Een tijd geleden verwonderde ik me erover dat popartiesten in interviews veel vaker praten over hun lievelingsboeken dan schrijvers over hun favoriete popmuziek. Maar het kan verkeren. Eerst was het Zadie Smith die in haar essaybundel Feel Free verhaalde hoe ze als dertiger opeens van Joni Mitchell-hater in fan veranderde. Daarna was het de beurt aan Man Booker Prize-winnaar George Saunders, die op internet een ‘epic conversation’ had met Wilco-frontman Jeff Tweedy.
Laten die twee nu net allebei hoog op mijn favorietenlijstjes staan. Saunders met zijn bekroonde roman Lincoln in the bardo, Tweedy onder meer met het Wilco-album Yankee Hotel Foxtrot, een moderne klassieker uit 2000. En die epische conversatie (bijna 60 minuten) tussen de schrijver en de muzikant stelt niet teleur. Saunders is geen gewone vragensteller, hij is een kunstenaar, iemand met een eigen visie, die op voet van gelijkheid en met nieuwsgierigheid het gesprek met Tweedy aangaat. Met als resultaat dat je echt iets meer van de artiest gaat begrijpen. (meer…)
Weinig artiesten zijn zo vaak bezongen als Joni Mitchell. Namedropping is in de popmuziek weliswaar zeker geen taboe, maar met een
Een klein deel van die liedjes is geschreven door mensen die haar persoonlijk kennen, zoals Graham Nash (Our House,
Kranten en tijdschriften zijn het de afgelopen jaren steeds meer gaan doen: sterren of ballen toekennen aan boeken, platen, films, tentoonstellingen, theatervoorstellingen enzovoort. Vaak tegen de zin van de recensenten zelf, trouwens. Eén ster of bal betekent iets als ‘mislukt’, vijf staat voor ‘meesterwerk’. Het systeem is bedoeld als dienst aan de lezer, maar als je een beetje nadenkt, besef je dat die lezer juist de dupe is.
Ten eerste is de ene recensent scheutiger met sterren dan de andere, en dat maakt vergelijken moeilijk. Verder is er onbedoelde inflatie: drie sterren voor een album in de Volkskrant betekent volgens de redactie ‘goed’, maar blijkt in de praktijk op de krantenlezers over te komen als ‘middelmatig’. Zodat recensenten weer sneller voor vier sterren gaan kiezen.
Ik grijp de 76e verjaardag van Joni Mitchell, eergisteren, graag aan om een groter vraagstuk bij de kop te vatten waarin zij een opvallende rol speelt. Een vraagstuk waar ik niet goed vat op krijg en dat me daarom maar niet loslaat.
Het begon met Paul McCartney. De Brit stootte begin jaren 60 samen met de andere Beatles de populaire crooners van zijn tijd in één beweging van hun troon. Huppakee, zonder pardon in de bak met ‘oud en afgedaan’. Maar in 2012 kwam Macca doodleuk met Kisses on the Bottom (ik heb hem niet bedacht, toch sorry voor het noemen van deze titel), een easy-listening-album waarop hij eer betoont aan de belegen ballroom- en music hall-muziek van vóór The Beatles.
Exact 25 jaar geleden, op 1 november 1994, verscheen Wildflowers, het tiende studioalbum van Tom Petty (1950-2017), als we soloalbum Full Moon Fever (1989) en zijn Heartbreakers-platen samenvoegen. Voor Petty’s fans geldt Wildflowers als zijn beste – vlak voor Damn the Torpedoes – getuige
Het eerste dat opvalt is dat het lijkt alsof er veel meer tijd verstreken is dan die kwart eeuw. Zo is het tenminste voor mij. Het waren zulke andere tijden. Midden jaren 90, toen ik Wildflowers vaak op mijn walkman draaide als ik naar mijn werk forensde, zaten we volop in de liberalisering. De Muur was gevallen, de markt was heilig, er werd gezegd dat we ons aan het einde van de geschiedenis bevonden. In ons land, en de rest van de westerse wereld, hing een vreemde triomfalistische sfeer en ikzelf was niet zo lang daarvoor aan mijn werkzame bestaan begonnen, dus al met al liep ik nogal verweesd rond in de wereld.
Wie schrijft er tegenwoordig nog brieven? We corresponderen tegenwoordig via Whatsappjes, mailtjes en social media – en die goeie ouwe brief verdwijnt langzaam uit beeld. Maar tegelijkertijd betreuren we die ontwikkeling. We hebben nog steeds behoefte aan vormen van communicatie die niet zo vluchtig zijn, en we zijn nog blijer dan vroeger met een persoonlijke brief of kaart. De Canadese indieband Arcade Fire wijdde in 2010 zelfs een fraai nummer aan dit thema,
Als tiener wisselde ik lange brieven uit met twee Twentse meisjes die ik op een fietsvakantie langs de vaderlandse jeugdherbergen had ontmoet. Later gingen dichtbeschreven luchtpostbrieven heen en weer tussen Nederland en Israël, op van die dunne blauwe velletjes. Elke brief werd bewaard en gekoesterd. En je deed echt je best op zo’n epistel – elke letter telde. Het is ongetwijfeld vanwege die emotionele lading dat brieven
‘
Proefpersonen bleken tijdens een simulatie twee keer zo vaak van rijbaan te wisselen en de maximumsnelheid behoorlijk te overschrijden als ze luisterden naar nummers als American Idiot (189 beats per minute) van Green Day en Party In the USA van Miley Cyrus – dat waren de ‘gevaarlijkste’ tracks. Rustigere liedjes als Stairway to Heaven (Led Zeppelin, 63 BPM) en Africa (Toto) bleken juist een stabiliserende invloed op het rijgedrag te hebben. Volgens hoofdonderzoeker Qiang Zeng zullen de uitkomsten worden gebruikt in een voorlichtingscampagne om mensen bewust te maken van de invloed van muziek onder het rijden.
We zitten in de week van de Nobelprijzen, voor wetenschap, vrede en literatuur. Drie jaar geleden ging ’s werelds meest prestigieuze literatuurprijs voor het eerst niet naar iemand die woorden op papier zet, maar naar iemand die ze zingt: Bob Dylan. Er ontstond meteen gemor want zonder zijn muziek, zo klonk het, zouden zijn woorden niet standhouden, en dus behoorde zijn werk niet tot de literatuur.
Daarna was er nog meer gedoe. De eigenzinnige singer-songwriter reageerde pas na twee weken op de toekenning, ging niet zelf naar de uitreikingsceremonie maar vaardigde punkdichteres Patti Smith af, die in Stockholm vervolgens haperde tijdens het zingen van
Wie een nummer van een andere artiest covert, heeft de keuze uit twee tegenovergestelde posities – dicht bij de artiest of dicht bij zichzelf. De coveraar probeert óf de essentie van het origineel te vangen, zoals José James
Vorige week luisterde ik naar Celia, het nieuwe album van Angélique Kidjo. Hierop covert de Beninese zangeres, die het marxistische regime in haar land in 1983 ontvluchtte, de muziek van de Cubaans-Amerikaanse salsa-koningin Celia Cruz (1925-2003), eveneens een banneling. Het levert een spetterende plaat op, mede door het ritme-tandem met bassiste Meshell Ndegeocello en de legendarische Fela Kuti-drummer Tony Allen. Luister maar eens naar
In kringen van literatuurliefhebbers ontstond een tijdje geleden
Ik moest aan deze discussie denken toen ik gisteren
Een tijdje geleden werd mijn aandacht getrokken door
Toch zit er natuurlijk ook een pijnlijke kant aan deze bevindingen. Onderzoeksleider
Er zijn flink wat klassieke albums die dit jaar hun gouden jubileum vieren. Een daarvan is Five Leaves Left, het debuutalbum van singer-songwriter Nick Drake. Destijds, in de zomer van 1969, bracht de verstilde folkpop van de melancholieke Brit (1948-1974) niet meer dan een kleine rimpeling in de vijver teweeg: een paar ongeïnspireerde recensies, lage verkoopaantallen. Ook de twee albums die Drake daarna maakte, Bryter Layter (1971) en Pink Moon (1972), deden weinig.
Na zijn vroegtijdige dood in 1974, aan een overdosis pillen, werd Drake postuum een cultartiest, gekoesterd in een kleine kring van gelijkgestemde romantisch-gekwelde zielen. Zelf leerde ik zijn muziek kennen via een bevriende muzikant, een fan die bijna even introvert en zwaarmoedig was als zijn idool. Maar in 2000 vond de muziek van de Britse zanger-gitarist opeens een groot publiek nadat Volkswagen de titeltrack van Pink Moon in een reclamefilmpje gebruikte om een van hun modellen te promoten. Het kan verkeren.
Op ieder potje past een dekseltje, wordt wel gezegd. De connotatie van het gezegde is weinig vleiend. De boodschap zal ook maar moeilijk doordringen tot alleenstaanden die al een tijd verlangen naar een betekenisvolle vaste relatie. Bij hen kan maar al te gemakkelijk de overtuiging postvatten dat ze op de een of andere manier niet geschikt zijn voor zo’n verbintenis. En dan wordt de drempel wel heel hoog – een vicieuze cirkel dus.
Er moeten ongeveer evenveel mannen als vrouwen zijn die aan deze aandoening lijden. Toch
Terwijl een politieagent het verkeer even tegenhield, schoot fotograaf Iain Macmillan snel zes plaatjes van vier mannen die een zebrapad overstaken. Gisteren was het precies vijftig jaren geleden dat deze shoot voor de iconische hoesfoto van de laatste echte Beatles-plaat plaatsvond, en
Talloze mensen hadden zich de afgelopen decennia al op het legendarische zebrapad laten vereeuwigen, en daarin lijkt Abbey Road op Elvis Presley’s Graceland of op het Parijse kerkhof Père Lachaise, waar mensen al sinds de jaren 70 samenkomen bij het graf van de jonggestorven Jim Morrison. En op tal van
Vijftig jaar geleden, op 16 juli 1969, vertrok de Apollo 11 van de aarde, en vier dagen later stond er voor het eerst een mens op de maan. Die historische gebeurtenis wordt dezer dagen uitgebreid herdacht. Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman werd zo verleid tot
Die combinatie van vertrouwdheid en onbereikbaarheid blijkt songwriters eindeloos te inspireren. Van evergreens als Blue Moon en How High the Moon tot recenter werk van Norah Jones (Shoot the Moon) en Dawes (
Lange tijd, ruwweg de hele sixties en seventies, was Engels de voertaal in de Nederlandse popmuziek. Wie erbij wilde horen, als artiest dan wel als luisteraar, gebruikte het Engels. Op een paar uitzonderingen na (Armand, Boudewijn de Groot, Peter Koelewijn) was de eigen taal not done.
Begin jaren 80 doorbrak
Het is niet zo dat de
Maar nemen deze rockfilms ons als popliefhebbers en filmkijkers serieus, voegen ze echt iets toe aan onze beleving van de muziek of ons inzicht in de artiesten? Of zien de makers ons vooral als sitting ducks – meelijwekkende figuren die ongeacht de kwaliteit toch wel op de rolprent afkomen, verslaafd als we zijn aan onze popidolen en onze
Vanaf midden jaren 80 was de Amerikaanse soulzangeres Anita Baker the next big thing, de vrouw die de soul zou doen herleven. Ze won zes Grammy’s, was bij een breed publiek geliefd én bij popscribenten gewaardeerd om haar soepele stem, smaakvolle jazzy soulsongs, en iets wat je niet anders kunt aanduiden dan met het woord klasse. Slechts een paar jaar later was ze een oningeloste belofte geworden, een artiest die voor de een te glad en commercieel was en voor de ander te moeilijk of gewoon niet nieuw genoeg meer.
Bizar. In mijn platenkast staan vier van haar cd’s: The Songstress (1983), Rapture (1986), Compositions (1990) en Rhythm of Love (1994). Vol met ijzersterke, fraai gespeelde en gezongen songs, die in vergelijking met de R&B van tegenwoordig verbazingwekkend puur klinken. Op Rhythm of Love, destijds door recensenten veelal als ‘te weinig avontuurlijk’ bestempeld, staat ook kippenvelnummer
Eind 1965 zit frontman Ray Davies van The Kinks met een groot probleem. Na een Amerikaanse tournee vol trammelant – ‘bad management, bad luck & bad behaviour’ zou het later worden genoemd – mag de Britse band vier jaar lang niet meer optreden in de VS. Terwijl het land in potentie hun grootste afzetmarkt is, waar concurrenten Beatles, Rolling Stones en Who wel grote successen vieren.
Davies, van nature een observator en commentator, zoekt de oplossing dicht bij huis. Hij draait Amerika de rug toe en richt de blik naar binnen, dat wil zeggen: op het eigen land. Deze nieuwe Kinks-koers wordt ingezet met de albums Face to Face (1966) en Something Else by The Kinks (1967) en culmineert in 1968 in het conceptalbum The Kinks Are The Village Green Preservation Society.
Hij was een legende, een beetje larger than life. In werkelijkheid heette hij Mac Rebennack – of eigenlijk Malcolm John Rebennack Jr. – maar hij tooide zich in de jaren 60 met de naam Dr. John, The Night Tripper, daarna afgekort tot Dr. John. Die aliassen passen perfect bij zijn geboortestad en woonplaats New Orleans. Want in de raadselachtige smeltkroes New Orleans, ook wel The Crescent City, The City of Sin, NOLA of N’Awlinz genoemd, is één naam nooit genoeg.
Vorige week donderdag overleed Dr. John, 77 jaar oud, aan de gevolgen van een hartaanval. Ik zag hem in de loop der tijd twee keer optreden, de begaafde pianist met de gruizige, knauwende en toch verrassend lenige stem. Zijn muziek is moeilijk te definiëren, maar laat zich het beste vergelijken met gumbo, die typisch Louisiaanse stoofpot zonder vast recept waarin de meest uiteenlopende ingrediënten een plek kunnen krijgen.