Overmorgen is het Vaderdag. Daarom is Goeie Nummers deze week op zoek gegaan naar een passende popsong om af te spelen als je hem zondagochtend, zeg maar, ontbijt op bed brengt. En hoewel er flink wat goeie vader-nummers bestaan, bleek het geen eenvoudige opgave om een echt goed vaderdaglied te vinden.
Singer-songwriter Loudon Wainwright III heeft waarschijnlijk meer dan welke artiest ook over gezinsrelaties geschreven, onder meer over zijn vader. Maar in liedjes als Older Than My Old Man Now en Surviving Twin slaat hij de spijker zo nauwkeurig op de kop dat de gezelligheid er enigszins onder lijdt. En wat ook niet echt stemmingsverhogend werkt – de zanger zingt over een vader die er niet meer is. (meer…)
Vandaag op Goeie Nummers voor de verandering een liedje dat echt oud is, misschien wel twee eeuwen, maar dan in een versie van slechts een halve eeuw geleden:
Fotheringay behoorde tot de lichting Britse bands die zich eind jaren 60 afwendden van de Amerikaanse stadse popmuziek van die tijd. In plaats daarvan richtten bands als The Watersons, Pentangle en Fairport Convention zich op het eigen land. Ze zochten naar oude volksliederen die op het Britse en Ierse platteland van generatie op generatie werden doorgegeven, om daar vervolgens een eigenwijze moderne draai aan te geven.
Op 11 mei 2014 verscheen mijn eerste blogbericht hier op Goeie Nummers. ‘De mooiste country-duetten’ luidde de titel, geschreven naar aanleiding van het fraaie optreden van de Common Linnets (Ilse DeLange en Waylon) op het Eurovisie Songfestival. En nu, ruim zes jaar later, is er dan een boek: Diepe groeven. Een terugblik en vooruitblik in één.
En het meest bijzondere was: er dienden zich veel meer interessante onderwerpen aan dan ik had verwacht. Niet alleen mijn eigen favoriete artiesten en liedjes, maar ook intrigerende pop-verschijnselen waar ik meer van wilde weten. Zoals de bijzondere verhouding tussen fans en hun idolen. Of hoe liedjes oude herinneringen kunnen oproepen. De impact van de voortschrijdende technologie op onze muziekbeleving. Wat onze muziekvoorkeur zegt over onze identiteit. Welke mooie liedjes er zijn geschreven over de maan, en welke daarvan het allermooiste is. Nee, de onderwerpen raakten niet op, integendeel.
Afgelopen zondag 24 mei werd Bob Dylan 79 jaar. Een eerbiedwaardige leeftijd, zeker voor een popartiest, maar de aandacht voor deze verjaardag in de media leek eerder bij een jubileum te passen. De
Ik schreef daar een paar jaar geleden 
Zou het mecenaat voor popmuzikanten een oplossing zijn nu hun inkomsten door de coronacrisis opdrogen? Ja, zeggen hoogleraar Mecenaatstudies Helleke van den Braber en De Staat-toetsenist Rocco Hueting in een
De carrière van Nick Lowe is nauwelijks te bevatten. Eind jaren 70, begin 80 beleeft de Britse zanger-basgitarist successen als solo-artiest met inventieve maar weinig authentieke liedjes (I Love the Sound of Breaking Glass, Cruel To Be Kind). Terwijl zijn meesterwerken vanaf midden jaren 90 (The Impossible Bird, The Convincer) nooit meer dan een beperkte schare trouwe fans bereiken. Hoe kan dat? Is het een bewijs voor de stelling dat kwaliteit en commercieel succes gewoon niet kunnen samengaan?
Ik ging op zoek naar het antwoord in Lowe’s recente biografie Cruel To Be Kind, van de hand van popjournalist Will Birch. Birch sprak vele mensen uit Lowe’s omgeving, alsmede de man zelf, en biedt zo een mooi inkijkje achter de schermen van de publieke persona die de Engelsman ons laat zien. Zodat we geleidelijk steeds dichter bij de kern van het enigma komen.
Komende zondag is het moederdag. Wie dat een commerciële nepfeestdag vindt kan nu meteen wegklikken. Maar doorlezen zou slimmer zijn, want mooie liedjes voor moeder kun je elke dag van het jaar draaien. Vandaag zoek ik naar liedjes waar je haar aanstaande zondag letterlijk en figuurlijk voor wakker kunt maken – nadat ze eerst natuurlijk lekker lang heeft uitgeslapen.
Er zijn niet superveel popsongs over moeder, valt me op. Met
Het wegvallen van popconcerten en festivals is een ramp. In de eerste plaats voor artiesten, organisatoren, zaaleigenaren en alle andere mensen die in de branche hun brood verdienen, zoals licht- en geluidstechnici en podiumbouwers. Maar ook veel popliefhebbers, waaronder ikzelf, hebben eronder te lijden.
Want voor elke rechtgeaarde popfan is het concert nog steeds dé plek voor de hoogste muziekbeleving en emotionele impact. Daar kan een plaatopname niet tegenop. Er is die onverklaarbare interactie tussen publiek en artiest, tussen een grote groep individuen die, zoals theaterredacteur Herien Wensink dat in de Volkskrant zo mooi noemt, een
Een grote broer hebben heeft veel voordelen, dat blijkt ook uit onderzoeken. Hij beschermt je tegen pestkoppen op het schoolplein. Hij maakt voor jou in het gezin de weg vrij op het gebied van uitgaan, drinken en aanverwante zaken. Volgens
Ik kan het weten. In de zomer van 1976 was ik twaalf (‘bijna dertien’) en mijn broer Wim vijftien. Hij lag qua ontwikkeling op alle fronten meerdere lichtjaren op mij voor, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen. En naast broederliefde was er natuurlijk ook lichte rivaliteit – denk aan Kaïn-Abel, Jakob-Esau, Noel-Liam – dus ik probeerde in de daaropvolgende puberjaren uit alle macht aan te haken en de afstand te overbruggen. Het voornaamste middel daarvoor was de popmuziek.
Gouden platen, awards, tribute-albums, een rits tijdloze liedjes die mensen troost en inspiratie blijven bieden – na de dood van een artiest wordt dat alles een paar dagen later in de krant teruggebracht tot maximaal vierhonderd woorden. Zelfs een imposant artiestenleven lijkt dan zo futiel, bijna zinloos – en het leven van ons gewone stervelingen en passant nog meer. Dat gevoel kreeg ik vorige week toen ik de necrologieën las van Bill Withers, die op 30 maart op 81-jarige leeftijd overleed.
De Volkskrant
In deze coronatijd moeten we vanwege de ‘intelligente lockdown’ heel wat moeilijke dingen leren: gepaste afstand houden, hulp vragen – en alleen zijn. Vooral voor alleenstaanden kan dat laatste zwaar zijn. Een hug, een schouderklopje, samen eten, drinken, smoezen of bingewatchen – een groot deel van de dingen die het leven normaal kleur geven zijn nu onmogelijk.
In de krant las ik gisteren 











Soms hoor je een plaat waar recensenten dolenthousiast over zijn, maar die jou niets doet. Je vraagt je af of het aan jou ligt, of je misschien nog een keer moet luisteren, op een beter tijdstip – en soms is dat ook zo – maar soms krijg je geleidelijk het vermoeden dat je misschien een van de weinigen bent die ziet dat de keizer geen kleren aanheeft.
Ik had dat bijvoorbeeld bij Morning Phase van Beck, prominent aanwezig in de albumlijstjes van 2014: suffe prut van de voormalige ‘wonderboy’. En Michael Kiwanuka’s bejubelde Love & Hate uit 2016, dat mij in tegenstelling tot zijn eersteling volkomen koud liet. Vorig najaar kwam er een album uit dat zo’n zelfde discussie opriep, niet zozeer bij mij, maar tussen popjournalisten en fans: Ghosteen van Nick Cave.
Deze week stormt het in mijn hoofd. Twee klassieke popalbums, allebei een halve eeuw oud, strijden om mijn aandacht: Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel (26 januari 1970) en Moondance van Van Morrison, dat welgeteld één dag later uitkwam. Beiden maken aanspraak op de hoogste eer, willen dat ik partij kies. We laten ze netjes na elkaar pleiten, in volgorde van anciënniteit.
Bridge Over Troubled Water: de zwanenzang van Paul Simon en Art Garfunkel als duo balt hun werk van vijftien jaar samen. Twee stemmen die zo lang onafscheidelijk leken en samen evergreens als The Sound of Silence, Mrs. Robinson, Scarborough Fair en Homeward Bound tot grote hoogten zongen, nemen hier afscheid van elkaar en van ons. Op de toppen van hun kunnen, dat maakt het extra tragisch. Luister naar
Een goeie bijnaam doet veel. Ruud Gullit werd ‘De Zwarte Tulp’ genoemd, Eddy Merckx ‘De Kannibaal’. Jan Marijnissen was ‘Het Orakel uit Oss’, Margaret Thatcher ‘The Iron Lady’ en Angela Merkel was eerst ‘Das Mädchen’ en daarna ‘Mutti’. Allemaal aanduidingen die de publieke figuren nog wat extra boven andere stervelingen doen uitstijgen en tegelijkertijd de emotionele afstand tussen volk en icoon verkleinen.
Popartiesten kunnen hier natuurlijk niet bij achterblijven – denk aan ‘The Fab Four’ (The Beatles), ‘Your Majesty’ (Mick Jagger), ‘The Boss’ (Bruce Springsteen) en ‘The Queen of Soul’ (Aretha Franklin). Veelzeggende bijnamen, maar net als bij moppen en broodjeaapverhalen is de herkomst vaak in nevelen gehuld. Niemand kan of wil precies vertellen wie de naam heeft verzonnen, wanneer en waarom.