusie uit de inventarisatie: er zijn meer dan genoeg plekken om nieuwe muziek te ontdekken. En de tijd van slechts enkele belangrijke tipgevers – zoals muziekbladen en die goeie ouwe radio – is voorgoed voorbij.

(meer…)

Liefde op het eerste gehoor

Sommige artiesten dringen pas na lange tijd tot je hart door. Andere grijpen je meteen bij de kladden, meteen de eerste keer dat je ze hoorde. Je wordt van de sokken geblazen. Staat in vuur en vlam. Zoiets heb je nog nooit gehoord. Wat ís dit? Hoe kan dit er zijn? Is er nog meer van?

Vaak houdt de artiest levenslang een speciaal plekje in je hart, want iets van de eerste keer blijft altijd hangen. Bij mij tenminste wel. Als ik denk aan de keren dat dit fenomeen mij te pakken kreeg, komt als eerste Sultans of Swing van Dire Straits bij me op. Het was 1978 – ik was veertien, de meest ontvankelijke leeftijd voor muziek – toen het nummer van Mark Knopflers band de Nederlandse hitparade binnenkwam.

(meer…)

Het mooiste instrumentale tussenstuk

Een paar weken geleden passeerden op Goeie Nummers verschillende popnummers met bijzondere middle eights. Toen ging het over tussenstukken met zang – de meest voorkomende soort in de popmuziek – vandaag over hun instrumentale tegenhangers. Liedjes waarin de gezongen coupletten en refreinen worden afgewisseld met een gedeelte waarin de artiest van het gebaande pad afwijkt, met vaak een solo-instrument zoals gitaar of saxofoon in de hoofdrol.

Het instrumentale tussenstuk is vaak een waar kunststukje, meer nog dan de gezongen variant. Opvallende akkoordenreeksen, modulaties, tempowisselingen soms zelfs. Het verrassingseffect is groter – alsof je in de bus zit en de chauffeur opeens besluit van de vaste route af te wijken: een omweg met als doel de passagiers iets moois of uitzonderlijks te laten zien. En jij, overgeleverd aan de muziek zoals aan de chauffeur van de snelbus, moet gewoon mee.

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Nick Drake – Pink Moon

Op 30 oktober 1971 verscheen Nick Drake volgens afspraak voor de eerste van twee opnamesessies in de Londense Sound Techniques-studio. Elf basistracks zou hij daar op twee achtereenvolgende avonden opnemen. Behalve de singer-songwriter was alleen studiotechnicus John Wood aanwezig. Toen Wood hem na afloop van de tweede sessie vroeg welke arrangementen en overdubs hij erbij wilde hebben, antwoordde Drake: “Ik wil geen andere instrumenten erbij. Helemaal niets.” En zo zou Pink Moon – afgezien van de paar pianoklanken in het titelnummer – ook verschijnen. Zang en een akoestische gitaar, verder niets.

Een paar jaar daarvoor had Drake zijn debuut gemaakt met Five Leaves Left (1969), kort daarna gevolgd door Bryter Layter (1970). Twee platen vol razendknappe melancholieke folksongs die op de een of andere manier allebei vrijwel onopgemerkt bleven, zowel bij recensenten als bij de muziekliefhebbers. Na deze teleurstelling viel de van nature introverte muzikant ten prooi aan depressies en trok hij zich terug bij zijn ouders op het platteland van Tanworth-in-Arden. Tot hij zich anderhalf jaar later onverwacht weer bij Wood meldde met nieuwe liedjes.

(meer…)

Het mooiste tussenstuk

Sommige muziekjournalisten noemen het de ‘middle eight’, acht maten in een popliedje die afwijken van de coupletten en refreinen, meestal na het tweede refrein. Ikzelf gebruik door gewenning altijd het minder elegante woord ‘tussenstuk’. Een vaak aangehaald voorbeeld is het stukje in We Can Work It Out (Beatles) dat begint met ‘life is very short and there’s no time’ (op 0.43) of het complexe middengedeelte van Good Vibrations (Beach Boys) dat eindigt met een langgerekt ‘aaaaahhhhh’.

Het tussenstuk is een element in popsongs dat mij steeds dierbaarder wordt, waarschijnlijk omdat het ook steeds schaarser wordt. Wie naar de huidige hitparade luistert, kan er lang en vergeefs naar zoeken. Maar ook in recent werk uit de alternatieve pophoek – ik noem een Big Thief, een Arcade Fire of een Beach House – tref je het kleinood nauwelijks nog aan. Zou het kunnen dat het tussenstuk op weg is naar de uitgang?

(meer…)

Popcitaten die zeggen ‘Zo zit het’

Sommige zinnetjes uit een popsong blijven altijd bij je. Voor mij bijvoorbeeld ‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend,’ uit Bob Dylans Going, Going, Gone – ik schreef daar eerder al eens over. Sommige tekstregels uit popsongs worden in de loop der tijd gevleugelde citaten, tekstfragmenten die herhaald worden en soms ook een eigen leven gaan leiden, buiten het liedje om. Daarover ging het een paar weken geleden op Goeie Nummers.

Vandaag zoek ik specifiek naar apodictische popcitaten: tekstregels die een onomstotelijke waarheid verkondigen, liever gezegd, die een uitspraak doen met de overtuiging die deze onweerlegbaar is. Popregels met ambitie. Als ze echt goed zijn, geven ze ons het gevoel dat we een dieper inzicht in het leven krijgen.

(meer…)

Elvis Costello & The Imposters – A Boy Named If

Ik heb het gevoel dat ik over Neil Young en Joni Mitchell moet schrijven. Over hun boycot van Spotify vanwege de desinformatie over vaccins en corona die via sommige podcasts van het streamingplatform wordt verspreid. De actie van mijn twee oude muziekhelden is geloofwaardig, haalt de kranten en doet discussies oplaaien. Maar ik heb vandaag niet zo’n zin in discussies.

Liever richt ik me in deze eindeloos lijkende periode zonder livemuziek op de mooie dingen des levens. Zoals de nieuwe plaat van Elvis Costello & the Imposters: A Boy Named If. Een verrassend en ouderwets goeie plaat die doet denken aan Costello’s vroege werk uit de jaren 70. Dat laatste is ook niet zo vreemd, want begeleidingsband The Imposters bevat met drummer Pete Thompson en toetsenist Steve Nieve twee beeldbepalende Attractions van toen.

(meer…)

Het mooiste popcitaat

Onlangs vond ik in mijn inbox een e-mail van een bekende Nederlands politicus, leider van een duurzame progressieve partij, met als onderwerpregel ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’. Hoewel het niet werd vermeld, moet deze uitspraak zijn ontleend aan De Tijgerkat (1958) van Giuseppe Tomasi di Lampedusa, een van mijn lievelingsboeken.

De Tijgerkat speelt rond 1860 op Sicilië en handelt over een adellijk Siciliaans geslacht dat voelt dat hun oude aristocratische levenswijze in de verdrukking komt. Pater familias Don Fabrizio besluit dat de familie moet meebewegen met de tijdgeest omdat ze anders alles zullen kwijtraken. ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’ is de reddingsboei. Meer zeg ik er niet over – lees dat boek.

(meer…)

Zingen over eten

Wat weten we over onze favoriete popartiesten? Voor ons gevoel heel wat. In hun liedjes delen ze vaak hun intiemste zieleroerselen, diepste dalen, hoogste toppen. Maar hoe zit het met hun dagelijks leven – en het belangrijkste onderdeel daarvan: hun dagelijks voedsel?

Toen ik op zoek ging naar liedjes over eten leverde dat een aardige lijst op. Maar niet meteen een goed inzicht in het voedingspatroon van de artiesten of in wat dat eten in een liedje eigenlijk doet. Kijk naar nummers met titels als Peaches (Stranglers), Birthday Cake (Rihanna) of American Pie (Don McClean). Daarin staan de perziken, verjaardags- en andere taarten meestal toch voor iets heel anders – vul zelf maar in.

(meer…)

Mijn jaarlijstje

De Oogst, Vincent van Gogh

Vorige week filosofeerde ik hardop over de jaarlijstjes van diverse popmedia in binnen- en buitenland. Vandaag mijn eigen lijstje, waarbij aangetekend dat ik het afgelopen jaar hoogstens – en zeer ruw geschat – zo’n honderd nieuwe platen beluisterde. Voor mezelf is het desondanks de moeite waard om te zien wat me van zo’n jaar bijblijft – en hopelijk is de oogst ook interessant genoeg voor de lezers van Goeie Nummers.

Mijn Top 10 van 2021 valt duidelijk in twee delen uiteen: een vrouwelijke en een mannelijke kant. Wat dat over mezelf zegt, laat ik graag ongeanalyseerd. Feit is dat je daardoor eerder kunt spreken van twee Top 5-en dan één Top 10. Des te beter. Hiermee treed ik in de voetsporen van Rob Fleming, hoofdpersoon in Nick Hornby’s roman High Fidelity, een man die weet dat je het leven het best kunt becommentariëren – en proberen te bevatten – via een Top 5 van popalbums, -liedjes en -artiesten.

(meer…)

De lijstjes van 2021

We schrijven december en dus is het weer lijstjestijd: boeken, films en wat al niet. Ook lijstjes met de beste popmuziek van het afgelopen jaar. Ik vind het altijd een fijne tijd. Onder het genot van zachte kerstsferen, oliebollen en veel vrije tijd ontstaat er overzicht, wordt het kaf van het koren gescheiden én kom ik erachter wat ik allemaal jaar heb gemist.

Welke lijstjes las ik zoal? Eerst de buitenlanders: het Britse dagblad The Guardian, rootsmagazine No Depression en het Amerikaanse Pitchfork komen alle drie met een Album Top 50. Waarbij als eerste opvalt dat uit het No Depression-lijstje (op basis van een lezerspoll) slechts twee artiesten (The War on Drugs en Kacey Musgraves) terugkomen in de twee andere lijsten. Dat is wel heel weinig overlap.

(meer…)

Het tederste liefdesliedje

‘Ik haal levensvreugde uit liefdesliedjes met tedere teksten’. Aldus de 100-jarige Jos Wessels vorige week in een vraaggesprek met De Volkskrant, die dit jaar hetzelfde jubileum viert. Ballads van Frank Sinatra, Tony Bennett, Sarah Vaughan en Ella Fitzgerald, daar luistert Jos nog veel naar. Waarbij zijn herinneringen de klanken aanvullen die zijn gehoor niet meer zo precies kan onderscheiden.

Het zijn wijze woorden, waar ook mensen onder de honderd wat aan kunnen hebben. Want waarom zou je de beperkte tijd die je hier op aarde gegeven is besteden aan ruzie, chagrijn of ontevredenheid? ‘Try a little tenderness’ zong Otis Redding al in 1966, in 1998 nog in het Nederlands vertaald door Raymond van het Groenewoud als Een beetje tederheid. Daarom zoeken we vandaag naar het tederste liefdesliedje in de popmuziek. Waar zou dat te vinden zijn?

(meer…)