In deze coronatijd moeten we vanwege de ‘intelligente lockdown’ heel wat moeilijke dingen leren: gepaste afstand houden, hulp vragen – en alleen zijn. Vooral voor alleenstaanden kan dat laatste zwaar zijn. Een hug, een schouderklopje, samen eten, drinken, smoezen of bingewatchen – een groot deel van de dingen die het leven normaal kleur geven zijn nu onmogelijk.
In de krant las ik gisteren een artikel dat betoogt dat we deze periode goed zouden kunnen gebruiken voor persoonlijke groei. We hebben nu een uitgelezen kans om te leren alleen te zijn. Want alleen in de stilte van het alleen-zijn, als je loskomt van de oordelen van anderen, kom je te weten wie je echt bent. Best interessant, vind ik, maar op dit moment even niet voor Goeie Nummers, want die heeft nu de taak om uit te zoeken wat het geluid van de popmuziek kan bijdragen aan ons leven in lockdown. (meer…)






Soms hoor je een plaat waar recensenten dolenthousiast over zijn, maar die jou niets doet. Je vraagt je af of het aan jou ligt, of je misschien nog een keer moet luisteren, op een beter tijdstip – en soms is dat ook zo – maar soms krijg je geleidelijk het vermoeden dat je misschien een van de weinigen bent die ziet dat de keizer geen kleren aanheeft.
Ik had dat bijvoorbeeld bij Morning Phase van Beck, prominent aanwezig in de albumlijstjes van 2014: suffe prut van de voormalige ‘wonderboy’. En Michael Kiwanuka’s bejubelde Love & Hate uit 2016, dat mij in tegenstelling tot zijn eersteling volkomen koud liet. Vorig najaar kwam er een album uit dat zo’n zelfde discussie opriep, niet zozeer bij mij, maar tussen popjournalisten en fans: Ghosteen van Nick Cave.
Deze week stormt het in mijn hoofd. Twee klassieke popalbums, allebei een halve eeuw oud, strijden om mijn aandacht: Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel (26 januari 1970) en Moondance van Van Morrison, dat welgeteld één dag later uitkwam. Beiden maken aanspraak op de hoogste eer, willen dat ik partij kies. We laten ze netjes na elkaar pleiten, in volgorde van anciënniteit.
Bridge Over Troubled Water: de zwanenzang van Paul Simon en Art Garfunkel als duo balt hun werk van vijftien jaar samen. Twee stemmen die zo lang onafscheidelijk leken en samen evergreens als The Sound of Silence, Mrs. Robinson, Scarborough Fair en Homeward Bound tot grote hoogten zongen, nemen hier afscheid van elkaar en van ons. Op de toppen van hun kunnen, dat maakt het extra tragisch. Luister naar
Een goeie bijnaam doet veel. Ruud Gullit werd ‘De Zwarte Tulp’ genoemd, Eddy Merckx ‘De Kannibaal’. Jan Marijnissen was ‘Het Orakel uit Oss’, Margaret Thatcher ‘The Iron Lady’ en Angela Merkel was eerst ‘Das Mädchen’ en daarna ‘Mutti’. Allemaal aanduidingen die de publieke figuren nog wat extra boven andere stervelingen doen uitstijgen en tegelijkertijd de emotionele afstand tussen volk en icoon verkleinen.
Popartiesten kunnen hier natuurlijk niet bij achterblijven – denk aan ‘The Fab Four’ (The Beatles), ‘Your Majesty’ (Mick Jagger), ‘The Boss’ (Bruce Springsteen) en ‘The Queen of Soul’ (Aretha Franklin). Veelzeggende bijnamen, maar net als bij moppen en broodjeaapverhalen is de herkomst vaak in nevelen gehuld. Niemand kan of wil precies vertellen wie de naam heeft verzonnen, wanneer en waarom.
Allereerst: sorry dat ik je nu pas schrijf in plaats van twee weken geleden, op 27 december 1999, precies 25 jaar na je vertrek naar de pophemel. Een moeilijk afscheid was het, negen jaar na het bizarre ongeluk in New York toen een lichtbalk precies op je nek terechtkwam en je bijna totaal verlamd raakte. Laten we het daar niet meer over hebben.
Niet dat alle moeilijke dingen nu van tafel zijn. Ik ben nog een beetje in shock na het lezen van jouw levensverhaal, zoals opgetekend door je zoon Todd in 

Het genre gaat terug op antieke dichters als Homerus en Hesiodos, en werd begin deze eeuw uitgewerkt door musicalcomponisten als Cole Porter, Irving Berlin en Steven Sondheim. Maar ook de songwriters van Disneyfilms wisten wel raad met de list song. Niet zo vreemd ook, want een goed lijstje is goud waard: het zegt veel in weinig woorden, is lekker concreet en biedt volop mogelijkheden voor rijm, humor en de suggestie van oneindigheid. Je vraagt je af waarom eigenlijk niet alle liedjes lijstjesliedjes zijn.
Ook voor popmuzikanten is een rijtje een prima kapstok. Bobby Troup trapt in 1946 af met het onverwoestbare (Get Your Kicks on) Route 66, waarin hij de steden tussen Chicago en L.A. opsomt. Bob Dylan zet die trend door met onder meer Seven Curses, Subterranean Homesick Blues en All I Really Want To Do. En als je erop gaat letten, zie je de lijstjesliedjes overal.
Een tijd geleden
Laten die twee nu net allebei hoog op mijn favorietenlijstjes staan. Saunders met zijn bekroonde roman Lincoln in the bardo, Tweedy onder meer met het Wilco-album Yankee Hotel Foxtrot, een moderne klassieker uit 2000. En die epische conversatie (bijna 60 minuten) tussen de schrijver en de muzikant stelt niet teleur. Saunders is geen gewone vragensteller, hij is een kunstenaar, iemand met een eigen visie, die op voet van gelijkheid en met nieuwsgierigheid het gesprek met Tweedy aangaat. Met als resultaat dat je echt iets meer van de artiest gaat begrijpen.
Weinig artiesten zijn zo vaak bezongen als Joni Mitchell. Namedropping is in de popmuziek weliswaar zeker geen taboe, maar met een
Een klein deel van die liedjes is geschreven door mensen die haar persoonlijk kennen, zoals Graham Nash (Our House,
Kranten en tijdschriften zijn het de afgelopen jaren steeds meer gaan doen: sterren of ballen toekennen aan boeken, platen, films, tentoonstellingen, theatervoorstellingen enzovoort. Vaak tegen de zin van de recensenten zelf, trouwens. Eén ster of bal betekent iets als ‘mislukt’, vijf staat voor ‘meesterwerk’. Het systeem is bedoeld als dienst aan de lezer, maar als je een beetje nadenkt, besef je dat die lezer juist de dupe is.
Ten eerste is de ene recensent scheutiger met sterren dan de andere, en dat maakt vergelijken moeilijk. Verder is er onbedoelde inflatie: drie sterren voor een album in de Volkskrant betekent volgens de redactie ‘goed’, maar blijkt in de praktijk op de krantenlezers over te komen als ‘middelmatig’. Zodat recensenten weer sneller voor vier sterren gaan kiezen.
Ik grijp de 76e verjaardag van Joni Mitchell, eergisteren, graag aan om een groter vraagstuk bij de kop te vatten waarin zij een opvallende rol speelt. Een vraagstuk waar ik niet goed vat op krijg en dat me daarom maar niet loslaat.
Het begon met Paul McCartney. De Brit stootte begin jaren 60 samen met de andere Beatles de populaire crooners van zijn tijd in één beweging van hun troon. Huppakee, zonder pardon in de bak met ‘oud en afgedaan’. Maar in 2012 kwam Macca doodleuk met Kisses on the Bottom (ik heb hem niet bedacht, toch sorry voor het noemen van deze titel), een easy-listening-album waarop hij eer betoont aan de belegen ballroom- en music hall-muziek van vóór The Beatles.
Exact 25 jaar geleden, op 1 november 1994, verscheen Wildflowers, het tiende studioalbum van Tom Petty (1950-2017), als we soloalbum Full Moon Fever (1989) en zijn Heartbreakers-platen samenvoegen. Voor Petty’s fans geldt Wildflowers als zijn beste – vlak voor Damn the Torpedoes – getuige
Het eerste dat opvalt is dat het lijkt alsof er veel meer tijd verstreken is dan die kwart eeuw. Zo is het tenminste voor mij. Het waren zulke andere tijden. Midden jaren 90, toen ik Wildflowers vaak op mijn walkman draaide als ik naar mijn werk forensde, zaten we volop in de liberalisering. De Muur was gevallen, de markt was heilig, er werd gezegd dat we ons aan het einde van de geschiedenis bevonden. In ons land, en de rest van de westerse wereld, hing een vreemde triomfalistische sfeer en ikzelf was niet zo lang daarvoor aan mijn werkzame bestaan begonnen, dus al met al liep ik nogal verweesd rond in de wereld.
Wie schrijft er tegenwoordig nog brieven? We corresponderen tegenwoordig via Whatsappjes, mailtjes en social media – en die goeie ouwe brief verdwijnt langzaam uit beeld. Maar tegelijkertijd betreuren we die ontwikkeling. We hebben nog steeds behoefte aan vormen van communicatie die niet zo vluchtig zijn, en we zijn nog blijer dan vroeger met een persoonlijke brief of kaart. De Canadese indieband Arcade Fire wijdde in 2010 zelfs een fraai nummer aan dit thema,
Als tiener wisselde ik lange brieven uit met twee Twentse meisjes die ik op een fietsvakantie langs de vaderlandse jeugdherbergen had ontmoet. Later gingen dichtbeschreven luchtpostbrieven heen en weer tussen Nederland en Israël, op van die dunne blauwe velletjes. Elke brief werd bewaard en gekoesterd. En je deed echt je best op zo’n epistel – elke letter telde. Het is ongetwijfeld vanwege die emotionele lading dat brieven
‘
Proefpersonen bleken tijdens een simulatie twee keer zo vaak van rijbaan te wisselen en de maximumsnelheid behoorlijk te overschrijden als ze luisterden naar nummers als American Idiot (189 beats per minute) van Green Day en Party In the USA van Miley Cyrus – dat waren de ‘gevaarlijkste’ tracks. Rustigere liedjes als Stairway to Heaven (Led Zeppelin, 63 BPM) en Africa (Toto) bleken juist een stabiliserende invloed op het rijgedrag te hebben. Volgens hoofdonderzoeker Qiang Zeng zullen de uitkomsten worden gebruikt in een voorlichtingscampagne om mensen bewust te maken van de invloed van muziek onder het rijden.
We zitten in de week van de Nobelprijzen, voor wetenschap, vrede en literatuur. Drie jaar geleden ging ’s werelds meest prestigieuze literatuurprijs voor het eerst niet naar iemand die woorden op papier zet, maar naar iemand die ze zingt: Bob Dylan. Er ontstond meteen gemor want zonder zijn muziek, zo klonk het, zouden zijn woorden niet standhouden, en dus behoorde zijn werk niet tot de literatuur.
Daarna was er nog meer gedoe. De eigenzinnige singer-songwriter reageerde pas na twee weken op de toekenning, ging niet zelf naar de uitreikingsceremonie maar vaardigde punkdichteres Patti Smith af, die in Stockholm vervolgens haperde tijdens het zingen van
Wie een nummer van een andere artiest covert, heeft de keuze uit twee tegenovergestelde posities – dicht bij de artiest of dicht bij zichzelf. De coveraar probeert óf de essentie van het origineel te vangen, zoals José James
Vorige week luisterde ik naar Celia, het nieuwe album van Angélique Kidjo. Hierop covert de Beninese zangeres, die het marxistische regime in haar land in 1983 ontvluchtte, de muziek van de Cubaans-Amerikaanse salsa-koningin Celia Cruz (1925-2003), eveneens een banneling. Het levert een spetterende plaat op, mede door het ritme-tandem met bassiste Meshell Ndegeocello en de legendarische Fela Kuti-drummer Tony Allen. Luister maar eens naar
In kringen van literatuurliefhebbers ontstond een tijdje geleden
Ik moest aan deze discussie denken toen ik gisteren